In veel landen huist het parlement in een ivoren toren. Niet in Zweden, het Riksdagshuset heeft in Stockholm een eigen eiland ter beschikking. Dat voorrecht heeft zelfs de koning niet, één brug verderop moet hij Gamla Stan delen met restaurants, cafés en souvenirwinkels. Het hele jaar door slenteren hier toeristen over de kasseitjes, op koopjesjacht, op selfietoer of in het spoor van een gids naar Storgorget. Op dat ansichtpleintje moet je zijn voor het Nobelmuseum, maar de toeristen hebben vooral oog voor de terrassen en de kleurrijke gevels. Het ossenbloedrode en gele duo moet het vaakst gefotografeerde straatbeeld van Zweden zijn.
...

In veel landen huist het parlement in een ivoren toren. Niet in Zweden, het Riksdagshuset heeft in Stockholm een eigen eiland ter beschikking. Dat voorrecht heeft zelfs de koning niet, één brug verderop moet hij Gamla Stan delen met restaurants, cafés en souvenirwinkels. Het hele jaar door slenteren hier toeristen over de kasseitjes, op koopjesjacht, op selfietoer of in het spoor van een gids naar Storgorget. Op dat ansichtpleintje moet je zijn voor het Nobelmuseum, maar de toeristen hebben vooral oog voor de terrassen en de kleurrijke gevels. Het ossenbloedrode en gele duo moet het vaakst gefotografeerde straatbeeld van Zweden zijn. Net als zijn Scandinavische buren Oslo en Helsinki heeft Stockholm een assortiment eilanden in de aanbieding. De stad zelf heeft er veertien, maar haar scherenkust telt er bijna dertigduizend. Evenveel puzzelstukken van ongelijke grootte die niet ineen te klikken zijn. Bruggen en ferryboten zorgen voor de samenhang van de Archipelago. Sommige deeltjes zijn net groot genoeg om er met één voet op te balanceren, andere hebben eigen bewoners en tradities. Maar vooral: veel houten vakantiehuisjes, want een beetje Zweed is verliefd op zijn stuga. En op zijn boot. Dat hebben we geweten na de eerste fietsdag door de Archipelago. Vanuit ons hotel op de kade van Vaxholm kijken we op het drukke haventje met zeilers, zodiacs, waterscooters,taxiboten en ferry's. Auto's zijn op Runmarö niet echt verboden, maar de eilandbewoners geven de voorkeur aan de traditionele flakmoped, een driewieler met sputterende tweetaktmotor. Op de kade komt een jongeman naar onze fietsen kijken. Nee, van de Archipelago-fietsroute van Active Scandinavia heeft hij nog nooit gehoord. Hij woont in Uppsala, maar komt hier elk jaar op vakantie: ' Back to the roots, back to nature, daar zijn Zweden echt aan verknocht. We logeren hier in het vakantiehuisje van mijn oma, afwassen doen we buiten in een kuipje, een toilet met spoeling is er niet.' Nee, een kluizenaar voelt hij zich zeker niet. 'Ooit zat ik als student zes maanden in Utrecht. Toen ik terugkwam, moest ik weer wennen aan de stilte. Het leek alsof iedereen zich voor mij had verstopt.' Ik ga op zoek naar de oude dorpsschool van het eiland, ik heb gelezen dat er een museumpje is ingericht. Maar als ik de voordeur open, bots ik op een nerveuze zeventigjarige met een antiek musketgeweer. 'Ja, er is een museum, maar nu niet. Of toch, het is er wel, maar het is gesloten, want we moeten repeteren voor vanavond.' Ze lijkt geërgerd omdat ik niet weet dat het hele dorp hier straks de première komt bijwonen van Rysshärjningarna 1719, letterlijk De Russische inval. In dat jaar plunderden troepen van de tsaar de eilanden en de kusten, dat was nog de vriendelijkste manier van Peter de Grote om Zweden op de knieën te krijgen. We laten de dorpelingen van Runmarö ongestoord hun driehonderd jaar oude trauma verwerken en fietsen verder. Achteraf horen we dat het museum niet veel meer bevat dan de huisraad van een overleden visser. Tijd voor een echt museum. De weg naar Artipelag is on-Zweeds druk voor fietsers, maar het museum is die harde noot waard. Voor de ingang ligt een hert roerloos op een steen. Het lijkt er achteloos gedeponeerd, vannacht aangereden misschien. Of als offer aan de kunstgoden. De meeste bezoekers lopen in een wijde boog om het bronzen kadaver van Berlinde De Bruyckere, de dag is te zonnig voor zo'n brok dierenleed. Het museum voor actuele kunst is een privé-initiatief van een Zweedse industrieel. Het gebouw gaat op in het rotsige landschap boven de baai. Behalve met een vaste beeldencollectie pakt Artipelag ook uit met tijdelijke tentoonstellingen. Maar de meeste bezoekers komen voor het beeldenpark en een wandeling op de promenade, een knuppelpad rond de baai. Bij Ainsa IV, de glimmende 'letterman' van Jaume Plensa die over het water staart, combineren Zweedse gezinnen hun cultuuruitstap met een duik in de Baltische Zee. De tocht van Active Scandinavia gaat verder langs kustpaden en dwars door het Tattby Naturreservat naar een van de merkwaardigste plekken in de buurt van Stockholm, Skogskyrkogården. Letterlijk is dat 'boskerkhof', zeg maar de Zweedse versie van Père-Lachaise. Tijdens het interbellum won de jonge Gunnar Asplund de architectuurwedstrijd voor een begraafplaats en crematorium met een ontwerp dat het bos intact liet. Funeraire architectuur is hier niet te vinden, alle zerkjes staan klein en bescheiden tussen de hoge naaldbomen. Dat unieke samenspel van architectuur en landschap werd in 1994 opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Wie thuis is in het wereldje van Zweedse beroemdheden kan hier veel namen afvinken. Het graf van Greta Garbo is makkelijk te vinden, dj en muziekproducent Avicii houdt zich schuil onder zijn officiële naam, Tim Bergling. Vandaag is Skogskyrkogården vooral een oase van koelte. We parkeren de fietsen aan de vier piramiden van groen hout en koper. Iets verderop, in de brandende zon, staan de modernistische kapel met haar zuilenrij en het gigantische kruis, tegenover het meditatieheuveltje met twaalf iepen. Zweeds design voor grootse stilte . Nog meer Unesco, nog meer grootsheid, maar dan wel Chinees van design. In de achttiende eeuw was het rijke deel van Europa in de ban van de chinoiseriehype. Koning Frederik wist dus dat hij zou scoren met zijn verjaardagscadeau voor de koningin: in het kasteelpark van zomerresidentie Drottningholm had hij in het grootste geheim een Chinees paviljoen laten bouwen. Net als op Gamla Stan moet de koning hier toeristenstromen dulden. Een boot vol fototoestellen maakt een slome bocht net voor de kasteeltrappen. Leunt hij achterover bij de fika, dan kan hij zo de flitslichtjes tellen. Fika is les één van de Zweedse inburgering: de koffiepauze. In veel bedrijven is dat moment van socializing zelfs verplicht. De stamboom-Zweed neemt een kanelbullar bij de koffie, maar wie niet dol is op kaneelbroodjes kan ook een ander taartje bestellen. Of kan bezwijken onder de keuzestress in Taxinge Slott aan het Mälarmeer, dat moet zowat het fika-epicentrum zijn. Ruim zestig soorten versgebakken taart wachten er op de zoetekauwen. En die verschijnen massaal uit het niets, als wespen op een carré confiture. Vreemd is dat, want dit kakslottet (taartenkasteel) staat in the middle of nowhere, kilometers in het rond zijn er alleen korenvelden en bossen. Echte kenners van de Zweedse film zullen dit kasteel meteen associëren met Kreten en gefluister. Toen Ingmar Bergman Taxinge ontdekte, schrapte hij alle gereserveerde studiodagen. 'Dit landhuis is ideaal, alsof ik het zelf had ontworpen', zei hij in alle bescheidenheid. Op weg naar Mariefred krijgen we een concert van een stel supporters, twee kraanvogels staan in een weiland een duet te trompetten. En met een lage V-formatie heten ganzen ons luidruchtig welkom in het stadje. Even dacht ik zelfs dat Nils Holgersson meereisde op de ganzenrug. Hoe Zweeds kan een stadje worden? Mariefred is een ansichtkaart met rode huizen aan het Mälarmeer, met op een schiereilandje het eeuwenoude bakstenen Gripsholmkasteel. Ons bedje is gespreid in het Värdshus, een erfgoedhotel .Door sparren- en berkenbos en langs de oever van het Klämmingenmeer zetten we koers naar Järna. Het decor nodigt uit tot zwijgen en genieten. Daar hebben de meeuwen geen boodschap aan, groot en klein wieken ze schel krijsend over de waterspiegel. Järna is een Zweeds buitenbeentje, hier vind je de hoogste concentratie antroposofen van Europa. In en om het Kulturhuset is er plaats voor een hotel, restaurant, een Weleda-apotheek, een eigen ziekenhuis, een ecobank, scholen, meditatieruimte, landbouw en cultuur. Helaas is de Skyspace van lichtkunstenaar James Turrell gesloten. Alle gebouwen volgen de regels van Rudolf Steiner: organische materialen, geen rechte hoeken, veel licht en een opvallend kleurgebruik. Sympathiek, maar de antroposofen moeten dringend een oplossing zoeken voor hun afvalverwerking. De verbrandingsoven, net buiten het domein, walmt wolken die Greta Thunberg niet wil zien. We keren terug noordwaarts, richting Stockholm, met nog een laatste tussenstop in het pittoreske havenstadje Trosa. In het Tullgarn's Naturreservat passeren we een granietblok met runentekens. Dit exemplaar (voor kenners: de SÖ 34) is een grafsteen van ruim duizend jaar geleden. Runenlezers ontcijferden deze boodschap: ' Styrlög en Holm hieven stenen op voor hun broers, het dichtst bij de weg. Ze stierven in de oostelijke weg, Torkel en Styrbjörn, goede jagers.' Zweden telt nog meer dan tweeduizend zulke Vikingsouvenirs, tijdens de kerstening van Scandinavië zijn er nochtans veel vernietigd. De twee lussen van Active Scandinavia ( Island-hopping around Stockholm en Cycle through Swedish history) zitten erop, maar ook in Stockholm zelf is de fiets de ideale partner. Je peddelt ermee door de hippe wijk SoFo boven Fotografiska, het fotografiemuseum in het oude douanekantoor. En je doorkruist er makkelijk eilanden mee: over de brug met de gouden kroontjes naar het Moderna Museet op Skeppsholmen, of naar Djurgården. Ooit was dat een koninklijk jachtgebied, je vindt er ook veel restanten van de Stockholmsutstallningen uit 1897. De tweede industriële revolutie veroverde toen Zweden met een Wereldtentoonstelling voor kunst en techniek, al bleek 'de wereld' niet groter dan de Zweedse provincies. Van de openingsplechtigheid vind je zelfs twaalf minuten op YouTube. Het Nordic Museum is na de expo gebleven, net als Skansen (dierentuin en openluchtmuseum). Later kwamen er almaar musea bij, en niet de minste. Het Vasa Museet toont de imposante driemaster die in 1628 voor het eerst de haven verliet, prompt kapseisde en zonk. Dat was een staaltje van koninklijke hoogmoed. Gustav II wilde absoluut veel geschut aan boord, hij liet uiteindelijk zoveel kanonnen monteren dat het peperdure schip geen evenwicht kon houden. Ook gekapseisd, maar niet zo prompt: Abba. Vanaf 1973 lanceerden Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid de ene wereldhit na de andere. De band overleefde twee echtscheidingen, maar strandde dan toch in 1983. Dertig jaar later opende op Djurgården het Abbamuseum, uit alle windstreken komen de fans nog altijd vrolijk meezingen .Tijd voor het mooiste gebouw van Stockholm, en dan heb ik het niet over het koninklijk paleis. Ook al deed Nicodemus Tessin de Jonge nog zo zijn best. Aan het eind van de zeventiende eeuw tekende hij een perfect symmetrisch optrekje voor de koning en de koningin, ze kregen elk een vleugel, met exact evenveel kamers van dezelfde afmeting. Minder saai, maar zoveel mooier is de Stadsbibliotheek van Gunnar Asplund (dezelfde Asplund van de begraafplaats in het bos). Met haar eenvoudige opbouw - een 24 meter hoge cilinder in een rechthoek - straalt de bibliotheek tijdloze klasse uit. Een lange trap leidt van het straatgeroezemoes naar de verheven stilte der letteren. In de rotonde wachten drie verdiepingen boeken, die staan er als toeschouwers in een arena. Centraal hangt de prachtige luchter die het glasbedrijf Orrefors cadeau deed aan de stad. Ook al kun je geen letter Zweeds lezen, deze bib is een must. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er in het neutrale Zweden tijd en geld om een nieuw stadhuis te bouwen in Stockholm. Architect Östberg zat nog met zijn hoofd in Firenze en ontwierp een palazzo met twee piazza's. Pas tijdens de bouw wilde hij toegeven dat een open piazza niet zo praktisch is in Noord-Europa. Een van de twee kreeg daarom een overkapping en heet sindsdien de Blauwe Hal, ook al zie je alleen rode baksteen. Hier tafelen elk jaar de 1300 genodigden tijdens het Nobelbanket. Elke gast heeft 57 centimeter tafelruimte, de royals en de Nobelprijswinnaars zitten met 62 centimeter iets ruimer. Voor de obers is 10 december een stressdag, in amper acht minuten moet iedereen bediend zijn, maar met elk bord en iedere fles moeten ze telkens de hoge trappen op en af. Het protocol is strikt en heilig, maar op 10 december 2020 bleef de Blauwe Hal leeg - jawel, Covid-19. Maar de kamer met het spectaculairste verhaal is Het Ovaal, met de eeuwenoude wandtapijten uit het Franse Beauvais. In deze kleine ruimte worden elke zaterdagmiddag zestig huwelijken bezegeld. Het blijkt een populaire plek voor het jawoord, de koppels staan minstens zes maanden op een wachtlijst. Dan kunnen ze kiezen uit twee formules: de uitgebreide procedure of de standaardversie, die duren respectievelijk 3 minuten of 35 seconden. En denk eraan: om bloemblaadjes of rijst te gooien is al helemaal geen tijd.