Alle informatie over het jubileum 100 jaar Bauhaus lees je op de website Bauhaus 100

De Duitse architect Walter Gropius (1883-1969) richtte in 1919 de academie Bauhaus in Weimar op. Bauhaus was het opleidingscentrum voor avant-gardevormgevers die baalden van de burgerlijke sier van de art nouveau en ijverden voor een sociale architectuur en design.

Bauhaus was oorspronkelijk bedoeld als een nationale beweging, maar kreeg al binnen enkele jaren internationale allures. De kunstenaars die zich aan Bauhaus verbonden, kwamen uit allerlei landen: Henry Van de Velde uit België, Wassily Kandinsky uit Rusland (later verhuisd naar Frankrijk), Lyonel Feiniger uit de Verenigde Staten, Paul Klee en Johannes Itten uit Zwitserland, Laszlo Moholy-Nagy uit Hongarije en Oskar Schlemmer uit Duitsland. Deze kosmopolitische kant zorgde ook voor een enorme artistieke diversiteit.

Al snel groeide Weimar uit tot dé ontmoetingsplaats van de avant-garde uit heel Europa. En daar begon het schoentje te knellen. De conservatieve politieke partijen moesten niets hebben van de kunststroming die ze als Bolsjewistisch en utopisch beschouwden. Toen in 1924 de rechtse partij Thüringer Ordnungsbund een meerderheid in de Landtag (parlement van een deelstaat) veroverde, werd direct het budget voor Bauhaus gehalveerd en de docenten ontslagen.

Historisches Arbeitsamt Dessau (1928-29), Architekt: Walter Gropius, 2018 © Stiftung Bauhaus Dessau / Foto: Willmington-Lu, Yakob Israel, 2018

Walter Gropius zag zich genoodzaakt een andere stad voor zijn academie te zoeken. Verschillende steden boden zich aan, maar Gropius liet zijn oog vallen op Dessau in Saksen-Anhalt, zo'n 170 kilometer ten noorden van Weimar. Deze stad werd bestuurd door de SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands) en de economische vooruitzichten waren er goed.

Toen Gropius uit Weimar vertrok, doneerde hij 160 kunstwerken die waren gemaakt in de ateliers van het Bauhaus instituut, aan de stad. Weimar heeft daarom tot op de dag van vandaag de oudste Bauhaus collectie in de wereld.

Nieuw begin in Dessau

Anders dan verwacht, legde de politiek gemotiveerde verbanning uit Weimar Bauhaus geen windeieren. Bauhaus ging zich nog sterker richten op het ontwerpen van nieuwe industriële producten voor de grote massa.

Het speerpunt van Bauhaus - de eenheid tussen kunst en technologie - kwam in Dessau pas echt tot wasdom. De eerste stap was het wereldberoemd geworden en door Gropius zelf ontworpen Bauhaus Gebäude. Het merendeel van de producten die nu nog altijd kenmerkend zijn voor Bauhaus werden in Dessau gecreëerd. In die stad ontstond ook het karakteristieke gebruik van kleine letters.

Meisterhaus Feininger, Architekt: Walter Gropius, 1925/26, © Yvonne Tenschert, 2011, Stiftung Bauhaus Dessau

Dessau was blij met de komst van de Bauhaus academie omdat dit de stad een vernieuwende culturele impuls gaf. Ook kon Bauhaus zorgen voor een oplossing van het tekort aan betaalbare arbeiderswoningen. De komst van een groep internationaal vermaarde kunstenaars naar Dessau bezorgde de stad de benijdenswaardige reputatie als prominente kunstenaarskolonie.

In Dessau kreeg de Bauhaus-opleiding de officiële naam 'Bauhaus - School of Design', de studenten kregen een echt diploma en de docenten mochten zich 'professor' noemen. De opleiding verlegde ook meteen de nadruk: de artistieke vakken raakten enigszins naar de achtergrond om plaats te maken voor lessen gericht op industrieel ontwerpen.

Zelfs de kleding van de Bauhäusers veranderde met de verhuizing van Weimar naar Dessau. Liepen de mannelijke studenten in Weimar nog met kaalgeschoren hoofden en gehuld in ruimvallende kleding, gingen ze in Dessau uiterst modern gekleed met strak gesneden kostuums. De meisjes knipten hun haren af en lieten het in een modieuze bob modelleren. Ze droegen er broeken of knielange rokken bij.

Donkere wolken

Toch duurde de bloeitijd ook in Dessau niet lang. De inwoners van Dessau werden steeds minder enthousiast over Bauhaus en ontwikkelden een soort wantrouwen en wrok tegen de artistieke groep. De vrije levensstijl van de Bauhaus aanhangers riep aversie op bij de stedelingen. En het gebrek aan betaalbare woonruimte die was veroorzaakt door de hoge kosten die de door Bauhaus ontwikkelde experimentele arbeiderswijk Dessau-Törten met zich mee had gebracht, ergerde de middenklasse in Dessau.

Bauhaussiedlung Dessau-Törten, Haustyp Sieto 2, (Walter Gropius, 1927) © Yvonne Tenschert, 2012, Stiftung Bauhaus Dessau

De culturele meerwaarde - theater, lezingen, festivals en muziek georganiseerd door Bauhaus - die aanvankelijk juist op prijs werd gesteld door de bevolking, werd onbelangrijk in een tijd waarin een wereldwijde economische crisis op de loer lag.

Walter Gropius moest opnieuw strijden voor de politieke overleving van zijn beweging. In 1927 besloot hij het bijltje over te dragen aan iemand anders. De Zwitserse architect Hannes Meyer nam de directeursfunctie over. Zijn credo luidde: 'Volksbedarf statt Luxusbedarf' wat zoiets wil zeggen als 'de noden van de mensen gaan voor de behoefte aan luxe'. Hij radicaliseerde de uit de Weimarperiode stammende product georiënteerde ideeën. Volgens hem moest kunst niet veel meer zijn dan een middel om een doel te bereiken.

Meyer stopte zijn socialistische sympathieën niet onder stoelen of banken. Lang hield hij het dan ook niet vol als directeur van Bauhaus. Al in 1930 werd hij door het stadsbestuur ontslagen wegens 'communistische praktijken'.

Mies van der Rohe © Helgoh, Wikicommons

Het naderende einde

Architect en meubelontwerper Mies van der Rohe volgde Meyer op. Hij richtte zich meer op architectuur dan op design. In tegenstelling tot zijn twee voorgangers was van der Rohe niet sterk politiek geëngageerd. Toch kwam ook hij in de problemen met het stadsbestuur dat in 1931 al gedomineerd wordt door de NSDAP partij van Hitler. Zij verordonneerden dat de Bauhaus school in september 1932 gesloten moest worden.

Mies van der Rohe besloot dan maar met alle spullen naar Berlijn te verhuizen. In een voormalige telefoonfabriek in Berlijn-Steglitz opende hij de laatste Bauhaus academie. Maar het einde naderde. Op 20 juli 1933 valt het doek voor Bauhaus definitief.