Welke outfit draag je op dit moment? Waarom haalde je juist dit uit de kast vanmorgen? En wat zegt die outfit over je persoonlijkheid? Dat is het uitgangspunt van het nieuwe boek What Artists Wear van de Britse modejournalist Charlie Porter. 'De meeste mensen dragen kleren zonder te beseffen welke boodschap ze ermee uitsturen. Zo anders is dat bij kunstenaars. Voor hen is het een canvas, een manier om te tonen wie ze zijn. In hun handen zijn kleren tekens van verzet, creativiteit, storytelling en zelfexpressie', analyseert Porter als we hem opbellen. 'Ik wil mijn lezers overtuigen om na te denken over wat ze dragen. Want door je outfit te veranderen, verander je jezelf.'
...

Welke outfit draag je op dit moment? Waarom haalde je juist dit uit de kast vanmorgen? En wat zegt die outfit over je persoonlijkheid? Dat is het uitgangspunt van het nieuwe boek What Artists Wear van de Britse modejournalist Charlie Porter. 'De meeste mensen dragen kleren zonder te beseffen welke boodschap ze ermee uitsturen. Zo anders is dat bij kunstenaars. Voor hen is het een canvas, een manier om te tonen wie ze zijn. In hun handen zijn kleren tekens van verzet, creativiteit, storytelling en zelfexpressie', analyseert Porter als we hem opbellen. 'Ik wil mijn lezers overtuigen om na te denken over wat ze dragen. Want door je outfit te veranderen, verander je jezelf.' Porter verpakt zijn empowermentboodschap in een toegankelijke en goed geschreven pocket vol foto's, ver weg van een glamoureus koffietafelboek. Je zou kunnen zeggen dat hij mode desacraliseert en uit haar ivoren toren haalt. Om zijn punt te maken, beschrijft Porter de vestimentaire keuzes van beeldend kunstenaars. Omdat zij - volgens hem - volledig ontsnappen aan het maatschappelijke verwachtingspatroon qua mode. 'Ze werken volledig alleen, afgezonderd in hun atelier.' In het boek zien we onder meer Frida Kahlo in een kostuum, Andy Warhol in een spijkerbroek, Marina Abramovi? in een witte blouse en Francis Bacon in een streepjeshemd. Porter: 'Kunstenaars worden vaak neergezet als genieën of iconen. Door over hun kleren te schrijven, vermenselijk ik hen. Het doet je ook hun kunst beter begrijpen.' De kunstwereld is bekend terrein voor hem. Zijn beide ouders zijn schilder en zijn vriend Richard Dodwell is kunstenaar en curator. Dit boek is een breuklijn in Porters carrière. Jarenlang schuimde hij als reporter alle shows af. Drie jaar geleden, op zijn 44ste, gaf hij zijn ontslag als vaste mannenmodejournalist bij de Financial Times. 'Ik was altijd bezig met de preproductieperiode, nog voor de kleren in de winkel liggen. Ik werd benieuwd naar wat er gebeurt als je ze daadwerkelijk draagt. Daar gaat dit boek over.' What Artists Wear is verschenen bij Penguin Books, 19,95 euro. 'In een opvallende of excentrieke outfit zul je me niet snel zien. Ik heb wellicht genoeg aan mijn werk om mezelf uit de drukken. Modetrends zijn ook niet aan mij besteed. Maar ik hecht wel waarde aan wat ik draag, qua kwaliteit en herkomst. En in een short zul je me nooit zien. Meestal draag ik een soort uniform van een zwart of wit T-shirt met een jeansbroek. Ooit maakte ik schetsen voor een minimalistisch 'artist uniform', maar het bleef voorlopig bij een plan. Bij deze een oproep aan alle designers. In 2015 deed ik een performance op de modeshow van A.F. Vandevorst, genaamd White Light Paint AF White. Ik spoot de modellen en de kleren wit met verf, terwijl ik met mijn band het nummer White Light White Heat speelde van The Velvet Underground. Ook verschillende modellen speelden mee, zoals Kim Peers op gitaar. De barokke locatie, de Belgische ambassade in Parijs, pakte ik volledig in in plastic. Als ik performances doe of optreed met mijn band, besteed ik extra aandacht aan mijn outfit, vaak ook met zelfgemaakte hoeden. Uit bijgeloof draag ik altijd dezelfde riem en een paar chelsea boots die ik in 2008 kocht tijdens mijn eerste bezoek aan New York. Eigenlijk waren ze toen te duur voor mij, maar ik droomde er al lang van. Achteraf bekeken was het een heel goede aankoop, want ik draag ze nog altijd. In mijn atelier werk ik met allerhande materialen zoals gips, hout, verf en was. Maar naast die dirty jobs waarbij mijn kleren steevast vuil worden, lees, schrijf en teken ik ook veel. En ik maak muziek. Alles loopt in elkaar over en vaak heb ik geen zin om me tussendoor om te kleden, waardoor mijn gewone kleren onder de vlekken zitten en degraderen tot atelierstatus. Soms belanden ze zelfs in een performance of een sculptuur. Gelukkig heb ik in mijn atelier altijd een overall liggen die ik snel kan aantrekken. Vroeger struinde ik graag tweedehandswinkels af op zoek naar mooie kostuums. Nu hou ik het na twee winkels al voor gezien. Liever zit ik in mijn atelier, in vuile kleren.' Zijn werk is nu te zien op de kunstroutes Paradise in Kortrijk (tot 24 oktober) en Pass II in de Vlaamse Ardennen (tot 3 oktober). En in de nieuwe Parijse locatie van Galerie Nathalie Obadia, jorisvandemoortel.eu 'Al sinds mijn tienerjaren gebruik ik kleding als expressiemiddel. Ik verfde, verstelde en verknipte mijn kleren. In zekere mate doe ik dat nog steeds. Zo had ik een stuk van Maison Martin Margiela, maar de kraag vond ik oncomfortabel hoog, dus knipte ik die af. Dat is voor mij geen heiligschennis. Intussen schilder ik zelfs in dat mouwloze vest. Ik koop geen speciale kleren om in te schilderen. Een schort of een overall draag ik ook niet. Ik werk gewoon in mijn oude kleren. De liefde voor mode kreeg ik mee van thuis. Mijn moeder kleedde mijn broer, mijn zus en ik echt als prinsjes en prinsesjes. Op een oude foto dragen we een cape, een hoedje en lakschoentjes. Prachtig gewoon. Toen ik later in het Antwerpse uitgaansleven designers leerde kennen, ben ik nog dieper in de modewereld gedoken. Ik kreeg er goede vrienden, zoals stylist Olivier Rizzo en ontwerper Raf Simons. Om het half jaar ging ik mee naar de shows in Parijs. We werkten ook samen. Zo beschilderde ik enkele kledingstukken voor zijn wintercollectie 2003-04, gebaseerd op het archief van Peter Saville, de designer die werkte voor bands als New Order. En mijn werk stond in zijn jubileumboek Redux. Nu Raf niet meer in Antwerpen woont, is het contact moeilijker. Maar ik blijf zijn werk volgen. Zijn eigen lijn blijft mijn favoriete merk. Het was ook Raf Simons die me het duwtje gaf om voluit voor het kunstenaarschap te gaan. Hij toonde mijn werken aan Marc Foxx, een bevriende galerist in L.A.. Die was enthousiast en daarna ging het snel. Ik verkocht internationaal aan verzamelaars en musea en had verschillende tentoonstellingen. Dat was in 2004. Tot die tijd combineerde ik mijn kunstenaarschap met een job als huisschilder. Hoeveel ik ook van mode hou, een shopaholic ben ik nooit geweest. Af en toe kocht ik zeker designerstukken, en soms deed ik me daar financieel pijn voor. Maar ik heb altijd meer plezier gehad in het zien dan in het hebben. Ik heb ook altijd een voorkeur gehad voor versleten kleren. Daarom kocht ik vroeger ook veel tweedehands. Nu shop ik nog amper. Ik ben op een leeftijd gekomen waarop ik kleren genoeg heb. Soms passeert er een stuk dat ik mooi vind, maar ik ga er niet naar op zoek.' Stef Driesen is verbonden aan de Brusselse galerie Greta Meert. 'Een Gap-T-shirt en een Acne-jeans, zo ziet mijn dagelijkse schilderstenue eruit. Vroeger droeg ik altijd Levi's, maar daar was ik op uitgekeken. Iemand tipte me om Acne-jeans eens te proberen. Sindsdien ben ik hooked. Liefst koop ik ze in hun prachtige winkel in Parijs. Van mijn T-shirts sla ik een voorraad in, telkens als ik in New York ben. Op de dagen waarop ik een afspraak heb, bijvoorbeeld met een galerist of verzamelaar, draag ik mijn designerkleren, meestal van Maison Martin Margiela. Ik hou van Margiela, omdat het als een uniform is. De soberheid spreekt me aan. Om te voorkomen dat mijn mooie kleren onder de verfspatten zitten, draag ik een witte stofjas. Precies dezelfde als de stofjas die de Margiela-werknemers dragen. Eigenlijk is die niet te koop. Maar Nicola Vercraeye, de eigenaar van de Brusselse Margiela-winkel, bestelde die voor mij. Het was mijn lievelingswinkel. Maar helaas sloot hij zijn deuren. Verder winkel ik graag bij Sonja Noël van Stijl. Vroeger kocht ik daar ook Dries Van Noten. Hij maakte fantastische sweaters en sjaals. Maar persoonlijk vind ik zijn mannenkleding de laatste jaren te vrouwelijk en te floraal. Ik schilder al sinds mijn tiende, maar op mijn achttiende belandde ik via een vriend op een toneelopleiding. In die periode liep ik af en toe ook catwalkshows. Modetrends volg ik niet, maar ik hou wel van kleren. Ik kijk graag naar hoe ze gemaakt zijn. En de kleuren inspireren me ook voor mijn schilderkunst. Het is dankzij de mode dat ik in België belandde. Ik ontmoette mijn Belgische vrouw namelijk op een overzichtsexpo van Giorgio Armani in het Guggenheim in New York, zo'n twintig jaar geleden. Ik groeide op in L.A., maar woonde toen al tien jaar in New York. Zij was er toevallig op vakantie bij een tante die er werkte. Het was een coup de foudre en ze kwam al snel bij mij wonen. Een paar jaar later verhuisden we naar Brussel en trouwden we in een tenue van A.F. Vandevorst.' Nog tot 23 oktober loopt zijn expo Man Jok op drie verschillende locaties in Brussel: bij de galeries Faider en La Forest Divonne en in de kunstruimte Odradek, jeffkowatch.com 'Een louche gepensioneerde gynaecoloog die in Nice woont; zo'n personage is mijn toetssteen als ik ga shoppen. Dat hou ik trouwens maximaal 45 minuten vol. En als ik een goed stuk vind, koop ik meteen een stapel. Zo heb ik acht dezelfde witte jeansbroeken van Marc O'Polo. Dan ben ik de komende tien jaar goed. Ik heb een grote fascinatie voor palmbomen. Dat zie je in mijn werk. Uit nostalgie voor tv-series als Magnum, P.I. draag ik graag hawaïhemden. Maar meer nog draag ik ze uit rebellie. Ik wil afwijken van het uniform dat verwacht wordt van een witte man van middelbare leeftijd: de identiteitsloze kleren die je vindt in de Gentse Veldstraat. Soms ga ik low met hawaïhemden, dan weer high met maatpakken. Afhankelijk van mijn mood of van de situatie. Of zoals dragqueen RuPaul zegt in zijn fantastische reeks Drag Race: ' You are born naked. All the rest is drag.' Hij heeft gelijk. Alles is kostuum. In zekere zin verkleden we ons allemaal, afhankelijk van onze sociale status. Als student Germaanse droeg ik kostuums. Toen ik ging werken, aanvankelijk als copywriter en later als marketingmanager, was ik de enige in een pak. Na de derde opmerking of ik naar een trouw moest, stopte ik ermee. Sinds een jaar of tien heb ik er weer zin in. Ik kies wel voor maatwerk, omdat voor mijn postuur standaardmaten niet werken. Toegegeven, het is een luxe, maar wel eentje die ik me graag permitteer. Vroeger ging ik naar Café Costume, nu laat ik mijn pakken maken bij Schaap Tailors. Ik kies graag opvallende stoffen, zo heb ik een blazer in een blauw-roze ruit en een paarsachtig dik wollen safari-jasje. Ik betaal geen maatwerk om er dan uit te zien zoals iedereen. Echte werkkleren heb ik niet. Al is dat niet verstandig, want ik druk mijn foto's zelf af in de doka. Die chemische producten spatten gemakkelijk en maken vlekken die erger zijn dan spaghettisaus. Ik heb dus al veel kleren moet weggooien. Nu heb ik eindelijk een schort gekocht, al zou een stofjas nog beter zijn.' Nog tot 6 november loopt zijn tentoonstelling Paradise Á vendre bij Gallery 51 in Antwerpen. Op de buitententoonstelling Paradise in Kortrijk is zijn werk op twee plaatsen te zien, brunoroels.be