Snel afwisselende en goedkope mode heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons. We willen er allemaal goed uitzien, en sociale media maakt ons steeds meer bewust van de allerlaatste trends. Het bedrijfsmodel is eenvoudig: grote ketens als Primark of H&M verkopen kleding aan dumpingprijzen en vervangen hun aanbod elke anderhalve maand. Nieuwe kleding is de norm en oude kleding is een wegwerpproduct. Profiteren steeds minder mee: de kleine winkels in het stadscentrum.

Ik ben gepassioneerd door mode, maar aan dit tempo kunnen we niet verder

De échte slachtoffers van dit verhaal zijn echter de textielwerkers die werken aan minimumlonen in ongezonde werkomstandigheden en het milieu, met enorme CO2-uitstoot, plastic soup en vervuiling van grond en water als resultaat.

Europees kampioen kleren dumpen

Modebladen en Influencers maken ons wegwijs in de laatste modetrends. Swipe up en je komt meteen op de webshop terecht waar je die specifieke outfit van een Instagrampost kan kopen. De laatste trends tot in jouw kleerkast brengen was nog nooit zo makkelijk. Ook ik vind het verleidelijk, en ik ben helaas niet de enige: de Belg is vandaag Europees kampioen kleren dumpen en we gooien elk jaar 14,8 kg weg. Bovendien is de hoeveelheid kleren die we kopen in de voorbije 15 jaar verdubbeld. En dat zijn enkel maar de Belgische cijfers, want de wereldwijde voetafdruk van de mode-industrie is duizelingwekkend.

De sector is verantwoordelijk voor een vijfde van het wereldwijde afvalwater, verbruikt meer energie dan de scheepvaart en de luchtvaart samen en zal naar verwachting in 2050 verantwoordelijk zijn voor 25 procent van het resterende koolstofverbruik ter wereld. U verslikt zich terecht, maar wat moet u ermee?

De Belg is Europees kampioen kleren dumpen en gooit elk jaar 14,8kg weg. Bovendien is de hoeveelheid kleren die we jaarlijks kopen in 15 jaar verdubbeld.

Ik ben zelf gepassioneerd door mode, ik denk graag na over wat ik draag. Dat maakt de duurzaamheidscrisis van deze industrie voor mij een persoonlijk verhaal, want één ding staat vast: aan dit tempo kunnen we niet verder. Als we fast fashion blijven kopen stuiten we simpelweg op harde grenzen wat grondstofgebruik betreft. We staan er nauwelijks bij stil dat één jeansbroek tot 10.000 liter water verbruikt bij productie, en dat er talloze pesticiden gebruikt worden bij de katoenteelt om zo'n broek te maken.

Jeans scoort kortom slechte punten voor duurzaamheid. Dat kan nochtans anders, het Antwerpse HNST jeans maakt zo naar eigen zeggen de meest duurzame jeans in de wereld. Tweedehands jeans is de beste optie, maar een simpele blik op het etiket helpt ook: 100 procent katoen zonder synthetische stoffen is makkelijkst te recycleren en daar probeer ik bij elke aankoop op te letten. Maar ook nieuwe grondstoffen als Tencel, dat van houtpulp gemaakt wordt, is een goed alternatief voor katoen of kunststof.

De productie duurzamer maken volstaat echter niet , we moeten durven kijken naar een ander en nieuw model. Recyclage biedt interessante kansen voor de lokale economie, en Gent is daar een schoolvoorbeeld van met Repair Cafés of hippe tweedehandswinkels zoals Think Twice. Of Studio AMA in Gent, dat innovatieve mode maakt met stofresten en zo 100 procent circulair is. Zo'n initiatieven moeten we niet alleen toejuichen, we moeten er ook bewust voor kiezen en kopen.

Gigantische textieloverschotten

De krantenkoppen zijn er de laatste maanden niet naast, de Belgische winkels hebben grote overschotten kledij. Door de crisis hebben een aantal modeketens de reeds bestelde kleren aan echte dumpingprijzen aangekocht, zonder onderhandelingsmogelijkheid voor de fabrieken wat faire lonen voor werknemers in gevaar brengt. Covid-19 heeft de uitwassen in de modesector in de verf gezet. Gelukkig zijn er oplossingen en ze betekenen ook voor de modesector beterschap.

Voor de meeste mensen lijkt zoiets een-ver-van-mijn-bed-show, maar ik zie letterlijk de link tussen onze Gentse Veldstraat en mijn werk in het Europees Parlement. Ik werk er mee aan een Europese wet die bedrijven verantwoordelijk stelt voor elke schakel van de keten.

De krijtlijnen uitgezet: bedrijven worden juridisch aansprakelijk wanneer ze het nalaten om zorgvuldig Europese regels na te leven, in elke stap van het productieproces. De Europese Commissie moet dat rapport tegen de zomer in een wet vertalen. Het kernidee is dat wat in de rekken terecht komt, clean moet zijn. Je hoeft als consument niet meer allerlei research te doen om schone kleren te kunnen kopen of op labels te letten. Dat is de onzichtbare kracht van Europa, die we veel te weinig benoemen.

Bij een brand in een Bengaalse textielfabriek in 2013 vielen meer dan duizend doden en 2.500 gewonden. Wat kan Europa hier aan doen?

Bedrijven binnen én buiten de EU zouden dan dezelfde regels moeten naleven, en schade aan mens en milieu actief voorkomen. Grote modemultinationals wezen in het verleden onderaannemers met de vinger en wasten hun eigen handen in onschuld. In 2013 vielen bij een brand in een Bengaalse textielfabriek meer dan duizend doden en duizenden gewonden. België en de hele Europese Unie reageerden vol ongeloof, wat kunnen we hier als Europa aan doen? Wel, alle werknemers die textiel maken voor Europese consumenten hebben recht op correcte arbeidsomstandigheden en een fair loon. Europa moet waakzaam zijn dat de oplossing die werknemers niet treft, maar net structureel verbetering brengt en bescherming biedt.

Maar ook binnen de EU is er echt werk aan de winkel: de textielindustrie in Oost- en Midden Europa laat arbeiders in de kou staan met lonen ver onder het bestaansminimum. Wat hier gemaakt is, is dus zeker niet altijd 'fair'. Net daarom moeten we bedrijven aansprakelijk stellen voor de naleving van Europese regels, de concrete toepassing ervan nauw in het oog houden, en die regels stelselmatig opkrikken. Een eerlijk loon op een veilige werkplek zonder milieuschade, daar moeten we naartoe. Bij ernstige schendingen moeten we verder gaan. Onze Groene fractie in het Europees Parlement werkte een voorstel uit voor een ban op producten gelinkt aan dwangarbeid, die moet bijvoorbeeld voorkomen dat kleding uit Oeigoerse dwangkampen de EU binnenkomt.

Minder maar kwaliteitsvoller shoppen

Een bredere omslag is nodig om de voetafdruk van de sector aan te pakken. Dat kan door de nieuwe Europese textielstrategie die er zit aan te komen nog ambitieuzer te maken. Stap één is erkenning van de voetafdruk van de sector, de veel te korte levensduur van onze kledij en de erbarmelijke recyclage.

Stap twee is het benoemen van blinde vlekken: grondstofgebruik moet drastisch naar beneden, er is een ban nodig op gebruik van schadelijke chemicaliën en textielarbeiders verdienen een betere behandeling. Overheid én modesector moeten samen aan de slag om een omslag te maken, mét behoud van creativiteit en jobs maar met meer respect voor mens en milieu. Als modeliefhebber ben ik overtuigd van deze weg vooruit, en hoop ik dat élke Europeaan binnenkort zorgeloos van eerlijk mode kan genieten.

Snel afwisselende en goedkope mode heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons. We willen er allemaal goed uitzien, en sociale media maakt ons steeds meer bewust van de allerlaatste trends. Het bedrijfsmodel is eenvoudig: grote ketens als Primark of H&M verkopen kleding aan dumpingprijzen en vervangen hun aanbod elke anderhalve maand. Nieuwe kleding is de norm en oude kleding is een wegwerpproduct. Profiteren steeds minder mee: de kleine winkels in het stadscentrum. De échte slachtoffers van dit verhaal zijn echter de textielwerkers die werken aan minimumlonen in ongezonde werkomstandigheden en het milieu, met enorme CO2-uitstoot, plastic soup en vervuiling van grond en water als resultaat. Europees kampioen kleren dumpenModebladen en Influencers maken ons wegwijs in de laatste modetrends. Swipe up en je komt meteen op de webshop terecht waar je die specifieke outfit van een Instagrampost kan kopen. De laatste trends tot in jouw kleerkast brengen was nog nooit zo makkelijk. Ook ik vind het verleidelijk, en ik ben helaas niet de enige: de Belg is vandaag Europees kampioen kleren dumpen en we gooien elk jaar 14,8 kg weg. Bovendien is de hoeveelheid kleren die we kopen in de voorbije 15 jaar verdubbeld. En dat zijn enkel maar de Belgische cijfers, want de wereldwijde voetafdruk van de mode-industrie is duizelingwekkend. De sector is verantwoordelijk voor een vijfde van het wereldwijde afvalwater, verbruikt meer energie dan de scheepvaart en de luchtvaart samen en zal naar verwachting in 2050 verantwoordelijk zijn voor 25 procent van het resterende koolstofverbruik ter wereld. U verslikt zich terecht, maar wat moet u ermee? Ik ben zelf gepassioneerd door mode, ik denk graag na over wat ik draag. Dat maakt de duurzaamheidscrisis van deze industrie voor mij een persoonlijk verhaal, want één ding staat vast: aan dit tempo kunnen we niet verder. Als we fast fashion blijven kopen stuiten we simpelweg op harde grenzen wat grondstofgebruik betreft. We staan er nauwelijks bij stil dat één jeansbroek tot 10.000 liter water verbruikt bij productie, en dat er talloze pesticiden gebruikt worden bij de katoenteelt om zo'n broek te maken. Jeans scoort kortom slechte punten voor duurzaamheid. Dat kan nochtans anders, het Antwerpse HNST jeans maakt zo naar eigen zeggen de meest duurzame jeans in de wereld. Tweedehands jeans is de beste optie, maar een simpele blik op het etiket helpt ook: 100 procent katoen zonder synthetische stoffen is makkelijkst te recycleren en daar probeer ik bij elke aankoop op te letten. Maar ook nieuwe grondstoffen als Tencel, dat van houtpulp gemaakt wordt, is een goed alternatief voor katoen of kunststof.De productie duurzamer maken volstaat echter niet , we moeten durven kijken naar een ander en nieuw model. Recyclage biedt interessante kansen voor de lokale economie, en Gent is daar een schoolvoorbeeld van met Repair Cafés of hippe tweedehandswinkels zoals Think Twice. Of Studio AMA in Gent, dat innovatieve mode maakt met stofresten en zo 100 procent circulair is. Zo'n initiatieven moeten we niet alleen toejuichen, we moeten er ook bewust voor kiezen en kopen. Gigantische textieloverschottenDe krantenkoppen zijn er de laatste maanden niet naast, de Belgische winkels hebben grote overschotten kledij. Door de crisis hebben een aantal modeketens de reeds bestelde kleren aan echte dumpingprijzen aangekocht, zonder onderhandelingsmogelijkheid voor de fabrieken wat faire lonen voor werknemers in gevaar brengt. Covid-19 heeft de uitwassen in de modesector in de verf gezet. Gelukkig zijn er oplossingen en ze betekenen ook voor de modesector beterschap.Voor de meeste mensen lijkt zoiets een-ver-van-mijn-bed-show, maar ik zie letterlijk de link tussen onze Gentse Veldstraat en mijn werk in het Europees Parlement. Ik werk er mee aan een Europese wet die bedrijven verantwoordelijk stelt voor elke schakel van de keten. De krijtlijnen uitgezet: bedrijven worden juridisch aansprakelijk wanneer ze het nalaten om zorgvuldig Europese regels na te leven, in elke stap van het productieproces. De Europese Commissie moet dat rapport tegen de zomer in een wet vertalen. Het kernidee is dat wat in de rekken terecht komt, clean moet zijn. Je hoeft als consument niet meer allerlei research te doen om schone kleren te kunnen kopen of op labels te letten. Dat is de onzichtbare kracht van Europa, die we veel te weinig benoemen.Bedrijven binnen én buiten de EU zouden dan dezelfde regels moeten naleven, en schade aan mens en milieu actief voorkomen. Grote modemultinationals wezen in het verleden onderaannemers met de vinger en wasten hun eigen handen in onschuld. In 2013 vielen bij een brand in een Bengaalse textielfabriek meer dan duizend doden en duizenden gewonden. België en de hele Europese Unie reageerden vol ongeloof, wat kunnen we hier als Europa aan doen? Wel, alle werknemers die textiel maken voor Europese consumenten hebben recht op correcte arbeidsomstandigheden en een fair loon. Europa moet waakzaam zijn dat de oplossing die werknemers niet treft, maar net structureel verbetering brengt en bescherming biedt. Maar ook binnen de EU is er echt werk aan de winkel: de textielindustrie in Oost- en Midden Europa laat arbeiders in de kou staan met lonen ver onder het bestaansminimum. Wat hier gemaakt is, is dus zeker niet altijd 'fair'. Net daarom moeten we bedrijven aansprakelijk stellen voor de naleving van Europese regels, de concrete toepassing ervan nauw in het oog houden, en die regels stelselmatig opkrikken. Een eerlijk loon op een veilige werkplek zonder milieuschade, daar moeten we naartoe. Bij ernstige schendingen moeten we verder gaan. Onze Groene fractie in het Europees Parlement werkte een voorstel uit voor een ban op producten gelinkt aan dwangarbeid, die moet bijvoorbeeld voorkomen dat kleding uit Oeigoerse dwangkampen de EU binnenkomt.Minder maar kwaliteitsvoller shoppenEen bredere omslag is nodig om de voetafdruk van de sector aan te pakken. Dat kan door de nieuwe Europese textielstrategie die er zit aan te komen nog ambitieuzer te maken. Stap één is erkenning van de voetafdruk van de sector, de veel te korte levensduur van onze kledij en de erbarmelijke recyclage.Stap twee is het benoemen van blinde vlekken: grondstofgebruik moet drastisch naar beneden, er is een ban nodig op gebruik van schadelijke chemicaliën en textielarbeiders verdienen een betere behandeling. Overheid én modesector moeten samen aan de slag om een omslag te maken, mét behoud van creativiteit en jobs maar met meer respect voor mens en milieu. Als modeliefhebber ben ik overtuigd van deze weg vooruit, en hoop ik dat élke Europeaan binnenkort zorgeloos van eerlijk mode kan genieten.