Eerst een eerlijke dienstmededeling. Ik surf in Oostende, ik overnacht er soms aan de duinen in mijn camper, dame blanche en pannenkoeken zijn mijn lievelingsdesserts en mijn vader woont in een appartement aan de Mercator. Als ik ooit de lotto win, koop ik hier een tweede verblijf. Op de zeedijk, uiteraard. Objectief kun je dit verhaal dus niet noemen, maar misschien hoeft dat ook niet.
...

Eerst een eerlijke dienstmededeling. Ik surf in Oostende, ik overnacht er soms aan de duinen in mijn camper, dame blanche en pannenkoeken zijn mijn lievelingsdesserts en mijn vader woont in een appartement aan de Mercator. Als ik ooit de lotto win, koop ik hier een tweede verblijf. Op de zeedijk, uiteraard. Objectief kun je dit verhaal dus niet noemen, maar misschien hoeft dat ook niet. Iets wat niemand zal betwisten, is dat Oostende beweegt en vernieuwt. Het zit al jaren op een schip richting toekomstland. Om het met een cliché te zeggen: er waait een nieuwe wind. Zo stevig zelfs dat alle hondenpoep is weggewaaid. Een sterke factor in Oostende is de toeristische dienst, zeg maar de windmachine van de stad. Aan het hoofd van Toerisme Oostende staat al meer dan twintig jaar dezelfde man, Peter Craeymeersch. Hij en zijn team hebben de voorbije jaren fantastisch werk geleverd, het mag gezegd worden.Een stad vooruitstuwen, dat doe je natuurlijk niet zomaar door de zeedijk op te poetsen. De stad schreef een nieuw kustverhaal, eentje dat vroeger begint en later eindigt. Hoe verleg je een klassiek zomerseizoen? Door bezoekers redenen te geven om ook daarbuiten richting kust te rijden. Via evenementen, bijvoorbeeld. Zo zijn het Theater Aan Zee, Film Festival Oostende, streetartparcours The Crystal Ship en Winter in het Park een gigantisch succes: het laatste haalde 600.000 bezoekers, dat is nooit eerder gezien in de badstad. Nergens in Vlaanderen trekt een cultuurcentrum zoveel volk als De Grote Post. Het voormalige RTT-gebouw is een ontwerp uit 1947 van de Gentse modernistische architect Gaston Eysselinck. Toen het in 2012 na een jarenlange renovatie opnieuw opende, bleek het meteen een hit. B-architecten uit Antwerpen koppelde naadloos een nieuwbouw aan het oude monument, terwijl de lokettenzaal prachtig in zijn oude glorie werd hersteld. Het CultuurCafé - waar je iets kunt eten of drinken - zit elke dag goed vol. In de foyer komen studenten hun broodjes opsmikkelen en ook de programmatie zit goed. Als je één adres in Oostende niet mag overslaan, dan is het wel De Grote Post. Na de zee, natuurlijk. Vandaag is het eerste weekend van februari. Het vriest min 2 graden, gekruid met een aantrekkelijke mix van ijzel en regen. En toch zit het hotel waar ik logeer, Upstairs, stampvol. Het maakt niet uit of het buiten stormt: een beetje zout op je huid kan nooit kwaad. Het nieuwe Upstairs Hotel heette vroeger The Royal Astor. Het werd opgekocht door Xavier Vercaemst, die met zijn C-Hotels nog enkele hotels in Oostende uitbaat. De gevel werd volledig in het zwart geschilderd en een grote U trekt de aandacht. Als je binnenkomt, waan je je in New York. In de lobby staan een pingpong- en kickertafel, en zoeven kinderen (en volwassenen) van een gele glijbaan. In de kamers hangen boksballen en neon slogans. Dat Oostende een voorloper is, blijkt ook uit de Brexit die het jaren geleden al eigenhandig uitvoerde. Is het je misschien al opgevallen dat er nauwelijks nog bejaarde Britten in de stad rondlopen? Vroeger kwam 20 procent van het toerisme via de ferry van de overkant. Vandaag is dat aantal teruggedrongen naar 4 procent, onder meer door de autocars te weren en bewust te focussen op België en buurlanden. 'De Britten stapten van de ferry, recht de bus in en een goedkoop hotel binnen, knip op de portemonnee. Ze hebben hier jarenlang een stempel op het toerisme gedrukt: lage prijzen en kleine kamers', zegt Peter Craeymeersch. De 'koningin der badsteden' heet vandaag de 'stad aan zee'. 'Ik noem het Gent aan zee', zegt Bert Vanheuverzwijn, die nog in het Hof van Cleve werkte maar vandaag uitbater is van Sanseveria, een bagelsalon in de Wittenonnenstraat. Nog een typisch New Yorks concept dat nu is aangemeerd in Oostende. Zijn bagels zijn lekker, zacht en knapperig en hij serveert ze in een interieur ingericht met de inboedel van zijn grootouders. De Wittenonnenstraat is een zijstraat van de Kapellestraat, die met Zara en co. de bekendste shoppingstraat van Oostende is. Het is in deze zijstraten dat er iets beweegt. 'Vroeger zat het hart van Oostende aan het Wapenplein,' zegt Bert Vanheuverzwijn, 'vandaag is dat De Grote Post hier op het einde van de straat.' Het valt op in Oostende: de handelaars klagen niet. Geen kustgezeur over slecht weer of gebrek aan toeristen. 'Er heerst een samen-staan-we-sterk-gevoel', zegt Ellen Distave van boetiek Lily. Distave is een fenomeen in de stad. Ze was marketeer bij bpost én zwanger van haar tweede kind toen ze in 2012 plotseling haar zaak opende. 'Iedereen verklaarde mij zot.' Ze opende haar zaak in de Hertstraat, toen nog een verloederde buurt, in een pand dat al vier jaar leegstond. Je shopt er hippe mode en deco voor betaalbare prijzen, iets wat toen nog niet bestond in Oostende. Van het onlinegeweld is ze niet bang. 'Beetje snuisteren in de rekken en een jurk passen. Daarna een ijsje eten (in haar straat zit Gelato Maxzim, waar in de zomer lange rijen staan, red.) of een pannenkoek in de Cappuccino. Daar kan toch geen webshop tegenop?' Haar vader had jarenlang een restaurant in Oostende, Edgar op het Vissersplein. Ze kan dus goed vergelijken met vroeger. 'De oude handelaarsbond was bureaucratisch en ouderwets. Het was ieder voor zich: 'Hoeveel vraagt mijn buurman voor zijn garnaalkroketten? Ik ga de mijne nóg lager prijzen.' Die mentaliteit dus. Je kunt niet vergelijken met vroeger', zegt ze. 'Het is een andere wereld, een andere stad.' Oorspronkelijk luidde de nieuwe slogan 'stad aan zee', maar in 2016 werd een lidwoord toegevoegd: dé stad. Die toevoeging zegt veel. Als Antwerpenaren hun stad 'dé stad' noemen, komt het arrogant over. Niet zo in Oostende, waar de inwoners allesbehalve arrogant zijn. 'Wij zijn vooral heel trots', zegt Ellen Distave. 'En trots, dat hadden we hier vroeger niet. Oostende had een fout imago. Mensen associeerden het met tourist traps, de ene na de andere op de zeedijk.' De horeca van Oostende, beroemd en berucht. Er is grote schoonmaak in gehouden. Bijna letterlijk dan, want Toerisme Oostende stuurde er een restaurantcommissie op af. Die bestond uit een architect, een kok en een sommelier. Gewapend met goede raad maakten zij korte metten met de eindeloze menukaarten, weinig appetijtelijke borden en beige interieurs. In de laatste Gault & Millau stonden zeven resto's uit Oostende, een historisch record. Interessant: al het lekkers wordt gebundeld op de Instagramaccount @foodoostende. Een handige leidraad als je nieuwe of oude adressen wilt (her)ontdekken. Als we toch één puntje van kritiek op het verder glanzende rapport moeten geven: het veggie aanbod in Oostende is beperkt. De stad wordt overspoeld door nieuwe of vernieuwde zaken. Sanseveria is een mooi voorbeeld, maar ook Expo & Kafie (lekkere koffie en lunch achter de zeedijk), Chez Paulette (hét adres dat iedereen aanraadt) en Belle de Jour (persoonlijke favoriet, verhuist binnenkort naar de Madridstraat) zijn talk of the town. Bij brasserie Albert in het Thermae Palace roert sinds kort een nieuwe chef in de potten: Vincent Florizoone, ex-Bruneau. Die zette op zijn kaart sol à l'Ostendaise, naar het oorspronkelijke recept dat de Franse kok Auguste Escoffier hier bedacht: zeetong met truffel en oesters. Niet goedkoop, maar het zicht op zee komt zonder prijskaartje en de grandeur in het interieur ook. Tijd om uit te waaien? Ten oosten van het centrum, achter de haven, ligt de meestbesproken buurt van het moment, Oosteroever. Je kunt er met de auto of fiets naartoe, maar veel leuker is de overzetboot die vertrekt vlak bij de Vistrap, waar vissers in kraampjes vis en schaaldieren recht uit de zee verkopen. Koop daar garnaaltjes en neem ze mee op de boot. Oostendser kán écht niet. En dan sta je plots op Oosteroever, waar je via de Oostelijke Strekdam tot in de zee kunt wandelen. De duinen moeten hier geen smakeloze hoogbouw verdragen, het uitzicht is magnifiek. Het terras van strandbar Phare East is de beste plek om surfers te spotten.Spoel nu even terug naar het vertrek van de overzetboot, we zijn daar iets vergeten! Op 50 meter lopen van de kade vind je Caruso, een van de oudste patisserieën van de stad. Koop een pateeke, laat het inpakken, we hebben het straks nodig. Terug naar Oosteroever. De buurt heeft twee gezichten. Aan de ene kant kleuren verroeste visserboten het stadszicht. Maar de visserij heeft het moeilijk en de laatste jaren maken oude loodsen plaats voor appartementen en lofts. En zo komt het dat honderd meter naar het zuiden wolkenkrabbers de skyline kleuren. Groep Versluys bouwt hier onder andere een 'Ensor Tower'. Het ziet er niet uit als Oostende en het voelt ook niet als Oostende. Bij de vissers klinken frustraties: 'Het verleden moet je koesteren, niet kapotmaken.' Misschien moeten we het wat tijd geven. De wijk staat nog in de steigers, het is nog te vroeg om te oordelen. Surfboards onder wolkenkrabbers, fietskarren langs de duinen, vissers tussen advocaten. Waarom niet? Oostende haalde chef-kok Michiel Rabaey naar hier (in het chique restaurant Storm) en overtuigde de Koksijdse conceptstore Kabine om er een tweede vestiging te openen. Ook Vida Acquaro van restaurant Marina - een oerklassiek adres dat al meer dan 45 jaar bestaat - maakt in maart de oversteek. Dochter Vida zet de erfenis van haar ouders voort en verhuist van de Albert I Promenade naar Oosteroever, wat ongetwijfeld klanten naar de nieuwe wijk zal lokken. Tijd nu om dat pateeke van Caruso boven te halen. Kies een plekje op de kade, met zicht op de oude boten, en opeens smaakt Oosteroever naar vroeger. Het is nog oké met het DNA van Oostende. Nostalgie als namiddagactiviteit, het kan nog altijd. De Wellingtonrenbaan, bijvoorbeeld, uit 1883, staat er nog. Met wat geluk staat de achterdeur open (via bar Bagatelle) en loop je zo 136 jaar paardengeschiedenis in. En geen enkele stad in Vlaanderen heeft nog zoveel bakkers, vishandelaren en groentewinkels. Verlaat Oostende niet zonder de filet americain van Charcuterie Mazure, waar de tegels en de toonbank uit grootvaders tijd komen, net als het recept. Als je Bert Vanheuverzwijn van Sanseveria naar zijn favoriete adressen vraagt, komen de meest charmante geheime tips boven. We verklappen er eentje: The Old Inn. Er staan maar twee gerechten op de menukaart: vlees en vis. De muren hangen vol oude posters en curiosa. Annie startte de zaak in 1969 en staat nog altijd in de keuken. En wat staat daar op de dessertkaart? Pannenkoek Mikado! Want ja, Oostende, dat zijn golven en garnalen, apero en mikado. Betalen met bankkaart? Nee, dat gaat niet. De rekening komt handgeschreven. 'Wij doen niet aan automatisering, mevrouw.'