'Wie zijn geschiedenis kent, beheerst de toekomst', zegt een Chinees spreekwoord. Onze streek- en natuurgids voor één dag, Henk Sap, in het dagelijkse leven docent aan Arteveldehogeschool Gent, wacht ons op aan het stadhuis van Damme en neemt ons mee op sleeptouw naar 1134. In dat jaar vormt een stormvloed de brede Zwingeul, die Brugge rechtstreeks met de Noordzee én met Europa verbindt. Een calamiteit - er vallen wellicht vele honderden doden - creëert een opportuniteit: Brugge groeit uit tot dé laatmiddeleeuwse metropool van Europa, drie eeuwen voorspoed en welvaart volgen.
...

'Wie zijn geschiedenis kent, beheerst de toekomst', zegt een Chinees spreekwoord. Onze streek- en natuurgids voor één dag, Henk Sap, in het dagelijkse leven docent aan Arteveldehogeschool Gent, wacht ons op aan het stadhuis van Damme en neemt ons mee op sleeptouw naar 1134. In dat jaar vormt een stormvloed de brede Zwingeul, die Brugge rechtstreeks met de Noordzee én met Europa verbindt. Een calamiteit - er vallen wellicht vele honderden doden - creëert een opportuniteit: Brugge groeit uit tot dé laatmiddeleeuwse metropool van Europa, drie eeuwen voorspoed en welvaart volgen. Brugge en zijn voorhavens - Damme, Monnikerede, Hoeke, Mude en Sluis - ontwikkelen zich tot economische draaischijven van Europa. Waar de getijdengeul onbevaarbaar wordt voor de grotere schepen, laat graaf Filips van de Elzas het Zwin afdammen. Achter de dam ontstaat uit het bestaande vissersdorpje Letterswerve een nieuwe woonkern: Damme. Aan de huidige Damse Vaart turen we door een virtual reality- of VR-kijker, die ons in 360° meevoert naar 1299. De vaart verandert in de historische Korenmarkt. Havenlieden zijn druk in de weer met het lossen van wijn- en haringvaten via een havenkraan. Goederen van grote schepen die vanuit het Zwin binnenzeilen, worden in Damme overgeladen in schuiten die via het kanaal de Nieuwe Reie heen en weer varen tot op de markt in Brugge. In de twaalfde en dertiende eeuw was Damme dé overslaghaven in het netwerk van de Brugse voorhavens. 'Die schepen brachten niet alleen goederen aan wal, maar ook fantastische verhalen uit heel Europa', vertelt Henk. 'Jacob Van Maerlant, de peetvader van onze Nederlandse literatuur, vestigt zich in Damme en schrijft er onder andere de Spiegel Historiael, gebaseerd op fabels van schippers.' We spelen voortdurend haasje-over tussen vroeger en nu tijdens onze fietstocht van zestig kilometer, die ons voert langs polders, slikken, schorren, dijken en grenspalen. Dat is ook de charme én sterkte van het project Verdwenen Zwinhavens. De VR-kijkers slingeren je virtueel terug naar de middeleeuwen en de bruisende handel in de Zwinstreek. Ze geven je een unieke blik op hoe het leven eruitzag op de exacte plaats waar je staat. 'Kijk, hier rijden we over twee verdwenen kaaimuren', zegt onze bevlogen gids terwijl we Damme buitenhobbelen op de kasseien. Vanuit de stad van Tijl Uilenspiegel fietsen we de Romboutswervedijk op, met een schitterend zicht op een natuurreservaat. 'In de winter is dit hét paradijs voor vriesganzen. Met tienduizenden komen ze hier overwinteren. Ook de kievit, grutto en bosrietzanger komen er broeden.' In onze gids schuilt ook een vogelkenner. De Spegelsweg, een aloude schaapsdriftweg die dateert van voor de vorming van het Zwin, leidt ons naar het pittoreske Oostkerke, met de stompe toren van de Sint-Kwintenskerk als landmark. 'Dit is als oudste dorp de moederparochie voor de andere Zwindorpen', zegt Henk, die er resideert. Hij toont ons ballaststenen die gaten in het metselwerk opvullen. Ze vallen op door hun zwarte, wijnrode of grijze kleur en grillige vorm. Het wemelt van de ballaststenen in de Zwinstreek. We zullen ze vlak bij Sluis ook spotten in de stoepen van Sint Anna ter Muiden. 'Die ballaststenen werden in de middeleeuwen van onder meer de Baltische en Schotse kust tot hier verscheept. Handelaars stabiliseerden hun schepen met ballast als de vracht te weinig woog. Ze passen in de hand, zodat je ze snel kunt lossen en laden.' Ondergronds valt er nog meer moois te ontdekken. Een interdisciplinair team van archeologen, historici en geologen aan de Universiteit Gent, onder leiding van Wim De Clercq, deed de voorbije jaren baanbrekend onderzoek naar de verdwenen Zwinhavens. Die zijn vandaag bijna onzichtbaar in het landschap, maar met een variëteit aan technieken hebben ze de ondergrondse restanten in kaart gebracht. Op basis daarvan hebben ze de havens bovengronds in virtual reality gereconstrueerd. In een scherpe bocht op de Krinkeldijk houden we halt aan een volgende VR-kijker. Waar nu de Damse Vaart een rechte lijn trekt door het landschap, lag in de middeleeuwen Monnikerede. In de dertiende eeuw groeide het vissersdorpje uit tot een havenstad. Hoewel het geen kerk, stadsmuren of -torens had, had het wel twee drukbewoonde hoofdstraten die kruisten met de getijdenhaven. Rond 1600 was Monnikerede al een spookstadje, maar onder de grond bleven de fundamenten van huizen en restanten van o.a. waterputten en drinkpoelen bewaard. Plekken zoals de markt, het stadhuis, de waterputten of de droogplaats voor vissersnetten werden in detail gelokaliseerd zonder opgravingen. De ploegende boer deed een deel van het werk, waarbij vindplaatsen van objecten werden verwerkt tot een heatmap, die de archeologen vergeleken met bodemscans en middeleeuwse kadasterplannen. Maar ze werden ook geholpen door kleine, levende graafmachines met een spitse neus. 'In hun zoektocht naar wormen graven mollen archeologische resten op. De informatie lag voor het rapen, één weide telde zelfs ruim 5000 molshopen. Ook via drones kregen we een beeld van de ondergrond', vertelt Jan Trachet, een van de onderzoekers aan de Universiteit Gent. Van op de Krinkeldijk - die werd aangelegd naast de twaalfde eeuwse Zwingeul en het land van Oostkerke moest beschermen tegen nog meer overstromingen - rijden we het charmante Hoeke binnen, dat nog steeds bestaat als gehucht rond de dertiende-eeuwse Sint-Jacob-de-Meerdere kerk. Brugge deelde de lakens uit, maar gunde zijn voorhavens privileges. Terwijl Monnikerede het stapelrecht had voor stokvis, mocht het oude Hoeke handelen in hout, ijzer en touw voor scheepsherstellingen. 'Hoeke lag in een bocht van het Zwin en was de lokale uitvalsbasis van de machtige Hanze, een handelsverbond van Noordzeesteden', vertelt Henk. 'De aanlegplaats was een scheepswerf, waar de schepen 'opgekalefaterd' (dichtmaken van houten naden met paardenhaar, mos en pek, red.) werden. Smeden bewerkten er ijzer voor scheepsbouw.' Er werden al heel wat restanten gevonden zoals ijzerslakken, deze zomer gaan archeologen van de UGent op zoek naar de scheepssmederij van weleer. Na een korte pitstop in het piepkleine Mude of Sint Anna ter Muiden, waar ooit de waterbaljuw rechtsprak bij conflicten op zee, rijden we Sluis binnen. Deze grensstad is bij Vlamingen nu gekend en geliefd vanwege culinaire hoogstandjes en de West-Zeeuws-Vlaamse gastvrijheid, maar het was tot 1450 ook dé belangrijkste voorhaven van Brugge vanwege zijn strategische ligging aan het Zwin. Het nam met verve de rol van Damme over, wiens rol door de verzanding dan al was uitgespeeld. Halfweg de vijftiende eeuw begon echter ook in Sluis het verval door de verzanding van het Zwin, al zou het tijdens de Tachtigjarige Oorlog nog even herleven als vestingstad. We rijden naar een nieuwe VR-kijker. Even later bevinden we ons hoog en droog in het virtueel kraaiennest van een Venetiaanse galei, die de haven van Sluis binnenvaart anno 1400. Onder ons wapperen zeilen, we krijgen zowaar hoogtevrees hoewel de beide voeten stevig op de grond zijn verankerd. Dit is virtuele beleving op zijn best. Van op het water zien we de Toren van Bourgondië en een imposant kasteel op de andere oever waar de hertogen van Bourgondië weleens verbleven. Terwijl dreigende onweerswolken en een stevige zeebries ons aanmanen om net iets sneller te trappen, zetten we koers naar de Zwinvlakte en het Zwin Natuur Park, waar ook een expo (zie kader) je meeneemt op een tijdreis naar de verdwenen Zwinhavens. We passeren drie grenspalen - de Drieling van Retranchement - en plots doemt voor ons de Nieuwe Zwindijk op. De voorbije jaren werd de grensoverschrijdende Zwinvlakte een stuk groter, waardoor 345 hectare getijdennatuur nieuwe kansen krijgt. Na bijna duizend jaar inpolderen, geven we land terug aan de zee. We inhaleren de zilte zeelucht en turen naar de monding waar de Noordzee overvloeit in de Zwingeul. Kokmeeuwen dobberen onverschillig op de watervlakte. De monding lijkt wel een gapende muil waaruit twee keer per dag zeewater de Zwinvlakte in gutst en zo dit prachtig stukje natuur boetseert. Nog geen duizend jaar geleden was deze monding tot drie kilometer breed, nu nauwelijks enkele honderden meters. Panta rhei, orakelde ooit een Griekse filosoof. Alles stroomt en verandert: water, wolken, licht, dorpen, havens. En Moeder Aarde heeft het laatste woord: zij deed de Zwinhavens opkomen en weer verdwijnen. In een handomdraai, met wat zand.