Zelfs Virgil Abloh, de Amerikaanse goeroe van de streetwear, verkondigde in een recent interview dat het tijd was voor iets anders. Tijdens Pitti in Firenze ­-- half professionele beurs, half modeweek -- bleek deze week dat de strijd nog niet helemaal beslist was. De mannenmode wordt zeker formeler, maar het duurt wel nog even voor de streetwear zich gewonnen geeft.
...

Zelfs Virgil Abloh, de Amerikaanse goeroe van de streetwear, verkondigde in een recent interview dat het tijd was voor iets anders. Tijdens Pitti in Firenze ­-- half professionele beurs, half modeweek -- bleek deze week dat de strijd nog niet helemaal beslist was. De mannenmode wordt zeker formeler, maar het duurt wel nog even voor de streetwear zich gewonnen geeft.De week begon klassiek, met de 75ste verjaardag van het pakkenmerk Brioni. Het merk ging de voorbije vijf jaar door een hele sliert creatief directeurs. Onder wie Justin O'Shea, een bad boy zonder ontwerpervaring die het merk bijna in de vernieling hielp, en Nina-Maria Nitsche, die eerder 23 jaar voor Martin Margiela had gewerkt. De nieuwe man aan het stuur bij Brioni is Norbert Stumpfl. Hij deed ervaring op bij Berluti, Louis Vuitton, Adidas en Lanvin. Opmerkelijk: Brioni schrapte de positie van creatief directeur en Stumpfl moet genoegen nemen met de titel van Design Director.Dat is tekenend voor de mannenmode van het moment. De pakkenmerken beginnen in te zien dat het weinig zin heeft om trends na te jagen. Een designdirecteur is minder richtinggevend dan een creatief directeur. Hij houdt het schip recht. En dus was het eigenlijk geen wonder dat de kleren in het gigantische Palazzo Gerini bijna een tweederangsrol kregen. In de salons van het renaissancepaleis speelden duo's en trio's en kwintetten -- de sfeer was donker, de enige verlichting kwam van brandende kaarsen. De klassieke muzikanten waren tegelijk ook de modellen. Een verwijzing, misschien, naar de periode onder Justin O'Shea, die de heavy metal groep Metallica opvoerde in een campagne voor Brioni.Of met andere woorden: back to the classics.Jil Sander, dat tegenwoordig wordt geleid door het echtpaar Luke en Lucie Meier, speelde al evenzeer op veilig. Het in Milaan gevestigde Japanse label met Duitse roots is in zekere zin de vereenzelviging van de mannenmode in 2020: Luke Meier tekende jarenlang de collecties van Supreme -- misschien het meest invloedrijke streetwearmerk van de geschiedenis, met Stüssy -- en is ook de man achter het luxe streetlabel OAMC. Lucie Meier vulde gedurende een seizoen of twee het vacuüm bij Dior tussen het vertrek van Raf Simons en de komst van Maria Grazia Chiuri. In theorie zou de combinatie van die twee heel opwindende mode moeten opleveren. In werkelijkheid leunen de Meiers echter misschien net iets te veel op de minimalistische roots van Jil Sander. De ontwerper uit Hamburg was in haar glorieperiode in de eighties en nineties de favoriet van architecten en galeriehouders, te vergelijken met Prada vandaag. Maar vandaag is het misschien tijd voor iets anders.De show in het klooster van Santa Maria Novella, een toeristische trekpleister in het centrum van Firenze, was een teleurstelling. De vrouwenshows van de Meiers in Milaan waren tot nog toe sereen en sfeervol, al was het maar door de locaties -- zoals de ruïnes van een panettonefabriek. Hier was de fantastische architectuur van het klooster niet meer dan een backdrop. Enkele stapels oranje bloemen voegden weinig toe aan het verhaal en van het gekweel van Björk op de soundtrack werden we ook niet vrolijk.De gastontwerpers van Pitti doen doorgaans hun best. De shows zijn doorgaans memorabel (niet in het minst Jil Sander in de versie van Raf Simons, jaren geleden in de tuin van een Toscaanse villa). Maar dat was dit keer dus niet het geval. Een gemiste kans.Trussardi, het familiebedrijf dat al jaren zijn weg kwijt is en sinds vorig jaar in handen is van een herstructureringsspecialist, heeft geen vaste artistiek directeur meer, en werkt voorlopig met gastontwerpers. Voor de eerste editie werd Giorgio Di Salvo ingehuurd. Di Salvo heeft zijn eigen streetwearlabel, United Standard. Voor Trussardi werkte hij met logo's en illustraties uit de archieven van het label, in het bijzonder de windhond. Clemens Telfar belichaamt de nieuwe generatie ontwerpers uit New York. Zijn merk Telfar bestaat intussen vijftien jaar -- hij begon als tiener in zijn slaapkamer -- maar is pas sinds een jaar of twee echt succesvol. Zijn tas met groot T-logo is de it-bag van het moment.'Ik hou van Jean Paul Gaultier en van Rei Kawakubo, maar ook van Levi's en Old Navy,' vertelde hij voor de show. Ziet hij zijn merk eerder als een Comme des Garçons worden of als een Levi's? 'Ik ben vooral mezelf. Maar ik leg mezelf geen grenzen op. Ik wil zo groot mogelijk worden.' Op duurzaamheid heeft hij het dan weer minder begrepen, zo bleek. 'Minder kleren maken? Daar denk ik niet aan,' lachte hij tijdens de preview van zijn show. 'Ik ben een ontwerper, kleren maken is wat ik doe. Over pakweg tweehonderd jaar ben ik er al lang niet meer.' Hij zei het niet met zoveel woorden, maar je zag hem denken: waarom zou ik me iets aantrekken van dat verdomde milieu?Er is geen twijfel dat de zorgwekkende staat van het milieu een van de grote problemen van ons tijdperk is. Maar het was tegelijk ook ontwapenend dat Telfar zo eerlijk was. Als je voor het milieu bent, ga je beter niet in de mode.De stijl van Telfar kan worden vergeleken met die van Glenn Martens voor Y/Project, maar dan bestemd voor een breder publiek. Zie bijvoorbeeld zijn gefronsde broeken, of zijn door de renaissance geïnspireerde kragen. Hij is de ontbrekende schakel tussen het voortijdig ter ziele gegane cultlabel Hood By Air en de typisch Amerikaanse easywear van een Tommy Hilfiger.Op de beurs zelf was er wél beduidend veel aandacht voor duurzaamheid. Herno presenteerde bijvoorbeeld drie nieuwe materialen voor Herno Globe, de eco-friendly lijn van het label. Er waren donsjassen van een biodegradabele stof die na vijf jaar verdwijnt, en parka's in een nylon gemaakt van (al dan niet gerecycleerd) restmateriaal en visnetten.Het hoogtepunt van deze 97ste editie van Pitti Uomo was de slotshow, van Random Identities, het label van Stefano Pilati. De ontwerper, die Saint Laurent tekende voor Hedi Slimane de zaken daar overnam en daarna aan de slag was bij het Italiaanse mannenmerk Zegna, emigreerde na zijn vertrek bij dat laatste huis naar Berlijn.Iedereen moest rechtstaan in de grote hal van het voormalige Stazione Leopolda, aan weerszijden van een eindeloze catwalk die half verdween in een waas van rood licht en dichte mist. Pilati maakte altijd al geweldige pakken. En hij gebruikte nu zijn knowhow om die pakken hapklaar te maken voor een nieuwe, meer genderfluïde generatie. Door ze oversized te maken, of ze in te snoeren, of ze te accessorizeren, voor mannen én vrouwen, met een kristallen beha's. Noem het gerust een nieuwe zakelijkheid.Random Identities lanceert op 17 januari ook een collab met Li Ning, het Chinese sportswearmerk waarmee Pilati al eerder in zee ging (eerste product: de Aurora, een sneaker met flikkerende LED-lampjes). Het is de eerste keer dat Li Ning samenwerkt met een Westerse ontwerper. En zo werd in Firenze de cirkel rondgemaakt: het pak is terug, maar anders. En de streetwear is nog lang niet uitgepraat -- er waren tijdens Pitti ook shows van Sergio Tacchini en K-Way.Wordt vervolgd in Milaan, waar de mannenmodeweek vanavond begint met shows van DSquared en Zegna en waar de komende dagen onder andere Gucci voor het eerst in jaren opnieuw een toegewijde mannencollectie op de catwalk toont.