Vlak voor de pandemie werd de ietwat bizarre AW20-collectie van Acne Studios voorgesteld. Designer Jonny Johansson wou onderzoeken op welke manier artificiële intelligentie (AI) een creatieve tool kan zijn en liet daarom, samen met AI-kunstenaar Robbie Barrat, een computer los op de ontwerpen. Die gebruikt daarbij een generative adversarial network (GAN), een vorm van machine learning. Een GAN werkt anders dan het klassieke programmeren, waarbij de programmeur regels in de computer stopt. Een neuraal netwerk doet het omgekeerde: het kijkt naar een heleboel gegevens en zoekt aan de hand daarvan zelf de regels uit. Op basis van beelden van landschappen concludeert het systeem bijvoorbeeld dat de lucht bovenaan moet en dat gras meestal onderaan hoort. Daarbij worden twee neurale netwerken (algoritmen die min of meer werken zoals onze hersenen) tegen elkaar uitgespeeld. De generator leert beelden creëren die er echt uitzien, de discriminator leert echte beelden van namaak onderscheiden. Tijdens het leerproces wordt de generator almaar beter in het creëren van net echte afbeeldingen, de discriminator in het detecteren van vervalsingen. Dankzij die combinatie verbeteren de beelden tot je zelfs het verschil niet meer ziet tussen echt en nep - denk maar aan deepfake-video's.
...

Vlak voor de pandemie werd de ietwat bizarre AW20-collectie van Acne Studios voorgesteld. Designer Jonny Johansson wou onderzoeken op welke manier artificiële intelligentie (AI) een creatieve tool kan zijn en liet daarom, samen met AI-kunstenaar Robbie Barrat, een computer los op de ontwerpen. Die gebruikt daarbij een generative adversarial network (GAN), een vorm van machine learning. Een GAN werkt anders dan het klassieke programmeren, waarbij de programmeur regels in de computer stopt. Een neuraal netwerk doet het omgekeerde: het kijkt naar een heleboel gegevens en zoekt aan de hand daarvan zelf de regels uit. Op basis van beelden van landschappen concludeert het systeem bijvoorbeeld dat de lucht bovenaan moet en dat gras meestal onderaan hoort. Daarbij worden twee neurale netwerken (algoritmen die min of meer werken zoals onze hersenen) tegen elkaar uitgespeeld. De generator leert beelden creëren die er echt uitzien, de discriminator leert echte beelden van namaak onderscheiden. Tijdens het leerproces wordt de generator almaar beter in het creëren van net echte afbeeldingen, de discriminator in het detecteren van vervalsingen. Dankzij die combinatie verbeteren de beelden tot je zelfs het verschil niet meer ziet tussen echt en nep - denk maar aan deepfake-video's. Barrat paste die methode al eens toe voor zijn project Neural Network Balenciaga. De bijzondere silhouetten die het algoritme distilleerde uit de beelden van shows, lookbooks en campagnes van het modehuis waren vorig jaar nog te zien in Modemuseum Hasselt. Het was echter niet Balenciaga dat bij de twintiger kwam aankloppen voor een collectie, wel Acne Studios. Duizenden stukken uit het archief van het Zweedse label gingen de neurale netwerken in, met een - volgens Johansson - heel bevrijdend resultaat: 'Als je een collectie ontwerpt, weet je hoe een jas of een broek eruitziet. De computer weet niet wat een jas is. Hij probeert te leren uit de beelden en creëert dan zijn eigen idee. Zo konden we een jas ontwerpen zoals die eruit zou zien in een parallel universum. Het was de Acne Studios-wereld in een ander sterrenstelsel.' Die digitale beelden werden de basis voor de eigenlijke AW20-collectie, die door het ontwerpteam wel nog getekend werd op de klassieke manier. Johansson zag de samenwerking als een testcase: 'Het leek me interessant om de toekomst nu al onder ogen te zien en te experimenteren met AI als instrument in het ontwerpproces. Misschien wordt het ooit een tool die iedereen zal gebruiken.' Zal AI in de toekomst de creativiteit fnuiken? Volgens Barrat kan het die nog vergroten: 'Een ontwerper kan in de gegenereerde outfits op zoek gaan naar iets interessants en er kenmerken van overnemen. Omdat AI niet beïnvloed wordt door smaak, stijl en achtergrond, ontstaan ontwerpen die niemand anders ooit zou bedenken. Het wordt een hulpmiddel voor kunstenaars, niet iets wat hen zal vervangen.' Bij Acne Studios ging het om een puur artistiek experiment, maar AI kan ontwerpers ook commercieel sturen. De 'misschien vind je dit ook leuk'- en stylingsuggesties onder aan je virtuele winkelmandje wijzen al in die richting. Kostas Koukoravas is oprichter van Intelistyle, een bedrijf dat de winkelervaring personaliseert met behulp van AI. 'We gaan online op zoek naar modefotografie, net zoals Google dat doet voor informatie', legt hij uit. 'We gebruiken die beelden, vooral van sociale media en webshops, om te analyseren en te begrijpen wat 'stijl' inhoudt en om nieuwe combinaties en stylingsuggesties te maken. Concepten als stijl en wat 'in de mode' is, zijn niet meer exclusief menselijk. Likes, hashtags en Google-advertenties hebben minstens evenveel invloed als een modejournalist of ontwerper. Smaak was altijd al willekeurig, beïnvloed door beroemdheden of redacteurs. Wat maakt het dan uit of het door een machine wordt bepaald? Een algoritme voorspelt de voorkeuren van klanten vaak beter dan stylisten van vlees en bloed: bij een test tijdens London Fashion Week gaf zowat 70% van het publiek de voorkeur aan combinaties die AI aanleverde.' Virtuele stylisten en shopping assistants zijn intussen schering en inslag. AI is zelfs een prima wapen in de strijd tegen namaak en kan bijvoorbeeld fake van echte designerhandtassen onderscheiden. Maar kan een algoritme de ontwerper ook helemaal vervangen? Tommy Hilfiger experimenteerde in 2018 met machine learning , samen met IBM en The Fashion Institute of Technology. De computer genereerde het DNA van het merk uit productshots, catwalkbeelden en stoffen en stelde daarmee nieuwe silhouetten, kleuren, prints en patronen samen. Die konden de New Yorkse modestudenten gebruiken voor hun ontwerpen in authentieke Hilfiger-stijl. Via AI konden ze die eigenschappen ook nog eens koppelen aan andere data, van de recentste modetrends tot de persoonlijkheid van de klant. AI helpt om big data te analyseren en spreekt op die manier een hoop gegevens aan die onze hersenen niet of veel trager zouden kunnen verwerken. Dat kan modemerken helpen om beter en sneller in te spelen op de vraag van de consument. Het verhoogt de efficiëntie tot op een niveau dat zonder de hulp van AI niet mogelijk zou zijn. AI is het hulpje voor het saaie werk, waardoor designers zich kunnen concentreren op het creatieve. Het eigen label van onlinemodeplatform Yoox - 8 by Yoox - werkt al zo. Het wordt volledig ontwikkeld op basis van door AI gegenereerde data. Het creatief team vertrekt daarvan om de collecties te tekenen. Ook het creatieve team op de marketingafdeling liet zich af en toe in met AI, maar eerder als aardigheidje. Tot covid-19. Het ecosysteem van merken, shows en shoots, modellen en influencers werd door de pandemie verstoord, wat uitnodigde om meer digitaal te gaan experimenteren. Mode wordt tot in de huiskamer gebracht via alternatieven voor de fysieke modeweken, virtuele influencers of - een populaire coronahobby - videospelletjes. De eerste artificiële influencer dateert al van 2016: Miquela Sousa, alias @lilmiquela, poseerde op haar account in outfits van Chanel, Prada en Supreme. Dergelijke virtuele stunts worden nu plots een noodzaak. Zo stelde breigoedlabel PH5 tijdens New York Fashion Week het nieuwe gezicht van het merk voor: computeranimatie Ama. Ook de haute-coutureshow van Valentino liep eind januari digitaal, inclusief AI-kunstwerk van artiest Robert Del Naja (lid van Massive Attack en volgens geruchten ook wel 'de man achter Banksy'). Hij verfilmde de drie maanden durende making-of van de artisanale stukken. Dat materiaal werd door AI-kunstenaar Mario Klingemann verwerkt tot een ode aan het atelier. Balenciaga onthulde de herfstcollectie '21 dan weer in een videogame. Doorheen de verschillende zones van Afterworld: The Age of Tomorrow kon je de nieuwste silhouetten ontdekken. De kans is groot dat al die technologische ontwikkelingen en alternatieven die door de pandemie ingeburgerd raakten, overeind blijven in de toekomst. Shoppen gebeurt vandaag eveneens grotendeels aan de eettafel, snufjes op basis van AI dragen bij aan de digitale winkelervaring en raakten het voorbije jaar noodgedwongen in een stroomversnelling. Het blijft niet bij gepersonaliseerde stylingtips of een vriendelijke chatbot, je kunt tegenwoordig zelfs stukken passen in de webshop. Massimo Dutti voegde net nog de Shoes Experience toe aan zijn winkel-app, een virtuele paskamer voor schoenen die je binnengaat via de camera van je mobiele toestel. Voor de complete consumer experience moet je echter bij Gucci zijn. Het modelabel werkte recent samen met de app Zepeto. Je 3D-avatar kan Gucci-stukken uitproberen en met deze nieuwe look door de virtuele Zepeto-wereld flaneren, of de Gucci-villa gaan verkennen. Gucci is niet de eerste om producten te promoten via games. Louboutin, Nike en The North Face werkten al samen met Zepeto, Moschino kleedt de Sims, Valentino en Marc Jacobs duiken op in Animal Crossing. De timing is perfect. We hebben geen kleding nodig voor fysieke gelegenheden, maar kunnen ons mode-ei tenminste nog kwijt in onze virtuele werkelijkheid.