Vrije Tribune
‘In het ziekenhuis word je – op een onderbroek na – ontdaan van je kleren, waardoor onzekerheden en angsten bloot komen te liggen’
Sinds oktober maakt journalist Klaar Wauters tijd vrij voor vrijwilligerswerk in een Gents ziekenhuis, waar ze de patiënten begeleidt naar het operatiekwartier. Naar aanleiding van de Week van de Vrijwilliger, van 1 tot 9 maart, pent ze haar ervaring neer. ‘Ook ikzelf haal veel uit die uren. Zoveel gezichten en gesprekken die blijven hangen, zoveel dankbaarheid die deugd doet.’
De man ging ietwat moeizaam zitten. Zijn bleke benen contrasteerden met de feloranje stoel. Ik had hem net in zijn operatiekleed geholpen. Die kleine knoopjes, dat lukte niet. En ook over die wachttijd strompelde hij en dus wachtte ik even met hem mee. ‘Gaat het, mijnheer?’, tastte ik voorzichtig af. Niet echt, nee. Hij was ongerust. Over wat er kwam, over wat hij te horen zou krijgen, over wat hij moest doen. Hij haalde zijn schouders op. ‘C’est la vie, hè.’
Niet veel later verdween hij door de deur naar het operatiekwartier, en met hem tientallen anderen per dag. De verwarde vrouw, de nieuwsgierige peuter, de man met grapdwang, de tiener met tegenzin, ik ontmoette hen allemaal kortstondig het voorbije halfjaar.
Sinds oktober maak ik deel uit van een team van meer dan 160 vrijwilligers in het Gentse AZ Maria Middelares. Uit de vele vrijwilligersjobs koos ik ervoor om twee keer per maand patiënten te begeleiden van pre-opnamebalie tot operatiekwartier. In de praktijk betekent dat vooral informeren, geruststellen, helpen en luisteren.
Nooit (tijd) te veel
‘Heb jij tijd te veel of zo?’, reageerde iemand onlangs. Niet echt, nee. Eerlijk gezegd lukt het na een halfjaar nog altijd niet zo geweldig om mijn deadlines op die tweewekelijkse afspraak af te stemmen. Tegelijk heb ik toch wel tijd, bedacht ik mij. Want mijn plusdochters staan op eigen benen, mijn dochter is bijna achttien. Mijn ouders zijn nog niet zorgbehoevend. Ik heb toch een paar uur per maand de tijd om iets extra te betekenen?
Vorige zomer begon ik om die reden te zoeken, maar ook om andere, persoonlijke redenen. Omdat ik de vele uren achter mijn computer wou compenseren bijvoorbeeld. Omdat ik mijn schrijfdagen wou breken en nog meer mensen wou ontmoeten. Omdat ik worstel met een gevoel van machteloosheid bij de schrijnende beelden en berichten die dagelijks passeren.
Mozaïek aan mensen
En dus zocht ik naar een plek die dat alles wat kon verlichten. Dat werd het ziekenhuis.
Ik zie er van dichtbij hoe de wachtzaal zich vult met een mozaïek aan mensen, maar met een gedeelde gezichtsuitdrukking. Hier word je – op een onderbroek na – ontdaan van je kleren, waardoor onzekerheden en angsten bloot komen te liggen.
En dan voelt zo’n compagnon de route, ook al is dat maar een paar minuten en een paar meter, als een warm dekentje. Iemand die je zware tas overneemt. Iemand die je een arm aanbiedt wanneer het stappen moeilijk gaat. Iemand die je wat plaagt om de gespannen sfeer te doorbreken. Iemand die erkent dat het lastig is om je peuter onder narcose te zien. Iemand die luistert omdat je inzit met je kat die alleen achterblijft. Iemand die ziet, iemand die begrijpt, iemand die meevoelt.
Zachtere blik
Ook ikzelf haal veel uit die uren. Zoveel gezichten en gesprekken die blijven hangen, zoveel dankbaarheid die deugd doet. En ik leer veel van het zorgpersoneel dat alle respect verdient.
Mijn bijdrage stelt nog niet veel voor, ik heb collega-vrijwilligers die al meer dan tien jaar meedraaien. Toch wou ik naar aanleiding van de Week van de Vrijwilliger dit platform benutten. Dagelijks draaien vrijwilligers van alle leeftijden in alle mogelijke domeinen mee. Dat vind ik een bijzonder warme gedachte. Die menselijkheid, dat kleine gebaar hebben we meer dan ooit nodig. Het verzacht je blik. Warmte geven, is warmte krijgen. Zo simpel is dat.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier