Terwijl de gemiddelde toerist zich zijn reizen tracht te herinneren aan de hand van een rist vakantiekiekjes van bezienswaardigheden en prullen uit souvenirshops, pakt Max Kesteloot het graag anders aan. De mooiste herinneringen hangen voor hem vast aan schijnbaar banale plekken die iemand anders voorbij zou lopen, aan objecten die ieder ander in de prullenmand van zijn hotelkamer zou achterlaten. Het plastic boodschappentasje dat zorgvuldig aan de muur van zijn atelier in Oostende werd geplakt, griste Kesteloot mee uit Cadiz. Een papieren zakje met Mickey Mouse erop bracht hij mee uit Madrid tijdens zijn laatste trip naar Spanje, waar hij tweeënhalve maand halfnaakt in zijn auto leefde, met de zon op zijn rug en de zee aan zijn voeten. Hij keerde in de eerste plaats terug omdat enkele van zijn studenten aan het LUCA een herexamen hadden, maar ook omdat Oostende sinds vier jaar zijn veilige baken is, een plek waar hij steevast thuiskomt.
...

Terwijl de gemiddelde toerist zich zijn reizen tracht te herinneren aan de hand van een rist vakantiekiekjes van bezienswaardigheden en prullen uit souvenirshops, pakt Max Kesteloot het graag anders aan. De mooiste herinneringen hangen voor hem vast aan schijnbaar banale plekken die iemand anders voorbij zou lopen, aan objecten die ieder ander in de prullenmand van zijn hotelkamer zou achterlaten. Het plastic boodschappentasje dat zorgvuldig aan de muur van zijn atelier in Oostende werd geplakt, griste Kesteloot mee uit Cadiz. Een papieren zakje met Mickey Mouse erop bracht hij mee uit Madrid tijdens zijn laatste trip naar Spanje, waar hij tweeënhalve maand halfnaakt in zijn auto leefde, met de zon op zijn rug en de zee aan zijn voeten. Hij keerde in de eerste plaats terug omdat enkele van zijn studenten aan het LUCA een herexamen hadden, maar ook omdat Oostende sinds vier jaar zijn veilige baken is, een plek waar hij steevast thuiskomt. 'En dat terwijl Oostende net een heel onwelkome kant heeft', glimlacht Kesteloot. 'Het is een van de enige, zoniet de enige stad in België die nog heel rock-'n-roll is, met zijn oude vissers, visserswijven en vele cafégangers. Ik heb zevenentwintig jaar in Gent gewoond, een stad die ook heel lang dat ruwe kantje heeft gehad, maar nu erg gegentrificeerd is. Alles is er aaibaar geworden. Ik wil graag in een stad rondlopen waar ik niet per se de hele tijd mijn hand omhoog moet steken. Ik ken in Oostende eigenlijk zelfs niet zoveel mensen.' Ondanks het feit dat hij zich nu dagenlang kan opsluiten in zijn atelier tussen nieuw en oud werk, mogen we hem geen kluizenaar noemen. 'Nu ja, misschien ben ik the best of both worlds', lacht Kesteloot. 'Ik kan een kluizenaar zijn en daarvan genieten, het misschien zelfs nodig hebben, maar tegelijkertijd ben ik ook iemand die heel vaak met zijn vrienden afspreekt.' Tegen de muur van zijn atelier in de James Ensorgalerij leunt een print van een foto. Statige stenen trappen lijken de frêle schaduw van een boom op de muur te beschermen. Wat hij met het werk wil doen, weet Max Kesteloot nog niet. 'Soms kan ik een werk heel lang laten staan tot ik pas weet wat het betekent', legt de kunstenaar uit. 'Ik kan niet zeggen of iets goed of slecht is tot ik het geprobeerd heb. Zeker de helft van wat ik maak belandt in de vuilbak. Dat maakt dat mijn proces erg traag is, maar sommige dingen kun je gewoon niet overhaasten.' Die visie zorgde er ook voor dat het zeven jaar duurde voor Kesteloot naar buiten kwam met zijn werk, wat hij al die tijd combineerde met een job in het toenmalige Gentse architectuurbureau de vylder vinck taillieu. Hij zette zo tal van publicaties en tentoonstellingen mee op poten, zoals inzendingen voor de architectuurbiënnale van Venetië, shows bij Maniera en verschillende monografieën en boeken. 'Dat heeft me altijd honger gegeven als kunstenaar. Na mijn uren werkte ik steeds thuis door aan mijn eigen materiaal.' Het zorgde ervoor dat hij zich heel lang geen beeldend kunstenaar durfde te noemen, bekent hij, hoewel het het merendeel van zijn aandacht opeiste. Maar met de termen architect of fotograaf heeft hij zich al die jaren evenmin vereenzelvigd. 'Ik zie mezelf als schilder,' zegt Kesteloot terwijl hij aan zijn sigaret trekt, 'of dat nu met verf, woorden, beeld of film is. Ik werd bij mijn voormalige werkgevers ook altijd als een jack of all trades omschreven. Wat mij het meest aantrekt daarin, is dat ik het proces van a tot z op mij kan nemen. Ik hoef met niemand anders rekening te houden. In de architectuur werk je voor een bouwheer, samen met stedenbouw, een aannemer, consulenten en ingenieurs: ik zag dat niet meer zitten. Ik wilde alles in eigen handen hebben. Dat klinkt ergens romantisch, maar het is tegelijkertijd erg confronterend. Als het tegenzit, kun je enkel naar jezelf kijken.' 'Al van jongs af aan ben ik foto's aan het maken', herinnert de dertiger zich. 'Ik heb namelijk de neiging om snel te vergeten. (lacht) Daarbij zoek ik graag de ruwe kanten van een plek op. In Milaan zal ik niet naar de Duomo gaan kijken, maar eerder naar de uithoeken van steden, waardoor je ze op een andere manier gaat lezen en benaderen. Ik heb me altijd meer aangetrokken gevoeld tot dingen met een hoek af. Ik zou hier een mooie uitleg kunnen afsteken over de schoonheid zien in het alledaagse, maar het is eerder een soort logica voor mij. Ik wil niets afschrijven zonder het eerst te proberen omarmen.' Het was die voorliefde voor de banaliteit die hij na een skateboardongeluk in 2020 in een boek besloot te gieten. 'Ik had mijn pols op meerdere plekken gebroken, waardoor ik niet langer kon schilderen. Wel kon ik typen met een vinger. (lacht) Zo maakte ik Good lost corners, een collectie van achttien foto's met bijbehorende kortverhalen, bijna een snelcursus over mijn werkpraktijk. Ik selecteerde verschillende plaatsen in Europa die mij triggeren. Denk een restaurant met een lelijk logo, een typefout waar je niet over kunt kijken, een boodschap in een wc-hokje, of iemand die met een spuitbus op zijn huis 'te koop' schrijft met zijn telefoonnummer erbij. Er huist nu eenmaal schoonheid in banaliteit en knulligheid, gewoon omdat ik weet dat ik het zelf niet per se beter zou kunnen doen.' Die boodschap resoneerde ook bij het Vlaams Architectuurinstituut (VAI), dat aan Max Kesteloot vroeg om een wandeling door zijn Oostende uit te stippelen voor het tweejaarlijkse Festival van de Architectuur, dat voor deze editie in de koningin der badsteden neerstrijkt. 'We kwamen op het idee om Good lost corners als leidraad te nemen. Toch wilde ik aanvankelijk geen beloften doen. Ik wilde het proberen, maar zou er alleen mee doorgaan als ik tevreden was, net als bij mijn andere werk. Vandaar ook de titel van de wandeling: ' We zullen zien'. Ik heb getwijfeld omdat Oostende voor mij eigenlijk een bepaalde neutraliteit herbergt. Het is een rustige plaats waar ik altijd naar kan terugkeren nadat ik elders prikkels ben gaan opzoeken. Nu moest ik dat plots doen op veilig terrein, waardoor de maagdelijkheid van de stad ondertussen een beetje doorprikt is voor mij. Tegelijkertijd mocht ik Oostende ook weleens een gezicht geven.' Zijn zoektocht resulteerde in acht foto's en teksten over verloren hoeken in de badstad. 'Zo heb ik een vree slechte wandeling uitgestippeld als je er een kaart bij zou nemen', lacht Kesteloot. 'Ik heb mezelf vrijgemaakt om gewoon eens door de stad te lopen met open ogen, samen met mijn hond Tonto. Door Oostende op die manier te benaderen, ben ik zelf heel veel plekken tegengekomen waar ik me niet van bewust was. Een van de stops is bijvoorbeeld een verloren pleintje in een verre zijstraat. Op een blinde gevel staat er in reusachtige gelaste letters 'Oostende'. Het absurde daarvan is dat het onmogelijk is om op die plek te komen zonder te weten dat je in Oostende bent. Je belandt hier niet onbewust. Toch heeft iemand er moeite en geld ingestoken om die zwarte letters in de hoogte op te hangen. Waarom? Ik kan er geen antwoord op geven, maar ik kan het wel waarnemen als iets waardevols. Dat klungelige vind ik onwaarschijnlijk mooi.' Kesteloot zal de wandeling enkele keren gidsen tijdens het Festival van de Architectuur. 'Ik vind niet dat mensen van mij moeten leren hoe ze naar de wereld moeten kijken, ik kan alleen maar tonen hoe ik in het leven sta. En als dat maakt dat ze nadien gevoeliger zijn voor de ruimte rondom hen, is dat gewoon mooi meegenomen. Als een van de deelnemers na afloop bijvoorbeeld opnieuw in zijn eigen straat komt en plots allerlei nieuwe dingen ziet, dan is dat toch prachtig?'