'Mijn ideeën zullen voor sommigen wellicht heel hippieachtig klinken, maar als je niet in verandering gelooft, blijf je ook maar wat aanmodderen in een status quo', glimlacht de Gentse ontwerper na ons gesprek. Zijn boekhouder klinkt soms nog kritisch, geeft hij toe, maar de aandacht voor zijn sociaal-duurzame aanpak groeit gestaag. Niet alleen bij collega-ontwerpers en studenten: ook overheden, hogescholen en bedrijven prijzen zijn buitengewone benadering.
...

'Mijn ideeën zullen voor sommigen wellicht heel hippieachtig klinken, maar als je niet in verandering gelooft, blijf je ook maar wat aanmodderen in een status quo', glimlacht de Gentse ontwerper na ons gesprek. Zijn boekhouder klinkt soms nog kritisch, geeft hij toe, maar de aandacht voor zijn sociaal-duurzame aanpak groeit gestaag. Niet alleen bij collega-ontwerpers en studenten: ook overheden, hogescholen en bedrijven prijzen zijn buitengewone benadering. Sep is nochtans niet geboren als wereldverbeteraar. Een toevallige ontmoeting met een politieke gezante uit Cebu - een zusterstad van Kortrijk, waar hij op dat ogenblik productontwerp studeerde - deed hem in de Filipijnen belanden. Zes maanden lang woonde hij in een achtergestelde wijk van Cebu waar hij het lokale afvalbeleid analyseerde. Zijn onderzoek resulteerde in Fan, een lamp gemaakt van afgedankte ventilatoren en ambachtelijk geweven rotan. Een project dat bovendien ook de plaatselijke junk shops ondersteunde, lokaal talent aan het werk zette en de sociale cohesie in de buurt versterkte. Zijn afstudeerproject kaapte meteen een prijs weg. Het was de aanzet voor een zoektocht die hem ook naar Indonesië, Brazilië en Peru zal brengen. Telkens opnieuw en telkens samen met een lokale gemeenschap, koppelt hij een traditioneel ambacht aan een prangend sociaal of ecologisch probleem, waaruit een designobject voortvloeit. Tapijt Rope Rug zet werkloze wevers aan het werk met gerecycleerde scheepstouwen, zetel Aya blaast een vergeten ambacht nieuw leven in en de Jiwi-objecten tonen het belang aan van gecertificeerd hout en verbinden de Peruviaanse Amazone met de wereld. Maar ook in ons land is hij actief. Voor de eerste collectie van vol+maakt zet hij de steenkappers van het Gentse maatwerkbedrijf Compaan in de schijnwerpers. Je stage in Cebu lijkt het keerpunt waar iedere student van droomt.Sep Verboom: 'Absoluut. Tot mijn eenentwintigste had ik nooit buiten Europa gereisd en nooit nagedacht over lokaal beleid. Ma Nida Cabrera, de politica die me een slaapplek gaf, me rondleidde in haar buurt en me uitdaagde om na te denken over hun afvalbeleid - is een echt voorbeeld voor mij. Ik noem haar ook mijn Filipijnse mama. Die ervaring bracht me naar andere gemeenschappen, wat telkens weer tot nieuwe projecten heeft geleid. De afgelopen negen jaar waren een ongelooflijke leerschool. Vergeleken met studiegenoten die voor een masteropleiding kozen op school, volgde ik mijn master in de vier uithoeken van de wereld.' Van bij je eerste ontwerp maakte je duidelijk dat je tegen de traditionele designindustrie wilt ingaan. Schuilt er in jou een revolutionair?'Nee, veeleer een realist. Met iedere ervaring heb ik nieuwe perspectieven ontdekt. Hoe anders de werkelijkheid is naargelang de plaats waar je bent geboren. Die veranderende context en bijbehorende uitdagingen hebben me doen inzien dat we onze huidige processen op een andere manier moeten aanwenden. Onze levensstijl is deels de reden waarom het er op andere plekken in de wereld slecht aan toegaat. Als je tijd maakt om dat te beseffen, word je automatisch realistischer.' Hoe anders pak jij het dan aan als ontwerper?'Het idee van de ontwerper die enkel voorwerpen tekent is totaal achterhaald: de sterdesigner die hapklare objecten bedenkt die alleen bestemd zijn voor consumptie. Het resultaat mag dan visueel heel modieus zijn, maar ook tijdelijk en dus uit de mode tegen de volgende Salone del Mobile. Ontwerpers worden vandaag nog te veel aangestuurd om louter dat te doen. Het hele Collectible Design-circuit verzet zich daartegen. Als alternatief op het commerciële, industriële ontwerp stelt het ambachtelijk gemaakte objecten in kleine oplages voorop. Maar intussen groeit die inzet uit tot een beweging voor de happy few, waarin opnieuw het visuele primeert. Objecten moeten namelijk aantrekkelijk zijn voor galeries en verzamelaars, waardoor ze uiteindelijk toch weer deel gaan uitmaken van een commercieel systeem. Ik ben nog een ander soort ontwerper. Ik wil aantonen dat je ook op een andere manier winst kunt maken.' Duurzaam en sociaal rijmt nochtans niet zo met lucratief.'Maar het kan. Het is gewoon complexer om er een economische waarde op te plakken. Ik spreek dan niet over cold hard cash, maar over winst op sociaal vlak. Efficiëntere productielijnen, betere condities voor mens en omgeving, slimme diversificatie; ook dat brengt uiteindelijk op. Het begint met een attitude die tot een product kan leiden. Een product dat voor lange tijd relevant blijft, dat iets bijdraagt op maatschappelijk, educatief of duurzaam vlak.' Je doceert vanaf dit schooljaar het nieuwe vak Duurzaam Ontwerp aan het KASK in Gent. Hoe zit het met de volgende generatie en haar interesse in het sociale en duurzame aspect van design?'Hun interesse groeit, net als de motivatie om er zelf mee aan de slag te gaan. Impact willen hebben op maatschappij en omgeving is in die groep zelfs bijna mainstream te noemen. Dat geeft alleen maar aan hoe relevant het onderwerp wordt in de toekomst. Er ontbreekt helaas nog wat draagvlak in België. Vergeleken met Nederland lopen we achter. Daar zijn subsidies aan te vragen en geldprijzen te winnen en die maken het mogelijk om als ontwerper toch sneller het verschil te kunnen maken.' Vandaar dat je je website Livable.world als nieuw platform lanceert deze week?'Van elk project waar ik tot op vandaag aan meewerkte heb ik de processen en de do's-and-don'ts gedistilleerd en gebundeld op de website. Zo kan ik behalve mijn visie ook een gemeenschappelijke manier van werken doorgeven. Ik stel het open voor studenten, maar evengoed voor collega-ontwerpers en bedrijven die het op hun beurt willen implementeren. Daarnaast ga ik via het platform workshops en open calls organiseren om andere ontwerpers uit te dagen met sociale en ecologische vraagstukken. Ik geloof heel sterk in dat samenwerken. Het hoeft niet allemaal om mij te draaien. Door mensen te betrekken en sterktes te combineren, raak je veel verder dan als je in je eentje in je atelier werkt. En als je achteraf ook toont wie allemaal betrokken is bij een project, ga je ook automatisch meer waarde creëren. Dan pas beseffen anderen hoeveel tijd en energie er kruipt in het maken van een object. En dan pas kunnen ze slimmer consumeren. Zo wil ik de industrie van onderuit veranderen.' De motivatie van de jury, bestaande uit de Biennale Interieur, CID Grand Hornu, Designmuseum Gent, Knack Weekend en Weekend Le Vif, klonk dan ook unaniem: 'In een bijzonder en cruciaal jaar als 2020 belichaamt ontwerper Sep Verboom het belang van maatschappelijk geëngageerde ontwerpers. Zijn jonge oeuvre ademt niet alleen zijn sociaal betrokken karakter, het omvat ook het streven naar een schonere wereld in de breedste zin van het woord. Duurzaam en collectief, samengebonden met een restje rotan.' Tijdens Wonder - het designparcours dat van 15/10 tot 15/11 in de Kortrijkse binnenstad loopt - zal Sep Verboom zijn ontwerpen en projecten voorstellen aan de hand van een installatie in het Interieurhuis, Groeningestraat 37, 8500 Kortrijk. Hij zal er ook twee projecten lanceren waarmee hij andere ontwerpers achter zich wil scharen. Een globaal project dat capiz, een doorzichtige oesterschelp uit de Filipijnse visindustrie, wil herwaarderen en een lokaal project rond nieuw bio based materiaal in samenwerking met Pro Natura en Circular Matters.