Een vreemde scène, ten huize Arthur Donck. Als we aanbellen, zien we naast de prachtige stalen binnendeur een emmer staan. Tik-tik-tik, klinkt het. Even lijkt het alsof de architect al een lek heeft in zijn pas verbouwde huis. Maar als we ernaar informeren, blijkt de installatie een kunstwerk. En - oef - het verwarde al menige andere bezoeker bij de entree. In de traphal naar boven lopen we nog eens in de val. Daar hangt een prachtige ingelijste aquarel van een geabstraheerde vogel. Gevraagd naar wie de kunstenaar is, antwoordt Arthur Donck: 'Mijn dochter.'
...

Een vreemde scène, ten huize Arthur Donck. Als we aanbellen, zien we naast de prachtige stalen binnendeur een emmer staan. Tik-tik-tik, klinkt het. Even lijkt het alsof de architect al een lek heeft in zijn pas verbouwde huis. Maar als we ernaar informeren, blijkt de installatie een kunstwerk. En - oef - het verwarde al menige andere bezoeker bij de entree. In de traphal naar boven lopen we nog eens in de val. Daar hangt een prachtige ingelijste aquarel van een geabstraheerde vogel. Gevraagd naar wie de kunstenaar is, antwoordt Arthur Donck: 'Mijn dochter.' We lachen, maar de emmer en de aquarel zeggen eigenlijk alles over hoe Donck met kunst omgaat: het is een deel van het dagelijks leven. Van zijn gezinsleven zelfs, want het loopt er naadloos in over: zelfs in de kinderkamers en op het toilet hangt hedendaagse kunst. 'We hebben drie jonge kinderen. We nemen ze mee naar kunst- en designbeurzen of naar tentoonstellingen. We praten er ook thuis vaak over. Hun eigen tekeningen of schilderijen hangen gewoon tussen onze collectie. Als geboortecadeau kregen ze elk een kunstwerkje. Dat hangt nu gewoon op hun kamer. We moeten hun niet zeggen dat ze voorzichtig moeten zijn met de werken uit onze verzameling. Ze blijven daar gewoon af.' Geen evidentie, zeker niet met het monumentale 'ei' van Michael Rey, de zilverkleurige smiley van John Armleder of de fragiele Lior Gal boven de haard. Met het kersverse interieur springen de kinderen wat minder omzichtig om. Links en rechts zien we al krabbels op de muur, de ene al artistieker dan de andere. 'Ook met design gaan we zo huiselijk mogelijk om. We ontbijten aan een tafel van Jules Wabbes. En ja, daar is al weleens een kop melk op omgevallen. Maar die dingen zijn toch ontworpen om te gebruiken? Op onze 03-stoelen van Maarten Van Severen hangen stickers van onze kinderen. En kijk naar onze snijplanken van Muller Van Severen. Je kunt die als sculptuur aan de muur laten hangen. Maar je kunt ze ook dagelijks gebruiken in de keuken. Wij doen het laatste.' Arthur Donck is zelf ook grootgebracht met kunst en design. Zijn ouders, Xavier Donck en Karin Filliers, zijn bekende verzamelaars, zowel van hedendaagse kunst als historisch design, niet zelden ontworpen door collega-architecten als Alvar Aalto of Le Corbusier. ''Mijn moeder houdt meer van esthetische werken, mijn vader meer van conceptuele of intellectuele kunst. De topwerken uit hun collectie zijn diegene waar ratio en intuïtie samenvallen, vind ik. Ikzelf neig nog meer naar intuïtie: ik koop kunst met mijn ogen, niet zozeer met mijn verstand. Een goed werk moet me in de eerste plaats een schop onder mijn kont geven.' Arthurs vader, Xavier, is eveneens architect. Grappig: op zijn thuiskantoor, waar Arthur tonnen praktijkervaring opdeed, hing ook kunst in het toilet. Waaronder een choquerende foto van een man met dichtgenaaide ogen en oren. 'Horen, zien en zwijgen dus', zegt Arthur. 'En aan de deur van de wc hing een rouwkrans met 'asshole' erop. Kwestie van gespreksstof te hebben met de klant. Thuis aan de eettafel - ook van Wabbes trouwens - was kunst ook altijd een onderwerp.' Arthur werkt tot op heden samen met zijn vader, maar associeerde zich recent met Olivier Richard, een studiegenoot architectuur, vriend én kunstliefhebber.Wie recent op de hedendaagse kunstbeurs Art Brussels was, is zonder twijfel langs een van hun recentste realisaties gewandeld: de scenografie voor de beurssectie Invited. De bezoekers die onder hun reusachtige arcade met Las Vegas-lampjes liepen, ontdekten een reeks galeries, die het radicaal anders aanpakken dan de collega's. Sommige zijn nomadisch en hebben dus geen vaste stek, sommige zijn opgericht door een kunstenaarscollectief. 'Met hun sectie disruptieve galeries had Art Brussels alleszins een wereldprimeur te pakken: geen enkele andere beurs had die gamechangers al een platform gegeven', aldus Arthur. 'En voor Donck Richard Architects was het alleszins evenzeer een gedroomd podium.'