Als je zestien bent, wil je niet langer met je ouders op vakantie. Je stopt je slippers en je zwembroek in je rugzak en gaat met vrienden kamperen in het zuiden van Frankrijk. Met wat spaarcenten, aangevuld met een beetje zakgeld, betaal je de Eurolines-bus en je verblijf - voor de alcohol wordt ter plekke een pot gemaakt. Pa en ma zijn van de eerste tot de laatste dag ongerust. Zo gaat het daarna enkele jaren: de tieners gooien alle remmen los tijdens de zomervakantie, ze hebben avontuurtjes, ze feesten de hele nacht door en worden wakker met enorme katers. En dan worden ze weer een stukje ouder. Ze krijgen een lief en willen reizen. Dus gaan ze naar Barcelona, Italië of Lissabon. Hun ouders bedenken met spijt dat een reis met de kinderen er niet meer in zit. Maar ze maken zich geen zorgen meer, ze begrijpen dat hun zoon of dochter bezig is een volwassene met verantwoordelijkheids-gevoel te worden, die ooit zelf kinderen zal krijgen.
...