Het is niet de eerste keer dat Hall een lans breekt voor vrouwen. In 2019 bracht ze al het boek Breaking Ground uit, waarin ze een visueel overzicht van grootse vrouwelijke architectuur schetst. Het was volgens haar een noodzakelijk boek: hoewel er wel degelijk heel wat vrouwen actief zijn in de architectuur en de wereld van het design, blijven ze meestal onder de radar. 'Een handvol pioniers zijn wel bekend, zoals Charlotte Perriand of Lina Bo Bardi. Vaak omdat ze recent het onderwerp vormden van een tentoonstelling. Dat volstaat niet. Door enkel op hen te focussen, vergeten we wie hen volgde of voorafging. Mijn onderzoek veranderde dan ook in een zoektocht naar de talloze 'onzichtbaren' in de designgeschiedenis', zei Hall tijdens haar lezing op het slotseminarie van Wiki Women Design in Brussel. Het project van het Vlaams Architectuurinstituut om Belgische vrouwen op de digitale designkaart te zetten kwam er in navolging van gelijkaardige internationale initiatieven, waaronder Just For The Record en Wiki D.
...

Het is niet de eerste keer dat Hall een lans breekt voor vrouwen. In 2019 bracht ze al het boek Breaking Ground uit, waarin ze een visueel overzicht van grootse vrouwelijke architectuur schetst. Het was volgens haar een noodzakelijk boek: hoewel er wel degelijk heel wat vrouwen actief zijn in de architectuur en de wereld van het design, blijven ze meestal onder de radar. 'Een handvol pioniers zijn wel bekend, zoals Charlotte Perriand of Lina Bo Bardi. Vaak omdat ze recent het onderwerp vormden van een tentoonstelling. Dat volstaat niet. Door enkel op hen te focussen, vergeten we wie hen volgde of voorafging. Mijn onderzoek veranderde dan ook in een zoektocht naar de talloze 'onzichtbaren' in de designgeschiedenis', zei Hall tijdens haar lezing op het slotseminarie van Wiki Women Design in Brussel. Het project van het Vlaams Architectuurinstituut om Belgische vrouwen op de digitale designkaart te zetten kwam er in navolging van gelijkaardige internationale initiatieven, waaronder Just For The Record en Wiki D. In haar boek veroordeelt Hall het opvallende verzuim om aan het werk van vrouwen de ruchtbaarheid te geven dat het verdient. Om een idee te geven: toen Ray en Charles Eames in 1949 de International Competition for Low-Cost Furniture van het MoMA wonnen, werd alleen de naam van Charles in het persbericht vermeld. Van Ray - kort voor Ray-Bernice - was plots geen sprake meer. De wereldwijde erkenning zou er in haar geval uiteindelijk toch komen, maar dat geldt niet voor zoveel andere getalenteerde ontwerpsters, onderneemsters en maaksters. Woman Made telt 241 vrouwen die om verschillende redenen - politiek, sociaal, economisch - uit de designgeschiedenis werden weggegumd. Voor Knack Weekend selecteerde ze er zes. Woman Made. Great Women Designers, Jane Hall, 49,95 euro, uitgeverij Phaidon. Zetel Karelia (1966) 'In 1957 verhuisde de Finse Liisi Beckmann naar Milaan, waar ze een succesvolle carrière opbouwde als ontwerper voor talrijke Italiaanse ontwerpbureaus. Haar ontwerpen bleven echter grotendeels onzichtbaar, met uitzondering van de Karelia-zetel, die ze in 1966 voor Zanotta ontwierp. De golvende vorm en de naam zijn geïnspireerd op de baaien van Karelië, de regio waar Beckmann opgroeide. Na de inval van de Russen in 1939 werd ze gedwongen om de streek te verlaten. Ze trok naar de Helsinki School of Arts and Design, waar ze hoeden- en kledingontwerp studeerde, terwijl ze zonder medeweten van haar familie ook kunst- en ontwerpcursussen volgde. Haar eerste werkervaring deed ze op bij La Rinascente Development Studio, waar ze haar spirituele visie ontwikkelde. Beckmanns designstukken uit die periode worden nu bewaard in het Helsinki Design Museum, maar sporen van haar andere werk zijn moeilijk te vinden. Voornamelijk omdat ze de designwereld in de seventies verruilde voor de schilderkunst.' Servies Pressed Glass 4644 (1932) 'Finland was een van de weinige landen die voor het einde van de negentiende eeuw vrouwen tot het architectenberoep toelieten. Toen Aino Aalto in 1920 afstudeerde aan de universiteit van Helsinki, waren vrouwen met andere woorden al een vaste waarde in de industrie. Ze ging werken bij Alvar Aalto, die ze op de universiteit had ontmoet. Aino was eerder afgestudeerd dan hij, maar kon geen eigen praktijk beginnen vanwege financiële en sociale beperkingen. Dat heeft misschien bijgedragen aan haar eerste indruk van Alvar: ze vond hem arrogant en snobistisch. Toch trouwden ze in 1925 en nog eens tien jaar later richtten ze samen Artek op. Aino en Alvar werkten samen aan tal van projecten, maar hadden ook de gewoonte om het in wedstrijden tegen elkaar op te nemen. In 1932 kreeg Aino voor haar Bölgeblick-lijn van betaalbaar glaswerk de tweede prijs in een wedstrijd van het productiebedrijf Karhula. Het ontwerp was decoratief en functioneel. De eenvoudige, geribbelde buitenkant van elk stuk - geïnspireerd op de kringen die een steen maakt als hij in het water valt - konden in een gemechaniseerd persproces massaal worden geproduceerd. Het servies wordt vandaag nog steeds vervaardigd bij Iittala.' Gieter 766 (1955) 'Hedwig Bollhagens moeder hield haar dochter als klein meisje bezig met handwerk en het maken van sierlijk poppenhuisporselein. Het zou de Oost-Duitse keramiste sterk beïnvloeden in haar benadering van design. Als studente aan de technische hogeschool trok Bollhagen de aandacht van Dr. Herman Harkort, de eigenaar van de keramiekfabriek Velten-Vordamm. Hoewel ze nog maar twintig was, nam hij haar in dienst als supervisor van de verfafdeling, wat inhield dat ze toezicht moest houden op het werk van een honderdtal 'verfmeisjes'. In het interbellum legde Bollhagen zich toe op het maken van eenvoudige, betaalbare keramiek. In 1934 werd ze artistiek leider van het keramiekatelier van oud-Bauhaus-studente Margarete Heymann-Loebenstein, die naar Engeland vluchtte. Bollhagen weerstond pogingen van de nazi's om het bedrijf in te lijven. Haar 766 gieter valt op door de twee ergonomische inkepingen die het handvat vervingen. Bollhagen bleef bescheiden bij haar invloedrijke nalatenschap: ze omschreef haar creaties zelf als 'doodgewone potten'.' Modulair opbergsysteem Componibili (1967) 'Anna Castelli Ferrieri was in 1943 de eerste vrouw die als architect afstudeerde aan de Politecnico di Milano. Ze was medeorganisator van het Congrès Internationale d'Architecture Moderne (CIAM) in 1949 en werkte als redactrice voor het architectuur- en designtijdschrift Casabella. Daarna ging ze aan de slag bij de naoorlogse neorationalist Franco Albini - die ze bewonderend haar 'maestro' noemde - en zijn partner Franca Helg, nog een getalenteerde maar anonieme ontwerpster. In een tijd waarin haar mannelijke collega's de voorkeur gaven aan functionaliteit, geloofde Castelli Ferrieri dat mooie voorwerpen inherent nuttig waren. Samen met haar echtgenoot Giulio Castelli richtte ze het bekende meubelbedrijf Kartell op, waar ze ook designdirecteur werd. In die hoedanigheid speelde ze een belangrijke rol bij de aanwerving van innovatieve ontwerpers als Joe Colombo en de Castiglioni-broers. Veel van haar eigen stukken zijn nog steeds in productie, waaronder het populaire opbergsysteem Componibili, dat in 1967 op het Salone del Mobile werd gepresenteerd. Het was een van de eerste producten in gegoten kunststof, wat bijzonder vooruitstrevend was. Ook de in elkaar passende vorm van de modules, die stapelen extra gemakkelijk maakte, was zijn tijd vooruit.' Ketel (1925) 'Het talent van Marianne Brandt werd in het Bauhaus al snel opgemerkt, waardoor ze werd uitgenodigd in de door mannen gedomineerde metaalwerkplaats. Ondanks het feit dat ze als vrouw vaak onbeduidende taken kreeg, nam ze er uiteindelijk de leiding over. Ze produceerde er ook enkele van haar meest herkenbare en commercieel succesvolle ontwerpen. Haar verlichtingsarmaturen werden gebruikt in het door Walter Gropius ontworpen Bauhaus-gebouw in Dessau. Brandts industriële ontwerpen, die de principes van de nieuwe zakelijkheid verkenden, zijn een pure uitdrukking van hun functie. Haar gebruik van glanzend metaal en strenge geometrie was radicaal en is sindsdien de Bauhaus-esthetiek gaan bepalen. Een typisch voorbeeld is deze waterketel van zilver en ebbenhout, met heel functionele details. Zo moest het asymmetrisch deksel het druppelen van de ketel voorkomen. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog keerde Brandt terug naar haar geboortestad Chemnitz. Die beslissing hield haar in Oost-Duitsland gevangen, zonder kans om haar werk in de industriële vormgeving voort te zetten.' Staanlamp Gräshoppa (1947) 'Greta Grossman was bijzonder trots op de technische vaardigheden die ze had opgedaan in haar jeugd, toen ze in de leer was bij een meubelmaker. Grossman stond bekend om haar uitspraak dat het enige voordeel aan mannen hun fysieke kracht was. Ze studeerde aan de Stockholm School of Industrial Design en won bij haar afstuderen de Furniture Design Award van de Swedish Society of Industrial Design. Nadat ze in de jaren dertig een succesvolle designstudio in Stockholm had gerund, verkaste Grossman naar Los Angeles. Ze ging er aan de slag als interieurconsulente bij het warenhuis Barker Bros. en had daarnaast haar eigen studio op Rodeo Drive. Met haar ontwerpen wilde ze het functionele in de moderne woning integreren. Dat deed ze met stijlvol design waarin ze een opkomend Californisch modernisme combineerde met haar eigen geïmporteerde Scandinavische esthetiek. Haar Gräshoppa staanlamp, een driepoot van stalen buizen die een kegelvormige aluminium kap ondersteunt, is er een toonbeeld van. Haar unieke ontwerptaal trok beroemdheden uit die tijd aan. Ingrid Bergman, Greta Garbo en Frank Sinatra behoorden tot haar klanten.'