'Brussel,' zegt tekenaar Ever Meulen, 'is voor mij een jeugdliefde.' 'Ik kwam hier voor het eerst in 1958, voor Expo 58. Ik was twaalf. Het was zomer, prachtig weer. En daar stond het Atomium te blinken tegen de blauwe lucht, een fantastische ervaring. Het was een heel andere, futuristische wereld, met nieuwe vormen en kleuren. De Wereldtentoonstelling heeft een geweldige indruk op me gemaakt, en zeker ook mijn esthetische vorming beïnvloed. Bijna tien jaar later, in 1967, ben ik in Brussel komen studeren, aan Sint-Lukas. Ik ben toen bijna onmiddellijk met de tram naar de Heizel gegaan om het Atomium eindelijk terug te zien. Plots woonde ik in de stad waar ik als kind in het verre West-Vlaanderen al van droomde. Al mijn helden woonden in Brussel. Hergé was een Brusselaar, Franquin werkte in Brussel. Jean Graton van de stripreeks Michel Vaillant, en Edgar P. Jacobs van Blake en Mortimer. Mijn favoriete sporthelden waren Brusselaars: Eddy Merckx, Paul Van Himst, Jacky Ickx. Als tiener zag ik in mezelf een toekomstige cartoonist. Zoals de Brusselaars Hugoké en Gal. Brussel was de plek waar ik wilde zijn.'
...

'Brussel,' zegt tekenaar Ever Meulen, 'is voor mij een jeugdliefde.' 'Ik kwam hier voor het eerst in 1958, voor Expo 58. Ik was twaalf. Het was zomer, prachtig weer. En daar stond het Atomium te blinken tegen de blauwe lucht, een fantastische ervaring. Het was een heel andere, futuristische wereld, met nieuwe vormen en kleuren. De Wereldtentoonstelling heeft een geweldige indruk op me gemaakt, en zeker ook mijn esthetische vorming beïnvloed. Bijna tien jaar later, in 1967, ben ik in Brussel komen studeren, aan Sint-Lukas. Ik ben toen bijna onmiddellijk met de tram naar de Heizel gegaan om het Atomium eindelijk terug te zien. Plots woonde ik in de stad waar ik als kind in het verre West-Vlaanderen al van droomde. Al mijn helden woonden in Brussel. Hergé was een Brusselaar, Franquin werkte in Brussel. Jean Graton van de stripreeks Michel Vaillant, en Edgar P. Jacobs van Blake en Mortimer. Mijn favoriete sporthelden waren Brusselaars: Eddy Merckx, Paul Van Himst, Jacky Ickx. Als tiener zag ik in mezelf een toekomstige cartoonist. Zoals de Brusselaars Hugoké en Gal. Brussel was de plek waar ik wilde zijn.' Toen Louis Vuitton hem in 2019 vroeg om een boek te maken over een stad naar zijn keuze, hoefde hij niet lang te twijfelen over een onderwerp. Dat lag eigenlijk niet voor de hand. De reeks Travel Books van Vuitton is gewijd aan reisdagboeken van vooraanstaande illustratoren. Het luxemerk stuurt hen voor een aantal weken naar een bestemming, waar ze hun impressies op papier zetten - Javier Mariscal ging naar Los Angeles, Lorenzo Mattotti naar Vietnam, Jean-Philippe Delhomme naar New York, en Brecht Evens naar Parijs. Op reis gaan in je eigen stad, leek enigszins naast de kwestie. 'Ik heb de mensen van Vuitton moeten overtuigen', zegt hij. 'Ik ben geen reiziger. Ik vind het comfortabeler om thuis te werken. Ik ken Brussel het best, en ik teken het liefst dingen die ik al ken. Ik heb bijvoorbeeld vaak auto's getekend. Ik weet hoe auto's in elkaar zitten, hoe ze werken. Dat helpt als je goede tekeningen wilt maken. Uiteindelijk hebben ze me laten doen. Ik heb een boek gemaakt over mijn hometown, een uitzondering op de regel.' Enkele maanden later brak het coronavirus uit. Plotseling was het idee van een trip in eigen stad bijna visionair. 'Ik ben een jaar met het boek bezig geweest. Ik heb het zeer graag gedaan en ik denk dat je dat ziet aan het resultaat. Er zit tekenplezier in. Brussel was uiteindelijk vooral een aanleiding om mooie tekeningen te maken, een serie. Honderdtwintig tekeningen, dat is een karwei, maar het bleek geen probleem. Plots had ik al die tekeningen klaar, terwijl ik nog een hele lijst andere onderwerpen had. Misschien doe ik daar later nog iets mee, al is het nu ook niet de bedoeling dat ik alleen nog maar Brussel ga tekenen.' 'Ik heb heel wat plekken herontdekt, samen met Viviane ( zijn vrouw, tevens de moeder van journalist Jesse Brouns, red.). We hebben elke zondagochtend een autorit gemaakt, telkens met het idee: daar moeten we nog eens naartoe. Ik rijd graag rond in mijn zestig jaar oude Corvair, al is dat eigenlijk niet meer van deze tijd. In de week sta je voortdurend stil, maar op zondag is zo'n rit ideaal om Brussel te verkennen. Ik maakte schetsjes, Viviane maakte foto's, een soort behind the scenes waarmee het boek ook wordt afgesloten. Onderweg deden we af en toe nieuwe ontdekkingen, zoals het kleine Marsveldplein achter de Naamsepoort, of de Mont du Cinquantenaire in Etterbeek, een straatje met een monumentale trap en een mooi huis in art-decostijl. We wonen vlakbij, in Woluwe, maar ik was er al jaren niet meer geweest.' 'Ik heb altijd graag huizen getekend. Architectuur interesseert me. Wie is de architect? Hoe zit zo'n gebouw in elkaar? Brussel wordt vaak geassocieerd met Horta, maar die slingerplantenstijl is niet echt mijn ding. Ik ben meer een constructivist. Mijn werktitel voor het boek was Mijn stad, getekend met een potlood en een meetlat. Als ik een tekening maak, heb ik altijd behoefte aan een latje of een tweede potlood om rechte lijnen mee te trekken. Ik ben een tekenaar die constructies maakt. Ik vertrek van wat ik zie, maar ik teken altijd meer dan wat ik zie. Ik teken wat ik weet. Als ik een huis zie, kijk ik naar de façade, maar ook naar de achterkant, en dan verwerk ik al die informatie in één plat vlak. Ik toon altijd verschillende facetten, een beetje zoals de kubisten vroeger.' 'Schetsen in de natuur vind ik te eenvoudig. Dat geeft me geen voldoening. Ik teken liever dingen waar de mens iets mee te maken heeft gehad. Ik probeer tekeningen te maken die verrassen, ook als het gaat om een gebouw dat iedereen kent, zoals het Atomium. Ik doe dat voor de kijker, maar ook voor mezelf. Ik wil me niet vervelen. Zo'n opdracht waar je een jaar lang elke dag aan werkt mag geen routine worden.' 'De architectuur in Brussel is gelukkig heel gevarieerd. Je ziet barok naast art deco naast een huis van Horta naast nieuwbouw. Die variatie heb ik ook in mijn boek willen stoppen. Ik heb hier en daar collagetechnieken gebruikt, een foto van Viviane geïntegreerd, of zelfs een zwart-witfotokopie. Brouwerij Wiels van architect Adrien Blomme, tegenwoordig een kunstcentrum, heb ik getekend op technisch millimeterpapier, met voorgedrukte perspectieflijnen. Datzelfde papier heb ik gebruikt voor de Villa Dirickz van Marcel Leborgne in Sint-Genesius-Rode, overigens het verst dat ik buiten Brussel ben gegaan. Die modernistische villa heeft een heel bijzondere wenteltrap langs de zijkant. Als ik zo'n gebouw zie, wil ik dat op papier krijgen.' 'Ik hou het meest van de buitenwijken, misschien omdat je daar gemakkelijker kunt parkeren. Het centrum is niet mijn favoriete plek, ook niet als onderwerp. Een gotisch stadhuis tekenen, barokke gevels, dat is moeilijk. Ik had daar op voorhand echt schrik van. Maar achteraf beschouwd vind ik dat het me toch gelukt is. In elk geval: ik ben meer de man van de buitenkant dan van de binnenkant.' 'Ik teken het liefst wat ik graag zie, en wat ik mooi vind. De Chaussée de Mons in Anderlecht, om de hoek van mijn vroegere atelier in een oude garage, staat er niet in. Wel de Ninoofsesteenweg, met die opvallende toren van de kerk van Scheut. Ik heb ook iets met de oude tuinwijken, zoals Kapelleveld, hier in Woluwe, van architecten Hoste en Pompe, of de Floréal-wijk in Watermaal-Bosvoorde, van Eggericx. Ik kom daar graag, vooral in de lente, als de Japanse kerselaars in bloei staan. De Cité Moderne in Sint-Agatha-Berchem, van Victor Bourgeois, is misschien nog het strafst van allemaal. Die wijk is zo knap om te tekenen - allemaal hoekige façades, net een accordeon. Bourgeois ontwierp hier bij ons in de buurt ook een van mijn favoriete huizen, het atelier van beeldhouwer Oscar Jespers.' 'Ik hou van het niveauverschil in Brussel, de topografie, de Hoogstad en de Laagstad. De vergezichten zijn prachtig. De panorama's die je ziet op het Koningsplein, of voor het Justitiepaleis. Dat een straat ineens bijna recht naar boven loopt. Die perspectieven geven mogelijkheden. De trappen aan het Warandepark, en dan verder beneden door de Ravensteingalerij, dat vind je nergens anders, of toch niet in België. Gent is ook mooi, maar dat is een middeleeuwse stad, daar ontbreekt die variatie. Misschien had ik naar San Francisco kunnen gaan, al was ik dan een jaar of twee moeten blijven. Het nadeel van die niveauverschillen is dat Brussel nooit een evidente fietsstad zal zijn: te veel hellingen.' 'Andere elementen die voortdurend terugkeren in het boek: lege tekstballons, een verwijzing naar de reputatie van Brussel als stripstad. En vliegtuigen, omdat die in Brussel om de vijf minuten over je hoofd zoeven. Zaventem ligt veel te dicht bij de stad. Ik heb ook bekende Brusselaars getekend, van Brel tot Kompany, striphelden - Kuifje kon niet ontbreken; ik heb hem afgebeeld als Manneken Pis - en vrienden zoals Marc Didden of Jan Decorte en Sigrid Vinks.' 'In mijn versie van Brussel duikt af en toe ook een berg of rotsblok op. Je zou kunnen zeggen: wat heeft dat met Brussel te maken? Ik heb afgekeken van Bruegel. Die schilderde landschappen van het Pajottenland met dan ineens in de verte Italiaanse bergen, met sneeuw erop. Als Bruegel dat mag, dan ik ook.'