De oppervlakte die nodig is om dieren te laten grazen en veevoer te telen is enorm: ongeveer 80 procent van alle landbouwgrond. Een internationaal onderzoeksteam heeft berekend dat rijke landen dat percentage aanzienlijk kunnen terugbrengen door af te stappen van dierlijke producten.

Dat heeft immers een dubbel voordeel: enerzijds daalt de uitstoot, maar er komt ook heel veel ruimte vrij die terug aan de natuur gegeven kan worden. De wilde planten en bomen die er groeien halen enorme hoeveelheden koolstof uit de atmosfeer.

Als welvarende landen overstappen op plantaardige voeding, zou de jaarlijkse uitstoot van landbouw met 61 procent dalen

"Dit is misschien wel een van onze grootste kansen voor het verbeteren van milieu én gezondheid", zegt Zhongxiao Sun van de China Agricultural University en hoofdauteur van de studie. "Een snelle overstap naar plantaardige diëten zou de samenleving echt kunnen helpen om binnen de milieulimieten te blijven."

Geen excuus

Het team onderzocht hoeveel oppervlakte er bespaard kan worden als 54 hoge-inkomenslanden overschakelen op een dieet met veel plantaardig voedsel, dat ook goed is voor de gezondheid.

"We keken naar regio's met hogere inkomens omdat die genoeg plantaardige opties hebben voor eiwitten en andere voedingsbehoeften", zegt Paul Behrens van de Universiteit Leiden. "In regio's met lagere inkomens consumeren mensen minder dierlijke eiwitten en rekenen ze er vaak wel op voor hun gezondheid."

Als welvarende landen overstappen op plantaardige voeding, zou de jaarlijkse uitstoot van landbouw met 61 procent dalen, berekenden de onderzoekers. Als de landen daarnaast ook akker- en weidegrond naar hun natuurlijke staat terugbrengen, kunnen ze nog eens 98,3 miljard ton extra CO2 uit de atmosfeer halen. Dat is een grote bijdrage aan het wereldwijde voornemen om de planeet niet meer dan 1,5 graad Celsius te laten opwarmen.

Meer dan CO2

"Het is een uitstekende kans om verdere opwarming van het klimaat te beperken", zegt Behrens. "Maar het heeft ook grote voordelen voor water- en luchtkwaliteit, biodiversiteit en de toegankelijkheid van onze natuur, om een paar voorbeelden te noemen. Er zijn honderden onderzoeken die aantonen hoe belangrijk het is voor onze gezondheid om in de natuur te zijn. Met deze veranderingen komen er uitgestrekte stukken land vrij voor rewilding, dichtbij woonplaatsen."

Een rechtvaardige voedseltransitie is alleen mogelijk door goed te zorgen voor boerengemeenschappen.

Volgens Behrens hebben ook landbouwsubsidies een enorme impact, en moeten ze naar boeren gaan die biodiversiteit beschermen en CO2 vastleggen.

"Een rechtvaardige voedseltransitie is alleen mogelijk door goed te zorgen voor boerengemeenschappen. We hoeven niet puristisch te zijn, alleen al het vermínderen van de dierlijke voedselinname zou helpen. Stel je eens voor dat de helft van de populatie in rijkere regio's de helft van de dierlijke producten uit hun dieet zou schrappen. Ook dan is dit nog steeds een niet te missen kans op het gebied van milieu en volksgezondheid."

De oppervlakte die nodig is om dieren te laten grazen en veevoer te telen is enorm: ongeveer 80 procent van alle landbouwgrond. Een internationaal onderzoeksteam heeft berekend dat rijke landen dat percentage aanzienlijk kunnen terugbrengen door af te stappen van dierlijke producten. Dat heeft immers een dubbel voordeel: enerzijds daalt de uitstoot, maar er komt ook heel veel ruimte vrij die terug aan de natuur gegeven kan worden. De wilde planten en bomen die er groeien halen enorme hoeveelheden koolstof uit de atmosfeer."Dit is misschien wel een van onze grootste kansen voor het verbeteren van milieu én gezondheid", zegt Zhongxiao Sun van de China Agricultural University en hoofdauteur van de studie. "Een snelle overstap naar plantaardige diëten zou de samenleving echt kunnen helpen om binnen de milieulimieten te blijven."Het team onderzocht hoeveel oppervlakte er bespaard kan worden als 54 hoge-inkomenslanden overschakelen op een dieet met veel plantaardig voedsel, dat ook goed is voor de gezondheid. "We keken naar regio's met hogere inkomens omdat die genoeg plantaardige opties hebben voor eiwitten en andere voedingsbehoeften", zegt Paul Behrens van de Universiteit Leiden. "In regio's met lagere inkomens consumeren mensen minder dierlijke eiwitten en rekenen ze er vaak wel op voor hun gezondheid."Als welvarende landen overstappen op plantaardige voeding, zou de jaarlijkse uitstoot van landbouw met 61 procent dalen, berekenden de onderzoekers. Als de landen daarnaast ook akker- en weidegrond naar hun natuurlijke staat terugbrengen, kunnen ze nog eens 98,3 miljard ton extra CO2 uit de atmosfeer halen. Dat is een grote bijdrage aan het wereldwijde voornemen om de planeet niet meer dan 1,5 graad Celsius te laten opwarmen. "Het is een uitstekende kans om verdere opwarming van het klimaat te beperken", zegt Behrens. "Maar het heeft ook grote voordelen voor water- en luchtkwaliteit, biodiversiteit en de toegankelijkheid van onze natuur, om een paar voorbeelden te noemen. Er zijn honderden onderzoeken die aantonen hoe belangrijk het is voor onze gezondheid om in de natuur te zijn. Met deze veranderingen komen er uitgestrekte stukken land vrij voor rewilding, dichtbij woonplaatsen."Volgens Behrens hebben ook landbouwsubsidies een enorme impact, en moeten ze naar boeren gaan die biodiversiteit beschermen en CO2 vastleggen. "Een rechtvaardige voedseltransitie is alleen mogelijk door goed te zorgen voor boerengemeenschappen. We hoeven niet puristisch te zijn, alleen al het vermínderen van de dierlijke voedselinname zou helpen. Stel je eens voor dat de helft van de populatie in rijkere regio's de helft van de dierlijke producten uit hun dieet zou schrappen. Ook dan is dit nog steeds een niet te missen kans op het gebied van milieu en volksgezondheid."