Voor het eerst onthulden 's werelds meest toonaangevende merken hun nieuwe collecties in cyberspace. Zonder buyers, influencers, celebrities en pers op de frontrow.
...

Voor het eerst onthulden 's werelds meest toonaangevende merken hun nieuwe collecties in cyberspace. Zonder buyers, influencers, celebrities en pers op de frontrow. Al waren er uitzonderingen. Zo waagde Etro zich woensdag aan de allereerste 'echte' catwalkshow sinds begin maart, op de binnenplaats van een luxehotel in Milaan, voor een tachtigal invités. Gisteren volgden Dolce e Gabanna en, in een korenveld buiten Parijs, Jacquemus, die zijn spectaculaire vejaardagsshow van vorig jaar, toen in een purperen lavendelveld, nog eens dunnetjes overdeed. Het volledige mannenseizoen van juni -- Londen, Pitti in Firenze, Milaan en Parijs -- werd geannuleerd, net als de coutureweek van begin juli. Dat kon moeilijk anders. Ten eerste was het coronavirus nog ver van getemd. Een défilé is vaak claustrofobischer dan de doorsnee volgepakte discotheek. Tientallen, soms honderden mensen zitten een maand aan een stuk, dag na dag, uur na uur, samengeperst in ruimtes die daar eigenlijk niet op voorzien zijn, dikwijls zonder verluchting. Het mag dan ook een wonder heten dat de damesshows van februari niet meer slachtoffers hebben geëist (alleen Giorgio Armani, A.P.C. en Agnès b. schrapten hun défilés in extremis).Ten tweede waren de grenzen gesloten. De modesector is net zo internationaal als pakweg de Olympische Spelen. Zonder influencers uit, pakweg, Shanghai of buyers uit Tokyo heeft een modeweek geen bestaansreden.De oplossing was een digitaal simulacrum van de fashion weeks. In omgekeerde volgorde: eerst kwam couture, dan de Parijse mannnenmodeweek, en dan pas Milaan.Londen beet de spits af, met een combinatie van modefilms en online interviews en debatten die alleen voor insiders van enige waarde bleken, en dan nog. Er was geen enkele grote naam te bespeuren en de kijkcijfers bleven naar verluidt beneden de verwachtingen.Bij de couture, in Parijs, waren die grote namen er wél. Enkele afspraken met nieuwswaarde werden uitgesteld tot januari. De grote terugkeer van Balenciaga, bijvoorbeeld, of de gastcollectie van Sacai voor Jean Paul Gaultier. Maar huizen als Chanel en Dior deden wel mee, met films waarin bijhoorlijk wat productiebudget was gepompt. Bij de toppers: de Nederlandse ontwerpers Ronald Van der Kemp, Viktor & Rolf en Iris Van Herpen, en het Franse huis Schiaparelli, dat ontwerper Daniel Roseberry filmde terwijl hij in een park in New York schetsen maakte voor een collectie die nog moet worden gemaakt. En dan was er nog de clip van Azzaro met de Belgische zangers Sylvie Kreusch, het debuut van Olivier Theyskens bij dat merk.In grote lijnen was de coutureweek nochtans een misser. Dat lag in de lijn der verwachtingen. Couture is van alle categorieën in de mode de meest verfijnde en de meest conservatieve. De magie van borduursels, plissé en kantwerk verdwijnt op een computerscherm. Couture is met zijn krankzinnige prijzen bestemd voor een hele kleine niche van minstens-miljonairs, die ervoor betalen, en actrices, die ze geleend krijgen voor Oscaruitreikingen en andere evenementen. Pre-Instagram gebruikten de luxehuizen die rodelopergarderobe als marketinginstrument, maar tegenwoordig is dat niet echt meer nodig en bovendien is het idee van exclusiviteit minder aantrekkelijk dan ooit.Dat in het dure filmpje van Dior, geregisseerd door Matteo Garrone (van Gomorrah, Pinocchio en Dogman) uitsluitend witte modellen te zien waren, zorgde voor nogal wat tandengeknars.De mannenweek was relevanter, al was het even wennen. Het ene label zette de nieuwe collectie in de kijker, het andere hield het bij een reclamespot. Er waren trailers voor toekomstige shows, semi-documentaires, ondoordringbaar avantgardetheater. Het filmpje van Andrea Crews duurde 54 seconden, en dat volstond. Yohji Yamamoto rekte zijn sfeervolle show tot vijftien minuten, langer dan een doorsnee défilé op de catwalk. Voor wie de volledige kalender volgde, was dat echt té lang. Zelfs de gemiddelde lengte van een minuut of vijf bleek vaak nog veelgevraagd van de trouwe kijker. Er was een gemakkelijke oplossing voor: fast forward.Niet iedereen deed mee. Van onder meer Raf Simons, Valentino of Comme des Garçons was geen spoor. Labels als Dries Van Noten, Thom Browne, Balmain of Dunhill participeerden wel, maar zonder collecties.Net zoals tijdens de echte modeweek werkte niet met iedereen met dezelfde middelen. Er waren superproducties en er waren amateurfilmpjes. Soms waren die amateurfilmpjes sterker. Zoals ook kleine shows van jonge ontwerpers meer indruk kunnen maken dan de megaspektakels van de luxemerken.De digitale modeweek volgde dezelfde structuur als de offline versie. Elk label kreeg een timeslot toegewezen. De filmpjes werden telkens mooi op tijd online gezwierd op de site van de Fédération de la haute couture et de la mode, de organizatie achter de Franse modeweek. De Camera della Moda van Milaan volgde deze week hetzelfde stramien.Er waren meer shows dan tijdens de reguliere week: eentje om het half uur, dubbel zoveel als in real life, wanneer buyers, influencers en journalisten na een show telkens naar de volgende locatie moeten rennen. In dit geval kon je gewoon in je zetel wachten op het volgende filmpje. Voor verslaggevers was de online modeweek niet evident. Wat te beoordelen? De kleren? De films? Een collectie klaar krijgen, lag niet voor de hand. Modelabels zijn geen filmstudio's en bovendien werden de meeste video's in moeilijke omstandigheden gedraaid. Een zekere mildheid lijkt dus aangewezen. De week opende met de show van Etudes: de camera volgde in één lang shot modellen in de straten van het sjofele, bijna exotische twintigste arrondissement in Parijs waar het merk zijn hoofdkwartier heeft. Vijf dagen en 67 shows later trok Lemaire de deur dicht. De beste films lieten je het ontbreken van shows in het echte leven even vergeten. Ze sloegen erin, zoals de beste défilés, een zekere emotie op te wekken.Walter Van Beirendonck en Mihara Yasuhiro, twee hoogtepunten in Parijs, werkten allebei met marionetten. Daar kon een verwijzing in worden gezien naar 1945, toen de Chambre Syndicale de nieuwe collecties in miniatuurformaat door de wereld liet reizen met het Théâtre de la Mode. Maria Grazia Chiuri van Dior liet zich daar vorige week al door inspireren voor haar couturefilm. Bij Van Beirendonck had het poppenballet iets elegisch, ondanks de roze en blauwe glam en de spiegeltjes van de kleren in miniatuur. De ontwerper recycleerde ook een aantal slogans uit vroegere collecties: DEMAND BEAUTY, of AWAKE A NEW WORLD NOW. De Muppet Show van Mihara was hilarisch. Hij recreëerde een show, en de aanloop ernaartoe, met poppen. Alleen de modellen waren echt, zij het met onherkenbaar gemaakte gezichten.Y/Project toonde hoe de complexe kleren van het werk getransformeerd konden worden, wat even fascinerend als mooi om zien was, en iets toevoegde aan de shows van het merk. Hermès nam zijn toeschouwers mee in een gefantaseerde backstage. Ontwerper Véronique Nichanian legde zelf de laatste hand aan de outfits voor de modellen een onbestaande catwalk werden opgestuurd. J.W. Anderson stuurde reporters een show in een doos met schetsen, teksten, stukjes textiel, een masker en andere goodies, waarmee je spelenderwijze de collectie kon ontdekken. Botter opende met een zwart scherm, een voice over van ontwerpers Lisi Herrebrugh en Rushemy Botter, en ondertitels: 'As designers we are dreamers, and the power of a dream is that brings a belief to life. We all need to believe it's possible to unite. All together against violence on the black community. Against violence on any community.' Het filmpje dat erop volgde, met stilist Jenke Ahmed Tailly en model Lamine Fahty, was lo-fi, maar dat deed er niet toe: het was de sterkste bijdrage van de week. Er waren nog meer shows in het teken van diversiteit.'Ik ben er zelf het voorbeeld van dat vooruitgang mogelijk is,' zei Olivier Rousteing van Balmain in het filmpje van een cruise op de Seine, waarin modellen archiefstukken van het huis droegen terwijl zangeres Yseult haar hit Noir lipte ('Tout est noir dans ma life').Thom Browne liet zanger Moses Sumney de Olympische hymne zingen, een halfnaakte Hercules met een lichaam als gesculpteerd van zwart marmer op een voetstuk in de stijl van een monument van Leopold II.Kim Jones van Dior liet zich inspireren door de schilderijen van Amoako Boafo, een kunstenaar uit Ghana. De film, een superproductie met alleen zwarte modellen, was uitstekend, de collectie hier en daar adembenemend. Maar het geheel miste de emotionele resonantie van Botter of Thom Browne.In Milaan ging, zoals gewoonlijk, disproportioneel veel aandacht naar Prada. Het huis bestelde voor The Show That Never Happened maar liefst vijf films, bij fotografen als Willy Van der Perre en Jurgen Teller. Dat was echt té veel. Niemand is gebaat bij zoveel narcisme. De collectie, vol neutrale stukken, was eenvoudig, maar slim. Het was Miuccia Prada's laatste voor ze de fakkel half-doorgeeft aan Raf Simons. In die optiek kregen de kleren een betekenis: ze vormen een neutraal canvas voor wat nog komen moet. En zo werd de teller terug op nul gezet.Het hoogtepunt van de week van Milaan: het filmpje van het relatief jonge duo Sunnei, dat vijf avatars de Macarena liet dansen. Dat was niet alleen grappig, maar ook efficiënt. Simone Rizzo en Loris Messina vonden bovendien een mooie oplossing om in tijden van lockdown, met alle restricties die erbij kwamen kijken, zeker voor kleinere merken, toch een interessante collectie te maken. Ze presenteren twintig looks in wit canvas, waarmee buyers zelf aan de slag kunnen gaan. Ze kunnen online spelen met materialen, kleuren, prints en strepen, en verschillende details aanpassen. Resultaat: elke winkel krijgt straks een eigen, unieke Sunnei-collectie. Waren de eerste online modeweken een succes? Misschien wel. Het was in elk geval fijn om zien dat de sector in moeilijke omstandigheden collectief een inspanning deed om een alternatief te vinden. The show did go on, en dat verdient applaus. Sunnei, Botter en Walter Van Beirendonck in het bijzonder, maakten memorabele statements. Dat de fashion weeks publieksvriendelijk waren -- iedereen kon thuis meekijken -- is positief, al is het nog wachten op definitieve kijkcijfers. Als tool voor professionals waren deze modeweken frusterend. Als journalist bleef je achter met een bitterzoet gevoel, en ook een beetje een indigestie. Je zag heel veel, té veel, alsof je twee weken aan een stuk door Stories op Instagram zat te swipen.Het is nu wachten op de damesweken van september, in achtereenvolgens New York, Milaan en Parijs. Die gaan zeker door, hebben de verschillende organisatoren al gemeld. In theorie met een combinatie van kleine 'echte' shows en online presentaties. Hoe de praktijk er zal uitzien, weet vooralsnog niemand.Jesse Brouns