De Franse socioloog Henri Lefebvre had bijzondere aandacht voor onze relatie tot de ruimte. In La production de l'espace, dat hij in 1974 publiceerde, redeneerde hij dat iedere samenleving haar eigen ruimte creëert. Als een gemeenschap niet zelf vorm kan geven aan haar eigen ruimte, kan ze volgens hem ook niet rekenen op sociale erkenning. In hun studie Social Geographies of Race volgen de Amerikaanse onderzoekers Brooke Neely en Michelle Samura een gelijkaardige gedachte: de manier waarop we onze steden, dorpen en zelfs kantoren inrichten, kan bestaande ongelijkheden versterken. Meer nog, het kan zelfs ongelijkheid creëren. Denk maar aan straatnamen, standbeelden en kunst en waar die zich bevinden. Zaken die bij de Black Lives Matter-protesten ook in vraag werden gesteld. Met andere woorden: de toegankelijkheid en beleving van de ruimte is onlosmakelijk verbonden met culturele diversiteit.
...

De Franse socioloog Henri Lefebvre had bijzondere aandacht voor onze relatie tot de ruimte. In La production de l'espace, dat hij in 1974 publiceerde, redeneerde hij dat iedere samenleving haar eigen ruimte creëert. Als een gemeenschap niet zelf vorm kan geven aan haar eigen ruimte, kan ze volgens hem ook niet rekenen op sociale erkenning. In hun studie Social Geographies of Race volgen de Amerikaanse onderzoekers Brooke Neely en Michelle Samura een gelijkaardige gedachte: de manier waarop we onze steden, dorpen en zelfs kantoren inrichten, kan bestaande ongelijkheden versterken. Meer nog, het kan zelfs ongelijkheid creëren. Denk maar aan straatnamen, standbeelden en kunst en waar die zich bevinden. Zaken die bij de Black Lives Matter-protesten ook in vraag werden gesteld. Met andere woorden: de toegankelijkheid en beleving van de ruimte is onlosmakelijk verbonden met culturele diversiteit. Architecten zijn cruciale spelers in het vormgeven van onze omgeving. Een poule architecten van diverse achtergronden kan dus bijdragen aan een meer inclusieve ruimte. Maar precies daar loopt het mis. In de Verenigde Staten is slechts twee procent van de bevoegde architecten zwart, terwijl de minderheid 13 procent van de Amerikaanse bevolking uitmaakt. In België, waar een op de drie inwoners een migratieachtergrond heeft, houdt de Orde van Architecten voorlopig nog geen cijfers over diversiteit bij, maar het gebrek aan kleur in het vak is merkbaar: 'Zonder exacte cijfers is het moeilijk om het probleem concreet te maken, maar als je kijkt naar Belgische architectenbureaus waarvan de oprichter migratieroots heeft, kun je die bijna op een hand tellen', zegt Sylvie Bruyninckx. Zij is architect-oprichter van VIVA Architecture en ondervoorzitter van de Beroepsvereniging voor Architecten (BVA). Vanwaar dan die ondervertegenwoordiging? 'Wie zijn studie architectuur en twee jaar stage afrondt, schrijft zich bij ons in. Alle Belgische architecten stromen dus rechtstreeks door uit het architectuuronderwijs', zegt Hans Vanden Driessche, communicatieverantwoordelijke voor de Vlaamse Raad van de Orde van Architecten. Een gebrek aan diversiteit onder Belgische architecten begint dus al in het onderwijs. In de architectuuropleidingen van de Universiteit Antwerpen en aan de KU Leuven in het algemeen, heeft minder dan 16 procent van de studenten een migratieachtergrond. 'Dat is nog steeds geen afspiegeling van de maatschappij', vindt ook UAntwerpen-woordvoerder Peter De Meyer. De Brusselse campussen van Sint-Lucas (KU Leuven) en La CambreHorta (ULB) doen het op dat vlak beter, wat niet geheel verrassend is: volgens recente cijfers van het Belgische statistiekbureau Statbel, hebben in Brussel drie op de vier inwoners migratieroots, in Wallonië gaat het om een op de drie en in Vlaanderen net iets minder, een op de vier. De gewestelijke verschillen lijken wel weerspiegeld, maar dat maakt het plaatje nog niet zo divers als het moet zijn. Een gebrek aan representatie is hierin een belangrijke drempel: wie zich niet in de studierichting herkent, denkt er allicht ook niet aan. 'Het helpt dat Brussel de wereld in miniatuurvorm is', zegt Pablo Lhoas, decaan van de faculteit Architectuur van de ULB. 'Onze hoofdstad is divers en kosmopolitisch en dat voedt de verscheidenheid onder onze studenten. Maar dat alleen is niet voldoende. Ik geloof ook sterk dat onze specifieke aandacht voor diversiteit dat stimuleert', vindt Lhoas. 'We hebben een diversiteitsmedewerker, werken met buitenlandse experten en hebben verschillende internationale samenwerkingen met projecten in onder andere Congo. In de opleiding laten we studenten veel in groep werken, zodat ze originele perspectieven vanuit hun verschillende achtergronden kunnen delen. We hebben ook al workshops georganiseerd voor leerlingen van het atheneum. Stereotiepe hangjongeren. Toch zagen we daar meteen een interessante uitwisseling van ideeën. Die jongeren konden zich plots voorstellen ooit naar de universiteit te gaan.' l'Université des Enfants, een initiatief van de vzw ULB Engagée, zet dat idee voort. Wekelijks brengt de universiteit kinderen van zes tot twaalf jaar samen om creatief en ludiek rond een vraag te werken: 'Hoe drijft een boot?', 'Waar gaan meteorieten heen?', 'Hoe blijft mijn huis recht?' De ambitie is om kinderen van diverse socio-economische achtergronden kennis te helpen vergaren, maar ook kennis te laten maken met de universiteit zelf. 'Wij zijn erg gemotiveerd en geëngageerd. Het initiatief is er. De kinderen nemen deel. Nu is het aan de proffen om misschien wat meer vragen rond architectuur te introduceren', zegt Sophie Roizard, die ULB Engagée coördineert. Ook in de VS richten initiatieven zich tot kinderen om dat gebrek aan representatie in de architectuur weg te werken. The Hip Hop Architecture Camp® nodigt jongeren uit om door de lens van de hiphopcultuur te leren over architectuur, stadsplanning, creatieve ruimte en economische ontwikkeling. Samen met activisten, architecten, ontwerpers en artiesten gaan ze een week lang aan de slag om hun ideeën voor hun gemeenschap uit te werken in maquettes en muziek. De organisatie 400 FORWARD introduceert het beroep bij Afro-Amerikaanse meisjes via mentoren en financiële hulp. Een noodzaak in de VS, waar de betaalbaarheid en daarmee de toegang tot het onderwijs een grote hindernis vormt. België kent natuurlijk niet die torenhoge inschrijvingsgelden die studenten in the land of the free tot leningen drijven. Toch kan ook hier het financiële aspect van een architectuurstudie potentiële studenten parten spelen: 'De studiekost in Ontwerpwetenschappen ligt vaak een stuk hoger dan in andere faculteiten. Studenten moeten heel wat materiaal aankopen', weet De Meyer. Daarom biedt de UAntwerpen naast ruimtelijke steun met studie- en maakplekken, ook financiële hulp. Niet alleen studenten kunnen met financiële problemen worstelen, ook het onderwijs kan meer middelen gebruiken om diversiteit te stimuleren. Zo wijst Lhoas op de Europese en regionale financiering: 'Brussel mag dan wel meer Belgen met een migratieachtergrond tellen, meer studenten aantrekken betekent niet noodzakelijk meer middelen voor de school. Bovendien zal de universiteit zich niet snel openstellen voor internationale, niet-EU-studenten. De financierbare studenten zijn de Europese. Wie daarbuiten valt, kost ons, cru gezegd, geld. Dat ligt helaas aan het systeem.' In de Belgische kunstwereld willen Magali Elali en Kevin Kotahunyi jongeren engageren door hun respectieve initiatieven The Constant Now en Please Add Color samen te brengen in een creatief platform. Zo stellen ze een voorbeeld op het vlak van diversiteit waar de architectuur alleen maar van kan leren. 'Het creatief bureau Keen, dat ik samen met mijn partner Bart Kiggen leid, beschikt over een galerieruimte die we verhuren', vertelt Elali. 'De kunstenaars die bij ons aankloppen om te exposeren zijn altijd wit. Dat wilden we graag anders zien. Daarom nodigen we nu ook kunstenaars en verzamelaars van kleur uit. Om een accuraat beeld van onze samenleving te tonen. Om eindelijk te kunnen zeggen: we vinden ze wél!' 'Tijdens mijn studie deed ik onderzoek naar mensen van kleur in het kunstonderwijs', treedt Kotahunyi haar bij. 'Het gebrek aan diversiteit is daar flagrant. Er wordt veel over gepraat, veel awareness gecreëerd, maar er is een tekort aan actie. Niemand gaat het voor ons doen, bedacht ik toen. Met Please Add Color neem ik zelf het heft in handen.' De samenwerking met Elali was een logisch vervolg. De voorstelling The Kids are Alright - Pt. 1 die van 13 tot 30 mei in Keen, Antwerpen zal lopen, is slechts de eerste in een lange reeks van het duo. 'Het is dubbel. Het talent is er, maar tegelijk durven jongeren niet van een leven in de kunst te dromen, omdat ze zichzelf er niet in terugvinden. The kids are alright, ja, maar het kan ook een vraag zijn', zegt Kotahunyi. 'Representatie is ontzettend belangrijk,' voegt Elali toe, 'daarom willen we jongeren een platform bieden om visueel naar buiten te kunnen treden. Zodat ze zelf de vertegenwoordiging kunnen zijn die ze willen zien. We belichten ook het commerciële aspect: kunst verkoopt, daar zit ook een toekomst in.' Het platform is een uitnodiging tot gesprekken en samenwerking, meent Elali, iets wat zich niet tot de kunstwereld beperkt. Volgens Kotahunyi is een organische evolutie naar meer diversiteit het ideaal: 'We lanceren dit niet met een bepaald probleem of antwoord voor ogen. We bieden een veilige haven voor jongeren en dat opent de mogelijkheid om door hun lens potentiële problemen te ontdekken. Dan kunnen we gaan nadenken over wat beter kan.' Want diversiteit gaat niet alleen over cijfers. Hoe minderheden de omgeving ervaren is eveneens van belang. Zo telt het Goldsmiths College van de University of London 45 procent BAME-studenten (een Britse demografische categorie voor zwarte, Aziatische en etnische minderheden, red.). Uit onderzoek blijkt niet alleen dat 26 procent van de ondervraagden er een of andere vorm van racisme ervaart, maar ook dat de curricula geenszins rekening houden met de diverse achtergrond van de studenten. Het curriculum speelt nochtans een cruciale rol op het vlak van diversiteit in het onderwijs. Zo moeten verschillende wereldbeelden worden voorgesteld die de eurocentrische visie die we zo gewend zijn, in perspectief kunnen plaatsen. In de opleidingen van de KU Leuven weerklinkt diversiteit volgens Nathalie Vackier, coördinator studentenondersteuning voor de faculteit Architectuur, vaak in de behandelde thema's: 'Omgaan met interculturaliteit is verweven in onze leerlijnen.' Aan de UAntwerpen wordt via colleges, gastlezingen en studiereizen op diversiteit ingezet, zegt De Meyer. 'Een universiteit bepaalt zelf hoe zij haar programma invult', vat Lhoas het samen. Hij stelde pas een les op over het overmatige eurocentrisme in de geschiedenis van de architectuur. 'Het lessenpakket van het secundair onderwijs aanpassen is een ander verhaal. Die verantwoordelijkheid ligt bij de regionale overheden.' Toch moet daar al naar meer diversiteit worden toegewerkt, vindt Lhoas. 'We moeten af van het hiërarchisch denken en dat begint al in het secundair onderwijs. Daar ligt de nadruk te veel op wiskunde, terwijl filosofie, kunst en meer technische aspecten vergeten worden. Een kind dat technisch begaafd is, moet ook kunnen dromen van een carrière als architect', meent hij. 'We moeten de universiteit ontheiligen. De architect is geen bourgeois, maar iemand die de handen uit de mouwen steekt. Een manusje-van-alles die bij een project rekening kan houden met de samenleving, de omgeving, sociale, culturele, geschiedkundige aspecten en zo veel meer. Net daarom moet de opleiding voor iedereen toegankelijk zijn.' De cijfers om de ware omvang van het diversiteitsprobleem in de Belgische architectuur aan te kaarten en aan te pakken, ontbreken voorlopig. Maar over één ding is iedereen het eens: diversiteit in architectuur is onmisbaar. 'Doorgaans kiezen architecten het beroep niet omwille van mogelijke financiële zekerheid. Het draait meer om een bijdrage aan het collectief belang. Het gaat om sociale acties, zichzelf nuttig maken', aldus Lhoas. 'Daar is diversiteit dan ook zo waardevol: het biedt kleur, andere inzichten, andere vragen.' Zo meent Bruyninckx het ook: 'We hebben baat bij een blik die de blanke, westerse aanpak uitbreidt. Het is onze taak als architecten om maatschappelijke meerwaarde te creëren, maar hoe kan dat zonder waardige representatie van die maatschappij onder onze architecten?'