Mode- en imagoconsultant
...

Hoe verliep jouw parcours tot nu toe?'Ik ben op mijn zestiende gaan studeren aan La Cambre en bleef er vijf jaar. Meteen daarna ben ik in Parijs gaan werken. Ik was assistent-stylist voor het tijdschrift Citizen K, dat in die tijd behoorlijk invloedrijk was. Tot mijn dertigste werkte ik als stylist en langzaam maar zeker ben ik de richting van image consultant opgegaan. Nu maak ik ook foto's.' Wat doet een imagoconsultant?'Je moet een merk volledig doorgronden, weten voor welke waarden het staat, het universum eromheen kennen. Het is mijn taak om de manier waarop het merk op de buitenwereld overkomt in goede banen te leiden en daarbij toch zo creatief mogelijk te blijven. Ik heb het dan bijvoorbeeld over campagnes, defilés en de presentatie voor klanten. Ik zorg in de eerste plaats dat de coherentie bewaard blijft en de boodschap zo duidelijk mogelijk is. In sommige gevallen ben ik ook betrokken bij de uitwerking van een collectie: de keuze van de kleuren, de stoffen of de modellen. Dat vind ik enorm fijn.'Hoe werk je samen met de ontwerpers? Bepalen zij de looks niet zelf?'Dat verschilt, en hangt af van hoe de creatief directeur werkt. Soms wordt me gevraagd om hét silhouet van het seizoen voor te stellen, maar dat is veeleer uitzonderlijk. Meestal heb ik lange gesprekken met de ontwerper, als een soort van creatief pingpong waarbij de ideeën in elkaar overvloeien, op elkaar inhaken of elkaar tegenspreken, tot we de ideale formule vinden, het bijna perfecte evenwicht. Al ben ik geen fan van perfectie. Er moet ruimte blijven voor evolutie.' Hoe staat jouw job beschreven op je visitekaartje?'Daar staat niets op. Ik heb deze rol in ons bedrijfje al sinds het begin in 1993, maar we hebben nog nooit een naam aan mijn functie gegeven. Ik organiseer de verkoop en de selectie van de cliënten, ik zorg ervoor dat de budgetten kloppen en probeer de stress tot het minimum te beperken.' Hoe ben je gekomen waar je nu bent?'Ik legde nogal een ongewone weg af. Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd en ik wist heel weinig van het modevak toen ik bij Sofie begon. Zij studeerde eerst voor tandarts en ging vervolgens twee jaar mode doen aan de Koninklijke Academie van Antwerpen. We zijn heel langzaam te werk gegaan, omdat we zo weinig mogelijk fouten wilden maken en een product van hoge kwaliteit wilden afleveren. Aan de collectie van Sofie D'Hoore gaat enorm veel onderzoek vooraf op het gebied van de stoffen, en ongelooflijk veel patronenwerk.' Het merk heeft nog nooit een defilé gegeven. Hoe komt dat?'Dat past niet bij ons imago. Voor ons zit de toegevoegde waarde in de kleding, we willen graag dat de cliënt een stuk koopt dat lang kan worden gedragen en mettertijd alleen maar mooier wordt. Het feit dat we niet in Parijs showen, heeft het nadeel dat we internationaal minder zichtbaar zijn. En voor veel winkels die onze collecties zouden kunnen verkopen, is het bijna een voorwaarde om serieus genomen te worden. Toch is een defilé helemaal geen garantie op succes, ook al omdat je voor een show een enorm budget moet inplannen.' Soms kan een heel leven veranderen door iets als een concert in Antwerpen, waar een goochelaar speelt met licht en kan jongleren met kleuren. Hierdoor raakt Koert Vermeulen op zijn veertiende in de ban van het licht, en beseft hij dat je er wonderen mee kunt verrichten. Op zijn twintigste startte hij zijn verhuurbedrijf van verlichting en geluidsinstallaties. Op een paar jaar architectuur aan Saint-Luc in Brussel na, studeerde hij niet verder. Hij werkte samen met Walter Van Beirendonck en de Antwerpse Academie, en verzorgde de eerste defilés van Christophe Coppens. Al snel breidde hij zijn terrein uit: hij begon met het verlichten van iconische spektakels en plekken als de stadsopera Décrocher la lune van Franco Dragone in La Louvière, de kathedraal van Straatsburg, luxeboetieks, de kerstshow in het Spaanse park Puy du Fou, de 29ste wereldfinale van de Elite Model Look-wedstrijd in Sjanghai, The King's Cup-finale in Riyad... Intussen gaf hij van 2004 tot 2008 les aan de Academie. Hij drong er bij zijn studenten op aan om 'echt' te kijken naar het licht. Zo zette hij hen bijvoorbeeld voor het Meisje met de parel van Vermeer, en vroeg hun om de manier waarop de kunstenaar gespeeld had met licht en schaduw na te doen. Elektromagnetische golven, speciale effecten, de zon en alles wat te maken heeft met lighting design hebben voor hem geen enkel geheim. Hij heeft intussen 768 projecten tot een goed einde gebracht - hij heeft ze geteld. Tegenwoordig leidt hij een team van twintig mensen en staat hij in de top 15 van de grootste lighting design-bureaus van de wereld.' Waaruit bestaat je job?'Mijn job bestaat erin om een defilé van a tot z te organiseren. Ik ben verantwoordelijk voor de defilés van Hermès en Dries Van Noten. Dries en ik werken al zo lang samen dat één blik volstaat om elkaar te begrijpen. Elk seizoen sta ik voor de uitdaging om de dromen van de ontwerpers waar te maken, hoe moeilijk of spectaculair ze ook zijn. Het is telkens een hindernissenparcours van maanden voor een defilé van amper tien minuten. De locatie en de sfeer van het defilé moeten perfect matchen met de collectie. Uiteraard moet ik ook rekening houden met de timing en het budget. Het is een boeiende job die veel organisatie, flexibiliteit en inventiviteit vraagt.' Op welke defilés kijk je met trots terug?'Een van de grootste uitdagingen van de voorbije twintig jaar was het vijftigste defilé van Dries Van Noten. We hadden een zaal nodig van 250 meter lang die plaats bood aan een lange tafel van 150 meter die dienstdeed als catwalk, maar ook als tafel voor een diner van 500 genodigden. We hebben een fabrieksgebouw buiten Parijs gevonden dat we aangekleed hebben. Voor een ander defilé hadden we 7000 slingers met kerstlichtjes nodig in volle zomer. Sommige firma's die ik benaderde dachten dat het een grap was en gooiden de telefoon dicht. Uiteindelijk hebben we ook dat voor mekaar gekregen. Het resultaat was overweldigend. Het defilé in de Opéra Garnier voor Dries Van Noten was ook een van de hoogtepunten tot nu toe. Veertien jaar lang hadden we tevergeefs gevraagd om er een defilé te mogen geven, tot er eindelijk een datum vrijkwam in de week van de mannendefilés. Als zoiets lukt, geeft het enorm veel voldoening.' Hoe ben je in de wereld van de film beland?'Jaren geleden heb ik de Duitse regisseur Reiner Holzemer leren kennen, toen hij een film aan het draaien was over topfotograaf Jürgen Teller. Teller was door Vogue gevraagd voor een modereportage in de tuin van Dries Van Noten. Toen rijpte het idee van Reiner om een film over Dries te maken. Hij zocht een Belgische coproducer en ik heb die kans gegrepen. Op zich zijn er veel parallellen tussen het producen van een film en het organiseren van een defilé. Je hebt een thema, een budget en een timing waarmee je rekening houdt. Het grote verschil tussen een defilé en een film is dat je voor een defilé een kortere deadline hebt en dat het resultaat vluchtig is. Voor een film ben je al snel drie jaar bezig. Een jaar voorbereiding, een jaar draaien en een jaar monteren en de release voorbereiden.' Hoe omschrijf je je beroep?'Ik ben de schakel tussen de modellenagentschappen en de modehuizen of ontwerpers. Ik kies de gezichten die bij hun merk passen voor de defilés of de fotoshoots. Ik speel ook de rol van scout (iemand die potentiële modellen ontdekt, red.) en van agent, want jammer genoeg is er weinig diversiteit in wat de agentschappen aanbieden.' Hoe ben je gekomen waar je nu bent?'Op mijn achttiende werd ik in Luik op straat aangesproken door een scout. Ik heb fotosessies gedaan en defilés gelopen voor Comme des Garçons, ik heb in Azië, Milaan en Parijs gewerkt. Op een gegeven moment besefte ik dat ik liever agent wilde zijn dan model. Ik had het geluk dat ik kon beginnen bij Hakim Model Management, een zeer goed agentschap in Brussel, waar ik leerde hoe ik modellen kon begeleiden in hun carrière. Dat is moeilijker dan je denkt: velen voelen zich geroepen, weinigen zijn uitverkoren.' Is het een voordeel dat je zelf model bent geweest?'Ik weet hoe moeilijk het is om je te presenteren bij een casting director en dat heeft me een menselijk kantje gegeven. Drie seizoenen geleden zocht Marine Serre een casting director. Ik kreeg de kans om haar eerste defilé te doen en ze vroeg me meteen voor het volgende. Ik heb ook andere cliënten met wie ik samenwerk: Sterling Ruby had in Los Angeles over me horen spreken, toen kwam Patou, en voor de volgende Fashion Week zijn er weer anderen bij gekomen. Ze droomde ervan om modeontwerper te worden. Nu is ze patroontekenaar, en dat is nog beter. Sarah Henken studeerde aan het Institut Bischoffsheim in Brussel, waar ze aan het eind van de jaren negentig haar diploma haalde. Ze kon onmiddellijk een stage doen bij Véronique Leroy, van wie ze een modeshow had gezien en helemaal onder de indruk was. Ze bleef er tien jaar. 'Véronique deed me beseffen dat modellen tekenen belangrijk was, dat ik er talent voor had, dat ik deel uitmaakte van de creatie van het kledingstuk en dat ik kon groeien. 'In het begin ben je technisch niet zo sterk, maar je leert door fouten te maken en oplossingen te vinden. Er zit een logica in het werk van patroontekenaar. Je moet het stuk begrijpen, weten hoe het valt, het lichaam bestuderen dat in dat kledingstuk zal zitten, en alles in perfecte harmonie brengen.' Met vaste hand brengt ze een kledingstuk naar een idee van de ontwerper tot leven. Ze werkte met Lutz, Bless, Mélodie Wolf of met haar man, tatoeëerder Rude, met wie ze van 2005 tot 2010 een eigen succesvol label had dat ze If I... doopten, een collectie comfortabele uniseks kleding. Intussen was ze patroontekenaar geworden bij Martine Sitbon, bij wie ze zeven jaar werkte, tot ze in 2013 bij Balenciaga begon, in de tijd van Alexander Wang. Nu werkt ze met Demna Gvasalia. 'Demna weet wat hij wil en hij begrijpt kleding. Hij weet hoeveel werk er in een stuk gaat zitten. Technisch is dat interessant.' Als ze één raad zou moeten geven aan beginnende patroontekenaars, dan is het deze: 'Geef de moed niet op bij de eerste mislukking, ga door, doe stages en ga werken bij een huis dat je een kans geeft.' Hoe ben je in de modewereld beland?'Ik wist al heel vroeg dat ik iets met mode wou doen. Ik heb een technische modeopleiding gevolgd aan de Ursulinen in Mechelen en ben zo in contact gekomen met Walter Van Beirendonck, bij wie ik stage gelopen heb. Het was het begin van een jarenlange samenwerking. Door de jaren heen heb ik voor veel ontwerpers uit België en het buitenland gewerkt, zoals Dries Van Noten, Olivier Theyskens, Haider Ackermann en Emilio Pucci. Ik heb die job altijd gecombineerd met die van docent aan de Antwerpse Modeacademie. Op die manier kan ik mijn praktijkervaring doorgeven aan mijn studenten. Veel van mijn oud-studenten kloppen bij mij aan wanneer ze zelf een collectie willen uitbrengen. Het is fijn om betrokken te worden bij die startfase.' Wat is jouw rol in het creatieproces?'Ik start van een tekening van een ontwerper en maak er een driedimensionaal beeld van dat helemaal klaar is om geproduceerd te worden. Een schets kan op veel manieren geïnterpreteerd worden. Om exact te weten wat de ontwerper bedoeld heeft, moet je in zijn hart en hoofd kunnen kijken. Ik probeer zijn creatieve denkpiste zo goed mogelijk te vertalen en er iets van mezelf aan toe te voegen. Wanneer ik al lang samenwerk met een ontwerper, gebeurt het zelfs dat ik geen schets meer nodig heb: een idee volstaat al om het in een patroon om te zetten. Ik hou van minder evidente, uitgesproken stukken en ben selectief in de keuze van mijn klanten. Ik maak de ingewikkelde showstukken voor Manish Arora en doe de fittings voor zijn shows in Parijs. Ik heb ook enkele creaties uitgewerkt van Christophe Lemaire voor Uniqlo.' Hoe is je job geëvolueerd door de jaren heen?'Tegenwoordig gebeurt het uitwerken van patronen vooral digitaal, maar zelf werk ik nog altijd met potlood en papier. Ik ben heel manueel, ik hou ervan om een ontwerp van schets tot prototype uit te werken. Ik stik dus zelf, dan zie ik hoe het kledingstuk valt. Een boeiende evolutie van de laatste jaren is het toenemende belang van duurzaamheid in de mode. Dit leidt onder meer tot nieuwe materialen zoals stoffen op basis van zeewier of bamboe. Mijn job is heel gevarieerd geworden en reikt veel verder dan de modewereld alleen. Ik kleed onder meer Max Colombie en Baloji. Voor de nieuwste clip van de Russische rockband Mumiy Troll, zeg maar de Rolling Stones van Rusland, heb ik de outfits gecreëerd. Toch beschouw ik mezelf niet als een ontwerper. Ik zie het eerder als een creatieve samenwerking.'