Chiang Rai

Chiang Rai, in het noorden van Thailand, wordt vaak overgeslagen door toeristen. Vreemd, want de stad ligt in een regio waar de natuur op haar mooist is, met bergachtige jungles en glinsterende rivieren. De bevolking in Chiang Rai is ethnisch heel divers, gaande van lokale bergstammen tot mensen van Chinese afkomst. Dat maakt Chiang Rai zo'n boeiende en ook wel 'andere' bestemming voor toeristen. Veel bezienswaardigheden in de stad zijn naar een kleur vernoemd, zoals de magnifieke Wat Rong Khun (de Witte Tempel), Wat Rong Suea Ten (de Blauwe tempel) en Baan Dam Art Museum (het Zwarte Huis). Chiang Rai is ook het vertrekpunt naar de Gouden Driehoek, een soort drielandenpunt tussen Thailand, Myanmar en Laos.

De laatste tijd begint het toerisme zich meer en meer te ontwikkelen in Chiang Rai. Je kan in de buurt een cruise maken op de Kok-rivier, thee proeven op de Chouifong-plantage of een van de nationale parken bezoeken. Mag het nog wat avontuurlijker? Een trektocht door de jungle voert je langs authentieke heuveldorpjes, waar mensen nog erg traditionele levens leiden. Tot op de dag van vandaag leven plaatselijke clans er samen in bamboehuizen.

Wat Rong Khun in Chiang Rai. © Getty

Nan

In de noordelijke provincie Nan leven heel wat stammen bij elkaar, wat de veelheid aan talen verklaart. Landbouw neemt hier een prominente plaats in, vooral in de vorm van rijst- en fruitteelt. De provincie heeft maar liefst zes nationale parken, waaronder het verbluffende Doi Phukha National Park, met bergtoppen die 2.000 meter hoog reiken.

De natuurlijke schoonheid van Nan maakt het tot de ideale bestemming voor hikers die niet over de koppen willen lopen. In Nan is het stil, landelijk en rustig. Je zal hier niet snel in een toeristenval lopen, simpelweg omdat er weinig toeristen zijn. Het gelijknamige provinciehoofdstadje is charmant en heeft een interessante geschiedenis: in de 13de eeuw was Nan zelfs nog een apart koninkrijk! Je vindt er enkele mooie tempels, een goed museum, leuke bars en restaurants, en het uitkijkpunt Wat Phra That Khao Noi. Ben je hier tussen juni en december, dan kleuren de rijstvelden fluorescerend groen.

Berglandbouw in de provincie Nan. © Getty

Mae Hong Son

Mae Hong Son wordt ook wel 'de stad van drie nevels' genoemd. Het stadje is tijdens alle Thaise seizoenen (zomer, regenseizoen, winter) gehuld in een deken van mist, wat spectaculaire beelden oplevert. Genesteld in een diepe vallei, en ingesloten door hoge bergketens, was Mae Hong Son lange tijd afgesloten van de buitenwereld. Vroeger kon je de stad enkel bereiken na een dag rijden via winderige, smalle wegen. Die isolatie had natuurlijk een grote aantrekkingskracht op avontuurlijke reizigers, maar vandaag kan iedereen er al wat vlotter naartoe.

De rijke aanwezigheid van bergen, bossen en bloemen maakt van Mae Hong Son een van de must-sees in Thailand. Veel mensen komen naar deze streek om de natuurlijke schoonheid van Noord-Thailand te ervaren en om een van de vele festivals te bezoeken. Zoals onder meer een reggaefestival en een jaarlijkse ceremonie voor jongemannen die boeddhistische monnik willen worden.

Mae Hong Son. © Getty

Loei

Loei ligt in het noordoosten van Thailand en ook hier vind je veel glooiende bergen omhuld in mist. Reizigers die wel houden van een beetje uitdaging, moeten zeker afzakken naar Phu Kradueng National Park. Er wordt gezegd dat koppels pas echt elkaars liefde waard zijn als ze de top bereiken van de Phu Kradueng. Vanop het uitkijkpunt Pha Nok Ann krijg je een prachtige zonsopgang cadeau, voor de zonsondergang moet je bij Pha Lomsak zijn. Als de klim naar Phu Kradueng wat te moeilijk is, vormt Phu Ruea een waardig alternatief. De letterlijke vertaling van Phu Ruea is zeilbootberg, vernoemd naar de zeilvormige klif in dit mooie nationale park.

Loei heeft enkele fascinerende culturele attracties in de aanbieding, zoals het kleurrijke Phi Ta Khon Festival (de Thaise spookparade). Toch is het toerisme nog steeds vrij nieuw voor de provincie. Door de diverse nationale parken en de schitterende Mekong-rivier, beginnen buitenstaanders de regio wel stilaan te ontdekken.

Ben je zelf in de buurt, hou dan zeker een stop in Chiang Khan, een rustig stadje aan de Mekong-rivier met interessante bezienswaardigheden. Kaeng Kud Koo, bijvoorbeeld, is een cluster van rotsen met prachtige kleuren in de Mekong-rivier. In het droge seizoen, wanneer het waterpeil daalt, komen de kleuren van de rotsen helemaal tot hun recht. Ga bij valavond eens langs op de avondmarkt in Chiang Khan Walking Street. Hier geniet je van lekkere streetfood zoals Khaoa Pieak Sen (rijstnoedelsoep), Mieng Kham (hartige bladwraps) en Khaow Chee (gegrilde kleefrijst).

Phi Ta Khon in Loei. © Getty

Udon Thani

Weinig toeristen vinden de weg naar Udon Thani, de hoofdstad van de gelijknamige provincie gelegen het noordoosten van Thailand. Dat hoeft niet te verbazen want in de stad zelf valt er niet veel te bezichtigen. De lokale inwoners spreken dan ook geen woord Engels. Toch is de stad het doorkruisen waard, want hier zie je het 'echte' Thailand, in tegenstelling tot de andere grote steden die helemaal gericht zijn op toeristen.

Zo zal je op de night market in Udon Thani haast de enige aanwezige toerist zijn tussen de locals en expats. Naast allerlei culinaire specialiteiten vind je er zelfgemaakte kleding, niet zelden in zijde. De live muziek maakt van de markt trouwens een ideale plek voor een avondje uit.

Bovendien zijn er heel wat ontdekkingen te rapen in de omgeving Udon Thani. Zo kun je afzakken naar het Nong Prajak Park, waar een prachtig meer glinstert bij zonsondergang. Overdag wordt het park vooral bezocht door plaatselijke joggers, wandelaars en fietsers. Rondom de groene vlek vinden vaak grote markten en festiviteiten plaats. Ook restaurantjes en massagesalons fleuren het park helemaal op.

Iets buiten de stad vind je een nog veel groter meer met allemaal roze lotusbloemen: de red lotus sea. Niet onbelangrijk: de bloeiperiode loopt van november tot februari. En er valt nog meer natuur te bewonderen, want het grootste deel van de provincie is bedekt met rijstvelden, bossen en heuvels. Het Phu Pan-gebergte en de rivier de Songkhram mogen niet ontbreken op je tocht door het groen.

Een archeologisch wonder buiten de stad is Ban Chiang, waar naar verluidt de eerste beschaving uit de bronstijd meer dan 5.000 jaar geleden tot bloei kwam. De dag van vandaag is de archeologische site, bezaaid met potten en ander aardewerk, deel van de UNESCO Werelderfgoedlijst.

De red lotus sea © Getty

Lopburi

Iets ten noorden van Bangkok ligt Lopburi, een provincie die niet zo bekend is bij toeristen. Toch is de oude stad, die vanuit de hoofdstad makkelijk te bereiken is met de trein, een dagtrip waard. Van de oude stad schiet niet heel veel meer over, maar je vindt er wel een tempelcomplex in goed bewaarde staat. Met een combiticket kun je alle tempels in en rondom de oude stad bezoeken voor een redelijke prijs.

Lopburi wordt ook wel de apenstad genoemd, en meteen bij aankomst begrijp je waarom. In het midden van de stad zie je overal loslopende makaken: op straat, tussen de marktkraampjes, in de fontein, op brommers en auto's en zelfs op de elektriciteitskabels.

De meeste apen hangen rond de Khmer tempel, de Prang Sam Yot, en Sarn Phra Karn. De makaken zijn allesbehalve vriendelijk, onbevreesd voor mensen en goed in het stelen van spullen van onoplettende toeristen. Houd daarom je rugzak, zonnebril en camera goed bij en neem vooral geen eten mee. Schrik ook niet als het personeel van de tempels zo nu en dan een katapult gebruikt om de beestjes weg te jagen.

Eenmaal per jaar worden de apen geëerd door de lokale bevolking: in het laatste weekend van november krijgen ze een feestmaal voorgeschoteld tijdens het Monkey Festival.

Vergeet bij een bezoek aan Lopburi niet om lokale specialiteiten in te slaan. Denk daarbij aan poeder van witte klei voor de huid of kokosgel van gefermenteerd kokoswater ('nata de coco') om desserten te bereiden. Proef zeker ook de traditionele 'salty eggs' ('kai kem'): eendeneieren die maar liefst 14 dagen in een potje met sterk gezouten water worden gepekeld.

Wie graag nog een extraatje wenst, kan net buiten Lopburi de vele zonnebloemvelden bezoeken. Tijdens de bloeiperiode van november tot maart is het zeker de moeite waard om te gaan wandelen in de streek en een flesje zonnebloemolie aan te schaffen.

De apen van Lopburi © Getty

Phattalung

Phattalung is een doodgewone provincie in het zuiden van Thailand, maar wel met prachtig natuurschoon. Zo is er het natuurreservaat Talay Noi, waar je een groot meer met veel inheemse planten kan bezoeken en trekvogels kan spotten. Je vindt er ook lekkere lokale gerechten en pittoreske vissersdorpjes aan het meer. De gigantische netten die de lokale vissers gebruiken om hun buit te vangen staan prachtig op het water.

In de provincie Phattalung kun je ook mooie wandelingen maken door het groen of een kanotocht afleggen op de Pak Pra-rivier. Wie de graad van avontuur een beetje wil opdrijven, kan ook de Khao Ok Talu, met een hoogte van 200 meter, beklimmen. Via ruim duizend traptreden kom je aan de top, waar je een prachtig vergezichten hebt over de stad en het Songhkla-meer.

In de stad Phatthalung kan je oude monumenten, tempels en twee merkwaardige kalksteenformaties met een tunnel erdoorheen bezoeken. De bekendste attractie is het Thale Noi watervogelpark, het grootste in zijn soort in Thailand en zonder meer een klein paradijs voor vogelliefhebbers.

Een visser in Phattalung © Getty

Trang

Trang is een prachtige kustprovincie in Zuid-Thailand aan de Andamanse zee die elk jaar meer bezoekers trekt dankzij de prachtige stranden, eilanden, bossen én historische bezienswaardigheden. Bovendien stromen er twee grote rivieren door het gebied: de Trang-rivier, die afkomstig is uit het Khao Luang-gebergte, en de Maenam Palian-rivier, die uit het Banthat-gebergte komt.

De eilanden van Trang, met kristalhelder water en parelwitte stranden, zijn net zo prachtig als de bekendere eilanden Koh Phi Phi of Koh Lanta, maar toch komt hier slechts een handvol toeristen. Op Koh Mook zal je toch een klein beetje volk aantreffen, voor het 'geheime' strand in de Morakot Cave. Je moet er wel iets voor over hebben: het strand is omgeven door torenhoge kliffen en alleen toegankelijk bij eb, via een 80-meter lange zeegrot in het donker. Het binnenvallende zonlicht geeft het water een opvallende smaragdgroene kleur, die meteen ook de naam van de grot verklaart, want 'Morakut' is het Thaise woord voor smaragd.

Sinds de enorme verwoesting van de tsunami in 2004, gaan de inwoners van Trang heel bewust om met de plaatselijke natuur. Zelf kun je ook een steentje bijdragen door te helpen bij het opnieuw planten van mangrovebomen en zeegras om de bedreigde zeekoe te helpen overleven in de Andamanse zee. Jammer genoeg is het heel moeilijk om een zeekoe te spotten, zelfs de lokale bevolking vangt zelden een glimp op van het dier.

Zwemmer in de Morakot Cave © Getty