'De nefaste ecologische impact van de mode-industrie is enorm. Het is niet alleen een van de meest vervuilende sectoren, maar ook een van de meest waterverslindende. In 2015 was niet minder dan 79 miljard kubieke meter water nodig om kleding te maken.

Het Pulse of the Fashion Industry Rapport van 2017 verwacht dat dit volume tegen 2030 toeneemt tot maar liefst 118 miljard kubieke meter water per jaar. Daarmee vul je bijna 50 miljoen (!) olympische zwembaden. Een duizelingwekkend cijfer, als je weet dat de VN aangeeft dat vandaag 2 miljard mensen in regio's wonen met waterstress - Vlamingen horen hier ook bij - en dat 2,2 miljard mensen zelfs geen toegang hebben tot schoon en goed beheerd drinkwater. Dat laatste is nochtans een fundamenteel mensenrecht, opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Katoen, waterslokop

Om 1 kg katoen te produceren is gemiddeld 10.000 liter water nodig. Voor een jeans komt dat neer op bijna 8.000 liter. Brazilië, de VS, China, India, Pakistan en Oezbekistan staan samen in voor ongeveer 80 procent van de katoenproductie, met China als belangrijkste producent. Tussen deze landen verschilt de watervoetafdruk van katoen heel sterk. India is koploper wat watergebruik betreft, met zo'n 22.500 liter per kilo katoen. China doet beter, met 'slechts' 6.000 l/kg. Het verschil is te wijten aan lokale klimatologische omstandigheden en productietechnieken.

Koop vaker tweedehands, want onze onlesbare dorst naar fast fashion zet watervoorraden onder druk

Katoen wordt veelal gekweekt in droge zones en vraagt daarom vaak intensieve irrigatie. Gemiddeld genomen is een derde van het benodigde water irrigatiewater. Maar er zijn landen die een stuk slechter doen: in Oezbekistan wordt 90 procent van het water voor de katoenproductie toegevoerd via irrigatie, in Pakistan is dat 55 procent. Gevolg: de watervoorraden in deze landen zijn nagenoeg uitgeput. Zo is het Aralmeer op de grens van Kazachstan en Oezbekistan, dat instaat voor het irrigatiewater voor de katoenteelt, bijna verdwenen. Ooit was het het vierde grootste meer ter wereld.

Volgens een rapport van de UNESCO kan 20 procent van de opdroging van het Aralmeer toegewezen worden aan de productie van katoen die uitgevoerd werd naar de EU. Door onze katoenconsumptie hebben we dus bijgedragen aan deze ecologische catastrofe.

Fashion vervuilt onze watervoorraden

Onze vraag naar katoen zet niet alleen de waterbeschikbaarheid onder druk, maar ook de waterkwaliteit. In de traditionele katoenteelt worden veel kunstmeststoffen, insecticiden en pesticiden gebruikt. Hoewel maar een kleine 3 procent van de totale landbouwgrond wordt ingenomen door katoenplanten, worden meer dan 20 procent van alle insecticiden en meer dan 10 procent van alle pesticiden in de wereld voor deze teelt gebruikt. Deze stoffen dringen de grond in en besmetten de grondwaterlagen die bijvoorbeeld ook gebruikt worden voor drinkwater. De drinkwaterkwaliteit wordt in Vlaanderen rigoureus getest, maar dat is niet altijd het geval in (arme) katoenproducerende regio's.

In Oezbekistan wordt 90 procent van het water voor de katoenproductie toegevoerd via irrigatie, in Pakistan is dat 55 procent. Gevolg: de watervoorraden in deze landen zijn nagenoeg uitgeput.

Om geoogste katoenbollen te verwerken tot bruikbaar textiel zijn nog eens vele liters water nodig, maar ook talloze chemicaliën in enorme hoeveelheden. Die brengen de gezondheid van de arbeiders in gevaar, die vaak al in erbarmelijke omstandigheden moeten werken voor een armoedig loon. Maar de chemische stoffen vervuilen ook de waterlopen, met bijkomende ecologische schade aan ecosystemen als gevolg. In landen als India, China, Indonesië en Bangladesh wordt afvalwater uit de textielfabrieken vaak onbehandeld geloosd in intussen inktzwarte, dode rivieren. Lood, kwik, cadmium en arseen zijn stoffen die buitengewoon schadelijk zijn voor het waterleven en voor de gezondheid van miljoenen mensen die langs rivieroevers leven. De vervuiling bereikt uiteindelijk ook de zee en verspreidt zich zo over de hele wereld.

Wie is verantwoordelijk?

Katoen is sowieso een waterintensief gewas, maar de verantwoordelijkheid voor het gigantisch verbruik en de vervuiling van water ligt vooral bij bedrijven of instanties die katoen op niet-duurzame wijze telen of in klimatologisch minder geschikte gebieden. Daarnaast mag duidelijk zijn dat ook wij als consument een belangrijke medeverantwoordelijkheid dragen. Onze onlesbare dorst naar (fast) fashion zet watervoorraden onder enorme druk.

In landen als India, China, Indonesië en Bangladesh wordt afvalwater uit de textielfabrieken vaak onbehandeld geloosd in intussen inktzwarte, dode rivieren

We zouden de boeren met de vinger kunnen wijzen omdat zij irrigeren of kunstmeststoffen gebruiken, maar vaak zijn het de nationale overheden - veelal aangezet door het International Monetair Fonds en de Wereldbank - die de boeren aanzetten om niet-duurzame technieken toe te passen en irrigatie en pesticidegebruik promoten. Door de heel lage marges op katoen is het voor kleine boeren niet evident om op een meer duurzame teeltwijze over te stappen.

Hetzelfde geldt voor de textielfabrikanten. De concurrentie in de textielsector is groot, en consumenten en inkopers gaan steeds verder in hun zoektocht naar lage prijzen. Dat maakt het voor kleine producenten en textielfabrikanten lastig om over te schakelen op duurzame technieken.

Duurzame keuzes

De beste klimatologische condities om katoen te kweken vind je in Brazilië en in de VS, omdat de verdamping daar relatief laag is. Er wordt dus minder overgeschakeld op irrigatie dan in andere landen, met minder verdroging van de natuur tot gevolg. Katoen uit deze landen heeft dus een minder grote impact op de lokale watervoorraden.

Het Better Cotton Initiative (BCI) promoot katoenteelt die minder gulzig omspringt met water en chemische producten en komt op voor betere arbeidsvoorwaarden. Grote merken zoals Zeeman, Hema, Decathlon en Ikea zijn lid en engageren zich om binnen de vijf jaar minstens 50 procent van hun productie met 'beter katoen' te realiseren. Wereldwijd wordt intussen een vijfde van het katoen geteeld volgens de duurzame principes van het BCI.

Steeds meer grote merken kiezen bovendien voor biologisch katoen. Bij bio-katoen is de watervervuiling kleiner omdat er geen pesticiden of insecticiden worden gebruikt.

Verleng de levensduur van je kledij, door er zorg voor te dragen én minder te wassen. Door minder te wassen breng je trouwens ook minder microvezels en -plastics in de watercyclus

Behalve katoen worden ook andere vezels gebruikt in de textielsector. Zo scoren vlas (om linnen mee te maken), hennep, bamboe en polyester heel wat beter als het op de watervoetafdruk neerkomt.

Waterbewuste consumenten

De huidige productie- en consumptiepatronen in de mode-industrie zijn volkomen onhoudbaar en desastreus voor onze watervoorraden. We willen een almaar hoger huis bouwen, maar vernielen intussen de fundering. In eerste instantie moeten we het belang van water erkennen, ons gedrag aanpassen en water met respect en op een duurzame manier gebruiken.

Ons gedrag aanpassen hoeft niet eens zo moeilijk te zijn. Koop vaker tweedehands, zo vermijd je de productie van een nieuwe jeans of T-shirt. Maak er zelf ook een gewoonte van om kleding die je niet meer draagt niet zomaar weg te gooien, maar aan iemand te schenken, te verkopen of naar een tweedehandswinkel te brengen.

Verleng de levensduur van je kledij, door er zorg voor te dragen én minder te wassen. Een jeans hoef je echt niet na 3 dagen in de wasmand te gooien. Door minder te wassen breng je trouwens ook minder microvezels en -plastics in de watercyclus.

Kies ten slotte voor kwaliteit, let op de labels en zwicht niet voor de marketingslogans van de fast fashion ketens die bijna wekelijks nieuwe 'trends' uitbraken in de winkelstraten. Kwaliteit gaat langer mee, het is een devies zo oud als de straat.'

Water Challenge

De ngo Join For Water lanceerde onlangs de Water Challenge, een initiatief om op grote schaal water te besparen. Meer dan 1.000 mensen doen intussen mee en engageren zich bijvoorbeeld om vaker tweedehandskleding te kopen in plaats van nieuwe. Meedoen? Schrijf je in op www.waterchallenge.be.

'De nefaste ecologische impact van de mode-industrie is enorm. Het is niet alleen een van de meest vervuilende sectoren, maar ook een van de meest waterverslindende. In 2015 was niet minder dan 79 miljard kubieke meter water nodig om kleding te maken. Het Pulse of the Fashion Industry Rapport van 2017 verwacht dat dit volume tegen 2030 toeneemt tot maar liefst 118 miljard kubieke meter water per jaar. Daarmee vul je bijna 50 miljoen (!) olympische zwembaden. Een duizelingwekkend cijfer, als je weet dat de VN aangeeft dat vandaag 2 miljard mensen in regio's wonen met waterstress - Vlamingen horen hier ook bij - en dat 2,2 miljard mensen zelfs geen toegang hebben tot schoon en goed beheerd drinkwater. Dat laatste is nochtans een fundamenteel mensenrecht, opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.Om 1 kg katoen te produceren is gemiddeld 10.000 liter water nodig. Voor een jeans komt dat neer op bijna 8.000 liter. Brazilië, de VS, China, India, Pakistan en Oezbekistan staan samen in voor ongeveer 80 procent van de katoenproductie, met China als belangrijkste producent. Tussen deze landen verschilt de watervoetafdruk van katoen heel sterk. India is koploper wat watergebruik betreft, met zo'n 22.500 liter per kilo katoen. China doet beter, met 'slechts' 6.000 l/kg. Het verschil is te wijten aan lokale klimatologische omstandigheden en productietechnieken.Katoen wordt veelal gekweekt in droge zones en vraagt daarom vaak intensieve irrigatie. Gemiddeld genomen is een derde van het benodigde water irrigatiewater. Maar er zijn landen die een stuk slechter doen: in Oezbekistan wordt 90 procent van het water voor de katoenproductie toegevoerd via irrigatie, in Pakistan is dat 55 procent. Gevolg: de watervoorraden in deze landen zijn nagenoeg uitgeput. Zo is het Aralmeer op de grens van Kazachstan en Oezbekistan, dat instaat voor het irrigatiewater voor de katoenteelt, bijna verdwenen. Ooit was het het vierde grootste meer ter wereld. Volgens een rapport van de UNESCO kan 20 procent van de opdroging van het Aralmeer toegewezen worden aan de productie van katoen die uitgevoerd werd naar de EU. Door onze katoenconsumptie hebben we dus bijgedragen aan deze ecologische catastrofe. Onze vraag naar katoen zet niet alleen de waterbeschikbaarheid onder druk, maar ook de waterkwaliteit. In de traditionele katoenteelt worden veel kunstmeststoffen, insecticiden en pesticiden gebruikt. Hoewel maar een kleine 3 procent van de totale landbouwgrond wordt ingenomen door katoenplanten, worden meer dan 20 procent van alle insecticiden en meer dan 10 procent van alle pesticiden in de wereld voor deze teelt gebruikt. Deze stoffen dringen de grond in en besmetten de grondwaterlagen die bijvoorbeeld ook gebruikt worden voor drinkwater. De drinkwaterkwaliteit wordt in Vlaanderen rigoureus getest, maar dat is niet altijd het geval in (arme) katoenproducerende regio's.Om geoogste katoenbollen te verwerken tot bruikbaar textiel zijn nog eens vele liters water nodig, maar ook talloze chemicaliën in enorme hoeveelheden. Die brengen de gezondheid van de arbeiders in gevaar, die vaak al in erbarmelijke omstandigheden moeten werken voor een armoedig loon. Maar de chemische stoffen vervuilen ook de waterlopen, met bijkomende ecologische schade aan ecosystemen als gevolg. In landen als India, China, Indonesië en Bangladesh wordt afvalwater uit de textielfabrieken vaak onbehandeld geloosd in intussen inktzwarte, dode rivieren. Lood, kwik, cadmium en arseen zijn stoffen die buitengewoon schadelijk zijn voor het waterleven en voor de gezondheid van miljoenen mensen die langs rivieroevers leven. De vervuiling bereikt uiteindelijk ook de zee en verspreidt zich zo over de hele wereld.Katoen is sowieso een waterintensief gewas, maar de verantwoordelijkheid voor het gigantisch verbruik en de vervuiling van water ligt vooral bij bedrijven of instanties die katoen op niet-duurzame wijze telen of in klimatologisch minder geschikte gebieden. Daarnaast mag duidelijk zijn dat ook wij als consument een belangrijke medeverantwoordelijkheid dragen. Onze onlesbare dorst naar (fast) fashion zet watervoorraden onder enorme druk.We zouden de boeren met de vinger kunnen wijzen omdat zij irrigeren of kunstmeststoffen gebruiken, maar vaak zijn het de nationale overheden - veelal aangezet door het International Monetair Fonds en de Wereldbank - die de boeren aanzetten om niet-duurzame technieken toe te passen en irrigatie en pesticidegebruik promoten. Door de heel lage marges op katoen is het voor kleine boeren niet evident om op een meer duurzame teeltwijze over te stappen. Hetzelfde geldt voor de textielfabrikanten. De concurrentie in de textielsector is groot, en consumenten en inkopers gaan steeds verder in hun zoektocht naar lage prijzen. Dat maakt het voor kleine producenten en textielfabrikanten lastig om over te schakelen op duurzame technieken. De beste klimatologische condities om katoen te kweken vind je in Brazilië en in de VS, omdat de verdamping daar relatief laag is. Er wordt dus minder overgeschakeld op irrigatie dan in andere landen, met minder verdroging van de natuur tot gevolg. Katoen uit deze landen heeft dus een minder grote impact op de lokale watervoorraden.Het Better Cotton Initiative (BCI) promoot katoenteelt die minder gulzig omspringt met water en chemische producten en komt op voor betere arbeidsvoorwaarden. Grote merken zoals Zeeman, Hema, Decathlon en Ikea zijn lid en engageren zich om binnen de vijf jaar minstens 50 procent van hun productie met 'beter katoen' te realiseren. Wereldwijd wordt intussen een vijfde van het katoen geteeld volgens de duurzame principes van het BCI. Steeds meer grote merken kiezen bovendien voor biologisch katoen. Bij bio-katoen is de watervervuiling kleiner omdat er geen pesticiden of insecticiden worden gebruikt. Behalve katoen worden ook andere vezels gebruikt in de textielsector. Zo scoren vlas (om linnen mee te maken), hennep, bamboe en polyester heel wat beter als het op de watervoetafdruk neerkomt. De huidige productie- en consumptiepatronen in de mode-industrie zijn volkomen onhoudbaar en desastreus voor onze watervoorraden. We willen een almaar hoger huis bouwen, maar vernielen intussen de fundering. In eerste instantie moeten we het belang van water erkennen, ons gedrag aanpassen en water met respect en op een duurzame manier gebruiken. Ons gedrag aanpassen hoeft niet eens zo moeilijk te zijn. Koop vaker tweedehands, zo vermijd je de productie van een nieuwe jeans of T-shirt. Maak er zelf ook een gewoonte van om kleding die je niet meer draagt niet zomaar weg te gooien, maar aan iemand te schenken, te verkopen of naar een tweedehandswinkel te brengen.Verleng de levensduur van je kledij, door er zorg voor te dragen én minder te wassen. Een jeans hoef je echt niet na 3 dagen in de wasmand te gooien. Door minder te wassen breng je trouwens ook minder microvezels en -plastics in de watercyclus. Kies ten slotte voor kwaliteit, let op de labels en zwicht niet voor de marketingslogans van de fast fashion ketens die bijna wekelijks nieuwe 'trends' uitbraken in de winkelstraten. Kwaliteit gaat langer mee, het is een devies zo oud als de straat.'