'Het is heerlijk om in deze kapel te tekenen of klanten te ontvangen. Het is echt een plek met geschiedenis en dat is inspirerend', zegt architect Gregory Nijs van Klaarchitectuur over het 16de-eeuwse gebouw in Sint-Truiden waarin hij zijn atelier heeft ondergebracht. Zijn compagnon Nadia Jottard beaamt dat: 'We zijn niet gelovig, maar hier werken heeft toch iets sacraals. Het licht en de ruimte geven het iets plechtigs.'
...

'Het is heerlijk om in deze kapel te tekenen of klanten te ontvangen. Het is echt een plek met geschiedenis en dat is inspirerend', zegt architect Gregory Nijs van Klaarchitectuur over het 16de-eeuwse gebouw in Sint-Truiden waarin hij zijn atelier heeft ondergebracht. Zijn compagnon Nadia Jottard beaamt dat: 'We zijn niet gelovig, maar hier werken heeft toch iets sacraals. Het licht en de ruimte geven het iets plechtigs.' Alleen het dak is verbouwd. De muren hebben hun patine behouden en er zijn eigentijdse, alleenstaande boxen geïntegreerd om de kantoorruimtes in onder te brengen. 'Ik wilde het bestaande gebouw onaangeroerd laten', legt Gregory Nijs uit. Hij wijst naar het kruisbeeld dat op de deur achter hem hangt en dat hij met opzet niet heeft verwijderd. 'Ook het koor hebben we intact gelaten. In het nieuwe tabernakel plaatsten we wel een keukenblad, de huishoudapparaten staan opgesteld in kruisvorm.' Tot in Zuid-Korea wordt over dit project geschreven: de architectuurtijdschriften prijzen de relevantie van de herbestemming van dit gebouw. Een internationaal perssucces dat getuigt van de wereldwijde groeiende belangstelling voor religieus erfgoed in afwachting van een tweede leven. Ons kleine grondgebied is bezaaid met gebedsplaatsen die slecht onderhouden worden en waar zelden iemand komt. 'Daar zijn verschillende redenen voor', zegt Tommy Scholtes, woordvoerder van de Bisschoppenconferentie. 'Gelovigen spreken over 'hun' kerk, waar hun grootmoeder is begraven, waar ze zijn gedoopt... Ze zijn eraan gehecht. Maar tegelijkertijd gaan ze er alleen heen op belangrijke momenten in het leven: geboorte, communie, huwelijk en dood. Daarbij komt dat er vaak buitensporige onderhouds- en restauratiekosten verbonden zijn aan die kerken. Zowel de kerkfabriek als de gemeenten kunnen eigenaar zijn, waardoor de verantwoordelijkheid voor die kosten voor veel discussie zorgt.' Voor de een zijn ze een symbolische plaats, voor de ander herkenbare monumenten in het landschap, en daarom is het belangrijk om deze gebouwen te bewaren en nieuw leven in te blazen. 'We moeten voorkomen dat het land gevuld wordt met spookkerken, blootgesteld aan de tand des tijds', zegt Edith Wouters. Ze werkt voor het CRKC, een Vlaamse organisatie die zich inzet voor het behoud en de herwaardering van religieus erfgoed. 'Dat zou een ongelooflijk verlies aan cultuur en openbare ruimte betekenen. Gelukkig wordt deze kwestie op politiek niveau aangepakt en ontstaan er lokale initiatieven.' En toch is elk geval uniek, benadrukt Tommy Scholtes. De bisschoppen die verantwoordelijk zijn voor de uiteindelijke ontheiligingen in hun regio, wegen de voor- en nadelen uitvoerig af voor ze een beslissing nemen. Het aantal kerken dat een andere functie krijgt, blijft daardoor uiteindelijk beperkt. 'Het publiek is ervan overtuigd dat we alle kerken sluiten, maar we moeten dat beeld bijstellen. Bovendien is er geen algemene inventaris van de gebouwen die verbouwd moeten worden.' Volgens een rapport dat de katholieke kerk in 2018 publiceerde, zijn er tussen 2012 en 2016 in het hele land zo'n 75 gebedsplaatsen omgevormd, op een totaal van 4000.' Als de ontheiliging eenmaal heeft plaatsgevonden, wordt beslist hoe de toekomst van het monument eruit zal zien. En ook hier is het aan de kerkelijke autoriteiten om te beslissen. 'We hopen altijd dat de nieuwe functie niet commercieel zal zijn, maar ten dienste van de stad', benadrukte Jean Kockerols, hulpbisschop van Mechelen-Brussel, een jaar geleden op de Brusselse regionale televisie. 'We moeten zeker aandacht besteden aan de functie die het zal krijgen en aan de erfgoedaspecten. Maar dat betekent niet dat we de gebouwen niet kunnen veranderen', vindt Edith Wouters, die ook artistiek coördinator is in het AR-TUR architectuurcentrum. Voor haar is de kerk in Bossuit, West-Vlaanderen, een van de meest succesvolle voorbeelden in ons land. De overheid lanceerde een oproep voor artistieke projecten, het project Repeat, van de Anglo-Amerikaanse Ellen Harvey, werd geselecteerd. 'Het gebouw is omgetoverd tot een gecontroleerde ruïne', zegt Edith Wouters. 'Het dak, de vloer en het raamwerk werden verwijderd. Op de granieten vloer werd het silhouet geschetst van een kerk in een nabijgelegen dorp, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd verwoest. Hierdoor ontstaat een prachtige buitenruimte tussen de muren van het oude monument.' Dit voorstel bood een origineel antwoord op de behoefte aan openbare ruimte in dit dorp: de centrale positie van deze plek, die ooit gewijd was aan het samenbrengen van mensen, bleef behouden. Projecten met een cultureel doel vinden regelmatig een plaats in voormalige kerken en pastorieën. Vaak omdat ze vrij gemakkelijk worden geaccepteerd door de katholieke autoriteiten en het grote publiek. Dat is bijvoorbeeld het geval voor het Dominicanenklooster in Mechelen, waar de boekenkasten van een gloednieuwe bibliotheek langs de oude muren uit de 17de en 18de eeuw staan. De patine van de gewelven staat in mooi contrast met het verfijnde meubilair in dit project, ontworpen door Korteknie Stuhlmacher Architecten, met Callebaut Architecten en Bureau Bouwtechniek. In Bergen kregen de kapel en het klooster van de Visitandinnen ook net een nieuwe bestemming. Het museum en de bibliotheek zijn een realisatie van de universiteit, volgens de plannen van het Atelier de l'Arbre d'Or. De bibliotheek is al open, het MuMons zal pas volgend voorjaar worden ingehuldigd vanwege de pandemie. 'We wilden een dialoog creëren tussen het oude erfgoed en wat er vandaag op deze plek gebeurt', aldus Philippe Mettens, algemeen directeur van de Universiteit van Bergen. 'Ik denk dan vooral aan de beroemde kennisboom die in het klooster staat en waar nu een atrium is om te lezen.' Deze plaats werd niet voor dit project ontheiligd, maar veel vroeger al, tijdens de Franse Revolutie, toen het gebouw een gevangenis werd en daarna een staatsarchief.' Toch is het nieuwe gebruik op zijn zachtst gezegd symbolisch. 'We zitten in een staatsuniversiteit van de Waals-Brusselse Federatie en zijn dus verplicht om filosofische neutraliteit te tonen', zegt Mettens. 'Maar religieuze elementen, zoals de kruisen op het dak, zijn op verzoek van de erfgoedadministratie gebleven. Het lijkt misschien verrassend, maar het laat zien dat de universiteit echt geworteld is in de stad en haar geschiedenis.' In Anderlecht ten slotte heeft een school haar intrek genomen in de Sint-Vincentius a Paulokerk. Vandaag spelen jongeren uit het vijfde leerjaar tot het tweede middelbaar basketbal op plaatsen waar vroeger gebeden werd. De spelers baden in het zachte licht van de brandglasramen. 'We hebben niet geraakt aan de buitenkant van het gebouw. Maar we hebben de grote houten toegangsdeur vervangen door een glas-in-staalmodel', vertelt Nicolas Raemaekers van OSK-AR, het kantoor in Dilbeek dat het project heeft gerealiseerd. Het religieuze complex heeft ook een toren die als een soort vuurtoren in de stad fungeert: je ziet hem al als je de Ninoofsesteenweg afdaalt in de richting van Brussel. 'Vanwege de brandvoorschriften konden we daar helaas geen nieuwe functie aan geven. En het idee om er een klimmuur aan op te trekken, bleek technisch onmogelijk.' Soms is hergebruik ook complex, vooral wanneer financiële belangen meespelen. Het is dan aan de architectuur om haar rol te spelen: de geest van de plek bewaren, maar ook nieuwe functies ontwikkelen, die verschillen van de oorspronkelijke. Zo heeft hotelgroep Martin's in Bergen en Mechelen respectievelijk Martin's Dream en Patershof in voormalige kerken ondergebracht, iets wat de viersterrenhotels uitspelen in hun marketingcommunicatie. 'Elk Martin's hotel vertelt een verhaal', lezen we in het persbericht over Bergen. 'We zijn gevestigd in een neogotisch gebouw. Overal zijn de resten een herinnering aan de oorspronkelijke functie. De gewelven, rozetten en zuilen zijn zorgvuldig gerestaureerd en geven het gebouw cachet.' In Namen werd de Saint-Jacqueskerk - vroeger een etappeplaats op de bedevaartweg naar Compostella - nieuw leven ingeblazen. Ze werd verbouwd tot een commerciële ruimte, waar intussen Scotch & Soda, America Today en Flamant de revue passeerden. Vandaag hangt opnieuw een 'te huur'-bord uit op de gevel. Het gebrek aan vitrines lijkt het project parten te spelen. 'Een welvarend Antwerps bedrijf, Provestel, is er eigenaar van', zegt Thierry Lanotte van het gelijknamige architectenbureau. 'De ruimte moest genoeg vrijheid bieden aan de huurder, het erfgoed respecteren maar toch ook rendabel blijven. Het werd een commercieel compromis, waarbij we ervoor kozen om iets te maken dat toelaat de klok terug te draaien mocht het ooit nodig zijn.' Om excessen te voorkomen, werd de bouwvergunning vergezeld van een zwaar contract. 'De huurders moeten de gebruiksvoorwaarden respecteren: wat rest uit het verleden niet beschadigen, de altaren niet wijzigen of er vulgaire reclame op zetten. We hebben dit met de Erfgoedadministratie ontwikkeld om het pand zoveel mogelijk te beschermen. Het contract hielp om iedereen akkoord te doen gaan met de herbestemming.' Hoewel het resultaat getuigt van bijzonder veel respect voor het verleden, werden sommigen in de Waalse hoofdstad er toch ongemakkelijk van. 'Hoe verder je naar het zuiden gaat, hoe meer je ondergedompeld wordt in de Latijnse cultuur en hoe meer weerstand er is om dit soort bouwwerken een nieuwe bestemming te geven', merkt Thierry Lanotte op. 'Maar omdat de gebouwen te duur zijn om te onderhouden en daardoor in steeds slechtere staat raken, zullen we het toch vaker moeten doen. Voor dergelijke projecten heb je middelen nodig. Een nieuwe bestemming maakt het mogelijk om financiering te vinden. In het begin ondervonden we veel moeilijkheden omdat er in Namen nog steeds een zeer conservatieve sociale klasse bestaat. Gelukkig groeit het besef dat we dit genre erfgoed beter een nieuwe bestemming geven dan het te behouden om er twee keer per jaar een mis in te laten plaatsvinden.' Ook andere projecten hebben de afgelopen jaren de discussie aangewakkerd tussen enerzijds de voorstanders van vernieuwing en anderzijds de nostalgische zielen. In Doornik deed de verbouwing van de Sint-Margrietkerk tot een luxewoning veel stof opwaaien. 'Als we aankondigen dat een kerk die in puin ligt wordt gerenoveerd, zijn er altijd mensen die het fantastisch vinden. Maar minstens evenveel mensen vinden dat er niet aan het gebouw geraakt mag worden', merkt Michel Wiseur op, die dit project uitwerkte voor een ontwikkelaar. 'Er werden veel stokken in de wielen gestoken. Het gebouw was niet geklasseerd, maar plots werd het op de Erfgoedlijst gezet, waardoor we een omslachtige procedure moesten doorlopen. Dat was wel een garantie voor de uiteindelijke kwaliteit van de woning.' In Gent is het debat rond de Delhaize-supermarkt die tegen 2023 in de Sint-Annakerk zal komen nog ingewikkelder. Net zoals in Watermaal-Bosvoorde, waar het woningbouwproject voor de Sint-Hubertuskerk nog geen bouwvergunning kreeg. 'Nu is het de bedoeling dat de Bouwmeester een oriënterende nota opstelt. Minister Pascal Smet zal dan om een aanbesteding vragen, ook al was er al een team aanwezig', zegt Benoît Thielemans, schepen van openbare gebouwen. Over elke nieuwe bestemming zijn de meningen verdeeld, maar iedereen is het erover eens dat het redden van het erfgoed noodzakelijk is. 'Ik ben lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en erfgoed een tweede leven geven is voor mij de enige duurzame manier om hiermee om te gaan', besluit Thierry Lanotte. 'Of het nu gaat om kastelen of kerken: het geven van een nieuwe sociale functie is de toekomst van erfgoed. We moeten onszelf de middelen geven om het verleden weer tot leven te brengen.'