Ze wonen al meer dan twintig jaar in Antwerpen, maar hun tongval verraadt nog altijd duidelijk een andere herkomst. Aline Walther (43) komt uit Brussel, Keith Hioco (46) uit Oostende. Eerst waren ze gewoon medestudenten aan de Antwerpse Modeacademie, daarna kotgenoten. Eens de vonk officieel was overgeslagen en de eerste jobs in het vooruitzicht waren, vonden ze deze plek tussen het Te Boelaerpark en het vliegveld van Deurne. 'Het was oorspronkelijk een krantenwinkel met een eenmanskapperszaak in de achterkamer', vertelt Aline. 'We vielen als een blok voor de setting en het buitengewone licht dat hier de hele dag binnenvalt.'
...

Ze wonen al meer dan twintig jaar in Antwerpen, maar hun tongval verraadt nog altijd duidelijk een andere herkomst. Aline Walther (43) komt uit Brussel, Keith Hioco (46) uit Oostende. Eerst waren ze gewoon medestudenten aan de Antwerpse Modeacademie, daarna kotgenoten. Eens de vonk officieel was overgeslagen en de eerste jobs in het vooruitzicht waren, vonden ze deze plek tussen het Te Boelaerpark en het vliegveld van Deurne. 'Het was oorspronkelijk een krantenwinkel met een eenmanskapperszaak in de achterkamer', vertelt Aline. 'We vielen als een blok voor de setting en het buitengewone licht dat hier de hele dag binnenvalt.' Hier, aan de lange houten boerentafel, is het Belgische denimlabel Eat Dust ontstaan, het geesteskind van Keith en Nederlander Rob Harmsen. 'We leerden elkaar kennen bij Lee Jeans, waar hij instond voor de marketing', legt Keith uit. 'Heel lang hebben we daar niet samengewerkt - ik kon als ontwerper bij Raf Simons aan de slag - maar onze gedeelde passie voor motorfietsen en denim zorgde ervoor dat we elkaar bleven zien.' Vijf jaar lang bleef het idee om een eigen merk te lanceren hét gespreksonderwerp bij een pint. Tot in 2010. 'Een project liep af voor Rob. Het was het moment om te springen.' Intussen zijn de paar denim broeken en vesten uitgegroeid tot een volwaardige collectie, te koop in een honderdtal verkooppunten in 46 landen, en kreeg het label ook een zustercollectie: Girls of Dust. Van de mannencollectie zijn rockgoden Dan Auerbach van The Black Keys, Jesse Hughes van Eagles of Death Metal en Josh Homme van Queens of the Stone Age al trouwe fans, net als The Walking Dead-acteur Norman Reedus. De lijst is eindeloos. De ruimte waar oorspronkelijk kranten en tijdschriften werden verkocht, ziet er intussen opnieuw helemaal anders uit. De motorfietsen en de luide rockmuziek van Keith zijn verhuisd naar de showroom van Eat Dust in een oude hangar in de buurt van Park Spoor Noord. 'Het was een echte mancave. Ik heb er meer een atelier van gemaakt. Witte muren, veel licht, een bibliotheek vol inspiratie en een plek om wat potjes te draaien', vertelt Aline over haar keramiekhoek, waar ze haar uitlaatklep vond als freelancer. Als ontwerpster werkte ze achtereenvolgens voor Essentiel, Pluto on the Moon, Le Fabuleux Marcel de Bruxelles, de luxe knitwearcollectie MUS, en samen met Véronique Leroy, Bruno Pieters en Calvin Klein. Die laatste job liet ze geleidelijk aan varen om een paar maanden geleden voltijds voor Girls of Dust te werken. 'Girls of Dust is een losstaand label, met een eigen identiteit. We doen niet aan uniseks. De Eat Dust-fans hadden geen zin om tijdens een optreden een griet in identiek dezelfde outfit te zien lopen. Keith en ik ook niet. We dragen alles zelf en het laatste wat we willen is er als broer en zus uitzien. De mannenlijn draait rond skate- & subculture, de vrouwen zijn eerder strak en minimal. In tegenstelling tot ons interieur', lacht ze. 'Dat is redelijk druk.' De eerste verdieping van het sixtieshuis - waar zich de leefruimte, een dakterras, de keuken en de slaapkamer bevinden - hebben Keith en Aline vijftien jaar geleden volledig ontmanteld. De linoleum werd gestript, de dekvloer gepolierd en afgewerkt met graffiti-vernis. Muren werden afgebroken en deuren verplaatst. 'Gezien de beperkte oppervlakte moest alles heel functioneel benaderd worden. We wisten heel goed wat voor een berg spullen we achteraf zouden verzamelen', lacht Aline. 'De keuken heb ik volledig zelf uitgetekend in multiplex en Corian, een hightech oppervlaktemateriaal. Ze doet me daardoor denken aan een Japans ruimteschip.' Vinylplaten, boeken en televisie zijn verstopt achter een houten schuifwand die net als het bad in de slaapkamer - volledig in Swedish porn-sfeer, volgens Aline - door architecte Laurence Bernaert is ontworpen. 'Elk stuk dat hier staat, hebben we samen gekocht. Met uitzondering van de bank, die ik voor 28 euro in de kringloopwinkel vond en daarna liet overtrekken. De rest vonden we bij Michael Marcy of Ivonne. Of hebben we gekregen. Zoals van Raf (Simons, red.) toen hij verhuisde', herinnert Aline zich. De kunstwerken zijn gemaakt door vrienden van over de hele wereld. 'Het is belangrijk om in hen te investeren', vindt Keith. 'Dust draait niet alleen om Rob, Aline en mij. Het draait ook om hen, want zonder hen zouden Dust noch Girls of Dust kunnen bestaan.' 'Het heeft jaren geduurd tot we dit konden doen', vult Aline aan. 'Onze agenda's matchten niet, vaak kruisten we elkaar enkel op vlieghavens. Nu zijn we volgens de norm nog altijd veel weg, maar wel samen.' 'Dus voelt het nooit echt aan als werk', meent Keith. Aline proest het uit: 'Dat weet ik nog zo niet. Freelancen is creatief heel uitdagend, maar voor jezelf werken nog een stuk uitdagender. Het punt is dat we vandaag heel erg op elkaar zijn aangewezen. En dat doen we goed.'