Eigenlijk staat ze niet graag in de belangstelling. Anne Lacaton benadrukt dat ze haar carrière niet alleen heeft opgebouwd: sinds het prille begin, bijna dertig jaar geleden, werkt ze samen met Jean-Philippe Vassal, die ze ontmoette tijdens haar studie aan de Bordeaux School of Architecture, waar ze in 1980 afstudeerde. Sindsdien zoeken ze samen voortdurend naar vernieuwende oplossingen om aangename woonruimte te creëren die in harmonie is met de omgeving.
...

Eigenlijk staat ze niet graag in de belangstelling. Anne Lacaton benadrukt dat ze haar carrière niet alleen heeft opgebouwd: sinds het prille begin, bijna dertig jaar geleden, werkt ze samen met Jean-Philippe Vassal, die ze ontmoette tijdens haar studie aan de Bordeaux School of Architecture, waar ze in 1980 afstudeerde. Sindsdien zoeken ze samen voortdurend naar vernieuwende oplossingen om aangename woonruimte te creëren die in harmonie is met de omgeving. Verwacht van dit Franse duo geen mooi gepolijste gebouwen, integendeel. Hun werk lijkt voor niet-ingewijden soms zelfs veeleer banaal. En toch is elk van hun gebouwen perfect in harmonie met de tijdgeest. Vorig jaar werd het team bekroond met de Mies van der Rohe Europese Architectuurprijs voor een wooncomplex in Bordeaux (ontworpen samen met Frédéric Druot en Christophe Hutin). Het bijzondere van dit project is dat het om een renovatie gaat die werd uitgevoerd zonder dat de bewoners hoefden te verhuizen. Betonnen platen werden als een tweede huid voor de bestaande gevels geplaatst. Door deze uitbreiding kregen de bewoners meteen ook een wintertuinterras. Op die manier werden de woningen groter en had iedereen een plek tussen binnen en buiten. Tot grote vreugde van deze pioniers van duurzame ontwikkeling, die groen begonnen te denken lang voor dat het leitmotiv van alle ontwerpers werd. We ontmoetten Anne Lacaton in het begin van het jaar, toen ze in Brussel was om een lezing te geven in het kader van Lunch with an Architect. Brussel is haar niet onbekend: ze werkte er al aan een theoretische studie over het behoud van de Brunfauttoren in Molenbeek, een emblematisch gebouw aan het kanaal, waarvan ze uiteraard vindt dat het bewaard moet blijven. En ook recenter: ze werkt aan de transformatie van tachtig woningen in de Peterboswijk in Anderlecht, samen met de Belgische studio 51N4E. Dat dossier is gebaseerd op de principes die ook in Bordeaux zijn toegepast. Jullie waren zowat de eersten die nadachten over groene architectuur. Waarom kozen jullie die weg? 'Toen we ons eerste huis bouwden, in 1990, dacht men nog niet na over passiefbouw. Maar we waren er op school al in geïnteresseerd, omdat er al sinds halfweg de jaren zeventig onderzoek naar werd gedaan. Vooral in Californië, maar ook in Duitsland, bijvoorbeeld met Frei Otto. We waren er toen al van overtuigd dat daar de oplossing lag voor veel problemen. Ook al werkten we in het begin erg intuïtief. Architectuur was altijd al verbonden met het klimaat, maar we zagen dat gebouwen zich vaak van de natuur afsloten, vooral door isolatie. Alsof omgaan met het klimaat betekende dat je je moest afsnijden van wat de natuur te bieden heeft. We zijn er altijd van overtuigd geweest dat we juist het tegenovergestelde moeten doen.' Destijds waren de technieken nog niet wat ze nu zijn. Hoe zijn jullie geëvolueerd? 'Vandaag is het groene denken vooral gericht op isolatie, technologie, zonnepanelen... Een arsenaal dat ons in staat stelt om minder energie te verbruiken, maar dat gebaseerd is op het principe dat de gebruiker passief is, dat hij bijvoorbeeld de ramen niet opent. Het bioklimaat dat wij verdedigen is anders. Wij willen kijken hoe een gebouw op een natuurlijke manier kan functioneren zonder ingewikkelde mechanismen aan te wenden, maar door transparante oppervlakken te creëren, of zonwering, thermische gordijnen en dergelijke die je kunt openen of sluiten wanneer het je uitkomt. Een systeem waarin de bewoner wel actief is. Daarom hebben we ons vanaf het begin gebaseerd op het principe van de tuinbouwkassen, simpelweg omdat er veel van deze kassen waren in de regio waar we hebben gestudeerd, in Bordeaux. We luisterden naar de boeren en begrepen al snel dat die modules lowtech zijn, maar dat ze een geweldige manier zijn om efficiënt met de zon en de lucht te spelen.' Kassen gebruiken om woningen te bouwen is een nogal gedurfd idee. 'Al snel bleek dat het prima werkte voor eengezinswoningen, maar dat het moeilijker was voor grotere projecten. In 2005 kregen we een klant die veertien woningen in de arbeiderswijk in Mulhouse wilde bouwen. Hij had de ambitie om de socialewoningbouw anders aan te pakken en verder te gaan dan de norm. We stelden voor om met een groot volume te werken op twee niveaus: een betonnen platform op drie meter boven de grond, dat de benedenverdieping vormt, en daarboven rijen van nauwelijks verbeterde landbouwkassen. Vervolgens hebben we dat volume, een beetje zoals een grote loft, verdeeld in veertien ruimten. We zorgden ervoor dat alle woningen een dubbele oriëntatie en twee niveaus hadden. Ons doel was een verdubbeling van het gebruiksoppervlak ten opzichte van traditionele woningen. Zo kregen we voor dezelfde bouwkosten een vierkamerunit van 180m2 in plaats van de gebruikelijke 100m2. We hebben ook met de klant overlegd, zodat de huurprijs niet verhoogd hoefde te worden.' Vandaag passen jullie dezelfde bioklimatologische concepten toe op grotere projecten, door bestaande appartementencomplexen met wintertuinen te annexeren, zoals in Bordeaux. Hoe werkt dat? 'Een serre is een volume dat alleen door de zon wordt verwarmd. Dit overdekte terras, dat in de winter kan worden afgesloten, creëert een bufferzone tussen binnen en buiten. Deze bufferzone wordt op natuurlijke wijze voorverwarmd waardoor je dus bespaart op de verwarming van de binnenruimte, die wordt afgesloten met kozijnen met dubbele beglazing. Deze serre biedt de bewoners ook ruimte op de begane grond, die ze zich eigen kunnen maken. Bewoners gaan er verrassend creatief mee om. De effectiviteit van deze methode is bewezen, maar het blijft iets niet-alledaags. Daarom moeten we meer studies ontwikkelen om te discussiëren met overheden.' Ecologische architectuur neemt almaar meer vormen aan, zoals bijvoorbeeld de verticale tuinen. Hoe zien jullie deze groene ideeën? 'Deze gebouwen of ecowijken zijn bedoeld om groen te zijn, ook al zijn ze vaak gebouwd op terreinen waar alles is gesloopt en de bomen zijn gekapt. Ecologie is een houding en een aanpak die heel vroeg begint. Het is een mentaliteit die je voelt gedurende het hele proces. Het is geen promopraatje op het eind, als alles af is. We kunnen gebouwen maken die prettig zijn om in te wonen, zeer efficiënt vanuit ecologisch standpunt en tegelijk zeer eenvoudig. Je hoeft ze niet per se groen aan te kleden en te roepen dat ze groen zijn.' Is het ecologische propaganda? 'Zo ver zou ik niet willen gaan, maar het is in ieder geval een beetje schone schijn. Niet erg duurzaam, helaas.' Naast je visie op bioklimaat is generositeit een rode draad in je werk. 'We hebben altijd al nagedacht over wat het beste is voor de bewoners. Ons eerste project was voor een familie van arbeiders en als jonge architecten wilden we absoluut beter doen dan de standaardcataloguswoningen. We vonden het onaanvaardbaar dat we ons om economische redenen altijd moesten beperken. Voor ons is het bewoonbare minimum een begrip dat niet zou moeten bestaan. We begonnen na te denken over afmetingen en uitzicht. Dat arbeidershuis is bijna dertig jaar oud en het koppel woont er nog steeds.' Die generositeit staat in contrast met het stedelijk beleid dat zweert bij ruimtebesparing. 'Grotere woningen waren twintig jaar geleden aanvaardbaarder dan nu, omdat almaar meer gefocust wordt op de prijs van de grond. Toch hebben we veel studies gedaan die aantonen dat ruimte besparen niet tegenstrijdig hoeft te zijn met fijn wonen. We moeten vooral goed nadenken wat op de begane grond wordt gebouwd en creatief omgaan met de hoogte. We moeten dit geval per geval bekijken, op elk terrein en zeker geen algemene regels volgen.' Je pleit er ook voor om de bestaande gebouwen niet af te breken, zoals de grote Parijse sociale woonwijken. 'Waarom zou je altijd iets nieuws moeten bouwen? Laat ons nieuwsgierig en bescheiden blijven en kijken hoe panden gebouwd zijn en wat de troeven zijn. De meeste bestaande gebouwen zijn waardevol. Afbreken is een aanslag op de ecologie. Het afval en de verspilling die daarmee gepaard gaan worden nooit gecompenseerd, zelfs niet als het nieuwe gebouw ecologisch gezien het meest deugdelijke gebouw is. De grote woonwijken, die in bijna alle grote steden van Europa te vinden zijn, bieden een ongelooflijk potentieel voor transformatie en creatie. We gaan ervan uit dat die gebouwen na vijftig jaar nog niet aan het eind van hun leven zijn. Ze zijn vaak vervallen, maar vormen geen gevaar voor de mensen. De akoestiek is niet goed, vaak kan er ook veel verbeterd worden aan de verwarming, maar dat kunnen we allemaal aanpakken, net als de kwaliteit van het interieur. Je moet uitgaan van wat je al in handen hebt.' Maar is het niet moeilijk om steden coherent te houden, als je deze 'fouten' uit het verleden moet integreren? 'De stad bestaat uit een veelvoud van lagen in de geschiedenis. Als je oude centra ziet, krijg je de indruk dat er een soort samenhang en uniformiteit is, maar in werkelijkheid zijn er veel verschillen. Een stad bestaat uit variatie. Het is niet zo dat wanneer we het bestaande vernietigen om iets nieuws te maken, we automatisch meer coherentie creëren. Bovendien zie ik geen enkele reden om al dit woonerfgoed als een fout te kwalificeren. Dat zou getuigen van weinig respect. We kunnen zien wat er mis is en verbeteringen vinden, maar met behoud van het goede. Dat is ook het werk van de architect en de uitdaging van de architectuur van nu.' Wat is de rol van de architect? 'Hij moet heel dicht bij het dagelijkse leven staan. Je moet iederéén aanspreken. Architectuur is altijd een onafscheidelijke combinatie van tegenstellingen: streng en vrij, zuinig en gul, technisch en poëtisch.' Hoe kan de architectuur evolueren? 'We denken altijd dat de toekomst gedurfder zal zijn, vernieuwender ook. Maar de toekomst is nu, er is geen reden om te wachten om iets te maken of uit te vinden.'