Het flatgebouw uit het interbellum, op de Belgiëlei in Antwerpen, heeft op het eerste gezicht niks bijzonders. Maar zodra je je blik naar boven wendt, wordt je nieuwsgierigheid geprikkeld door een wilde haag van planten die naar beneden groeit. Achter de groene sluier bevindt zich het glazen dakpaviljoen van Georges Lieben, creatief ondernemer en ex-CEO van digitaal productontwikkelingsbureau Bagaar. The sky is the limit voor Lieben, en zijn woning vormt daar geen uitzondering op. Samen met Komaan Architecten plantte hij een glazen doos en een daktuin boven op een appartementsgebouw in het midden van de stad. 'Het is een jongensdroom die in vervulling is gegaan', zegt hij over de opvallende ingreep.
...

Het flatgebouw uit het interbellum, op de Belgiëlei in Antwerpen, heeft op het eerste gezicht niks bijzonders. Maar zodra je je blik naar boven wendt, wordt je nieuwsgierigheid geprikkeld door een wilde haag van planten die naar beneden groeit. Achter de groene sluier bevindt zich het glazen dakpaviljoen van Georges Lieben, creatief ondernemer en ex-CEO van digitaal productontwikkelingsbureau Bagaar. The sky is the limit voor Lieben, en zijn woning vormt daar geen uitzondering op. Samen met Komaan Architecten plantte hij een glazen doos en een daktuin boven op een appartementsgebouw in het midden van de stad. 'Het is een jongensdroom die in vervulling is gegaan', zegt hij over de opvallende ingreep. Waar nu het glazen volume staat, bevond zich aanvankelijk een kleine studio en een liftmachinekamer. De ondernemer herinnert het zich vooral als een donker hol met veel potentieel. Ruimte en licht ontbraken, alsook de connectie met de buitenwereld. Van de oude studio bleven alleen drie kleine raampjes aan de straatzijde bewaard en het dak, dat nu dienstdoet als vloerplaat van de mezzanine van het nieuwe duplexappartement. De rest werd opengemaakt en omgeven door een schil met grote raampartijen. Op 22 meter hoogte torent de glazen doos boven alle daken uit, met zicht op de Antwerpse skyline. Kers op de taart is de daktuin en het dakterras, die Lieben zelf van planten heeft voorzien. Wroeten in de aarde is voor hem een leuke afwisseling voor al het denkwerk dat hij dagelijks verricht. De daktuin heeft veel weg van een bos, door de combinatie van beuken en berken met grassen, bloemen en kruiden. De roestbruine kleur van de bakken in cortenstaal past wonderwel bij de groene bladeren van de blauweregen, de boerenjasmijn, de vlinderstruik en de bloemen die in paarse en gele tinten bloeien in het voorjaar en witte in het najaar. Dat ze wild door elkaar groeien, deert de bewoner niet. Hij houdt net van die ongecontroleerde en ongerepte sfeer. De wilde daktuin vraagt weinig onderhoud. Want los van wat snoeiwerk hier en daar, mag de natuur haar gang gaan. In de keuken valt de schuine trap die de connectie maakt met de bovenverdieping meteen op, ook omdat hij over het aanrecht loopt. De compacte keuken is een ontwerp van Komaan Architecten. Ze maakt deel uit van de diagonale kastenmodule die het appartement indeelt in een dag- en nachtgedeelte. De keuken en de eetkamer bevinden zich vooraan, de slaapkamer, badkamer en een bureauruimte achteraan. Die laatste ruimte wordt amper benut doordat de bewoner liever aan de keukentafel werkt, een mid-century stuk van Nome Furniture, waar ook de rest van het vintage meubilair vandaan komt. De houten accenten in het interieur sluiten mooi aan bij de buitenplanten en de industriële en onafgewerkte uitstraling van de woning. De bakstenen muur bleef onbepleisterd, het balkenplafond en de stalen balken onbeschilderd. De grote raampartijen van de duplex vergelijkt Lieben met een televisiescherm of een venster op de hemel. De natuur vormt een grote inspiratiebron in zijn werk, maar ook in zijn interieur. Op de koffietafel liggen boeken over astrofysica, aan het plafond hangt een mobiel van ons zonnestelsel. Op de kast staat het skelet van een kleine kangoeroe naast een opgezette schildpad van zijn grootouders. Details die wonderwel passen bij de groene achtergrond, een verzameling van planten, struiken en bomen die zich niet laten temmen door de containers waarin ze zijn geplant. De wilde begroeiing verhindert inkijk van de overburen en tempert het geluid van de drukke straat beneden. De vogels doen hun best om je te doen geloven dat je je in de natuur bevindt, en niet op de zesde verdieping van een flatgebouw.