Een zweetvlek onder mijn oksel. Een balpenveeg op mijn favoriete rok. Irritant minuscule pluisjes ter hoogte van mijn heupen. Als ik door mijn kleerkast ga, merk ik hoeveel kleren net niet goed genoeg meer zijn om te dragen.
...

Een zweetvlek onder mijn oksel. Een balpenveeg op mijn favoriete rok. Irritant minuscule pluisjes ter hoogte van mijn heupen. Als ik door mijn kleerkast ga, merk ik hoeveel kleren net niet goed genoeg meer zijn om te dragen. Komt dat even goed uit. Alicia Minnaard, de 23-jarige ontwerper die ik in haar atelier in Eindhoven bezoek, wil juist van geen nieuwe materialen weten. Hoewel ze net haar eerste collectie uit heeft, verkoopt ze die niet. In plaats daarvan geeft ze haar 'klanten' les over hoe je de stukken zelf in elkaar kunt stikken. Twee polo's die net-niet-meer-goed-genoeg zijn, kunnen een nieuw T-shirt vormen, twee broekspijpen een nieuwe jeans. En de zweetvlekken onder de oksels van het T-shirt dat ik heb meegenomen? Die krijg je weg met bakingsoda. Of je geeft je T-shirt een geheel nieuwe kleur, in een kokend bad van avocadopitten, bijvoorbeeld. Je T-shirt wordt dan wel oudroze en niet fluogroen, zoals je misschien zou verwachten. Alicia's motto is fixing fashion. Zet een punt tussen die twee woorden, tik het in je zoekbalk en je komt op een website vol handige tutorials, van wastips tot naaitechnieken, voor beginners en gevorderden. Ze ontwikkelde het platform samen met het milieucollectief One Army. Op de website vind je ook de tag ' store', maar zodra je je cursor in die richting beweegt, krijg je enkel een slogan: Buying is old fashion. 'Een grapje,' noemt Minnaard dat, 'om mensen te overtuigen om zelf hun eigen spullen te verstellen.' In de tutorials van Fixing.Fashion zitten wel meer grapjes om een breed en vooral ook jong publiek tot herstellingen aan te zetten. Dat is het doel van de 23-jarige ontwerper: repareren opnieuw in de mode krijgen. Volgens haar is het een van de enige manieren waarop de mode-industrie nog te redden valt. 'Ik weet niet wat de oplossing anders zou zijn', zegt ze bloedserieus. Dat de textielindustrie enorm vervuilend is, zag de ontwerper met haar eigen ogen op tweedehandsmarkten in Ghana. Minnaard deed er enkele maanden onderzoek in samenwerking met The OR Foundation, een internationale ngo die naar gelijkheid streeft. 'Tweedehands is echt geen optie, merkte ik in Accra: de spullen die wij hier doneren, komen terecht in de achtertuin van Ghanezen.' Letterlijk, bedoelt ze dat. 'De vervuiling is immens! Dan houden we het beter hier, om het goed te verwerken, in plaats van dat het daar op een afvalberg terechtkomt.' Verwerken, dat betekent voor haar niet per se recycleren. Hoewel steeds meer experts de vooruitgang op het gebied van recyclage ophemelen, gelooft Minnaard niet dat dat de echte oplossing is. 'Recyclen is in principe altijd downcyclen: je moet een nieuwe grondstof toevoegen om een nieuw product te maken en uiteindelijk recycleer je je vezel gewoon kapot, tot er niks meer van overblijft. Recyclage is dus een eindig proces. Dat past niet binnen een circulaire economie.' Jaarlijks wordt er 54 miljoen ton textiel geproduceerd. Maar liefst driekwart van al die nieuwe kleding wordt zomaar weggegooid. Slechts één procent daarvan kan gerecycleerd worden. Absurde cijfers, vindt Alicia. Dan is herstel voor haar een beter idee. 'Door iets te herstellen, voeg je er iets van jezelf aan toe. Zo ga je je kleding meer waarderen, wat die overconsumptie kan tegengaan. Jij hebt er tijd in geïnvesteerd, dus ga je het ook vaker dragen.' Op die manier wordt het een politieke daad, vindt de jonge ontwerper. 'Als je kleding herstelt, weiger je om deel uit te maken van het systeem.' Minnaard wil een referentiepunt zijn (of toch uitdragen) voor herstellingen. Ze is de eerste om toe te geven dat niet elk ontwerp op het Fixing.Fashion-platform geschikt is voor beginners. 'Ingewikkelde reparaties zijn nu eenmaal niet voor iedereen weggelegd. Daarom hoop ik dat we met het platform een sterke community kunnen ontwikkelen, waar we elkaar ondersteunen.' Dat lijkt Inez Louwagie, coördinator van de Belgische vzw Repair & Share, alvast een goed idee. 'Eigenlijk draait het om een netwerk', zegt Louwagie. 'Het is absurd dat we enkel van onze moeders durven te verwachten een kleine herstelling te doen. Waarom zou je dat niet kunnen vragen aan een buur of een vriend, voor wie je op jouw beurt iets kunt doen met je eigen talenten?' Louwagie heeft ook thuis leren naaien, net als Minnaard. Als kind experimenteerde ze op een oude Singer-naaimachine. En ze is niet de enige die daarmee aan de slag wil. Naailessen zijn enorm populair, merkt Louwagie op. 'Je moet er als de kippen bij zijn of ze zijn meteen volzet. Dat toont aan dat mensen op zoek zijn naar een soort van zingeving, om iets te doen met hun handen.' Een handig neveneffect, vindt ze, is dat we op die manier te weten komen hoelang het duurt om zelf iets in elkaar te stikken. 'Hoe vaak heb ik al niet gehoord van jonge makers, die weken aan een eigen ontwerp zitten, dat de prijzen in de winkel helemaal niet kunnen kloppen?' Wie niet bij zijn omgeving terechtkan voor herstellingen, kan aankloppen bij professionele retoucheurs of is welkom op de Repaircafés, die Repair & Share omkadert in heel Vlaanderen. De cafés hebben een tijdlang stilgelegen door de coronacrisis, maar voor dit najaar staan er alvast veertig evenementen gepland. 'Ook omdat we vaak moeten terugvallen op gepensioneerden om de herstellingen uit te voeren. Zij zijn natuurlijk het meest kwetsbaar in de pandemie.' Volgens Louwagie is het geen toeval dat net senioren het voortouw nemen bij reparatie-evenementen: zij hebben niet alleen veel tijd, maar ook veel expertise. Dat is jammer genoeg een teken aan de wand, vindt ook Alicia Minnaard. 'Kleding verstellen is een ambacht dat we allemaal onder de knie kunnen krijgen, maar steeds meer aan het verliezen zijn.' Net daarom richt ze haar tutorials op jonge makers zoals zijzelf. 'Repareren kan bevrijdend werken. In de kledingindustrie is er niet zomaar één iemand verantwoordelijk voor de vervuiling. We zijn allemaal dragers. We kunnen dus allemaal wat meer voor onze kleren zorgen, al is het maar door wat vaker het waslabel te checken.' Je vindt genoeg was- en hersteltips in de vele boeken die er het afgelopen jaar verschenen over upcycling en de waarde ervan voor een duurzame kledingindustrie. In Alicia's atelier liggen niet enkel naald en draad, haar bureau ligt vol literatuur, van The Art of Repair van Molly Martin tot universitaire studies over ons kleedgedrag. Eén boek trekt meteen mijn aandacht: Loved Clothes Last van Orsola de Castro, een Italiaanse ontwerper die ook wel de queen of upcycling genoemd wordt. De Castro is bovendien medeoprichter van de ngo Fashion Revolution. In haar boek beschrijft ze waarom en hoe we meer en beter van onze kleding kunnen houden door er meer en beter voor te zorgen. Verhelderend, vond Minnaard dat. 'Het is alsof alles wat ik ook weet en denk en voel in dat boek zit, maar dan beter geschreven', lacht ze. Zo schrijft De Castro dat het onzinnig is dat kleding herstellen meer kost dan nieuwe kleding kopen en dat we die dus niet zomaar mogen weggooien. Of dat het pas echt gekkenwerk is dat upcycling nu hip en elitair is, maar dat we met z'n allen neerkijken op wie bij Primark shopt. 'Ook ik heb flink geshopt als tiener', erkent Alicia meteen. Het is wat je nu doet met die kleren, dat telt. Of er Primark in je kast hangt, zoals ook De Castro toegeeft, maakt eigenlijk niet uit. Want, zo lezen we in het boek, 'als je koopt uit liefde, en niet zomaar omdat het goedkoop was, is elk kledingstuk in je kast het waard om te herstellen.' En dat niet alleen. Als we de levensduur van al die kleren met een scheur, een kapotte rits of een (zweet)vlek in onze kast verdubbelen, verlagen we hun voetafdruk met 24 procent, zo stelt De Castro. Gelukkig zijn er steeds meer (jonge) ontwerpers, zoals ook Alicia, die upcycling ter harte nemen. En ook grote en kleine merken bieden steeds vaker zelf herstellingen aan (zie rechts). Mending is a state of mind, zo luidt het allereerste hoofdstuk van Loved Clothes Last. Gewoon beginnen dus. Haar eigen groene cardigan begon te rafelen in Rome, scheurde na een nachtje dansen in de Londense wijk Brixton en kreeg nog een scheur erbij op vakantie in Thailand. 'Elk los draadje vertelt een verhaal', schrijft De Castro.