De meeste interieurarchitecten ontwerpen hun woning als een staalkaart van hun kunnen. Lees: met veel maatwerk en zelf ontworpen meubilair. Niet zo bij Pieterjan. De Oostendse interieurarchitect vermeldt zijn achternaam niet 'omdat hij zijn signatuur niet wil doordrukken'. Maar thuis omringt hij zich wel met belangrijke signaturen zoals Mari, Colombo, Superstudio, Aulenti, De Lucchi of Sottsass. Ze vormen de kern van zijn collectie Space Age en Radical design, van de sixties tot nu. 'In welk type huis ik woon, maakt eigenlijk bijna niet uit. Zolang er maar plaats is om mijn verzameling te stockeren en te etaleren', zegt hij. 'Zo ontwerp ik ook voor mijn klanten: een huis als neutraal canvas waarbinnen om het even welke collectie kan werken.'
...

De meeste interieurarchitecten ontwerpen hun woning als een staalkaart van hun kunnen. Lees: met veel maatwerk en zelf ontworpen meubilair. Niet zo bij Pieterjan. De Oostendse interieurarchitect vermeldt zijn achternaam niet 'omdat hij zijn signatuur niet wil doordrukken'. Maar thuis omringt hij zich wel met belangrijke signaturen zoals Mari, Colombo, Superstudio, Aulenti, De Lucchi of Sottsass. Ze vormen de kern van zijn collectie Space Age en Radical design, van de sixties tot nu. 'In welk type huis ik woon, maakt eigenlijk bijna niet uit. Zolang er maar plaats is om mijn verzameling te stockeren en te etaleren', zegt hij. 'Zo ontwerp ik ook voor mijn klanten: een huis als neutraal canvas waarbinnen om het even welke collectie kan werken.' De woning uit 1979 waarin Pieterjan ons ontvangt, heeft nochtans heel veel originele elementen. Maar het rechtlijnige ritme dat de bakstenen, de tegels en het beton dicteren, countert hij volledig met organische vormen. 'In de jaren 60 slaagden designers erin om perfecte rondingen te creëren in diverse kunststoffen. Nieuwe materialen leidden toen tot nieuwe vormen. Het betekende een enorme creatieve doorbraak in de meubelproductie. Ik ga op zoek naar bijzondere stukken uit die periode', zegt Pieterjan. 'De rode draad in de collectie zijn organische vormen, zeldzaamheid en uitzonderlijke kleuren. Groene en paarse stukken zijn bijvoorbeeld veel lastiger te vinden dan witte of zwarte. Het mag voor mij best knallen.' Eén blik op de gelijkvloerse leefruimte zegt eigenlijk al genoeg: zijn 'Standard' Edra-sofa is gestoffeerd in (allesbehalve standaard) paars, zijn 'Gherpe'-lamp van Superstudio is knalroze en zijn eetkamerstoelen mondmaskerblauw. 'Joep Van Lieshout ontwierp die stoelen op een bierkaartje. En die tekening is zonder enige uitleg naar een Chinese producent gestuurd. Lensvelt bracht die conceptuele plastic stoelen uit in drie kleuren. Maar er zijn er maar heel weinig van gemaakt en verkocht. Oké, ze zitten voor geen meter. Maar dat hoort bij het non-design concept', zegt Pieterjan. 'Er zijn mensen die een tafel, stoelen, zetel en een staande lamp kopen, omdat ze die nodig hebben voor hun interieur. Ze schaffen zich op korte tijd een inboedel aan, waarbij alles zo goed mogelijk bij elkaar én bij de ruimte past. Ik functioneer zo niet. Mijn verzameling is het resultaat van 25 jaar gericht zoeken. Ik koop geen design voor de functionaliteit, maar omwille van het object zelf. Ik leef niet in een woning die gemeubeld is, ik woon samen met mijn collectie.' Die bijzondere verzameling evolueert continu. Regelmatig verkoopt Pieterjan ook stukken, omdat hij te veel heeft. Of omdat hij zijn collectie wil upgraden met iets beters, waarvoor hij budget nodig heeft. 'Ik ben geen designinvesteerder, want dan zou ik puur als belegging stukken kopen die ik niet mooi vind, omdat ik vermoed dat ze later veel meer waard zullen zijn. Een handelaar ben ik ook totaal niet. Want dan zou ik moeten aankopen wat commercieel goed in de markt ligt en dat lukt me niet. Ik koop gewoon wat ik zelf interessant vind. Dat kan ook best hedendaags zijn. Ik heb evengoed stukken van bijvoorbeeld Sabine Marcelis, Tijmen Smeulders of Wouter Hoste.' Pieterjans verzamelwoede begon als tiener, toen hij op rommelmarkten speurde naar oranje Space Age design, 'omdat dat zo opviel tussen die rommel.' Twintig jaar geleden verkocht hij al zijn oranje spullen en begon hij zwart en wit plastic design te zoeken. Mettertijd werd hij steeds selectiever qua producent, editie, kleur, bewaringsstaat en zeldzaamheid. 'De jacht op goede stukken brengt me soms op ongelooflijke plekken. Bij een oud Nederlands koppel vond ik in hun huisje een schat aan postmoderne designstukken, zoals mijn bijzettafeltje van Michele De Lucchi en mijn Quaderna-tafel van Superstudio. Mijn Paul Felix-lattenbank komt dan weer uit het zwembad van Oostende, de stad waar ik opgroeide. Het gebouw gaan ze hoogstwaarschijnlijk afbreken, maar dit meubel is wel gered van de sloop.' Naar andere Belgische ontwerpers is het goed zoeken in Pieterjans collectie. Van Casimir heeft hij enkele vroege edities, van Gilbert Swimberghe en Mark Verstockt heeft hij grafiek, van Walter Van Beirendonck hangen veel archiefstukken in zijn kleerkast en van grafisch vormgever Paul Ibou kocht hij een maquette. 'De typische Vlaamse interieurstijl, een mix tussen modern en rustiek, spreekt me minder aan. Ik zoek naar een andere esthetische kick, zowel in mijn werk als in mijn designcollectie.'