Iedereen herinnert zich de schokkende beelden uit 2013 van de instorting van de textielfabriek Rana Plaza in Bangladesh. Meer dan duizend arbeiders lieten op één ochtend het leven, en Rana Plaza werd het symbool voor alles wat er misloopt in de fast-fashionketen.

Het concept van fast fashion kwam tot wasdom aan het einde van de jaren tachtig en heeft sindsdien de westerse wereld in een rotvaart veroverd. De mode werd democratischer, zo werd gezegd, maar de keerzijde van de medaille bleek minder fraai: door de dumpingprijzen begonnen klanten kleding te zien als wegwerpproduct. Out with the old, in with the new. En dat niet langer om het jaar, maar om de paar weken.

Voorspellen in welke mate en hoe snel 'slow fashion' voet aan wal zal krijgen is moeilijk

Sinds de ramp in Bangladesh is de veiligheid van de textielarbeiders verbeterd, maar op andere vlakken is er nog enorm veel werk aan de winkel. Enter de slow fashion, een tegenbeweging die, naar analogie met slow food, pleit voor vertraging en een duurzamere manier van werken.

Voorspellen in welke mate en hoe snel 'slow fashion' voet aan wal zal krijgen is moeilijk. Veel hangt af van het gedrag van de consument, en dat is onvoorspelbaar. Maar dat het anders moet dan nu, zoveel is duidelijk. Zowel ecologisch als ethisch rammelt het fastfashionsysteem immers aan alle kanten.

Om alvast één cijfer te noemen: in Bangladesh ligt het minimumloon momenteel op 90 euro per maand, wat vijf keer te weinig is om er een menswaardig leven te leiden. Fast fashion heeft enkele van de rijkste mannen op aarde opgeleverd, terwijl het het systeem steunt op het werk van de armste vrouwen ter wereld, voornamelijk uit landen zoals Bangladesh, China, Vietnam en Indonesië. Het is onethisch, seksistisch en racistisch, en vaak niet minder dan moderne slavernij. Zo linken recente rapporten een vijfde van alle katoenen kledingstukken ter wereld aan dwangarbeid van Oeigoeren in China. Katoen, een stof die iedereen in z'n kast heeft hangen .

Katoen is overigens een dorstige plant. Om een T-shirt te maken heb je 2500 liter water nodig en een jeansbroek slorpt meer dan 7000 liter op. In de gebieden waar katoen in monocultuur geteeld wordt, zorgt dit voor schrijnende watertekorten, zowel voor de lokale bevolking als voor de natuur. Om nog maar te zwijgen van de pesticiden die katoenplukkers en de grond vergiftigen.

Wat het gebruik van primaire grondstoffen en water betreft, staat de textielindustrie op de vierde plaats, na levensmiddelen, huisvesting en vervoer. Qua uitstoot van broeikasgassen prijkt de sector op nummer vijf. Wereldwijd is de mode-industrie verantwoordelijk voor 10 procent van de CO2 uitstoot: dat is meer dan de scheep- en luchtvaartindustrie bij elkaar opgeteld.

Als we aan dit tempo doorgaan, wordt verwacht dat de kledingproductie zal stijgen met 63 procent tegen 2040

De milieu-impact van fast fashion is énorm, niet alleen omdat natuurlijke bronnen worden opgesoupeerd, maar ook omwille van de overconsumptie die eigen is aan het concept. In het Westen is het gemiddeld aantal gekochte kledingstukken in de voorbije dertig jaar zowat verzesvoudigd. Maar liefst drie op de vijf kledingstukken belanden vaak al binnen het jaar op het stort of in de verbrandingsoven. Volgens OVAM (de Openbare Vlaamse Afval Maatschappij) gooien Vlamingen elk jaar gemiddeld 8,2 kilogram kleding weg, een studie in opdracht van het modemerk Labfresh heeft het over 14,8 kg weggegooide kleding per jaar per capita in België. Als we aan dit tempo doorgaan, wordt verwacht dat de kledingproductie zal stijgen met 63 procent tegen 2040.

Gelukkig zijn er ook signalen dat het tij zou kunnen keren. In 2015 verscheen de documentaire The True Cost, die de onderbuik van de modewereld blootlegde. Het was een eye-opener voor heel wat consumenten, winkeluitbaters, ontwerpers, bloggers en journalisten, en vijf jaar later zien we een enorme bloei van initiatieven die duurzame mode centraal zetten, van boetieks over apps tot burgerbewegingen.

De modezoekmachine Lyst zag in 2019 een groei van 75 procent in het zoeken naar duurzame mode en ook Google meet jaar na jaar een stijgende interesse in het onderwerp. Er is dus animo voor een meer duurzaam modeaanbod. Goed nieuws, want hoe meer de klant ernaar vraagt, hoe meer de modeprofessional interesse zal tonen in verduurzamen .

Een andere positieve evolutie is de opmars van tweedehands. Nieuwsdienst Reuters voorspelt dat de markt de komende vijf jaar zal verdubbelen, wat resulteert in een winst van 51 miljard dollar. De populaire app Vinted heeft naar eigen zeggen 30 miljoen gebruikers in Europa. Ook modemerken, retailplatformen en boetieks zetten in op herverkoop. Zo kunnen ze geld verdienen aan het tweede leven van hun eigen aanbod. Een win-winsituatie: de merken gaan niet ten onder en burgers kunnen gemakkelijk een groenere keuze maken.

Dat brengt ons bij een moeilijk, maar belangrijk vraagstuk: wie is verantwoordelijk en wie moet zich aanpassen? De consumenten, de merken, de producenten of de beleidsmakers? McKinsey & Co. en Global Fashion Agenda onderzochten wie welke acties kan ondernemen om de sector te vergroenen. In hun rapport (augustus 2020) staat dat over de hele modewereld jaarlijks 1,7 miljard ton minder CO2 uitgestoten kan worden als iedereen de handen in elkaar slaat. Acties van producenten hebben het meest impact (61 procent), maar de inzet van merken (18 procent) en consumenten (21 procent) is ook broodnodig. De onderzoekers stellen dat overheden en investeerders moeten eisen - met wetten en fikse sommen geld - dat modemerken eerlijk en ecologisch te werk gaan .

Wat doen de beleidsmakers? Vanuit die hoek is het lang stil gebleven, maar recent zijn er dan toch stappen in de goede richting gezet. De Green Deal van de Europese Commissie wil de EU tegen 2050 klimaatneutraal maken. Textiel is een sector met een grote impact op het milieu én een industrie waar veel kansen liggen en krijgt daarom extra aandacht in het actieplan voor de circulaire economie. De experts zijn het erover eens dat het take-make-waste-systeem op de schop moet en afval dient te worden gezien als een grondstof die kan hergebruikt worden.

De omschakeling naar een duurzamere manier om met mode en textiel om te gaan lijkt in gang te zijn gezet. Maar er is werk aan de winkel: op dit moment is slechts een klein deel van de collecties van fastfashionmerken ecologisch en geen enkele grote speler betaalt een leefbaar loon aan z'n textielarbeiders.

Als het te goed klinkt om waar te zijn, dan is het dat meestal ook

Klimaatdoelstellingen van grote ketens spreken van een klimaatpositieve toekomst, met enkel nog duurzame of gerecycleerde stoffen en eerlijke arbeidsomstandigheden. En dat allemaal verwezenlijkt tegen 2040. Of dit realistische doelstellingen zijn, is maar de vraag; de beloftes die de ketens maakten tegen 2020 zijn ze in ieder geval niet of halfslachtig nagekomen. Zo snel als ze nieuwe collecties lanceren, zo traag zijn de fastfashionbedrijven als het over het opkuisen van hun productieketen gaat. En greenwashing - een marketingtruc waarbij bedrijven zich groener voordoen dan ze daadwerkelijk zijn - komt jammer genoeg vaak voor. Als het te goed klinkt om waar te zijn, dan is het dat meestal ook.

Daarnaast is het gedrag van de consument moeilijk te voorspellen. Modeconsumptie gebeurt vaak irrationeel en hedonistisch, zelfs bij mensen die bewust willen shoppen. Modejournalist en auteur Dana Thomas vergelijkt ons huidige consumptiepatroon en onze voorliefde voor fast fashion met een drugverslaving: "We hebben een overdosis genomen en moeten afkicken, herstellen en ons gedrag verbeteren ."

De omslag naar een duurzamere werkwijze in de mode is niet alleen maar een uitdaging; een andere aanpak biedt ook kansen voor een sector die het voor de coronacrisis al moeilijk had. Volgens de Ellen MacArthur Foundation loopt de sector jaarlijks 460 miljard dollar mis doordat kleding die nog draagbaar is (of zou kunnen zijn na herstel) wordt weggegooid. Wereldwijd wordt momenteel minder dan 1 procent van de ingezamelde kledij tot hoogwaardig textiel gerecycleerd, terwijl enkele kleinere merken vandaag al bewijzen dat het, mits innovatie en creativiteit, perfect mogelijk is om te produceren met hergebruikte stoffen. (Er zijn ook fastfashionspelers die recycleren, maar meestal slechts voor een deel van hun collectie.)

Een voertuig in volle vaart afremmen, tot stilstand brengen of een andere koers laten varen is natuurlijk allesbehalve eenvoudig

Zal de modesector vertragen? Een voertuig in volle vaart afremmen, tot stilstand brengen of een andere koers laten varen is natuurlijk allesbehalve eenvoudig. Zeker niet wanneer er biljarden euro's mee gemoeid zijn. Maar er is, zo denk ik, geen reden voor en vooral ook geen nood aan doemdenkerij: wie verlamd is door angst, zet niets in gang.

Als we over twintig jaar al verandering willen zien, moeten we het roer nu radicaal omgooien. Daarvoor heeft een mens hoop nodig, en die leg ik persoonlijk, zonder hen op te willen zadelen met een onmogelijke taak, in de jongeren van vandaag. Hun strijdvaardigheid verdient bewondering: generation Z ziet onrecht en klimt op de barricades. Of het nu gaat om Black Lives Matter of het klimaat, ze pikken het niet dat hun toekomst verpest wordt door hebberige, racistische en seksistische figuren die baden in het geld. En voor ik hier van ageism beschuld word: er zijn ook rijpere stemmen zoals Jane Fonda (82) en David Attenborough (94) die vooraan lopen op de weg naar een groenere, eerlijkere planeet.

Laten we hopen dat dit soort positieve energie de komende jaren als een wervelwind door de modesector blaast. Verandering kan, en het zal moeten: we zijn het verschuldigd aan onszelf, aan de mensen die onze kleding maken, en aan de planeet.

Waar gaan we naartoe?, Luster
Waar gaan we naartoe? © Luster

Waar gaan we naartoe? 43 inspirerende stemmen denken na over de toekomst

Luster legde 43 relevante vragen over de toekomst voor aan evenveel experts. Van 'Hoe wonen we in 2040?' tot 'Wanneer gaan vrouwen evenveel verdienen als mannen?' De antwoorden zetten de lezer aan het denken en leiden bijna allemaal tot een belangrijke vaststelling: de vraag is niet wat er zal gebeuren, de vraag is wat we willen dat er gebeurt.

Met de medewerking van Stijn Baert, Yassine Boubout, Jean-Jacques Cassiman, Manu Claeys, Margot Cloet, Rik Coolsaet, Hannes Coudenys, Pedro De Bruyckere, Dominique Deckmyn, Dieter De Cleene, Toni De Coninck, Bruno De Cordier, Karel Decorte, Koen De Leus, Dirk Draulans, Selma Franssen, Paul Baeten Gronda, Leslie Hodge, Meinie Nicolai, Raf Njotea, Tom Palmaerts, Sabine Peeters, Kris Peeters, Lotte Philipsen, Barbara Serulus, Thomas Smolders, Liesbet Stevens, Tracy Bibo Tansia, Herman Tournaye, Jan Tytgat, Wouter Van Bellingen, Leo Van Broeck, Ivan Van de Cloot, Filip Van den Abeele, Patrick Van der Vorst, Maarten Vangramberen, Sarah Van Liefferinge, Gino Van Ossel, Tony Verhelle, Erika Vlieghe, Hendrik Vos, Caroline Vrijens en Philippe Van Cauteren.

Voor meer informatie en de link naar de webshop van de uitgeverij surf je naar uitgeverijluster.be.

De uitgeverij schenkt per verkocht exemplaar 1 euro aan het Kinderarmoedefonds.

Iedereen herinnert zich de schokkende beelden uit 2013 van de instorting van de textielfabriek Rana Plaza in Bangladesh. Meer dan duizend arbeiders lieten op één ochtend het leven, en Rana Plaza werd het symbool voor alles wat er misloopt in de fast-fashionketen. Het concept van fast fashion kwam tot wasdom aan het einde van de jaren tachtig en heeft sindsdien de westerse wereld in een rotvaart veroverd. De mode werd democratischer, zo werd gezegd, maar de keerzijde van de medaille bleek minder fraai: door de dumpingprijzen begonnen klanten kleding te zien als wegwerpproduct. Out with the old, in with the new. En dat niet langer om het jaar, maar om de paar weken. Sinds de ramp in Bangladesh is de veiligheid van de textielarbeiders verbeterd, maar op andere vlakken is er nog enorm veel werk aan de winkel. Enter de slow fashion, een tegenbeweging die, naar analogie met slow food, pleit voor vertraging en een duurzamere manier van werken. Voorspellen in welke mate en hoe snel 'slow fashion' voet aan wal zal krijgen is moeilijk. Veel hangt af van het gedrag van de consument, en dat is onvoorspelbaar. Maar dat het anders moet dan nu, zoveel is duidelijk. Zowel ecologisch als ethisch rammelt het fastfashionsysteem immers aan alle kanten. Om alvast één cijfer te noemen: in Bangladesh ligt het minimumloon momenteel op 90 euro per maand, wat vijf keer te weinig is om er een menswaardig leven te leiden. Fast fashion heeft enkele van de rijkste mannen op aarde opgeleverd, terwijl het het systeem steunt op het werk van de armste vrouwen ter wereld, voornamelijk uit landen zoals Bangladesh, China, Vietnam en Indonesië. Het is onethisch, seksistisch en racistisch, en vaak niet minder dan moderne slavernij. Zo linken recente rapporten een vijfde van alle katoenen kledingstukken ter wereld aan dwangarbeid van Oeigoeren in China. Katoen, een stof die iedereen in z'n kast heeft hangen . Katoen is overigens een dorstige plant. Om een T-shirt te maken heb je 2500 liter water nodig en een jeansbroek slorpt meer dan 7000 liter op. In de gebieden waar katoen in monocultuur geteeld wordt, zorgt dit voor schrijnende watertekorten, zowel voor de lokale bevolking als voor de natuur. Om nog maar te zwijgen van de pesticiden die katoenplukkers en de grond vergiftigen. Wat het gebruik van primaire grondstoffen en water betreft, staat de textielindustrie op de vierde plaats, na levensmiddelen, huisvesting en vervoer. Qua uitstoot van broeikasgassen prijkt de sector op nummer vijf. Wereldwijd is de mode-industrie verantwoordelijk voor 10 procent van de CO2 uitstoot: dat is meer dan de scheep- en luchtvaartindustrie bij elkaar opgeteld. De milieu-impact van fast fashion is énorm, niet alleen omdat natuurlijke bronnen worden opgesoupeerd, maar ook omwille van de overconsumptie die eigen is aan het concept. In het Westen is het gemiddeld aantal gekochte kledingstukken in de voorbije dertig jaar zowat verzesvoudigd. Maar liefst drie op de vijf kledingstukken belanden vaak al binnen het jaar op het stort of in de verbrandingsoven. Volgens OVAM (de Openbare Vlaamse Afval Maatschappij) gooien Vlamingen elk jaar gemiddeld 8,2 kilogram kleding weg, een studie in opdracht van het modemerk Labfresh heeft het over 14,8 kg weggegooide kleding per jaar per capita in België. Als we aan dit tempo doorgaan, wordt verwacht dat de kledingproductie zal stijgen met 63 procent tegen 2040. Gelukkig zijn er ook signalen dat het tij zou kunnen keren. In 2015 verscheen de documentaire The True Cost, die de onderbuik van de modewereld blootlegde. Het was een eye-opener voor heel wat consumenten, winkeluitbaters, ontwerpers, bloggers en journalisten, en vijf jaar later zien we een enorme bloei van initiatieven die duurzame mode centraal zetten, van boetieks over apps tot burgerbewegingen. De modezoekmachine Lyst zag in 2019 een groei van 75 procent in het zoeken naar duurzame mode en ook Google meet jaar na jaar een stijgende interesse in het onderwerp. Er is dus animo voor een meer duurzaam modeaanbod. Goed nieuws, want hoe meer de klant ernaar vraagt, hoe meer de modeprofessional interesse zal tonen in verduurzamen . Een andere positieve evolutie is de opmars van tweedehands. Nieuwsdienst Reuters voorspelt dat de markt de komende vijf jaar zal verdubbelen, wat resulteert in een winst van 51 miljard dollar. De populaire app Vinted heeft naar eigen zeggen 30 miljoen gebruikers in Europa. Ook modemerken, retailplatformen en boetieks zetten in op herverkoop. Zo kunnen ze geld verdienen aan het tweede leven van hun eigen aanbod. Een win-winsituatie: de merken gaan niet ten onder en burgers kunnen gemakkelijk een groenere keuze maken. Dat brengt ons bij een moeilijk, maar belangrijk vraagstuk: wie is verantwoordelijk en wie moet zich aanpassen? De consumenten, de merken, de producenten of de beleidsmakers? McKinsey & Co. en Global Fashion Agenda onderzochten wie welke acties kan ondernemen om de sector te vergroenen. In hun rapport (augustus 2020) staat dat over de hele modewereld jaarlijks 1,7 miljard ton minder CO2 uitgestoten kan worden als iedereen de handen in elkaar slaat. Acties van producenten hebben het meest impact (61 procent), maar de inzet van merken (18 procent) en consumenten (21 procent) is ook broodnodig. De onderzoekers stellen dat overheden en investeerders moeten eisen - met wetten en fikse sommen geld - dat modemerken eerlijk en ecologisch te werk gaan . Wat doen de beleidsmakers? Vanuit die hoek is het lang stil gebleven, maar recent zijn er dan toch stappen in de goede richting gezet. De Green Deal van de Europese Commissie wil de EU tegen 2050 klimaatneutraal maken. Textiel is een sector met een grote impact op het milieu én een industrie waar veel kansen liggen en krijgt daarom extra aandacht in het actieplan voor de circulaire economie. De experts zijn het erover eens dat het take-make-waste-systeem op de schop moet en afval dient te worden gezien als een grondstof die kan hergebruikt worden. De omschakeling naar een duurzamere manier om met mode en textiel om te gaan lijkt in gang te zijn gezet. Maar er is werk aan de winkel: op dit moment is slechts een klein deel van de collecties van fastfashionmerken ecologisch en geen enkele grote speler betaalt een leefbaar loon aan z'n textielarbeiders. Klimaatdoelstellingen van grote ketens spreken van een klimaatpositieve toekomst, met enkel nog duurzame of gerecycleerde stoffen en eerlijke arbeidsomstandigheden. En dat allemaal verwezenlijkt tegen 2040. Of dit realistische doelstellingen zijn, is maar de vraag; de beloftes die de ketens maakten tegen 2020 zijn ze in ieder geval niet of halfslachtig nagekomen. Zo snel als ze nieuwe collecties lanceren, zo traag zijn de fastfashionbedrijven als het over het opkuisen van hun productieketen gaat. En greenwashing - een marketingtruc waarbij bedrijven zich groener voordoen dan ze daadwerkelijk zijn - komt jammer genoeg vaak voor. Als het te goed klinkt om waar te zijn, dan is het dat meestal ook. Daarnaast is het gedrag van de consument moeilijk te voorspellen. Modeconsumptie gebeurt vaak irrationeel en hedonistisch, zelfs bij mensen die bewust willen shoppen. Modejournalist en auteur Dana Thomas vergelijkt ons huidige consumptiepatroon en onze voorliefde voor fast fashion met een drugverslaving: "We hebben een overdosis genomen en moeten afkicken, herstellen en ons gedrag verbeteren ."De omslag naar een duurzamere werkwijze in de mode is niet alleen maar een uitdaging; een andere aanpak biedt ook kansen voor een sector die het voor de coronacrisis al moeilijk had. Volgens de Ellen MacArthur Foundation loopt de sector jaarlijks 460 miljard dollar mis doordat kleding die nog draagbaar is (of zou kunnen zijn na herstel) wordt weggegooid. Wereldwijd wordt momenteel minder dan 1 procent van de ingezamelde kledij tot hoogwaardig textiel gerecycleerd, terwijl enkele kleinere merken vandaag al bewijzen dat het, mits innovatie en creativiteit, perfect mogelijk is om te produceren met hergebruikte stoffen. (Er zijn ook fastfashionspelers die recycleren, maar meestal slechts voor een deel van hun collectie.)Zal de modesector vertragen? Een voertuig in volle vaart afremmen, tot stilstand brengen of een andere koers laten varen is natuurlijk allesbehalve eenvoudig. Zeker niet wanneer er biljarden euro's mee gemoeid zijn. Maar er is, zo denk ik, geen reden voor en vooral ook geen nood aan doemdenkerij: wie verlamd is door angst, zet niets in gang. Als we over twintig jaar al verandering willen zien, moeten we het roer nu radicaal omgooien. Daarvoor heeft een mens hoop nodig, en die leg ik persoonlijk, zonder hen op te willen zadelen met een onmogelijke taak, in de jongeren van vandaag. Hun strijdvaardigheid verdient bewondering: generation Z ziet onrecht en klimt op de barricades. Of het nu gaat om Black Lives Matter of het klimaat, ze pikken het niet dat hun toekomst verpest wordt door hebberige, racistische en seksistische figuren die baden in het geld. En voor ik hier van ageism beschuld word: er zijn ook rijpere stemmen zoals Jane Fonda (82) en David Attenborough (94) die vooraan lopen op de weg naar een groenere, eerlijkere planeet. Laten we hopen dat dit soort positieve energie de komende jaren als een wervelwind door de modesector blaast. Verandering kan, en het zal moeten: we zijn het verschuldigd aan onszelf, aan de mensen die onze kleding maken, en aan de planeet.