'Bouwen voor vrienden kan slecht aflopen. Ofwel maak je ruzie en zie je elkaar nooit meer. Ofwel word je nog closer, omdat je met zoveel passie samenwerkt', zegt architect Steven Vandenborre. 'Het werd gelukkig, zoals altijd, het laatste.' Toen vrienden hem de kans gaven om een voormalige ontwerpstudio van een lokale Kortrijkse architect te updaten tot familiewoning, hoefde hij niet lang na te denken. De eigenaars woonden al vijftien jaar in het atelier, maar ze hadden het eigenlijk nooit deftig tot woning omgebouwd.
...

'Bouwen voor vrienden kan slecht aflopen. Ofwel maak je ruzie en zie je elkaar nooit meer. Ofwel word je nog closer, omdat je met zoveel passie samenwerkt', zegt architect Steven Vandenborre. 'Het werd gelukkig, zoals altijd, het laatste.' Toen vrienden hem de kans gaven om een voormalige ontwerpstudio van een lokale Kortrijkse architect te updaten tot familiewoning, hoefde hij niet lang na te denken. De eigenaars woonden al vijftien jaar in het atelier, maar ze hadden het eigenlijk nooit deftig tot woning omgebouwd. Bijzonder is dat het architectenkantoor in een Kortrijkse modelwijk uit de jaren 60 ligt. Daar staat een interessante cluster van modernistische huizen: vooral patiowoningen in witgeschilderde baksteen, waarvan er nog een deel authentiek zijn. 'In de jaren 60 en 70 kreeg de wijk bezoek van architecten uit binnen- en buitenland. En de jongste jaren wordt deze buurt herontdekt door jonge architecten, die hier komen wonen', zegt architect Steven Vandenborre, die zelf om de hoek woont in een gerenoveerde modernistische patiowoning. Toen de architect deze droomopdracht aannam, ging hij heel bewust niet met de grove borstel door de atelierwoning. Met het grootst mogelijke respect voor de originele architectuur pakte hij de renovatie/restauratie aan. 'Aan de beeldbepalende elementen hebben we qua look niks veranderd. Zelfs de cactusbak in de inkom zit er nog. Maar we maakten het huis wel bouwfysisch weer gezond. Onder de originele schil uit 1983 hebben we 21ste-eeuwse machinerie verstopt. Er is nu vloerverwarming voorzien, maar ook zonnepanelen, geothermie, zonnecollectoren en een warmtepomp. Al het water in de woning is gezuiverd regenwater. Eigenlijk is het huis zelfvoorzienend.' Als dit project één ding bewijst, is dit het wel: je kunt duurzame technieken perfect onder de motorkap van een modernistische woning integreren. Zonder aan haar ziel te raken. Dé opvallendste feature van het huis zijn de gele vloeren en de groene binnendeuren met gele klinken. Geen folie van Vandenborre, hij en de eigenaars troffen het huis zo aan. Het verhaal doet de ronde dat de befaamde kunstenaar Raoul De Keyser (1930-2012) die knalkleuren zou geadviseerd hebben aan de architect. Had perfect gekund, want de tinten passen helemaal bij zijn schilderijen uit de jaren 60 en 70. Maar uit navraag bij De Keysers zoon blijkt dat niet te kloppen. 'Toch is het huis een half kunstwerk waarin je leeft. Dat geel van de vloer weerkaatst enorm. Het brengt echt een zonnig gevoel in huis', zegt Vandenborre. 'Dat geel is indertijd aangebracht op de chape, die met de hand gespateld werd. Op die manier zag je in de gele verf de onregelmatige borstelstreken van de ondergrond. Toen we de vloer hadden uitgebroken om vloerverwarming te voorzien, heeft mijn dochter nog op het nippertje een stuk van de oude vloer uit de container gevist. Het was onze 'Steen van Rosetta': op basis van dat staal konden we na een tiental pogingen de exacte geeltint terugvinden. We hebben niet voor het gemak voor een nieuwe gietvloer gekozen, we schilderden hem manueel opnieuw, alsof hij nooit is vervangen.' Vandenborre behield ook het steeldeck plafond in de atelierruimte, maar isoleerde het van bovenaf. Het stalen gewelf doet in de eerste plaats industrieel en lofty aan. Maar zo'n steeldeck duikt ook op bij enkele evergreens uit de Amerikaanse architectuur. Bijvoorbeeld de Case Study Houses van Pierre Koenig en Charles & Ray Eames. Opvallend: dat 'Eames House' uit 1949 heeft precies dezelfde dakstructuur als hier en is eveneens een experiment met kleurvlakken. 'Ook aan de iconische raampartij uit de vroegere atelierruimte is in se niks veranderd. Het raam is volledig vervangen, maar de façade ziet er nog hetzelfde uit als vroeger', zegt Vandenborre. 'De schuine ramen zijn trouwens naar het noorden gericht, wat ideaal licht oplevert voor een ontwerpstudio. Maar het is ook aangenaam om in te wonen. Het voordeel aan die oriëntatie: je krijgt zacht licht binnen, maar het landschap waar je op uitkijkt ligt altijd mooi in de zon. Je hebt hier zicht op een beschermd landschap met twee kasteeltjes: het lijkt wel een decor.' Vandenborre zette niet alleen onzichtbaar de woning naar zijn hand. Hij veranderde de layout van de slaapvleugel. En hij ontwierp ook het maatwerkmeubilair in acacia: een neutrale houtsoort, die zich koest houdt bij al dat wit, geel en groen. Andere details voerde hij uit in kalfsleer en rubber: materialen die intimiteit brengen in de open woning. De opvallendste toevoegingen van de architect? Dat zijn zonder twijfel het avondterras en het knappe betonnen 'perron', dat uit het woongedeelte vertrekt. Vanop het nieuwe zonneterras op anderhalve meter hoogte is het zicht over de omgeving subliem. Van daaruit vertrekt een nieuwe trap richting de binnentuin, aangelegd door Studio Basta. 'De strakke soberheid van de woning contrasteert mooi met de tuin. Die zien de eigenaars als een wilde buitenkamer. In de tuin verlies je elke connectie met de omgeving', zegt Vandenborre. 'Je voelt je hier echt op vakantie.'