'De traditionele scheidingslijn tussen stad en platteland vervaagt steeds meer. Zo versmelten twee werelden om te beantwoorden aan de transformaties van de samenleving.' Frédéric Morand is er vast van overtuigd. De Franse consultant, die in België woont, heeft zijn reputatie te danken aan Vert d'Iris, een initiatief dat Brussel wil omvormen tot een groene, duurzame stad via de ontwikkeling van stadsmoestuinen. De ambitie van Frédéric is niet min. Hij wil 'de hoofdstad opnieuw een voedende functie geven'. Dat kan tellen in een tijd waarin onze steden steeds meer inwoners verwelkomen. In 2030 zal de wereldbevolking volgens de Verenigde Naties 8,5 miljard mensen bedragen, en in 2050 zelfs 9,7 miljard. Tegen 2050 zal 60% van de aardbewoners, met een toenemende levensverwachting, in stedelijke gebieden wonen. Maar ook vandaag al zijn de cijfers duizelingwekkend: de grote wereldsteden zijn financiële en demografische aantrekkingspolen. Ze zijn goed voor meer dan twee derde van het mondiale bbp (bruto binnenlands product). Het bbp van Londen bijvoorbeeld is even groot als dat van Nederland, terwijl dat van New York vergelijkbaar is met dat van Canada. Kortom, de steden zijn economische groeipolen. In die context heeft Morand gelijk: we hebben alles te winnen bij het dichter bij elkaar brengen van stad en platteland.
...

'De traditionele scheidingslijn tussen stad en platteland vervaagt steeds meer. Zo versmelten twee werelden om te beantwoorden aan de transformaties van de samenleving.' Frédéric Morand is er vast van overtuigd. De Franse consultant, die in België woont, heeft zijn reputatie te danken aan Vert d'Iris, een initiatief dat Brussel wil omvormen tot een groene, duurzame stad via de ontwikkeling van stadsmoestuinen. De ambitie van Frédéric is niet min. Hij wil 'de hoofdstad opnieuw een voedende functie geven'. Dat kan tellen in een tijd waarin onze steden steeds meer inwoners verwelkomen. In 2030 zal de wereldbevolking volgens de Verenigde Naties 8,5 miljard mensen bedragen, en in 2050 zelfs 9,7 miljard. Tegen 2050 zal 60% van de aardbewoners, met een toenemende levensverwachting, in stedelijke gebieden wonen. Maar ook vandaag al zijn de cijfers duizelingwekkend: de grote wereldsteden zijn financiële en demografische aantrekkingspolen. Ze zijn goed voor meer dan twee derde van het mondiale bbp (bruto binnenlands product). Het bbp van Londen bijvoorbeeld is even groot als dat van Nederland, terwijl dat van New York vergelijkbaar is met dat van Canada. Kortom, de steden zijn economische groeipolen. In die context heeft Morand gelijk: we hebben alles te winnen bij het dichter bij elkaar brengen van stad en platteland. De 'verticale landbouwers' met hun tuinen op de daken van gebouwen hebben al veel van zich doen spreken. De stedelijke wijnbouwers daarentegen zijn bij het grote publiek minder bekend. Het principe is vergelijkbaar met wat men in de Champagnestreek een négociant manipulant noemt, iemand die druiven inkoopt (hoewel hij ook eigen wijnstokken kan bezitten) en er in de stad of in een industriële of commerciële omgeving wijn van maakt. Daarbij komt nog dat de stedelijke wijnbouwer, die met zijn urban winery de nabijheid van de consument opzoekt, direct kan inspelen op de hedendaagse behoefte aan transparantie. In La Revue du vin de France verklaarde Laurent Bordes van de Chais du Port de la Lune onlangs dat de stadsbewoner steeds meer lokale producten wil, en dat hij wil begrijpen hoe alles wordt gemaakt. Zijn verklaring is des te frappanter als je weet dat hij zich met zijn partner van Finse afkomst, Annica Landais-Haapa, in Bordeaux vestigde. Lef hebben ze alvast, als je weet dat er zo'n achtduizend wijnbouwers zijn in de prefectuur van de Gironde. Het duo presenteert zichzelf dan ook als 'artisanale oenologen' of 'nieuwe stedelijke jagers-verzamelaars op zoek naar de juiste grondstof'. Hoe gedurfd ook, ze blijven bescheiden, 'want het is niet de bedoeling de grote bewaarwijnen van de Bordeauxstreek te beconcurreren, maar fruitige, lekker wegdrinkende, hoogwaardige wijnen te maken om onmiddellijk te consumeren.' Ook in andere steden werden soortgelijke initiatieven ontwikkeld. Zo is er in Marseille de Marseille Winery, terwijl Nantes in het westen van Frankrijk best trots mag zijn op Le Bras de Fer, een wijnmakerij van twee gepassioneerde broers. Sinds 2015 heeft ook Parijs, in Montreuil, zijn Paris Winery. Meer zelfs, sinds 2016 kan Parijs bogen op een microwijnmakerij intra muros, in het centrum van het 3de arrondissement, in de rue de Turbigo. De wijnmakerij Les Vignerons Parisiens wordt gerund door vier partners die vooral een educatief doel hebben: de stadsbewoners, die vaak weinig of niets afweten van het productieproces, uitleggen hoe wijn wordt gemaakt. Zeg maar lokaal wijntoerisme. En dat is precies waar een gerenommeerde, gespecialiseerde blogster zoals Marie 'Drink a Beat' sterk in gelooft: 'De komst van deze microwijnmakerijen betekent vooral dat wijnliefhebbers die in de stad wonen vlakbij hun passie kunnen volgen. Ze kunnen te voet de vinificatie gaan bekijken.' Hoewel het fenomeen nu in Frankrijk opgang maakt, ligt de oorsprong van de stedelijke wijnkelders in de Verenigde Staten. In de periode voor de drooglegging waren de meeste alcoholische dranken immers afkomstig uit de pakhuizen in grote steden zoals New York, San Francisco of Los Angeles. Er waren natuurlijk veel ups en downs, onder meer te wijten aan de opkomst van de wijngaarden van de Sonoma- en Napavallei, maar Uncle Sam heeft op dit gebied nog altijd een flinke voorsprong op Europa. Zo telt New York zo'n 200 stedelijke wijnmakers, waaronder de beroemde Red Hook Winery. Dit verklaart waarschijnlijk waarom het concept zich vlotter heeft verspreid in de Angelsaksische wereld. In Australië is er dan weer Alex Retief met zijn Urban Winery Sydney. Hier wordt niet alleen wijn geproduceerd, je kunt er ook veel leren over het vinificatieproces en genieten van wijnproeverijen in een aangename, sfeervolle bar die guest wines serveert, inclusief flessen van andere wijnmakers en een selectie fijne vleeswaren. Hetzelfde verhaal geldt voor Wine Mechanics in Göteborg. Is dit nu dé formule om makkelijk geld te verdienen? Dat valt nog te bezien. Wie een dergelijk project opstart, moet professioneel onderlegd zijn en een stabiele financiële basis hebben. In Hongkong bijvoorbeeld was de 8th Estate Winery, een wijnmakerij in het voormalige industriegebied van Ap Lei Chau, geen lang leven beschoren. Dat project, dat er erg beloftevol uitzag, was gebaseerd op de verwerking van ingevroren druiven die werden aangekocht in Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. Het was de bedoeling dat iedereen zo zijn eigen wijn kon maken. Helaas ging dit maatwerkconcept uiteindelijk over de kop, deels door een weinig realistisch bedrijfsmodel. In Europa waren dergelijke ontwikkelingen pas in 2011 mogelijk dankzij een wijziging in de Europese wetgeving, die verbood wijn elders te maken dan in specifieke regio's. De eerste die zich eraan waagde, was Cliff Roberson. In 2013 pakte deze ondernemer uit met zijn London Cru. De wijnmakerij bouwde bij de liefhebbers al snel een sterke reputatie op, vooral omdat je er alles kunt leren over de geheimen van de wijnmakerij. In onze contreien is de innovatie mee mogelijk gemaakt door de opkomst van de microbrouwerijen. Die hebben de weg gebaand naar een bruisende afzetmarkt van ambachtelijke bieren, waarvan het succes niet onderschat mag worden. Bij de andere grote projecten moeten we zeker ook Château Amsterdam vermelden, waar sinds 2017 een stedelijke wijnmakerij wordt gecombineerd met een co-workingplek.Sinds 2018 heeft ook Brussel zijn eigen microwijnmakerij. Het idee ontkiemde al in 2015 bij de 52-jarige Thierry Lejeune. Na twintig jaar in de grafische industrie besloot deze ondernemer een nieuwe carrière uit te bouwen, gebaseerd op zijn grootste droom, wijn maken. 'Dat wilde ik het allerliefst, maar het was niet de bedoeling mijn gezin hiermee te belasten. Een domein aankopen in het buitenland hield te veel risico's in voor mijn vrouw en kinderen. Ik moest dus een compromis vinden. Ik wist weinig of niets over stedelijke wijnmakerijen, maar ik dacht: als je niet naar de wijngaard kunt gaan, laat hem dan naar jou komen. En zo ontstond Gudule. Dat is nu mijn job, dicht bij huis', aldus Thierry. De Brusselaar was wel zo verstandig zich te laten bijstaan door een gerenommeerde oenoloog, Pascal Lenzi, aan wie we ook de uitstekende wijnen van het Domaine Richeaume in de Provence te danken hebben. De voormalige drukker is actief op de site van Greenbizz in Laken, een plek die speciaal voor start-ups werd gecreëerd. Gudule verwijst naar Sint-Goedele, de beschermheilige van de hoofdstad van Europa. De bedenker begreep dat er twee fundamentele vereisten zijn voor hedendaagse projecten: een verhaal vertellen en inzetten op transparantie. Thierry Lejeune heeft dan ook niets te verbergen: 'Ik zit nog altijd in de fase waarin ik de mensen moet overtuigen. Iedereen vindt een microbrouwerij in Brussel normaal en zelfs wenselijk, maar als het gaat om wijn, blijft men weigerachtig vanwege het idee van het sterk verankerde terroir. Ik wil bewijzen dat we er alles bij te winnen hebben. In 2019 hebben we veertien druivensoorten uit allerlei landen geselecteerd (Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Duitsland). Het idee is om de beste soorten te combineren tot onuitgegeven assemblages. Mijn doel is om de best mogelijke druiven te selecteren als basis voor de best mogelijke wijnen', aldus de man die hoopt zich in 2022 te kunnen vestigen op de enorme site van Tour & Taxis, in een veelbelovend gebouw dat transparantie en educatie combineert. Volgens het plan zou de tweede millésime van Gudule in de lente van 2020 worden gebotteld. Maar de coronacrisis doorkruiste dat plan. 'In de moeilijke context van covid-19 probeer ik nu de verschillende cuvées van de millésime 2019 af te ronden. Met mijn Franse oenoloog denken we op dit moment na over de verschillende blends. Technisch gezien zouden de cuvées 'Afterwork en Terrasse 2019' en 'Retour du Marché 2019' in mei klaar moeten zijn. Op voorwaarde dat ik de flessen en de kurken op tijd krijg. Er komt geen 'Après-midi au Parc 2019', onze roséwijn, omdat we de druiven daarvoor niet hebben gekregen in 2019. Maar er is wel nog voorraad van de millésime 2018. De cuvées 'Soirée à l'Opéra 2019' en 'Dîner en Ville 2019' verwacht ik ergens in de herfst. De huidige crisis vertraagt onze verkoop sterk en we moeten nog steeds beslissen of we twee jaargangen tegelijk te koop zetten of dat we wachten totdat de jaargang 2018 uitgeput raakt, voor we de 2019 op de markt brengen.' Om zijn droom te verwezenlijken aarzelt Thierry Lejeune niet om kilometers af te leggen. In de zomer van 2019 reed hij zo'n 3900 km in vier dagen tijdens een rondreis door Frankrijk, waarbij hij negen wijnbouwers ontmoette, in Bourgogne, Vouvray, Muscadet, Minervois, Terrasses du Larazac, Beaujolais... Een marathon die nodig was om met de best mogelijke partners contracten af te sluiten. Gudule is synoniem van een tweeledig aanbod: 'de wijnen van de patroonheilige' bieden de meest toegankelijke cuvées en 'de grote wijnen van de patroonheilige' bieden de top van het gamma. Vrijheid is daarbij de rode draad. Thierry Lejeune: 'We hangen niet vast aan het keurslijf van de oorsprongsbenamingen en gaan uit van de meervoudige herkomst van de druiven. Daardoor kan Gudule originele assemblages bieden met een ongeremde oenologische creativiteit. We richten ons op wijnen die een eerlijk verhaal vertellen en mensen bij elkaar brengen.' Wat betekent dat in de praktijk? De flessen doorstaan de degustatie alvast met vlag en wimpel. De neus van de witte wijn evoceert witte bloemen en de geuren van Zuid-Frankrijk, in een combinatie van frisheid en gecontroleerde aciditeit. Ongecompliceerd, stabiel, aangenaam. De rosé charmeert dan weer met zijn duidelijke drinkbaarheid. En de rode wijn? Die heeft duidelijk olfactorische accenten van rode vruchten, zwarte en rode bessen. Hij is rond in de mond en geeft zin... om nog eens naar de wijnmakerij te wandelen.