Een buitenbeentje in de modernistische architectuur, poëet van de perfectie, werelderfgoedwaardig. Dat zijn de termen die vallen wanneer kenners het werk van Axel Ghyssaert omschrijven. Toch werd zijn naam tijdens zijn loopbaan nooit zo bekend als die van andere Belgische modernistische architecten als Renaat Braem of Willy Van Der Meeren. Dat is bijzonder jammer. Tussen 1960 en 1995 bouwde de West-Vlaamse Ghyssaert een reeks uitzonderlijke woningen en publieke gebouwen van internationale allure die het verdienen om veel bekender te zijn bij het grote publiek. Dat vonden ook de makers van De Modernisten, een nieuwe negendelige videoreeks voor Klara waarin VRT-reporter Vincent Verelst de privéwoningen bezoekt van de belangrijkste Belgische modernistische architecten. Aflevering twee is gewijd aan Axel Ghyssaert, die wordt geboren in 1933, als oudste zoon in een gezin van vijf kinderen. Op zijn vijfentwintigste studeert hij af als architect en meteen ontwikkelt hij een eigen unieke stijl, waarmee hij al snel enkele belangrijke prijzen wint. In en rond zijn woonplaats in Brugge, waar hij een lokale beroemdheid is, voltooit Ghyssaert tussen 1960 en 1975 een dertigtal woningen voor particulieren die ultramodernistisch en puur zijn. Ieder huis is ontworpen op maat van de opdrachtgever en het resultaat is nooit bedoeld om aandacht te trekken of te provoceren. Dat verklaart deels waarom Axel Ghyssaert nooit de grote naamsbekendheid verwerft die hij wel verdient. De man doet niet aan spektakelarchitectuur. Hij bedenkt gebouwen waar je twee keer naar moet kijken om de genialiteit ervan te zien. Een huis van Ghyssaert oogt bijzonder eenvoudig op plan, maar de verrassing ligt telkens in de beleving van de ruimtes en het samenspel tussen de architectuur en de omgeving.
...

Een buitenbeentje in de modernistische architectuur, poëet van de perfectie, werelderfgoedwaardig. Dat zijn de termen die vallen wanneer kenners het werk van Axel Ghyssaert omschrijven. Toch werd zijn naam tijdens zijn loopbaan nooit zo bekend als die van andere Belgische modernistische architecten als Renaat Braem of Willy Van Der Meeren. Dat is bijzonder jammer. Tussen 1960 en 1995 bouwde de West-Vlaamse Ghyssaert een reeks uitzonderlijke woningen en publieke gebouwen van internationale allure die het verdienen om veel bekender te zijn bij het grote publiek. Dat vonden ook de makers van De Modernisten, een nieuwe negendelige videoreeks voor Klara waarin VRT-reporter Vincent Verelst de privéwoningen bezoekt van de belangrijkste Belgische modernistische architecten. Aflevering twee is gewijd aan Axel Ghyssaert, die wordt geboren in 1933, als oudste zoon in een gezin van vijf kinderen. Op zijn vijfentwintigste studeert hij af als architect en meteen ontwikkelt hij een eigen unieke stijl, waarmee hij al snel enkele belangrijke prijzen wint. In en rond zijn woonplaats in Brugge, waar hij een lokale beroemdheid is, voltooit Ghyssaert tussen 1960 en 1975 een dertigtal woningen voor particulieren die ultramodernistisch en puur zijn. Ieder huis is ontworpen op maat van de opdrachtgever en het resultaat is nooit bedoeld om aandacht te trekken of te provoceren. Dat verklaart deels waarom Axel Ghyssaert nooit de grote naamsbekendheid verwerft die hij wel verdient. De man doet niet aan spektakelarchitectuur. Hij bedenkt gebouwen waar je twee keer naar moet kijken om de genialiteit ervan te zien. Een huis van Ghyssaert oogt bijzonder eenvoudig op plan, maar de verrassing ligt telkens in de beleving van de ruimtes en het samenspel tussen de architectuur en de omgeving. Met zijn allereerste huis, woning Naessens in Zedelgem, wint Ghyssaert in 1963 meteen de prestigieuze Van de Ven-prijs. 'Het is nochtans een zeer eenvoudige woning met een sober en compact plan', zegt Ghyssaert wanneer we hem opzoeken in Brugge. 'Een vrijstaande woning met betonskelet op palen, een plat dak, grote ramen en witte bakstenen muren. Ik vermoedde wel dat ik kans maakte om te winnen. (lacht) Toch was die prijs een grote steun aan het begin van mijn carrière.' Om de filosofie van een architect te begrijpen, is het vaak interessant om naar zijn eigen architectenwoning te kijken. Axel Ghyssaert bouwt die van hem in 1967. Op een vuilnisbelt in Sint-Kruis, deelgemeente van Brugge. 'De locatie van je bouwplek is heel belangrijk', zegt Ghyssaert. 'Als je een goede omgeving uitkiest, heb je een extra element om mee te spelen en krijg je een veel sterker eindresultaat. Toen ik jong was, woonden we tijdens de oorlog even in een klein kasteeltje tussen indrukwekkende oude bomen waar ik uren tussen de struiken kon zitten observeren. Daar heb ik de schoonheid van de natuur leren appreciëren. Toen ik dit stort vond, zag ik meteen potentieel in het terrein errond, met zijn uitgestrekte weiden vol knotwilgen en verre uitzichten over de bossen. Het terrein lag ook lager dan de straat, op een hoogtepeil waar ik vijvers kon aanleggen. De parktuin rond mijn woning, bijna zeven hectare groot, heb ik net als het huis zelf ontworpen. Ik plantte onder meer bomen die al twintig jaar oud waren. Ik vond het belangrijk dat je aan het park niet zou zien dat het aangelegd was, en dat ik het domein zelf kon onderhouden, zonder tuinman.' Het huis zelf bestaat uit een groot metaalskelet met zes polyesterkoepels die kunnen openschuiven. Als het dak van 162 vierkante meter boven de binnenruimte helemaal openrolt, komen zowel zwembad als de eettafel in de openlucht te liggen. Anders gezegd: de woning die Ghyssaert voor zichzelf, zijn vrouw Marie-Anne De Meulemeester en hun twee kinderen ontwierp, is uniek en geniaal. De architectuur vormt één geheel met de omringende natuur. Er zijn geen grenzen tussen binnen en buiten. 'Als het dak openstond, werden we soms verrast door laag overvliegende wilde Canadese ganzen, of Australische zwanen, de grote vrienden van mijn vrouw', zegt Ghyssaert. 'Ze streken neer op het wateroppervlak van de vijver, die de metalen structuur van het huis weerspiegelde.' In de woonruimte met lichtkoepels staat een grote ronde eettafel, die Ghyssaert zelf ontwierp. De tafel is gemaakt uit hetzelfde hout als de vloer. 'Alles in mijn woning vormt één geheel, maar de eettafel is de ziel van je huis. Waar mensen samen eten, moet je de mooiste sfeer creëren. Er kunnen zestien mensen rond mijn tafel en het binnendeel van het meubel kan ronddraaien en bevat ook een fontein. De juiste meubelen kiezen voor je huis vind ik even belangrijk als de juiste locatie. In de living, die langs drie kanten omgeven is door ramen, bevindt zich dan weer een open haard met rookkap in glas tot aan het plafond, die als een kampvuur in de natuur lijkt te liggen.' In 1988 schrijft designkenner Moniek Bucquoye in Knack Weekend: 'Het respect voor een woning kan zo aangrijpend zijn dat je geneigd bent de stem te dempen. In een huis overkomt je dat gevoel niet dikwijls, wel in de woning van architect Axel Ghyssaert.' Ghyssaert en zijn vrouw, die straks 93 jaar wordt, wonen al een tijd niet meer in hun woning, die door de nieuwe eigenaar gerestaureerd werd. 'De restauratie is redelijk goed gebeurd, maar het huis verdient het om designmeubelen te hebben', zegt Ghyssaert. 'Momenteel staan er kopieën in, wat in zo'n woning minder goed past.' Dat hij van een vuilnisbelt een uitzonderlijk stukje erfgoed wist te maken, merkte Ghyssaert doorheen de jaren aan de verschillende aanvragen die hij kreeg om zijn huis te gebruiken als decor voor films, videoclips, modeshoots of recepties. Een keer kreeg hij zelfs de vraag om een exacte kopie te bouwen van het huis. 'Ik probeerde de geïnteresseerde man te laten inzien dat hij mij niet is, en ik liever iets bouwde dat volledig op zijn maat was', zegt Ghyssaert. 'Maar hij wou absoluut dezelfde woning, ook al had hij niet zo'n prachtig landschap rond zijn bouwgrond. Toen ik de opdracht weigerde, heeft hij een andere architect ingeschakeld om het huis min of meer na te bouwen.' Alle projecten die Axel Ghyssaert in zijn loopbaan realiseert, worden getypeerd door een enorme zuiverheid. Hij streeft naar de perfecte verhoudingen, lijnen en volumes, met een strakke en sobere vormentaal, zonder overbodige versieringen of afleiding. In de woorden van zijn vrouw Marie-Anne: 'De gebouwen van Axel bevatten geen enkele fout.' In zijn eigen woorden: 'Als een architect een project ontwerpt dat langs de ene kant fantastisch oogt, maar langs de andere kant minder, dan is het gebouw naar mijn gevoel niet helemaal in evenwicht.' Dat betekent niet dat Ghyssaert zijn puristische visie opdrong aan zijn klanten. 'Integendeel,' zegt hij, 'nog voor ik aan het tekenen ga, is het ontzettend belangrijk om de bewoners van het gebouw uitgebreid te leren kennen. Voor ik een gevangenis, een school, woon-zorgcentrum of woning begin te ontwerpen, wil ik weten hoe de gebruikers leven en wat ze nodig hebben. Elk gebouw heeft een ander programma. Als architect moet je ook een beetje psycholoog zijn.' Neem nu het penitentiair complex in Brugge van 72.000 vierkante meter, waar 750 gevangenen kunnen verblijven. 'Toen mij eind jaren zeventig gevraagd werd die gevangenis te ontwerpen, heb ik eerst een nieuw terrein gezocht, van 20 hectare, omdat het terrein dat justitie gekozen had niet optimaal was', zegt Ghyssaert. 'Het lag ingesloten, terwijl een gevangenis goed bereikbaar moet zijn. Vervolgens is ook je materiaalkeuze van groot belang. In een gebouw waar mensen wonen, moet je niet met beton beginnen. Maar in een school, zoals de openluchtklassen De Linde die ik in 1981 in Sint-Kruis mocht bouwen, kan beton dan weer wel goed werken. De leerlingen van de school vinden het vandaag blijkbaar nog altijd een fantastisch gebouw.' We shape our buildings, thereafter they shape us. Het zijn woorden van de Britse premier Winston Churchill. Vrij vertaald: een gebouw is in de eerste plaats het resultaat van de ideeën van een architect, maar vervolgens, wanneer er in het gebouw geleefd wordt, beïnvloedt de architectuur het leven van de bewoners. Zelf probeert Ghyssaert via zijn architectuur altijd een boodschap mee te geven aan de bewoners, een aanwijzing hoe zij hun leven zouden kunnen inrichten. 'Maar dat betekent nog niet dat de bewoners met het huis doen wat jij ervan verwacht', zegt hij. 'Neem nu woning Van Leynseele in Sint-Michiels die ik in 1965 realiseerde, voor een gezin met zes kinderen. De woning ligt verscholen in het groen. Vanop straat zie je enkel twee driehoekige, hellende daken. Naar de straatkant toe lijkt de woning gesloten, pas als je binnentreedt, zie je dat ze langs binnen helemaal open is om optimaal van de natuur te genieten. De architectuur is vandaag, onder een nieuwe eigenaar, nog altijd dezelfde, maar in het interieur zit bijvoorbeeld een grote rode kastdeur. Mocht ik daar wonen, zou ik alles zwart schilderen. Een woning met veel glas, verscholen in de natuur, vraagt om een zwart-witte inrichting zodat de groene tinten van de omgeving goed uitkomen. Met rode accenten dring je de woning op aan de natuur, terwijl de mens discreet moet blijven tegenover de natuur. Ik heb een goed contact met de bewoners en durf hun zeker mijn gedacht te zeggen. Niet om hun smaak af te breken, maar om hen nog meer van het huis te laten genieten. Ik blijf het moeilijk vinden, zelfs op mijn leeftijd, dat er in alle huizen die ik ontwierp soms interieurkeuzes worden gemaakt door de eigenaars die verschillen van wat ik zelf zou doen. Ik blijf me verbonden voelen met alle woningen die ik gerealiseerd heb. Er zit overal een stuk van mezelf in. Mocht het kunnen, dan had ik alle woningen het liefst voor mezelf gehouden.' (lacht)Het is een geluk voor Axel Ghyssaert dat hij zijn loopbaan kon uitbouwen in een tijdperk waarin een architect nog voornamelijk bezig kon zijn met creëren, niet met jezelf verkopen via sociale media of op andere manieren. 'In de laatste jaren van mijn carrière werd het een gewoonte om een architect een project te beloven, waar uiteindelijk niets van in huis kwam. Zelfs als ik een contract had met een opdrachtgever, bleken er altijd wel kleine lettertjes in te staan waardoor hij er last minute nog onderuit kon. Het resultaat is dat ik veel projecten waar ik op rekende niet heb kunnen uitwerken, waardoor ik financieel krap kwam te zitten.' Na een zoveelste project dat niet doorgaat, worden Axel Ghyssaert en zijn vrouw Marie-Anne De Meulemeester in 2007 verplicht om hun eigen woning in Sint-Kruis te verkopen, na er veertig jaar te hebben gewoond. 'Dat was enorm triest en zeer moeilijk', zegt Ghyssaert. 'Het huis is toen verkocht aan een Nederlander die er zijn buitenverblijf van maakte, maar de man had geen gevoel voor architectuur en zijn kleinkinderen maakten veel kapot. Vandaag is het huis in handen van een jonge man die mij om de een of andere reden niet wil kennen. Dat begrijp ik niet, maar ik mag mij er niet ziek in maken. Je moet vooruit. Ik vernam een tijd geleden ook dat de opdrachtgevers van mijn allereerste woning, meneer Naessens en zijn echtgenote, hun huis dertien jaar geleden verkocht hebben. Als ik dat geweten had, had ik het zelf gekocht om er oud in te worden. Helaas word je als architect niet opgebeld als je werk te koop staat. En ik heb er niet aan gedacht om zelf contact te houden met de eigenaars. Ik had mijn opdrachtgevers misschien duidelijker moeten maken dat ik altijd ter beschikking blijf als ze de woning betrekken, voor gratis advies of steun.' Ook al woont Ghyssaert vandaag in Assebroek in een appartement dat hij niet zelf ontwierp, toch heeft hij het interieur volledig naar zijn hand gezet en blikt hij met een warm hart terug op zijn loopbaan. 'Ik ben blij met alle gebouwen die ik mocht maken, en dat ik me nooit heb laten verleiden om de aanpassingen door te voeren die mensen in eerste instantie soms wilden. Ik heb altijd de tijd genomen om hun uit te leggen wat hun woning zo perfect maakte, zonder hun verlangens te negeren. Ik ben ook heel trots op alle niet-gerealiseerde projecten die ik heb getekend, omdat ik er evenzeer mijn visie in kwijt kon.' Aan de videoreeks De Modernisten van Klara werkte ook Jos Vandenbreeden mee, erfgoedarchitect en medeoprichter van het Sint-Lukasarchief, waar de belangrijkste plannen van onze Belgische woningen worden bewaard. Volgens hem verdient het werk van Axel Ghyssaert de titel van werelderfgoed. 'Dat zou ik zelf nooit durven verlangen,' zegt Ghyssaert, 'maar het zou fantastisch zijn als ik dat nog zou mogen meemaken.'