'There is a crack in everything. That's how the light gets in.' Die zin van Leonard Cohen zegt het helemaal voor mij. Er is altijd hoop, ook in donkere tijden waarin alles catastrofaal lijkt - denk maar aan de bosbranden in Australië, burgerprotesten allerhande en een volstrekt onredelijke Amerikaanse president die alleen maar angst inboezemt. In die omstandigheden geloof ik dubbel zo hard in vrouwen die opkomen voor hun vrijheid en jongeren die de straat opgaan en overheden vragen wat ze in godsnaam met hun planeet aanrichten. Er zijn genoeg redenen om het jaar en de verdere toekomst met vertrouwen tegemoet te zien.
...

'There is a crack in everything. That's how the light gets in.' Die zin van Leonard Cohen zegt het helemaal voor mij. Er is altijd hoop, ook in donkere tijden waarin alles catastrofaal lijkt - denk maar aan de bosbranden in Australië, burgerprotesten allerhande en een volstrekt onredelijke Amerikaanse president die alleen maar angst inboezemt. In die omstandigheden geloof ik dubbel zo hard in vrouwen die opkomen voor hun vrijheid en jongeren die de straat opgaan en overheden vragen wat ze in godsnaam met hun planeet aanrichten. Er zijn genoeg redenen om het jaar en de verdere toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Mijn kindertijd stond ver van de modewereld af. Ik ben opgegroeid in de buitenwijken van Straatsburg, het soort omgeving waar het basketveld dienstdeed als verzamelplaats en sportswear je uniform was. Trainingspakken of sneakers van merken heb ik nooit gehad, Nike en Adidas leken me de ultieme luxe. Ik deed graag dingen met mijn handen, zoals tekenen en breien, maar verder was ik vooral bezig met handballen op competitieniveau. De passie voor mode en kunst heeft zich alleen maar ontwikkeld omdat ik graag las, in de bibliotheek magazines als Vogue ontdekte en me hard inspande om er meer over te leren. Als tiener had ik ook geluk met mijn leerkrachten tekenen, die me lieten kennismaken met uitgesproken feministische kunstenaars als Sheila Hicks en Louise Bourgeois. Bibliotheken zijn allesbehalve achterhaald. In een tijdperk waar alles razendsnel gaat, niemand nog de tijd heeft om te lezen en niets echt blijft hangen, is het eens zo belangrijk om nieuwsgierig te zijn en tijd te maken om kennis te vergaren. Vandaar ook mijn keuze om het defilé voor mijn huidige lente- en zomercollectie in de bibliotheek van het Centre Pompidou te houden, een cultuurtempel die me eindeloos inspireert. Diversiteit en inclusie zijn een evidentie. In de buitenwijken van Straatsburg waar ik opgroeide, was het heel normaal om de schoolbanken te delen met kinderen wier ouders uit de Maghreb, Vietnam of China kwamen. Later ging ik mode studeren aan Central Saint Martins en ging ik helemaal op in het kosmopolitische karakter van Londen. Reizen naar steden als New York hadden hetzelfde effect op me. Voor mij is Koché dan ook nooit een Frans label geweest, maar een merk voor iedereen die zich erin herkent. In de mode gaat het niet alleen over wat je bereikt op creatief vlak, maar ook over de manier waarop je een bedrijf leidt. In dat opzicht heb ik altijd geweldig opgekeken naar Dries Van Noten, bij wie ik twee jaar in Antwerpen werkte. Het inspireerde me om iemand aan het werk te zien die niet alleen een sterke modevisie heeft, maar die zich ook bewust is van praktische aspecten zoals het financiële plaatje en de productie. Later heeft dat me enorm geholpen om zelf een label op te starten. Ook Martin Margiela heeft een belangrijke stempel gedrukt op mijn leerproces en aanpak, onder meer door zijn drang om te experimenteren en zijn atypische modellen en defilés, waarin alles een betekenis had. Ik ben niet het type dat iemand blindelings vereert, maar qua aanpak voel ik me wel verwant met Margiela. De mode weerspiegelt zelden of nooit de diversiteit van onze samenleving. Nochtans kan onze sector ook een bron van waarden en positieve boodschappen zijn. Het laatste wat ik wil, is mensen nog meer verdelen. Ik wil kleding ontwerpen waar allerlei soorten mensen zich in thuis voelen, ongeacht hun lichaamsvorm, achtergrond of cultuur. Voor mij is dat geen intellectuele oefening, dat gaat gewoon vanzelf. Provocatie brengt zelden iets in beweging. Ik denk dat we dringend meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen nodig hebben en ik engageer me daarvoor in alles wat ik doe, maar ik wil niet zomaar in losse slogans vervallen. Dan gebruik je de mode op een gratuite en geforceerde manier, terwijl ik me voor collecties en defilés op een heel natuurlijke manier laat leiden door mijn overtuigingen en ervaringen. Een belangrijke inspiratiebron is voor mij niet toevallig Simone de Beauvoir, van wie ik net nog de memoires las. Haar werk kleurt onvermijdelijk het mijne, maar wel op een harmonieuze manier.