Theresa: Dat idee ontwikkelde zich al tijdens onze studies. We werkten veel samen en dat ging heel vlot en natuurlijk. Het is vrij uniek dat je als student al een partner vindt met dezelfde visie en mentaliteit.
...

Theresa: Dat idee ontwikkelde zich al tijdens onze studies. We werkten veel samen en dat ging heel vlot en natuurlijk. Het is vrij uniek dat je als student al een partner vindt met dezelfde visie en mentaliteit. Archibald: Tijdens stages bij andere studio's ontdekten we dat we allebei andere ideeën hadden over hoe design kan toegepast worden. We zagen onszelf dus niet meteen deel uitmaken van een groter designbedrijf, omdat we het op onze eigen manier wilden aanpakken. Ik denk dat het gemakkelijker is om, zoals wij, meteen na de studies de sprong te wagen als onafhankelijke designer. Na een tijd in loondienst moeten inboeten aan comfort en financiële zekerheid lijkt me vervelend. Niet dat onze aanpak simpel was, want we hadden geen cent (lacht). Theresa: We zijn van nul begonnen. Het enige netwerk dat je hebt na je studies bestaat uit mensen die je kennen als student. Je moet je nog bewijzen buiten die schoolcontext. Archibald: Het is een fulltime job om je eerste klanten te overtuigen van je kunnen. In het begin hadden we nog geen uitgebreid portfolio om te tonen, dus moesten we heel duidelijk communiceren over wat we precies wilden ontwikkelen en op welke manier. Hoewel we klanten moesten overtuigen om ons in te huren, vonden we het ook heel belangrijk om tegelijk aan onze eigen projecten te blijven werken. Je eigen identiteit kan je pas voor honderd procent in een project stoppen als je er onafhankelijk aan kunt werken. Om als jonge designstudio het hoofd boven water te kunnen houden, is het dus belangrijk om een goede balans te vinden tussen betaalde opdrachten en eigen concepten. Sommige eigen projecten kunnen op termijn hopelijk ook voor een klant worden uitgevoerd. Zo ontstaat er een synergie, wat heel interessant is. Archibald: Beiden zijn even belangrijk. Ons designproces is vrij lang en uitgebreid. Het start altijd met nadenken over de context en onderzoek doen naar de impact van een ontwerp. In het begin bestaat dat vooral uit het ontwarren van de informatie. We onderzoeken hoe alles gelinkt is aan elkaar en denken al na over wat er zal gebeuren met een product aan het einde van z'n leven. Theresa: Het hangt er ook vanaf hoe je functionaliteit definieert. De functie van een ontwerp kan ook het oplossen van een probleem zijn. In die zin is functionaliteit heel belangrijk voor ons. We zien het als onze taak om hulpmiddelen voor de samenleving te bedenken. Archibald: 'Common Sands' is een van onze persoonlijke projecten dat startte met onderzoek naar afvalstromen. We realiseerden ons dat er heel veel materialen in producten niet hergebruikt worden. Wanneer het product afgedankt wordt, gaan die materialen gewoon mee de vuilnisbelt op. In de meeste gevallen gaat het om virgin materie, grondstoffen uit onze natuur. Silicaten, die gemaakt worden van zand, zijn hier een voorbeeld van. Het is een heel interessant materiaal, want zand speelt een enorm belangrijke rol in technologische ontwikkelingen. Silicaten liggen op die manier mee aan de basis van onze door technologie gedreven maatschappij. Onze communicatie verloopt via glasvezelkabels en er zitten silicaten in onze huishoudelijke apparaten. Langs de andere kant is zand een erg banaal materiaal, dat je overal aan de kust vindt. Toen we onderzoek deden naar silicaten in keukentoestellen, ontdekten we dat ze niet gerecycleerd worden. Het recycleren van silicaten is dan ook geen simpel proces. Je kunt het materiaal niet zomaar naar je hand zetten en het heeft allerlei kleuren waar de glasindustrie niet in geïnteresseerd is. Toch is het jammer dat ze als afval beschouwd worden, terwijl sommige stukken silicaat eruitzien als een juweel. Met de hulp van wetenschappers hebben we een proces opgestart om van gerecycleerd silicaat nieuwe glazen objecten te maken. Ons onderzoek loopt nog voort, omdat we een productiewijze willen vinden die logisch is voor het Europa van vandaag. Dit werelddeel heeft een geschiedenis in het glasblazen, maar heel veel kennis is inmiddels verloren gegaan. We moeten dus op zoek naar manieren om het lokaal produceren van glas economisch rendabel te maken. Theresa: Ook voor ons project 'Out of the Woods' wilden we een oplossing zoeken voor een hedendaags probleem. Het startpunt was de huidige manier waarop er aan bosontginning wordt gedaan. Een bos wordt eigenlijk behandeld als een soort houtmijn: we planten gigantisch veel van dezelfde soort bomen in monocultuur en hakken ze na een tijd om, zodat we het hout kunnen verkopen. Alle andere delen van de boom worden niet gebruikt: de schors, naalden en bladeren hebben geen 'nut'. Het bos simpelweg als houtwinkel zien, vinden we jammer en bovendien schadelijk voor de biodiversiteit en het milieu. Genoeg redenen om op zoek te gaan naar alternatieven dus. Na onderzoek stootten we op de gebruiksmogelijkheden van pijnhars (ook bekend als colofonium), het sap van naaldbomen. In het verleden werden hier chemische componenten in gevonden, die later ook in petroleum werden aangetroffen. Pijnhars werd dan ook vaak gebruikt voor toepassingen zoals vinylplaten, make-up, de eerste soorten plastic, sterke dranken, etc. Inmiddels is de colofoniumhandel in Europa nagenoeg uitgestorven. Nochtans is het een boeiend materiaal, want je moet de bomen niet omhakken om de hars te oogsten. Archibald: We willen inspireren en andere opties om met bossen om te gaan tonen. Daarom hebben we verschillende producten gemaakt op basis van bosrestanten. Niet alleen met harsen, maar ook met naalden, bladeren en zaagmeel van industriële zagerijen gingen we aan de slag. We creëerden een materiaal dat het midden houdt tussen steen, hout en plastic. Wanneer je het warm maakt, wordt het buigzaam. Net zoals bij 'Common Sands' was het een heel avontuur om tot een bruikbaar materiaal te komen. Toch vonden we het de moeite om dit te onderzoeken, aangezien er een andere blik nodig is op hoe we omgaan met bossen. Theresa: We hebben een grote verantwoordelijkheid, die niet altijd wordt opgenomen. Jarenlang ging er van alles mis en werden er talloze verkeerde beslissingen genomen door designers. Archibald: Design was op een directe manier gelinkt aan de industrie. De discipline werd gezien als een hulpmiddel om meer producten op de wereld los te laten. Het was een vehikel om industrieel geproduceerde objecten aantrekkelijker te maken en mensen steeds meer te laten kopen. Op die manier werd design onderworpen aan de industrie. Maar gelukkig is dat aan het veranderen. Designscholen wijzen op onze verantwoordelijkheid en jonge designers zijn zich veel meer bewust van de impact die ze kunnen hebben. Design wordt steeds vaker gezien als een manier om verandering door te voeren en niet gewoon als een vak dat een bepaalde esthetiek kan uitdragen of vorm kan geven aan een product. Uiteraard blijft dat ook een onderdeel van design, maar onze taak reikt verder dan mooie dingen maken.Theresa: In Europa zijn we in een situatie verzeild geraakt waarin we amper nog vat hebben op hoe iets wordt geproduceerd. Wie maakt het product? Met welke materialen? Op welke manier? Als designers vragen we ons af hoe we die connectie opnieuw kunnen terugvinden. Archibald: Bewustwording bij consumenten zorgt er gelukkig voor dat meer bedrijven willen samenwerken met designers die terug betekenis geven aan producten. Vraag stuurt aanbod en de verandering is ingezet. Steeds meer klanten vragen echt naar producten die geen slechte impact hebben op het klimaat en die op een eerlijke manier worden geproduceerd. Natuurlijk moet je wel betaald worden voor je onderzoek, anders is het voor designers moeilijk om te overleven. Het kost tijd, maar voor ons is dit de enige manier waarop we aan design kunnen doen. Theresa: Je wil niet terug naar het verleden, dus moet je een nieuwe toekomst scheppen. Als we in Europa aan design willen blijven doen, moeten we het anders beginnen aanpakken. Archibald: Europese bedrijven zouden zich moeten onderscheiden van de markten waar alles snel en goedkoop gemaakt wordt. Dat is de enige manier waarop we kunnen concurreren. Designers kunnen ook helpen door de tools te ontwikkelen om de productie terug dichter bij huis te brengen. Denk maar aan 3D-printers: dat is een technologische ontwikkeling die ervoor zorgt dat je lokaal kunt produceren.Archibald: Dat komt en gaat (lacht). Theresa: Over het algemeen wel. Ik ben optimistisch omdat ik wil geloven dat de toekomst rooskleurig kan zijn als we de juiste richtingen blijven uitgaan. Ik zie heel veel mogelijkheden en manieren om te innoveren. Daarom apprecieer ik het ook om in dit tijdperk te leven. Archibald: Tijden van verandering zijn altijd spannend en uitdagend. We moeten de manier van aanpakken heruitvinden. De reden waarom ik aarzelde om volmondig 'ja' te antwoorden op de vraag of ik optimistisch ben, is het huidige politieke landschap. De leiders van nu hebben geen lef, maar kiezen voor kortetermijndoelstellingen. Ze lopen altijd achter de feiten aan. Theresa: Dat is enorm frustrerend. Het lijkt alsof ze geen besef hebben van wat er moet gebeuren om echte verandering te bewerkstelligen. Theresa: Ergens wel ja. Neem maar eens een object vast. Je hebt geen idee waar het vandaan komt, waar alle onderdelen gemaakt werden, welke materialen erin verwerkt zitten, wie het gemaakt heeft en in welke omstandigheden. Ik ben geen grote voorstander van eindeloos veel wetten, maar de huidige stand van zaken voldoet niet. Archibald: Soms zien we op beurzen nieuwe productlanceringen waarvan we denken 'wie heeft dit nodig?' Er worden nog steeds dingen geproduceerd die op geen enkele manier nuttig zijn. Sommige designers maken het erger in plaats van beter. Dan denk ik: stop! (lacht)Theresa: Daarom is het een goed idee dat designers samenwerken met politici. In Finland had je een interessant project, waarbij designers gevraagd werden om het schoolsysteem te herbekijken, samen met politici. Momenteel is het een van de beste schoolsystemen ter wereld. Wanneer mensen uit verschillende vakgebieden en met verschillende talenten samenwerken, komt daar vaak iets beters uit. De gebouwen kregen nieuwe ontwerpen en er werd nagedacht over welk waardeoordeel we leraars geven. In Finland hebben ze een hoog aanzien en worden ze goed betaald. Zo voelen ze zich gewaardeerd en verantwoordelijk om hun job als leraar heel goed te doen. Door deze samenwerking kwam men tot een systeem dat goed werkt en daar plukt men nu en in de toekomst de vruchten van. Theresa: We hebben heel veel aan de kennis van wetenschappers. In de toekomst hopen we dus vaker met hen samen te werken, maar we stoten soms op terughoudendheid. Archibald: Samenwerken met anderen is een van de leukste dingen aan onze job, maar soms ook een van de moeilijkste. We behoren niet tot de kringen van de wetenschappers, we spreken niet dezelfde taal en hanteren andere werktuigen. We moeten vaak uitleggen wie we zijn, wat we doen en waarom we dat doen. Er is geen historische link tussen wetenschappers en designers, dus het is nog nieuw en we moeten nog veel aftasten. Toch merk je dat de wetenschappers die we om hulp vragen er na verloop van tijd meer voor openstaan. Uiteindelijk houden ook zij een positief gevoel over aan de samenwerking en merken ze dat hun bijdrage echt nut heeft gehad. Theresa: Leren samenwerken lijkt ons iets wat al van kinds af aan kan meegegeven worden, in scholen. Wat als de verschillende disciplines al wat vaker overlappen tijdens de lessen? Dat zou kinderen en jongeren helpen in hun jobs later. Ook binnen onze eigen discipline is samenwerken belangrijk. We zouden bijvoorbeeld heel blij zijn als er meer uitwisseling zou zijn. Uiteindelijk is ons doel om minder afval te creëren. We zouden het dus fantastisch vinden als er meerdere ontwerpers zouden werken met silicaten om glazen objecten van te maken of met restanten uit het bos om producten mee te creëren. Wat hebben we eraan om dit voor ons te houden? We willen niet gewoon op ons eentje in ons atelier zitten sleutelen aan iets dat buiten de wereld staat. We willen echt in de maatschappij leven en werken.Archibald: Zo vinden we het ook belangrijk dat mensen onze designs kunnen verstaan en dat ze de maatschappij infiltreren. Het is niet ons doel om iets te maken dat enkel bestemd is voor de toplaag van de samenleving.Archibald: Met dat vraagstuk zijn we dagelijks bezig.Theresa: Het is, zoals in iedere relatie, een verhaal van vertrouwen. Alle partijen moeten elkaar leren kennen en op elkaar leren bouwen. Dat kost tijd en je moet de juiste balans vinden en je afvragen wat iedere partij wil bereiken. Wij willen bijvoorbeeld design maken dat een positieve impact heeft op grote schaal. Om die klus te klaren, willen we geen toegevingen doen op vlak van milieu of arbeidsomstandigheden. Wanneer we samenwerken met een groot bedrijf en zij stellen voor om ons design te laten produceren in China, in een fabriek waar niet transparant over gecommuniceerd wordt, is dat geen optie voor ons. Dat was immers niet de impact die we voor ogen hadden. De producten moeten dan ook nog eens verscheept worden naar Europa, terwijl je ook lokaal kunt produceren. Als designstudio zou je moeten kunnen vragen dat ze aan jouw voorwaarden produceren. Dat ligt gevoelig, maar we mogen niet opgeven. De verandering is in gang gezet. Archibald: Het was in ieder geval een rationele keuze. Tijdens onze studies en stages hebben we op verschillende plekken gewoond, zoals Wenen, Berlijn en Londen. We hebben kunnen proeven van de verschillende steden, maar ontdekten ook dat sommige locaties gewoon niet logisch waren om ons te settelen. Een studio opstarten in Londen zou betekenen dat we moesten starten met financiële problemen. Berlijn ligt dan weer heel oostelijk, wat voor design niet de beste locatie is. Brussel bevindt zich daarentegen erg centraal in Europa. Dat je hier betaalbare woningen vindt, is ook mooi meegenomen. Verder houden we van het internationale karakter en de interessante dynamiek van de Belgische hoofdstad en werden we positief verrast door de steun die we kregen van instituties zoals het MAD en lokale bedrijven. Theresa: Het is erg handig dat Brussel een politiek centrum is. Zeker nu we een residentie hebben in het MAD krijgen we kans om te spreken met politici en hen uit te leggen wat we willen bereiken. Archibald: Brussel is een soort van laboratorium voor verandering.Theresa: Het is ook een gekke plaats. Je hebt hier een absurde mix van verschillende soorten mensen, dat vind ik heel leuk. In Brussel krijg je het gevoel dat er nog plaats is om deel uit te maken van de stad en om te creëren. Het is geen volledig 'afgewerkte' stad en dat werkt heel inspirerend.