Zijn tuin is voor hem zowel een plek waar hij zich uit de wereld kan terugtrekken als een manier om zich juist heel erg terug te plooien op de wereld. In 2017, toen hij zijn huis in Marcinelle kocht samen met zijn partner, ontwerper Marie Artamonoff, was Sébastien Lacomblez geen tuinier. Opgeleid als beeldend kunstenaar was hij wel al altijd gefascineerd door al wat leeft (hij kweekte zelfs slangen voor zijn tentoonstellingen). Een tijdlang was hij verantwoordelijk voor stadsontwikkeling binnen de Bouwmeestercel in Charleroi, maar met de aanleg van deze ommuurde tuin van 500 vierkante meter die Méta-Jardin werd gedoopt als eerbetoon aan een werk van Alejandro Jodorowsky, raakte hij steeds meer in de ban van alles wat met planten te maken heeft. Hij houdt van exotiek en diversiteit, en in het tuinieren kan hij zowel zijn esthetisch gevoel als zijn ecologisch en politiek bewustzijn uiten. In die mate zelfs dat het een staaltje van uiterst verfijnde kunst is geworden. Daarom richtte hij nu tuinbouwstudio Carbonifère op, samen met tuinondernemer Thomas Delin. Maar laten we beginnen met wat ooit een bramenjungle was.
...

Zijn tuin is voor hem zowel een plek waar hij zich uit de wereld kan terugtrekken als een manier om zich juist heel erg terug te plooien op de wereld. In 2017, toen hij zijn huis in Marcinelle kocht samen met zijn partner, ontwerper Marie Artamonoff, was Sébastien Lacomblez geen tuinier. Opgeleid als beeldend kunstenaar was hij wel al altijd gefascineerd door al wat leeft (hij kweekte zelfs slangen voor zijn tentoonstellingen). Een tijdlang was hij verantwoordelijk voor stadsontwikkeling binnen de Bouwmeestercel in Charleroi, maar met de aanleg van deze ommuurde tuin van 500 vierkante meter die Méta-Jardin werd gedoopt als eerbetoon aan een werk van Alejandro Jodorowsky, raakte hij steeds meer in de ban van alles wat met planten te maken heeft. Hij houdt van exotiek en diversiteit, en in het tuinieren kan hij zowel zijn esthetisch gevoel als zijn ecologisch en politiek bewustzijn uiten. In die mate zelfs dat het een staaltje van uiterst verfijnde kunst is geworden. Daarom richtte hij nu tuinbouwstudio Carbonifère op, samen met tuinondernemer Thomas Delin. Maar laten we beginnen met wat ooit een bramenjungle was. Deze tuin zag er een paar jaar geleden helemaal anders uit. 'Hij lag er al een hele tijd verlaten bij. De bramen waren zo dicht op elkaar gegroeid dat er nog een extra derde van de tuin vrijkwam toen we die struiken samen met mijn schoonvader opruimden. We moesten een kettingzaag en een pikhouweel gebruiken, en hele containers struiken verwijderen. Een tuin kan in het begin een echte puinhoop zijn. Ik zou het nu waarschijnlijk voorzichtiger aanpakken, maar toen was ik nog een beginner. Bij de aanleg van de tuin hield ik wel rekening met biodiversiteit. De ter plaatse geproduceerde biomassa wordt hergebruikt. De compost wordt gebruikt voor de bemesting van de planten en de bladeren verrijken de bedden met organisch materiaal. Als ik een pissebed zie, verplaats ik hem voorzichtig. Ik heb hier ook een populatie van intramurale alpensalamanders die zich niet langer kunnen voortplanten met die van buitenaf. Een ommuurde tuin werkt als een eiland.' Een ommuurde tuin biedt ook veel voordelen. 'Ja, omdat het een microklimaat creëert. Het beschermt tegen koude wind, terwijl de muren warmte opslaan. Dat helpt om de bloei tegen late vorst te beschermen of om suikers te ontwikkelen. De oude wijnstok die wij op de zuidmuur hebben laten staan is een krachtige plant waarvan de takken zich vervlechten met de kersenboom en hij brengt heerlijke druiven voort. Ik vermoed ook dat de Siberische kiwi's die ik heb geplant heerlijk zullen zijn. Een muur heeft veel troeven, afhankelijk van de oriëntatie. Aan de voet van de noordmuur leven mijn hortensia's en rijstpapierplant in ideale omstandigheden: ze hebben veel water en profiteren van de schaduw van de naburige forsythia, terwijl ze worden beschermd tegen de watervretende wortels daarvan. Hun gebladerte wordt gigantisch. Voor een exotisch geïnspireerde tuin is dit interessant.' Ben je een specialist in exotische planten geworden? 'Ik ben nog een jonge tuinier. Ik leer veel van mensen als Didier Willery of Charles Boulanger. Charles importeert al twintig jaar planten uit Azië en veel van mijn planten haalde ik bij hem. Zijn 'Jardin Jungle' bij Treport in Frankrijk inspireert me enorm. Het is een verbazingwekkende plek, met bananenbomen, rijstpapierplanten of gunnera te midden van naaldbomen. Braziliaanse rabarber groeit uit oude granaatinslagen uit de Tweede Wereldoorlog en blauweregen wikkelt zich als wijnranken rond de dennenbomen. Deze tuin was oorspronkelijk een botanische verzameling, maar het is een compleet maffe esthetische ervaring geworden. Didier Willery heeft een prachtige tuin in de buurt van Béthune en hij is ook hoofdtuinman van Vasterival in Normandië, een tuin die in de jaren vijftig door een prinses is aangelegd en waar wij vaak komen. Als je nieuwe planten wilt ontdekken, is het heel interessant om zulke tuinen te gaan bezoeken.' Bent u een verzamelaar? 'Dat ben ik altijd geweest. Maar in een tuin moet je je beperken, want het is mooier om twee of drie bloemen in een hoekje te hebben dan een explosie van kleuren. Een paar goed op elkaar afgestemde kleuren zien opduiken is subtieler en natuurlijker. Toch plant ik vaak meer dan nodig is, omdat mijn tuin ook een proeftuin is: ik wil zien welke planten in welke context werken, en hoe ze standhouden. Het is een evenwichtsoefening: het moet esthetisch interessant blijven en tegelijk divers genoeg om te experimenteren en daarvan te leren.' Voor jou is de tuin een kunst. 'Ja, want het is een esthetische en intellectuele compositie, net als beeldhouwen of schilderen. Maar het gaat nog een stap verder: je werkt met de tijd en met de grillen van de natuur. Samenwerken met levende wezens is nooit zonder zorgen. Ik probeer niet te veel water te geven, ik dek niet af in de winter. De planten die weerstand kunnen bieden, bieden weerstand. We moeten de geïdealiseerde visie op tuinen vermijden: planten die woekeren - ik hou niet van het woord 'invasief' - bestaan wel degelijk, en ze komen vaak uit particuliere tuinen, zoals Japanse duizendknoop of reuzenbalsemien. Ik zou echter willen opmerken dat deze planten vooral gedijen in verstoorde of zeer kwetsbare contexten. En zoals botanicus Francis Hallé opmerkt, is het aan de botanische tuinen te danken dat de Europese flora, die sinds de laatste ijstijd is verarmd, weer is verrijkt.' Kunst gaat ook over zingeving. Welke betekenis kan een tuin hebben? 'Een tuin is een plaats waar alles beter wordt. Het is een hoorn des overvloeds, met de mooiste vruchten, de mooiste bloemen... Het is een soort systemische kunst. Deze tuin is voor mij een wereldtuin: ik vlieg weinig, ik reis niet graag te veel. Het is een schilderij dat meevloeit met de tijd en voorkomt dat ik de lelijkheid om me heen zie. Wat de klimaatproblematiek betreft, denk ik dat als iedereen meehelpt om hier een mooiere omgeving te creëren, er minder behoefte zou zijn om te vluchten. Geen wonder dat zoveel mensen zich slecht voelen als we zoveel lelijks om ons heen hebben. Dat heeft een invloed op ons gemoed. Voor mij betekent de zorg voor mijn tuin zorg dragen voor mijn omgeving, mee bouwen aan het algemeen welzijn.' En zorgen voor biodiversiteit. 'Ja, ik begrijp niet hoe we een cultuur kunnen opbouwen waarin streven naar biodiversiteit niet het absolute dogma is. Alles hangt ervan af, alles komt eruit voort. Hoe meer soortenrijkdom en diversiteit binnen soorten we hebben, hoe beter we ons aan veranderingen kunnen aanpassen. Ik praat hier vaak over met Eric Lenoir, auteur van het boek Petit traité du jardin punk. Wat er in de wereld gebeurt, kan deprimerend zijn. Maar als het niet goed gaat, kunnen we altijd een nieuwe plant planten.'