Stefano Gabbana schuimbekt al eens op Instagram. Hij scheldt en trolt. Tegen homo-adoptie ( 'synthetische kinderen'), homoseksualiteit in het algemeen ('I don't want to be called gay, because I am simply a man, full stop'), tegen Selena Gomez (' really ugly'). In schabouwelijk Engels, veelal. De gevolgen bleven doorgaans beperkt. Toen er hier en daar tot een boycot van Dolce & Gabbana werd opgeroepen, stuurden de ontwerpers tijdens hun eerstvolgende show T-shirts met het opschrift Boycott Dolce & Gabbana over de catwalk. Waarna de storm weer ging liggen.
...

Stefano Gabbana schuimbekt al eens op Instagram. Hij scheldt en trolt. Tegen homo-adoptie ( 'synthetische kinderen'), homoseksualiteit in het algemeen ('I don't want to be called gay, because I am simply a man, full stop'), tegen Selena Gomez (' really ugly'). In schabouwelijk Engels, veelal. De gevolgen bleven doorgaans beperkt. Toen er hier en daar tot een boycot van Dolce & Gabbana werd opgeroepen, stuurden de ontwerpers tijdens hun eerstvolgende show T-shirts met het opschrift Boycott Dolce & Gabbana over de catwalk. Waarna de storm weer ging liggen. Tot Gabbana in december in één keer 1,47 miljard Chinezen beledigde. ' All the worldwide know your attitude for ecxemple with the dogs!!!! (...)And from now on in all the interviews that I will do international I will say that the country of - een reeks kakje-emoji's - is China... and (...) we live very well without you - hartje emoji, kusje emoji', zou Gabbana onder meer hebben geschreven, spelfouten inbegrepen, in een privébericht dat werd gelekt door Diet Prada, de favoriete modeschandaal-account van Instagram. De timing was lichtjes ongelukkig. Ten eerste omdat Dolce & Gabbana de dag erna een show in Sjanghai hadden gepland. En niet zomaar een show, nee: The Great Show, een uur lang (een doordeweeks defilé duurt zelden langer dan 12 minuten) met meer dan 350 modellen op de catwalk en duizend toeschouwers. En ten tweede omdat het Italiaanse merk diezelfde week al heftige kritiek had gekregen op een grappig bedoeld (maar in wezen racistisch en seksistisch) promofilmpje waarin een Chinees model pizza, cannolo en pasta probeert te eten met stokjes. ' Is it too big for you?' vraagt een mannelijke stem over de cannolo, een gebakje dat eruitziet als een worst. De Chinezen konden er niet om lachen. Repliceerde Gabbana in dezelfde DM: ' Why you think is racist that video? You think we are stupid to come in China and post a wrong video???? Is a tribute.' Gabbana beweerde later dat zijn eigen Instagramaccount en die van het label werden gehackt, maar dat werd als weinig geloofwaardig beschouwd. De video en de daaropvolgende uitspraken van Gabbana escaleerden tot een mediastorm, die vooral werd gevoerd op het Chinese sociale netwerk Weibo. Onder de IG-post waarin Gabbana zegt dat hij de uitspraken niet deed (' Not Me', intussen verwijderd), stonden na één dag bijna honderdduizend, vooral verontwaardigde commentaren. ' Dog & Garbage - we are looking forward to the bankruptcy of D&G caused by you sh*t', schreef een van zijn 67.000 commentatoren. ' Dead & Gone', besloot nog iemand. De belangrijkste invités van de show haakten een voor een af. Lokale agentschappen trokken hun modellen terug. Not Me werd snel een meme. En The Great Show werd op het laatste nippertje geschrapt, naar verluidt niet door Dolce & Gabbana zelf, maar door het Bureau voor Culturele Zaken van de stad Sjanghai. Naar de gevolgen op lange termijn voor het merk, dat onafhankelijk is en dus niet kan rekenen op de financiële en logistieke steun van een grote groep, blijft het nog even gissen. Chinezen zijn wel vaker verontwaardigd, maar ze vergeten ook snel. Toen Balenciaga in april vorig jaar in het nieuws kwam met een filmpje waarin te zien was hoe een Chinese toerist hardhandig wordt aangepakt door de veiligheidsagent van een corner van Balenciaga in een warenhuis in Parijs, ging ook dat label op de zwarte lijst. Maar die ban was kortstondig. Misschien omdat Balenciaga in China veel meer aanzien geniet, en trendier is, dan Dolce & Gabbana. De faux pas van Stefano Gabbana was gigantisch: je kunt geen heel land door het slijk halen zonder gevolgen. Luxemerken kunnen het zich moeilijk veroorloven om China voor het hoofd te stoten. Dat brengt niets op, wel integendeel. Het land is de belangrijkste afzetmarkt voor de industrie, en wordt almaar belangrijker. Dus zie je veeleer het tegenovergestelde. De Chinezen worden doorgaans gepaaid, tot buiten de grenzen toe. In de grote warenhuizen van Parijs en Londen vind je op bijna elke stand één of meerdere Chinese verkopers, en Mandarijnse bewegwijzering. In China zelf organiseren de luxemerken om de haverklap bijzondere evenementen, van dure shows (die van Dolce & Gabbana zou miljoenen hebben gekost) tot ambitieuze tentoonstellingen (Gucci is daar heel bedreven in). Toch hebben Chinezen vaak het gevoel dat ze, ondanks hun koopkracht, niet worden gerespecteerd. En daar kunnen ze steeds minder tegen. Ze zijn niet alleen. Consumenten zijn wereldwijd mondiger geworden, en minder naïef. Dat is een goede zaak. Maar voor de merken is het toch even wennen. Dolce & Gabbana flirt, misschien nog meer dan andere merken, al jaren met millennials en Generatie Z. De ontwerpers lieten jaren geleden al livetweets projecteren tijdens hun shows, en de voorbije seizoenen lieten ze vaak meer influencers meelopen dan professionele modellen. Journalisten op de show kregen een cheat list, met een minibiografie en het aantal volgers van elke digitale celebrity. Het merk is kortom vertrouwd met de kracht van sociale media. Het is in dat verband significant dat het Gabbana-schandaal de wereld is ingestuurd door een Instagramaccount, Diet Prada, en niet, lekker ouderwets, door journalisten. Diet Prada, dat een miljoen volgers heeft, werd populair met bijtende, ironische posts waarin ontwerpers van plagiaat werden beschuldigd. Nu wordt er sinds jaar en dag gekopieerd in de mode. Het verschil is dat je dat, met behulp van de digitale archieven van sites als Vogue Runway, veel gemakkelijker kunt aantonen dan vroeger. Een gevierd ontwerper die een jurk pikt bij iemand anders: dat is gênant (voor de ontwerper), maar ook grappig (voor de rest van de wereld). Er zijn ergere dingen. Sinds een paar maanden pakt Diet Prada af en toe ook uit met echt nieuws. De Chinese crisis van Stefano Gabbana was de grootste coup. Maar stichters Lindsey Schuyler en Tony Liu hebben zich ook vastgebeten in de zaak Bruce Weber, de legendarische Amerikaanse fotograaf die vorig jaar door verscheidene mannelijke modellen van grensoverschrijdend gedrag is beschuldigd. Toen Paul Smith enkele weken geleden een cocktail organiseerde voor Weber in zijn boetiek in New York, een voorzichtige poging tot rehabilitatie voor de fotograaf, vond Diet Prada dat echt niet kunnen. Eind vorig jaar richtte de account zijn pijlen op Russisch ontwerper Gosha Rubchinskiy, met een screenshot van een privéconversatie waaruit zou moeten blijken dat die een zeventienjarige jongen heeft gevraagd hem een halfnaakte selfie te sturen (te nemen in de badkamer, terwijl zijn ouders televisiekeken in de woonkamer). De post van Diet Prada was problematisch. De drijfveren van de jongen, die de conversatie had geïnitieerd, waren niet duidelijk. En mocht die de waarheid spreken, dan zou Rubchinskiy misschien wel een viespeuk zijn, maar niet noodzakelijk een crimineel. De ontwerper werd in duizenden comments onder de posts stante pede publiekelijk terechtgesteld, zonder enige mogelijkheid tot wederwoord of verdediging. Diet Prada is bovendien selectief in zijn verontwaardiging. Prada, het label, kwam onlangs in het nieuws omdat in de vitrine van een winkel in New York poppetjes waren gesignaleerd die volgens het merk aapjes met dikke rode lippen moesten voorstellen, maar die ook wel heel erg deden denken aan karikaturen van zwarte mensen (H&M had enkele maanden eerder een soortgelijk schandaal, met een zwart jongetje in een trui met het ongelukkige opschrift The coolest monkey in the jungle). Diet Prada verafgoodt Prada, en schonk nauwelijks aandacht aan dat voorval. In januari doken Schuyler en Liu plots op in een campagne van Ferragamo, samen met andere influencers. Het vermoeden dat Diet Prada weleens omkoopbaar zou kunnen zijn, lijkt modeliefhebbers vooralsnog niet te deren. Misschien is dat niet verwonderlijk. De klassieke modebladen waren ook niet altijd zuiver op de graat als het ging over de belangen van adverteerders. Publieke schandalen en andere uitschuivers in de mode zijn van alle tijden. Claude Montana, een van de belangrijkste Franse ontwerpers van de jaren zeventig en tachtig, zwerft al jaren als een schim door Parijs, vaak ogenschijnlijk dronken. Voor hem liep het fout in de lente van 1996, toen zijn echtgenote, het Amerikaanse model Wallis Franken, uit het raam van hun keuken sprong. Dior had een lastig moment na de meltdown van John Galliano, die in februari 2011 in een dronken bui antisemitische verwensingen in het gezicht slingerde van een koppel in zijn stamcafé, La Perle (hij werd op staande voet ontslagen, zowel bij Dior als bij zijn eigen merk; hij kon enkele jaren later terecht bij Maison Margiela, en is nu min of meer vergeven door de industrie). Bij Balmain raakte ontwerper Christophe Decarnin ongeveer op hetzelfde moment in de problemen, al waren die veel meer persoonlijk van aard. Hij belandde een tijdlang in een psychiatrische inrichting en vertrok bij Balmain (hij zou sindsdien op de achtergrond betrokken zijn geweest bij het populaire label Faith Connexion). Na de breakdowns van Galliano en Decarnin vroeg de industrie zich af of er te veel werd gevraagd van ontwerpers, en of de druk op hun schouders misschien te groot was. Het antwoord op die vraag was: ja, maar. Karl Lagerfeld repliceerde dat sommige mensen (hijzelf, in het bijzonder) nu eenmaal beter bestand zijn tegen druk dan andere. Sindsdien is er weinig veranderd. In de nasleep van #MeToo werd het ongewenste gedrag van een aantal fotografen onder de loep genomen, te beginnen met Terry Richardson (wie het werk van die fotograaf de voorbije twintig jaar een beetje heeft gevolgd, wist al lang dat die wel seksueel geobsedeerd moest zijn). Daarna volgden onder anderen Bruce Weber en Mario Testino. Belangrijke opdrachtgevers als Vogue schrapten projecten met de fotografen in kwestie. Tegelijkertijd trachten ze, net als veel luxemerken, inclusiever te zijn, door al eens een zwarte celebrity op de cover te plaatsen, eventueel gefotografeerd - zoals Beyoncé onlangs - door een zwarte fotograaf.Er is in de mode ogenschijnlijk geen plaats meer voor racisme, voor seksisme, voor ongewenst gedrag, voor fat shaming, en voor controverse in het algemeen. Eind vorig jaar moest de CEO van lingeriemerk Victoria's Secret opstappen, nadat de marketingdirecteur zich in een interview neerbuigend had uitgelaten over plussizemodellen en transgenders. De verontwaardiging was, zoals wel vaker, deels door cijfers ingegeven: de omzet van Victoria's Secret gaat snel achteruit, en dat komt onder meer door het succes van meer inclusieve lingeriebedrijven. Slechte werkomstandigheden in fabrieken worden ook geregeld aangeklaagd, met als resultaat een (wellicht nog veel te trage) verbetering van het lot van arbeiders in lageloonlanden. Consumenten worden in sneltempo jonger. De luxesector bereidt zich voor op de massale intrede van Generatie Z. De kids laten, in tegenstelling tot de vorige generaties, niet langer met zich sollen. De wereld verandert in ijltempo. Terwijl de politiek alsmaar vuiler lijkt te worden, evolueert de mode in een andere richting: inclusief en respectvol. Maar sommige dingen veranderen wellicht nooit. We zullen altijd gefascineerd blijven door drama en tragiek. Door mensen als Brandon Truaxe, de stichter van het populaire beautymerk Deciem (van onder meer de lijn The Ordinary). Truaxe maakte er vorig jaar een gewoonte van om paranoïde, onsamenhangende berichten en filmpjes op de Instagramaccount van het merk te plaatsen. Op een bepaald moment verkondigde hij dat Deciem zou sluiten, waarna de winkels ook effectief enkele dagen dichtgingen. De man had duidelijk een probleem. Zijn ontboezemingen waren even intrigerend als alarmerend, en hij kreeg psychiatrische zorg. Uiteindelijk werd hij ontslagen bij zijn eigen bedrijf. Ook hier kreeg winstbejag voorrang. Truaxe overleed midden januari, amper veertig (hij zou van een dak zijn gevallen in Toronto, maar er is geen officiële doodsoorzaak bekendgemaakt). Hij had geen wereldmacht beledigd, niemand verkracht. Hij was blijkbaar zijn eigen grootste vijand. Enkele dagen eerder, op 12 januari, showden Stefano Gabbana en Domenico Dolce hun mannencollectie voor komende winter in Teatro Metropol, hun eigen zaal in Milaan. Het was al hun tweede defilé sinds Sjanghai. Na een intieme show voor hun couturelijn in een palazzo in Milaan kreeg de bejaarde journaliste Suzy Menkes ervan langs: ze zou in haar recensie niet kritisch genoeg geweest zijn. Maar in de Metropol was het business as usual. De Chinese pers liet het grotendeels afweten, maar onder anderen de Japanners waren present, en hier en daar hoorde je toch Chinees (Taiwanezen misschien, wie weet). Op de catwalk waren dit keer geen influencers te bespeuren. Wel de petites mains van het bedrijf: de naaisters en tailleurs die anders achter de schermen werken. Tijdens de show mochten ze op de achtergrond bedrijvig staan wezen. Dior deed iets soortgelijks na het vertrek van Galliano, toen de naaisters na de show in plaats van de ontwerper op het podium verschenen. Dat is emotionele chantage, en redelijk cynisch. Maar het werkt wel. Kijk eens hoe toegewijd onze mensen zijn. Domenico Dolce en Stefano Gabbana maakten na de show gewoon zelf hun opwachting. Niemand riep boe, en de ontwerpers kregen niet minder applaus dan anders. Misschien is D&G dan toch nog niet Dead & Gone.