Daar zitten we dan, in het pikdonker in het hart van een kunstwerk. Deuren kwamen er niet aan te pas, twee gangen en één hoek volstonden om de stralende middagzon boven Naoshima helemaal weg te filteren. " Are you okay?" vraagt een stem op fluistertoon. De bron is onzichtbaar, de stijl herkenbaar. Discreet en vriendelijk maar immer alert, zo hebben we de alomtegenwoordige suppoosten op de Kunsteilanden leren kennen. Nadat het voltallige gezelschap de vraag bevestigend heeft beantwoord, worden we achtergelaten in een volmaakte stilte. Minuten gaan voorbij, ik begin een evocatie van de oerknal te vermoeden. Er volgt echter geen big bang, maar wel het flauwste schijnsel dat ooit mijn netvlies heeft bereikt. Heel langzaam neemt de intensiteit toe, tot we op een onpeilbare afstand een grote rechthoek in fluweelzacht paars zien ontstaan. De suppoost lispelt dat we mogen opstaan om ons naar het fenomeen te begeven. Schuifelend, met gestrekte armen als schokbrekers, naderen we het gloren. Verrassing: dit is geen videoprojectie, maar de lichtbron blijft een raadsel.
...

Daar zitten we dan, in het pikdonker in het hart van een kunstwerk. Deuren kwamen er niet aan te pas, twee gangen en één hoek volstonden om de stralende middagzon boven Naoshima helemaal weg te filteren. " Are you okay?" vraagt een stem op fluistertoon. De bron is onzichtbaar, de stijl herkenbaar. Discreet en vriendelijk maar immer alert, zo hebben we de alomtegenwoordige suppoosten op de Kunsteilanden leren kennen. Nadat het voltallige gezelschap de vraag bevestigend heeft beantwoord, worden we achtergelaten in een volmaakte stilte. Minuten gaan voorbij, ik begin een evocatie van de oerknal te vermoeden. Er volgt echter geen big bang, maar wel het flauwste schijnsel dat ooit mijn netvlies heeft bereikt. Heel langzaam neemt de intensiteit toe, tot we op een onpeilbare afstand een grote rechthoek in fluweelzacht paars zien ontstaan. De suppoost lispelt dat we mogen opstaan om ons naar het fenomeen te begeven. Schuifelend, met gestrekte armen als schokbrekers, naderen we het gloren. Verrassing: dit is geen videoprojectie, maar de lichtbron blijft een raadsel. Kunst, architectuur, natuur, dat is de heilige drievuldigheid op Naoshima, Teshima en Inujima. Op de kaart van Japan zijn het niet meer dan stippen in de Seto Binnenzee die het hoofdeiland Honshu van Shikoku scheidt. De hele binnenzee is trouwens bezaaid met eilanden, vaak klein en onbewoond. Eeuwenlang stond dit gebied bekend om z'n exquise vis en schaaldieren, maar ook om citrusvruchten en olijven die uitstekend gedijen in het mediterrane klimaat. Minder idyllisch is de erfenis van de snelle industrialisering tijdens de voorbije twee eeuwen. Steengroeven, raffinaderijen en fabrieken deden de bevolking groeien en het milieu afkalven. Heel wat van die industrie en tewerkstelling is al lang weer verdwenen, met verontreinigde sites en vervuilde visgronden als souvenir. Zo'n dertig jaar geleden begon in Naoshima het reveil. De toenmalige burgemeester sloeg de handen in elkaar met Tetsuhiko Fukutake, stichter-miljardair van de Fukutake Publishing Corporation, een grote uitgeverij die internationaal bekend is als eigenaar van taalonderwijsgroep Berlitz. Hedendaagse kunst als motor voor economische wederopstanding, dat kennen we van Bilbao. Verwacht in Naoshima echter geen spektakelarchitectuur. De stichting Benesse Art Site Naoshima ging in zee met Tadao Ando, de grootmeester van het Japanse minimalisme. Bouwen in harmonie met landschap en natuur, zo luidt het credo dat hij hier virtuoos heeft waargemaakt. Een illustratie daarvan is het houten paviljoen waar we buitenstappen, knipperend met de ogen na onze duik in het heelal. Backside of the Moon heet de installatie van James Turrell, een Amerikaan met een fascinatie voor licht en ruimte. Zijn samenwerking met Tadao Ando vormt een van de zeven art houses in het mooie vissersdorp Honmura. Ze typeren het Benesse-concept: ingebed in de omgeving, met werk van bekende kunstenaars, speciaal voor de locatie gemaakt. De meeste art houses werden ondergebracht in bestaande panden, zoals een voormalige tandartswoning. We lopen langs bij het Ando Museum, door de meester zelf ontworpen. Onder de houten schil van een honderdjarige woning schuilt een vernuftige structuur in gepolierd beton, materiaal dat de architect weet te kneden als warme was. Ando is een autodidact uit Osaka die alles heeft geleerd uit boeken over architectuur en kunst. Intussen is er over zijn eigen werk een hele bibliotheek volgeschreven. Je hoeft de verklaring niet noodzakelijk in het museum te zoeken, want op Naoshima staan enkele hoogtepunten uit zijn oeuvre. Zoals het Lee Ufan Museum, gebouwd rond het werk van de Zuid-Koreaanse schilder en beeldhouwer. Het museum ligt ingegraven in een heuvel, het uitzicht over de kust maakt er integraal deel van uit. Ando en Lee regisseren onze blik, de eerste door het landschap met betonnen muren te structureren, de tweede door het met een monumentale sculptuur te verrijken. Niet monumentaal, maar speels is de gele pompoen van Yayoi Kusama, beeldend kunstenaar, performer en rebel van 91 jaar. Haar pompoenen - in de haven staat nog een rood exemplaar - zijn zowat het visitekaartje van de Kunsteilanden. Hier heeft ze als klankbord niemand minder dan Niki de Saint Phalle, goed vertegenwoordigd in het beeldenpark voor het Benesse House Museum, dat zelf bulkt van de coryfeeën. We noteren Giacometti, Warhol, Rauschenberg, Nauman, Hockney, Richter, naast Aziatische grootheden zoals de Japanse conceptualist Yukinoro Yanagi, die ons later op Inujima compleet zal overrompelen. Ook hier heeft Ando getoverd met beton en licht, altijd ten dienste van de geëxposeerde kunstwerken. Bij het Benesse House hoort een exclusief hotel, waar geregeld artists in residence verblijven tijdens de creatie van een nieuw in situ kunstwerk. Het hele project, veelbesproken tijdens hoogmissen in Venetië en Kassel, blijft immers maar uitbreiden. Tijdens de Art Setouchi Triennale, in 2022 aan zijn vijfde editie toe, is het hier over de koppen lopen. Ook zonder tentoonstellingen en happenings is een verkenning van de Kunsteilanden een zaak van minutieus plannen. Na een eerste nacht op Naoshima nemen we de ferry naar Inujima, het kleinste van de drie eilanden. Honderd jaar geleden, tijdens de hoogdagen van de koperraffinaderij, woonden er ruim 3000 arbeiders. Intussen is de bevolking gekrompen tot vijftig, met een gemiddelde leeftijd van 80 jaar. Toch is het gevaar op uitsterven geweken, Inujima werd letterlijk gered door kunst. Bewoners krijgen we niet te zien, maar de aangeharkte moestuinen en perfect gesnoeide sinaasappelbomen wijzen op een dorpsleven dat het canvas vormde voor een rist bekende kunstenaars. Onze favoriet: Haruka Kojin, die een dubbelwandige, golvende muur in plexiglas bouwde met binnenin lenzen van wisselende grootte, net bubbels in een fles spuitwater. Het effect is wonderbaarlijk. Het transparante werk dialogeert met de omliggende huizen en reageert op ieder schapenwolkje dat de zon komt versluieren. De absolute trekpleister van Inujima is echter de koperraffinaderij, een reusachtige fabriek die na amper tien jaar in 1919 definitief werd gesloten. Veel later, in 2007, werd de site als industrieel erfgoed beschermd. Yukinoro Yanagi en architect Hiroshi Sambuichi hadden dus geen vrije hand toen ze de volledige site transformeerden in het Seirensho Art Museum. Het resultaat is er niet minder verbluffend om. We wandelen argeloos de Icarus Cell binnen, een onderaardse gang gemetseld in zwartglanzende karami-baksteen, een afvalproduct van het raffinageproces. Achter ons speelt een video met een intimiderende close-up van de zon als permanente kernreactie, in de verte zien we een raam met een helblauwe hemel. Groot is onze verbazing als blijkt dat deze gang helemaal niet kaarsrecht loopt, maar zigzaggend langs een half dozijn spiegels naar een opening in het dak leidt, de bron van het hemelzicht. De ontregelende trip gaat naadloos over in een reeks installaties opgedragen aan wijlen Yukio Mishima, beroemd als schrijver maar ook omstreden als narcistische dweper met het Japanse militarisme. Het is verwarrend om hier zijn tirade tegen de westerse invloed op Japan te lezen, een extract uit het beruchte slotmanifest dat hij schreef vooraleer seppuku te plegen. Dit is echter geen eerbetoon; Mishima fungeert als medium om te reflecteren over de prijs van de modernisering, in een kader waar die prijs cash werd betaald. Koperraffinage is een vervuilend proces, reden te meer voor Yanagi en Sambuichi om het museum op een duurzame leest te schoeien. Verbouwen gebeurde uitsluitend met ter plaatse gerecycleerde materialen, afvalwater wordt door planten gefilterd, de onderaardse gangen garanderen winter en zomer een stabiele temperatuur. Zelfs de dreigende soundtrack in de Icarus Cell is recyclage, we horen in feite een versterkte opname van de luchtstroom in de imposante schoorsteen. Een bezoek aan een sento is een van de zaligheden voor iedere Japan-reiziger. In I Love YU, het openbare bad nabij de ferryhaven van Naoshima, geldt dat dubbel. Na een grondige wasbeurt mag ik dobberen in een bad waarvan de vloer met popart werd betegeld, net zoals de de muren en het plafond. Wat een stijlbreuk na ons bezoek aan het Chichu Art Museum, een halte op onze Naoshima-ronde die we gisteren wijselijk hebben opgespaard. Niet dat we een indigestie van Tadao Ando vreesden, maar het Chichu Art Museum verdient een grondige beurt. Claude Monet vind je in meerdere musea. Nergens echter is de presentatie zo volmaakt als in deze zaal met vijf doeken uit zijn Waterlelie-reeks. Vanuit de lucht gezien is Chichu Art Museum een heuvel met diepe uitsneden in geometrische vormen zoals balken, vierkanten en driehoeken. Het hele museum ligt ingegraven, maar baadt in natuurlijk licht. Walter De Maria kreeg een kathedraal ter beschikking voor Time/Timeless/No Time, een installatie rond een granieten bol van 2,2 meter doorsnede die lijkt te zweven. Niet aanraken en pantoffels verplicht, we cirkelen rond de sfeer onder het waakzame oog van suppoosten die overduidelijk door een Japanse topontwerper werden gekleed. En toch moet volgens onze bronnen het beste nog komen. De boottocht naar Teshima is alleszins veelbelovend, het lijkt wel de Egeïsche zee. We huren batterijfietsen, geen overbodige luxe op dit heuvelachtige eiland. Het Teshima Art Museum is alweer het product van een samenwerking tussen een conceptueel kunstenaar en een architect, beiden met wereldfaam. Rei Naito en Ryue Nishizawa lieten zich elk op hun manier inspireren door water. Het museum heeft de vorm van een uitgerekte waterdruppel, een ruimte van zestig meter lang waar je overal het plafond kunt aanraken. Beton maar toch vederlicht, nergens is de schil dikker dan 25 centimeter. Er staan plasjes op de gepolierde vloer. Afkomstig van de twee ronde openingen, bedoeld om de natuurelementen in de beleving van het kunstwerk te betrekken, denken we. Bij nader inzien zijn het druppels die permanent opwellen uit duizenden gaatjes in de vloer, water opgestuwd door een natuurlijke bron. Je kunt blijven kijken naar het schouwspel. Druppels rekken zich uit en gaan aan het schuiven, sleuren in hun dolle vaart andere druppels mee, komen onverwacht tot stilstand of gooien zich in plassen. Naar verluidt krijgen sommige bezoekers letterlijk tranen in de ogen van deze esthetische topervaring. Ik houd het droog, maar ik kan me er iets bij voorstellen. Leve de schoonheid, het leek me een passende afscheidsformule. Ik registreer ze samen met mijn hartenklop in Les Archives du Coeur, Christian Boltanski's poëtische bijdrage aan het Teshima-parcours, enig mooi gelegen in een baai met zandstrand. De Franse kunstenaar, gefascineerd door thema's als dood, vergankelijkheid en herinnering, heeft wereldwijd al tienduizenden hartslagen geregistreerd en voor de eeuwigheid opgeslagen. Je kunt ze hier in een loop beluisteren of met de koptelefoon de database raadplegen. Voor een klein extraatje overhandigt de als medicus verklede receptionist je een soort stethoscoop om je eigen hartslag aan de verzameling toe te voegen, met een certificaat als bewijs. Versmelten met een kunstwerk, die kans konden we niet laten liggen.