Zelden zag ik een interieur dat spontaan zo'n glimlach op mijn gezicht toverde als dit appartement. Verwondering en bewondering duiken geregeld op, gezonde jaloezie ook, dat geef ik toe. Maar de onbezorgdheid, de vrijheid en het plezier die bij het kunstenaarskoppel Matthieu Ronsse en Louise Delanghe van de muren spatten, gingen meteen naar mijn hart.
...

Zelden zag ik een interieur dat spontaan zo'n glimlach op mijn gezicht toverde als dit appartement. Verwondering en bewondering duiken geregeld op, gezonde jaloezie ook, dat geef ik toe. Maar de onbezorgdheid, de vrijheid en het plezier die bij het kunstenaarskoppel Matthieu Ronsse en Louise Delanghe van de muren spatten, gingen meteen naar mijn hart. Helaas kan ik er al niet meer naartoe. Daarvoor is het paar te nomadisch ingesteld. De afgelopen twee jaar woonden ze in Berlijn en op allerlei plaatsen in Oost-Vlaanderen. In appartementen, soms niet groter dan een luciferdoos, een modernistische villa, een boot, schuur of halve ruïne. 'Ik heb altijd graag in situ gewerkt en op ruilbasis', zo verklaart Matthieu Ronsse het vele verhuizen. 'Verzamelaars die interesse tonen in mijn werk kunnen op die manier een specifiek werk bemachtigen, terwijl ik me volledig op mijn creatieproces kan focussen. Zo doen we allebei iets waarin we goed zijn', glimlacht hij. Zijn tactiek leidde hem intussen naar de meest uiteenlopende plaatsen. Een appartement, veertien hoog, in een van de woontorens aan het Gentse Spinmolenplein, bijvoorbeeld. Naast het Groenevalleipark, met zicht op de gevangenismuren van de Nieuwewandeling. 'Het maakte deel uit van de vastgoedportefeuille van een makelaar. De bejaarde bewoonster was net overleden. We mochten de gemeubileerde plek een paar maanden bewonen in ruil voor een aantal kunstwerken.' Omdat ze geen blijf wisten met de meubelen, werden die in één kamer opgestapeld tot aan het plafond. Met uitzondering van een antieke wandklok. 'Die stoorde me zo erg dat ik 'm omdraaide. Hij kreeg plots een symbolische betekenis, alsof de tijd gestraft werd.' Een witte leren sofa werd doormidden gezaagd, gordijnen en lampen werden deel van hun creatieproces. Al viel dat niet altijd binnen het verwachtingspatroon van de eigenaars. 'Uiteraard is dat niet met kwade bedoelingen. Soms maak je keuzes die essentieel zijn om een situatie leefbaar te houden. Je zit dan in een bepaalde creatieroes. Dan kan er weleens iets sneuvelen. De meubelen voelden belegen aan, we maakten ze weer fleurig en levenslustig.' Beschouwen ze hun interieur dan als een installatie? 'Eigenlijk wel', antwoorden ze in koor. 'Al was er geen vooropgesteld concept,' gaat Louise verder, 'je leeft met elkaar als persoon, maar ook met elkaars werk. De ene keer voegt Matthieu iets toe, de andere keer doe ik dat. Zet twee kunstenaars samen in een appartement en dan merk je dat er toch een bepaalde compositie ontstaat.' Het interieur draait dan ook, op een paar meubelstukken van Poul Kjærholm, Pastoe, Cees Braakman en Christophe Gevers na, volledig om kunst. Voornamelijk eigen werk, maar ook van Karel Thienpont, Simon Lynen, Dieter Durinck en andere vrienden van wie ze het werk bewonderen. 'Een woning kan een bepaalde structuur en aankleding hebben, maar uiteindelijk is het datgene wat je genoeg koestert om aan de muren te hangen dat je thuis maakt. De context kan veranderen, maar de kunstwerken zijn essentieel', vertelt Louise. 'Het maakt me daarom ook echt niet uit waar ik woon. Ik kom net zo goed tot rust in een aftandse schuur onder een pastel fleecedeken waarop een buldog prijkt, als in een villa met dure designmeubelen.' Enkele maanden later slaat de onrust opnieuw toe en krijgt het koppel zin om nieuwe horizonten te verkennen. 'Het werkt inspirerend om zo vaak te verhuizen. Het haalt je uit je comfortzone. Je wordt als het ware verplicht om telkens weer een staat van jezelf op te maken. Net zoals je vol ideeën voor een leeg doek of blad staat', vindt Matthieu. Voor Louise voelt ieder nieuw begin als een emotionele reiniging. 'Op een bepaald moment is je werk gewoon volbracht, en dan is het tijd om te bewegen. Ik heb dan ook geen probleem om alles in te pakken en weg te wezen.' Al is 'alles' voor interpretatie vatbaar. De rode sneaker van Ann Demeulemeester, die Matthieu als miskoop ooit aan de muur vastniette, bleef gewoon hangen in het appartement. De tweede liet hij achter in de kast. Een verrassende vondst voor de volgende bewoners, die wellicht nooit van enige kunstinstallatie in hun appartement zullen gehoord hebben. Daar, op de veertiende verdieping van een woontoren met zicht op een gevangenis.