Verscholen in het hart van de Franse Ardennen staat een vakantiehuisje met eerder onopvallende architectuur. De ligging - midden in de bossen, op minder dan één kilometer van het uitgestrekte meer van Sedan - heeft wel een droomfactor hors catégorie. 'De wereld zit hier anders in elkaar, alles draait om de natuur', vertelt Anton, die in Brussel woont, maar regelmatig naar zijn Ardennenhuis trekt.
...

Verscholen in het hart van de Franse Ardennen staat een vakantiehuisje met eerder onopvallende architectuur. De ligging - midden in de bossen, op minder dan één kilometer van het uitgestrekte meer van Sedan - heeft wel een droomfactor hors catégorie. 'De wereld zit hier anders in elkaar, alles draait om de natuur', vertelt Anton, die in Brussel woont, maar regelmatig naar zijn Ardennenhuis trekt. Eenmaal binnen gaat er een designwereld open die je niet zou verwachten in de Ardennen. Gekalkte muren, beddengoed in afgewassen linnen, afgeschuurde vloeren, zelfgemaakte meubelen en mysterieuze, lichtfilterende gordijnen creëren een pure, eenvoudige en tegelijk gesofisticeerde sfeer. Getekend: interieur- en portretfotograaf Serge Anton. 'Het huis gaat al heel lang mee in onze familie, en was oorspronkelijk eigendom van mijn overgrootmoeder. Mijn vader is erin opgegroeid en zelf bracht ik er vele zomers door', vertelt de Brusselaar, die het honderdjarige familieverblijf van zijn vader erfde. 'In de muren en naden van dit gebouw zitten herinneringen en verhalen verweven. Maar toen de woning op mijn naam kwam te staan, voelde ik maar één emotie: verdriet. Ik had geen idee wat ik met zo'n pand in de Ardennen moest aanvangen. Mijn vader had wel aangegeven dat ik het niet mocht verkopen. Hij wist dat hij zou sterven en de maanden voor zijn dood kon hij nog maar over één ding praten. Het huis, het huis, het huis.' Net als de identiteit van Serge Anton ligt het bewuste huis op de grens tussen Frankrijk en België. 'Zeven kilometer over de lijn', om precies te zijn. Antons moeder was Belgisch, zijn vader van Franse komaf. Zelf heeft hij de dubbele nationaliteit. 'Na de dood van mijn vader heb ik een jaar lang de woning 'herontdekt'. Ik zat urenlang te mijmeren op een taboeret, op zoek naar silhouetten en schaduwen. Ik keek om me heen en verkende de ruimtes met de ogen van een fotograaf. Vanwaar kwam het licht? Hoe kon ik de ruimtes in elkaar puzzelen?' Hij gaf het weekendverblijf een hedendaagse make-over en tekende verschillende objecten zelf, zoals een lage tafel en een zitbank in metaal. 'Het leefplan dateerde nog uit de vorige eeuw, met kleine ramen en kamers. Ik heb enkele muren gesloopt, en nu zweeft het huis ergens tussen loft en maison.' Serge Anton werkt als fotograaf onder meer voor het Franse Elle Décoration, maar daarnaast richtte hij ook andere projecten in, zoals het Brusselse restaurant Toukoul. De inrichting is bijna een ode aan Belgisch design, met onder meer de fauteuil N701 van Ethnicraft, linnen van Libeco, de rotan zitstoel C603 van Feelgood Designs, bronzen handvatten van Dauby en kalkverf van Levis Atelier. 'Ik noem de kleuren La Terre, Le Vert en Le Bleu', zegt Anton. 'Ze zijn geïnspireerd op de omgeving: bruine aardetinten, groen van de bossen en blauw van het meer van Sedan.' Als laatste onderdeel in de renovatie was la petite cabane in de achtertuin aan de beurt. 'Daar was een tuinhuisje verloren gelopen. Vroeger was het mijn speeltuin, mijn eigen versie van een geheime boomhut in de Ardennen.' Vandaag is het een terugtrekplek voor bezoekers. Anton liet het volledig renoveren als extra gastenverblijf, in dezelfde stijl als het huis. 'Mijn vader noemde deze plek Mon Désir en over die naam heb ik lang getwijfeld: zou ik hem bewaren of niet? Het is een woord met veel connotaties. Maar intussen zijn Mon Désir en ik naar elkaar toe gegroeid. Ik woon nog altijd in de stad, maar ik kom hier minstens twee keer per maand.' Zijn profielfoto op Facebook is een vergeeld kiekje uit de jaren zeventig en toont een achtjarige Serge Anton in Ardennen-habitat. 'De cirkel is rond, zo kun je het stellen. Hoe ouder ik word, hoe meer afstand ik neem van de stad. Hier heb ik intussen echte vrienden gemaakt. De boulanger zet eitjes of een vers brood aan de deur en ik ken mijn buren bij hun voornaam. Iedereen kent iedereen, in de stad is dat anders. Toen het coronavirus uitbrak, verbleef ik toevallig hier en het blijkt ook de perfecte plek om de lockdown door te brengen.'