Roxane Lahidji bedacht in 2017 een procedé om marmerzout te maken; zout dat oogt als natuursteen. Eerst vermaalt ze zout tot poeder, dan mengt ze er pigmenten door en vervolgens bekist ze het mengsel in een mal. Dat moet enkele dagen drogen, zowel binnen als buiten de mal. Van dat vernieuwende materiaal maakte ze intussen al bijzet- en salontafels, wandlampen en grotere sculpturale installaties.
...

Roxane Lahidji bedacht in 2017 een procedé om marmerzout te maken; zout dat oogt als natuursteen. Eerst vermaalt ze zout tot poeder, dan mengt ze er pigmenten door en vervolgens bekist ze het mengsel in een mal. Dat moet enkele dagen drogen, zowel binnen als buiten de mal. Van dat vernieuwende materiaal maakte ze intussen al bijzet- en salontafels, wandlampen en grotere sculpturale installaties. 'De mogelijkheden zijn oneindig. Van zout kun je zelfs tegels of glas maken. Momenteel werk ik samen met een mixologist aan een set sakeglazen', vertelt ze. Sinds de Française afstudeerde aan de designacademies van Straatsburg en Eindhoven, rijgt Lahidji de awards en aanvragen aan elkaar. Vanuit haar atelier in Zaventem bedient ze zowel privéklanten, architecten als galerieën, zoals Atelier Ecru (Gent), Philia (New York, Genève en Singapore) en Gosserez (Parijs). Toen ze in Eindhoven studeerde, kreeg Roxane de kans om bij Fondation Luma in Arles een designproject te doen samen met Jan Boelen. 'Omdat de Camargue daar in de buurt is, begon ik een onderzoek naar een bekistbaar en goedkoop materiaal op basis van zout. Ik maakte er het onderwerp van mijn masterthesis in Eindhoven van', zeg ze. Dat haar marmerzout eruitziet als dure natuursteen, past bij de historiek van zout: ooit was zout een onbetaalbaar product. Bij de Romeinen werd er zelfs uitbetaald in zout, vandaar het woord 'salaris'. Tegenwoordig is zout spotgoedkoop en overal te vinden. 'Die spanning tussen duur en goedkoop zit ook in mijn werk. Dat het lijkt op marmer is even belangrijk als het ecologische aspect: zout is een natuurproduct waar een oneindige voorraad van is en dat perfect te recycleren valt. Tegelijk zorgt de klimaatopwarming ervoor dat oceanen en meren sneller en sneller verzilten. Er zijn nu al hele ecosystemen en economieën kapotgegaan door die verzouting van de planeet. In grote hoeveelheden is zout ook een gevaarlijk product.' Het gaat hard voor Roxane Lahidji. In haar atelier heeft ze verschillende medewerkers om de vele aanvragen te kunnen volgen. Ze werd ook al benaderd door grote bedrijven als Bolia, Ikea en Inditex met de vraag naar grote hoeveelheden van dat marmerzout. 'Momenteel is het materiaal nog niet produceerbaar op industriële schaal. Maar het zou super zijn mochten er investeerders zijn die dat mogelijk maken. Voorlopig is het nog niet zover. Maar de interesse is er vast en zeker.' roxanelahidji.com Omdat weggegooide kledij vaker verbrand dan gerecycleerd wordt, besloten de Nederlandse tweelingbroers Anton en Dennis Teeuw denim en andere reststoffen om te vormen tot meubels. Met hun label Planq willen ze aantonen dat duurzaamheid en design hand in hand kunnen lopen. Europeanen gooien jaarlijks ongeveer elf kilogram aan textiel weg. De overgrote meerderheid (87 procent om exact te zijn) daarvan belandt in verbrandingsovens of op stortplaatsen, zo leren cijfers van het Europees Parlement. 'Het is ongelofelijk hoeveel afval de textielindustrie met zich meebrengt', knikt Anton Teeuw, die zich al tijdens zijn studie bouwkunde in Amsterdam in duurzaamheid verdiepte. 'Wat me stoorde aan veel duurzame oplossingen was dat het vaak duffere projecten waren met een zeker geitenwollensokkengehalte. Ik wilde kijken of we een materiaal konden ontwikkelen voor in de bouw en voor meubilair dat er ook als design kan uitzien.' Samen met zijn broer Dennis ontwikkelde hij een plank die van reststromen uit de landbouw gemaakt werd, zoals riet en mais. Aanvankelijk werd die kennis gebruikt voor een huisvestingsproject in Kenia, maar in 2015 leidde het tot de geboorte van hun gezamenlijke label Planq. 'In plaats van vezels uit plantenresten te gaan hergebruiken, besloten we dit te doen met kleding om zo een oplossing te bieden voor het vele afval uit de textielindustrie', legt Teeuw uit. 'Denim is heel sprekend, iedereen heeft wel een spijkerbroek. Maar we werken ook veel met legerkleding, kostuums, jutezakken en andere weggegooide kleding. Die verwerken we vervolgens tot planken die we combineren met gecertificeerd duurzaam hout. In het verleden hebben we ook vaak met resthout gewerkt, maar dat leverde problemen op om op grote schaal te produceren. Op deze manier combineren we het duurzame van de denimplanken met een onderstel van massief hout, wat doet denken aan een Scandinavisch en tijdloos design.' Deze aanpak bezorgde de gebroeders Teeuw een plek in de Duurzame Jonge 100, een lijst met innovatieve en inspirerende initiatieven rond duurzaamheid. Het feit dat Planq zichtbaar toont met welk materiaal het werkt, wil Anton Teeuw geen aanklacht noemen, 'eerder een vorm van bewustwording. Mensen worden om de oren geslagen met slecht nieuws, terwijl wij de positieve kanten willen laten zien van het duurzaamheidsverhaal. Kijk, dit kan ook, en het is ook nog eens mooi.' planqproducts.com In plaats van bruikbare grond van bouwwerven af te voeren en het achteraf te dumpen, maakt BC materials er circulaire bouwmaterialen van. Daarmee zijn ze pioniers in Europa, wat ook leidde tot een project met Hermès afgelopen zomer. 'Op bouwwerven wordt vaak bijzonder veel bruikbare grond afgegraven en afgevoerd naar dumpplaatsen. Maar aarde is geen afvalstof, wel een bouwstof', zegt Anton Maertens van BC materials. Van onvervuilde werfgrond maakt het Brusselse bedrijf circulaire bouwmaterialen. Leempleister en stampleem ('rammed earth') in de eerste plaats. 'Maar we verwerken afgegraven grond ook tot leemstenen', zegt hij. 'We experimenteren momenteel met een nieuwe samenstelling en productiemethode. Als we een nieuwe machine hebben, kunnen we de leemstenen 35 tot 50 procent goedkoper produceren. Zo kunnen we de concurrentie aan met reguliere bakstenen, die zoveel vervuilender zijn.' In Europa is BC materials een pionier: ze zijn de eerste operationele producent van bouwmaterialen op basis van lokaal ontgonnen werfgrond. 'Meer en meer particulieren, architecten en vastgoedontwikkelaars kloppen bij ons aan omdat onze materialen CO2-neutraal, circulair, akoestisch, gezond en mooi zijn', aldus Maertens. 'BC materials is serieus aan het groeien: onze productie en verkoop is verdrievoudigd, dit jaar gaan we richting 400 ton. We moeten wel concurreren met gesubsidieerde sectoren, zoals de beton- en cementindustrie, die gigantische emissies hebben. Maar de tijdgeest is aan het keren. Zoals je in transport van de verbrandingsmotor naar elektrische modellen gaat, moet je in de bouwsector ook decarboniseren en minder materialen branden.' Bouwen blijft een heel vervuilende menselijke activiteit, goed voor 40 procent van de CO2-uitstoot en luchtvervuiling. 'Maar de 'Green Deal' van de Europese Commissie wordt een echte gamechanger. De bouwmaterialensector is een olietanker die traag draait, maar de bocht richting ecologie en circulariteit is ingezet. Je merkt het ook aan onze crowdfunding: in februari haalden we 320.000 euro op', aldus Maertens. Aan hun projecten te zien, raakt BC materials uit het early adopter- en hippiestadium. Deze zomer deed het bedrijf zelfs een project met stampleem voor de vitrines van de Parijse Hermès-boetiek op de rue du Faubourg-Saint-Honoré. 'En voor de uitbreiding van metrolijn 3 in Brussel worden er zeven nieuwe stations aangelegd. De enorme hoeveelheden grond die daarvoor zullen worden uitgegraven, willen we verwerken tot stenen. We hebben daarvoor een intentieverklaring met bouwheer Beliris. Het onderzoekstraject loopt nog, maar we willen er ook graag de stations mee bouwen.' bcmaterials.org Wat krijg je als je ontwerpers als Cas Moor, Studio Segers en Frederik Delbart aan de slag laat gaan met fietsbanden en lege flessen? Het gloednieuwe Belgische label IQUAS van ondernemers Dries Moens en Bruno Lippens kent alvast het antwoord: duurzaam design om u tegen te zeggen. Na meer dan twintig jaar als collega's in de financiële sector besloten Dries Moens en Bruno Lippens dat het tijd was om samen een project op te starten. Met de kennis over upcycling die Moens al vergaarde dankzij IWAS, zijn label voor herbruikbare lifestyleproducten, en het contactenboekje van Lippens wilden de heren een circulair en sociaal verhaal beginnen. 'Duurzaamheid zal een vast begrip worden', zegt Lippens. 'Wie niet mee is, zal gewoon niet meer verkopen. Maar het is in de eerste plaats belangrijk dat een product ook mooi en creatief is. De grote uitdaging die we onze designers meegaven was dat ze moesten vertrekken vanuit een bestaand product. Zo besloot Studio Segers een stoel te maken van oude fietsbinnenbanden, maakte Cas Moor een lamp van glazen flessen en Frederik Delbart laptoptassen uit rubber en tentzeil.' 'In plaats van te recyclen, waarbij je energie gaat toevoegen om een materiaal terug naar zijn essentie te brengen, wilden wij een stap verder gaan en echt upcyclen', treedt Moens hem bij. 'We nemen het afval en komen door middel van een slim ontwerp tot een nieuw gegeven.' Het afval mag ook best zichtbaar zijn, menen de heren. 'Niet op het eerste gezicht, maar bij een tweede blik', lacht Lippens. 'Neem nu de stoel van Studio Segers: je hebt niet meteen door dat het fietsbanden zijn. Als je van dichterbij kijkt, zie je hier en daar serienummers gedrukt op het rubber. Dat maakt dat de stoelen per definitie stuk voor stuk uniek zijn, ook al is het een serieproductie. Afval kan dus ook zeer waardevol zijn.'Daarnaast is er een sociaal luik aan het merk verbonden. Per verkocht product, gemaakt in kleine workshops in India en Indonesië, schenkt IQUAS een maaltijd aan een schoolgaand kind. 'We werken er met mensen die afval sorteren op vuilnisbelten. Omdat het voor hen duur is om hun kinderen naar school te laten gaan en daar te laten eten, worden er nog te veel kinderen meegenomen naar het werk om te helpen afval te verzamelen. Wij willen dit proberen te vermijden.' iquas.design