Het was een tijdje stil rond Veronique Branquinho nadat er in 2017 een einde kwam aan de samenwerking met haar Italiaanse zakenpartner Onward Luxury Group. Al die tijd bleef ze wel aan de slag, maar in haar tempo. Zo geeft ze les aan de Antwerpse Academie, ontwierp ze vorig jaar de jurk van Sennek voor het Songfestival en creëerde ze onlangs een mannencollectie voor Terre Bleue.
...

Het was een tijdje stil rond Veronique Branquinho nadat er in 2017 een einde kwam aan de samenwerking met haar Italiaanse zakenpartner Onward Luxury Group. Al die tijd bleef ze wel aan de slag, maar in haar tempo. Zo geeft ze les aan de Antwerpse Academie, ontwierp ze vorig jaar de jurk van Sennek voor het Songfestival en creëerde ze onlangs een mannencollectie voor Terre Bleue. 'Nadat de samenwerking met mijn zakenpartner stopgezet was, heb ik er heel bewust voor gekozen om me niet meteen in een nieuw groot avontuur te storten. Eigenlijk was het mijn bedoeling om een jaar helemaal niets te doen, maar dat is mij niet gelukt. Er zijn verschillende projecten die mijn pad gekruist hebben en die ik de moeite vond. Het zijn samenwerkingen die mij nieuwe zuurstof geven. Dit geeft mij ook de ruimte om de zaken op afstand te bekijken en de tussentijdse balans op te maken. Op mijn 45ste heb ik al 21 jaar carrière achter de rug en nog evenveel jaren te gaan. Dit is het moment om te bepalen wat ik wil en hoe ik het wil. Daar ben ik nog niet helemaal uit, maar ondertussen vind ik mijn leven nu wel heel aangenaam. Het mag best nog even blijven zoals het nu is. Het voelt heel bevrijdend om uit de ratrace te stappen. Toen ik voortdurend pendelde tussen mijn atelier in België en mijn team in Italië, had ik geen sociaal leven meer. Het waren hectische jaren: twee hoofdcollecties per jaar, de cruisecollecties en de accessoires... de ene deadline overlapte de andere. Ik had het gevoel steeds achter de feiten aan te hollen. Op dit ogenblik ben ik allergisch voor deadlines. Ik neem de tijd om te koken, om met vrienden af te spreken, naar musea te gaan, een boek te lezen, Portugees te leren en met mijn vriend op weekend te gaan. Het lijken evidente zaken waarvoor ik jarenlang geen tijd had. Ik ben gelukkig.' In 1995 studeerde Veronique Branquinho af aan de Antwerpse Modeacademie. In 1997 gaf ze haar eerste defilé in Parijs. Het werd een instant succes en ze reeg de modeprijzen aaneen. Nu begeleidt ze zelf ontwerpers in spe aan dezelfde academie. 'Het leuke aan lesgeven is dat je aan de zijkant kunt staan om te observeren en jongeren te helpen met hun creatief proces. Ik vind het fijn om mijn jarenlange expertise en inzichten te kunnen delen met hen. Binnen het overseas-programma begeleid ik een groep Chinese studenten van de universiteit van Shenzhen in het kader van een uitwisseling. Het gaat om studenten die voor het eerst naar Europa komen. Ze zijn het niet gewend om vrij te denken omdat ze altijd afgeschermd geweest zijn. Die cultuurverschillen zijn heel boeiend. De Chinese studenten benaderen de dingen vanuit een heel ander gezichtsveld. Daarnaast werk ik ook in het team van Walter Van Beirendonck om te horen wat er leeft bij de masterstudenten, om uit te zoeken waar er nog hiaten in de opleiding zitten en met die informatie aan de slag te gaan om workshops te organiseren. We werken bijvoorbeeld rond thema's zoals slow fashion en duurzaamheid. Dit project is nog heel pril, er is nog veel onontgonnen terrein.' 'Of er veel veranderd is in de mode tijdens de voorbije twee decennia? Toen ik in 1997 startte, was het modebeeld heel hard en misogyn. Als reactie daarop heb ik schoonheid en romantiek gebracht. Het feit dat de collectie meteen aansloeg, bewijst dat er toen werkelijk nood aan was. Nu wordt er veel herkauwd uit de jaren negentig, maar de tijden zijn wel anders. In mijn beginperiode kon je nog op een onbevangen manier creëren. Het ging puur over de collectie, over het verhaal dat je wilde neerzetten. En het vond spontaan zijn weg. Er was toen een belangrijke onderstroom in de mode. Nu is bijna alles mainstream geworden. Modehuizen verliezen hun eigenheid, veel van hun heritage - hun langetermijngeheugen - gaat verloren ten koste van de vervlakking. Mensen worden op belangrijke posten gezet omdat ze veel volgers hebben, goed kunnen zingen of er cool uitzien, vakkennis is van onder- geschikt belang. Al die poses en uiterlijkheden gaan vaak ten koste van de inhoud. De mode heeft meer dan ooit nood aan metier. Denk niet dat ik tegen vooruitgang ben, integendeel: technologie kan een belangrijke meerwaarde betekenen voor de mode. Maar nieuwe technieken en duurzame stoffen zijn nog niet of onvoldoende doorgedrongen in de high fashion. Het is een grote uitdaging om de technologische ontwikkelingen de juiste esthetiek mee te geven. Schoonheid is op dit moment niet cool. Op zich heb ik niets tegen lelijkheid, dat kan ook z'n boeiende kanten hebben, maar ik heb het niet begrepen op slechte smaak. Ik ben altijd op zoek gegaan naar schoonheid, niet alleen in de mode maar ook in film, literatuur en kunst. Ik kan mij niet vinden in het huidige modebeeld. Ik wil mooie, integere dingen blijven maken, op mijn manier. Het hele creatieproces maakt mij gelukkig, van de zoektocht naar mooie, tactiele stoffen en de juiste kleuren tot de vormgeving achteraf en de eerste pasbeurt. Die intense manier van werken heeft mij altijd veel voldoening gegeven. Het maakt niet uit of het voor mijn eigen collectie of binnen het kader van een samenwerking is, zolang ik maar gebruik kan maken van mijn eigen creatieve vocabularium. Ik kan niets doen tegen mijn natuur in, daarom aanvaard ik alleen projecten waar ik achter sta.' Terre Bleue is niet het eerste Belgische bedrijf waarmee Veronique Branquinho in zee gaat. Jaren geleden creëerde ze een capsulecollectie voor Delvaux, waar ze nadien een job aangeboden kreeg als creatief directeur. Ze ontwierp ook een capsulecollectie voor Marie Jo L'Aventure en ze werd gevraagd door de Belgische beddenfabrikant Magnitude. Heel uiteenlopende projecten waarop ze haar stempel drukte. De capsulecollectie voor Terre Bleue-mannen straalt de sfeer uit van de Veronique Branquinho-man-met-een-donker-kantje, zowel wat de kleren zelf als wat de campagne betreft, zonder daarom radicaal te breken met het DNA van Terre Bleue. 'De grote uitdaging bestond erin om een brug te slaan tussen mijn wereld en die van Terre Bleue. Toen ik gevraagd werd, kende ik het merk niet zo goed. Het feit dat het om een mannencollectie ging, intrigeerde mij. Het was al tien jaar geleden dat ik mijn eigen mannencollectie gecreëerd had en ik had er weer zin in. Na enkele verkennende gesprekken bleek het water tussen ons niet zo diep te zijn. We houden allebei van mooie stoffen en van een goede snit. Ik hou ook van een tijdloze stijl, vooral wanneer het om mannen gaat. Ik wilde de collectie opbouwen rond iconische klassiekers en zo ben ik bij de figuur van Steve McQueen beland, een stijlicoon dat een en al coolness uitstraalde. Ik heb zijn look geanalyseerd en een selectie gemaakt van de sterke stukken: de chino, het hemd met verborgen sluiting, de blouson, de cardigan, de polo en een jeanshemd en -broek. Ik wilde er ook een krijtstreeppak bij, in mooie wol. Het is een element dat Terre Bleue nooit eerder in de collectie had. Het is een mix geworden van casual en tailoring. Het kleurenpalet mag dan wel dicht bij de wereld van het merk blijven, de ruimere snit en de materialen zijn totaal verschillend. Ik vond het belangrijk om de sfeer van de collectie heel precies te vertalen in de campagne. Daarom heb ik gekozen voor een karakterkop die de juiste attitude kon neerzetten. De keuze viel op acteur Valentijn Dhaenens, die ik enorm waardeer. Ik wou er ook een Ford Mustang uit de jaren zestig bij, ik heb immers een zwak voor oldtimers. De campagne is heel filmisch neergezet door Serge Leblon, een fotograaf met wie ik vroeger voor mijn eigen campagnes samenwerkte. Anderzijds sluit de openheid van het landschap bij de sfeer van Terre Bleue aan. Het blijft allemaal subtiel, maar voor Terre Bleue is dit een grote stap.'