Van Paul Ibens is Claire Bataille nooit weg te denken. Ruim vijftig jaar lang waren ze businesspartners. Nadat ze als studiegenoten aan het Henry van de Velde Instituut afstudeerden, gingen ze elk hun eigen weg. Het is een wedstrijd bij de Engelse krant The Daily Mirror die hen opnieuw samenbracht. 'De krant riep ontwerpers op om één zetel te ontwerpen voor een man, en één voor een vrouw', weet Lisa De Visscher. 'Ze eindigden op de tweede plaats, met Ray & Charles Eames in de jury.' Het was 1968 en Bataille & ibens Design was geboren.
...

Van Paul Ibens is Claire Bataille nooit weg te denken. Ruim vijftig jaar lang waren ze businesspartners. Nadat ze als studiegenoten aan het Henry van de Velde Instituut afstudeerden, gingen ze elk hun eigen weg. Het is een wedstrijd bij de Engelse krant The Daily Mirror die hen opnieuw samenbracht. 'De krant riep ontwerpers op om één zetel te ontwerpen voor een man, en één voor een vrouw', weet Lisa De Visscher. 'Ze eindigden op de tweede plaats, met Ray & Charles Eames in de jury.' Het was 1968 en Bataille & ibens Design was geboren. In al die tijd bouwden ze een ruim en gevarieerd portfolio op. Woningen in België, Zwitserland, de Filipijnen en New Mexico; een atelier voor Isabelle de Borchgrave, kantoren voor Philip Morris, een galerie voor Xavier Hufkens en tal van winkelinterieurs die ook internationaal werden gepubliceerd. 'In Antwerpen alleen waren ze in de jaren negentig verantwoordelijk voor Verso, Picass, Festival, Company en Migoscha. Hun bekendste winkel was ongetwijfeld Princess op de Meir, die vorig jaar werd gesloopt', vertelt Marc Dubois. 'Intussen zijn bijna al deze creaties helaas verdwenen. Dat is het nadeel van winkels, ze hebben een kort leven.' Samen zetten ze interieurarchitectuur als volwaardige architecturale discipline op de kaart. Het ging hen niet om de keuze van behang of meubilair, maar om de impact op de woonbeleving. 'Ze kregen vaak de stempel minimalistisch, wat vaak verward wordt met banaliteit', vindt De Visscher. 'Hun werk was een niet-aflatende zoektocht naar de essentie van een ontwerp, waardoor het net heel complex werd. En dat zie je in hun meubelen, interieurs en de constructieve knooppunten die ze hebben ontwikkeld.' Het duo vatte het ooit met deze woorden samen: 'We zijn rijk in materiaal, maar arm in decoratie.' Lisa De Visscher: 'Met deze woning leverden Paul Ibens en Claire Bataille pionierswerk op het vlak van stalen skeletbouw. Geïnspireerd door de Case Study Houses in Los Angeles, gingen ze op zoek naar een manier om industrieel, eenvoudig en goedkoop te bouwen.' Marc Dubois: 'Een tafel waarbij de poten kruisvormig zijn. De grootste kracht was dat het bureau eruitzag als een tafel die je ook in de woonkamer kon plaatsen. Samen met de 03 stoel van Maarten Van Severen en de ronde buitentafel Gargantua van Extremis vormt H2O de top van de designcreaties in Vlaanderen. Ze zijn alledrie al een kwarteeuw in productie.' Lisa De Visscher: 'Het lijkt alsof we nog maar net het licht hebben gezien als het om prefab houten skeletbouw gaat. Terwijl Bataille & ibens meer dan veertig jaar geleden een patent namen op dit houten knooppunt. Het is ontwikkeld om in een minimum aan tijd en met een minimum aan materiaal te kunnen bouwen. Het werd bekroond met een Sigle d'Or van het Belgisch Design Center.' Marc Dubois: 'Een gebouw met een heldere structuur en goed van verhoudingen. Een plaats waar sfeer en rationaliteit samenkomen.' Lisa De Visscher: 'Hiermee wil ik aantonen hoe breed hun scope wel was. Van interieurs tot constructie, over meubelen en bestek. Steeds trouw aan hun principe dat enkel nog de essentie overblijft.' Wat de Zes van Antwerpen betekenden voor Belgische mode, deed Generatie '74 voor de Belgische architectuur. Genoemd naar het jaar waarin vijf opvallende architecten afstudeerden aan het Sint-Lucasinstituut in Gent. Paul Robbrecht, Hilde Daem, Marie-José Van Hee, Marc Dubois en Christian Kieckens. De eerste drie maakten naam en faam met hun eigen praktijk, Dubois als architectuurcriticus. 'Kieckens zat daar ergens tussen. Hij was alomtegenwoordig', vertelt Lisa De Visscher, hoofdredacteur van het architectuurvakblad A+. Hij werkte als architect en vormgever van boeken en magazines, gaf les in binnen- en buitenland, bedacht scenografieën voor tentoonstellingen. Samen met Marc Dubois richtte hij begin jaren tachtig de Stichting Architektuurmuseum in Gent op, de voorloper van alle huidige architectuurinitiatieven in ons land. Een platform waarop anderen konden floreren. 'Hij werd onlangs de founding father van de architectuurcultuur in België genoemd. Dat omvat het helemaal. Mochten we hem reduceren tot enkel zijn architecturaal oeuvre, dan zouden we hem onrecht aandoen', besluit De Visscher. Lisa De Visscher: 'Decennialang waren industriële gebouwen niet meer dan onpersoonlijke schoendozen langs een steenweg. Ze hadden enkel een praktische functie. Er werd nauwelijks nagedacht over de kwaliteit ervan als werkplek voor de arbeiders die er aan de slag waren. Kieckens ging met deze drukkerijen op een heel nieuwe, architectonische manier nadenken over het industrieel gebouw als typologie. Hij bewees toen dat de typische bouwstenen van architectuur niet voorbehouden waren voor individuele woningen, maar ook toegepast kunnen worden op werkplaatsen.' Marc Dubois: 'In een industriezone poogde Christian een gebouw te ontwerpen met een grote intimiteit. De parkeerzone ligt onder het gebouw. Centraal is een grote ruimte voor samenkomst met bovenaan een grote lichtkoepel: zijn variant op het Pantheon in Rome. Een ode, er is geen leven zonder licht.' Lisa De Visscher: 'Met dit crematorium creëerde hij in mijn ogen een precedent. Hij was niet de allereerste die het sacrale wist vorm te geven in een crematorium, maar hij slaagde er wel in om een unieke plaats voor introspectie te creëren.' Marc Dubois: 'Christian is jaren adviseur geweest voor de site rond het station van Aalst. Hij ontwierp ook het sobere stationsplein. In de bevloering zijn stalen stroken aangebracht met de letters AALSTAALSTAALST aan elkaar geschreven. Bij het lezen heeft men de keuze tussen Aalst of Staal met een verwijzing naar 'den ijzeren weg'.' Lisa De Visscher: 'Toen in de jaren negentig in een razendsnel tempo werd verkaveld, en fermettes of sleutel-op-de-deurwoningen als paddenstoelen uit de grond schoten, bouwde Christian Kieckens deze woning. Het werd het onderwerp van vele publicaties en discussies. Het gold als statement dat het ook anders kon. Een architect is niet alleen een huizenbouwer, vond hij, maar iemand die vorm geeft aan de leefomgeving.'