Alexandre Mattiussi over het succes van AMI Paris: ‘Ik heb niet de ambitie om modegeschiedenis te schrijven’

Alexandre Mattiussi
© Bob Jeusette
Jesse Brouns

AMI Paris bestaat alweer vijftien jaar. En misschien nog belangrijker: het Franse merk opende enkele weken geleden een eerste flagshipstore in ons land. Wij spraken met ontwerper Alexandre Mattiussi.

Op een avond in juni, tijdens de mannenmodeweek, kleurde de Parijse horizon diep donkergrijs. Alexandre Mattiussi showde met zijn label AMI Paris in de openlucht, op place des Victoires, aan de voet van zijn statige hoofdkwartier. Het plein, een perfecte cirkel, was afgezet voor het verkeer. De modellen liepen in hypnotiserende lussen rond het bronzen standbeeld van Louis XIV op zijn paard. Uit de luidsprekers schalde de ‘Boléro’ van Ravel. Het publiek zat rondom, in een grotere lus, op de ongemakkelijke, smalle houten stoeltjes die wel vaker worden gebruikt voor defilés.

Nog geen dertig seconden na de finale barstte een onweer los zoals je ze in Parijs zelden ziet. Stortregens, rukwinden. De toeschouwers haastten zich weg, op zoek naar een portiek of een café om te schuilen. Het was een apocalyptisch tafereel, maar daardoor ook een moment om nooit te vergeten.

Vandaag, op een droge, zonnige herfstdag, kijkt Mattiussi, stralend in een cosy, felrode trui, neer op datzelfde plein. Van achter zijn bureau heeft hij straks zicht op een nieuwe boetiek van zijn merk. ‘Een heel persoonlijk project,’ zegt hij, ‘omdat place des Victoires intussen als thuis aanvoelt.’ Hij zal zelf de selectie doen. ‘Het wordt echt mijn boetiek.’

Alexandre Mattiussi, AMI Paris, Bob Jeusette
© Bob Jeusette

Hij wijst naar een gigantisch glazen ei in de kamer. Het ei wiebelt, in fragiel evenwicht, op een houten stoel. Het is een werk van de Zweedse kunstenaar Tarik Kiswanson, die ermee de Prix Marcel Duchamp won, een belangrijke Franse kunstprijs. ‘Een fantastisch kunstwerk,’ grinnikt Mattiussi, ‘maar ook een nachtmerrie, omdat het zo verschrikkelijk fragiel is. Je kunt geen kat nemen, of kinderen op bezoek krijgen. Je hebt nooit rust. Het staat nu voorlopig hier in mijn bureau en iedereen moet een halve meter afstand houden. En ik droom ervan mijn ei kwijt te raken in de nieuwe boetiek.’

De reden van onze afspraak is een andere winkel, dichter bij huis. Enkele weken geleden streek Mattiussi voor het eerst neer in België, op de Zavel in Brussel, waar hij het 97ste verkooppunt van zijn merk opende. ‘Op een nieuwe plek openen, in een nieuw land, is natuurlijk altijd fijn, maar je hebt met de ene stad al wat meer affiniteit dan met de andere. Met Brussel is die affiniteit er. Je suis trop content.’

Winkel Ami Paris
De kersverse Brusselse boetiek van AMI Paris

Hij voelt zich op zijn gemak in Brussel, maar geeft ook onmiddellijk toe dat hij de stad niet heel goed kent. ‘Ik kom er tegenwoordig wel wat meer, door een goede vriendin die uit Brussel komt. En nu we er een boetiek hebben, heb ik zin om er nog veel vaker te zijn. Ik vind Brussel relaxter dan Parijs. Ik hou van de humor. En de mensen zijn er chic.’

Dat er veel Fransen wonen, voegt hij er nog aan toe, is vanuit zakelijk oogpunt mooi meegenomen, omdat die het merk al kennen. ‘En ook: een van mijn allereerste klanten, vanaf het eerste seizoen, was een boetiek in Brussel.’

Voor de Zavel is de komst van AMI een goede zaak. Het plein, bekend voor zijn antiekzaken, chocolatiers en restaurants, werkt aan een upgrade. Ook Hermès zou er een nieuwe winkel plannen (het luxehuis geeft ‘geen commentaar op de geruchten’).

Het mysterie Hedi

Mattiussi is opgegroeid in Normandië. ‘Ik was een creatief jongetje. Ik danste, zong, tekende, ik voerde in mijn eentje theaterstukjes op.’ Dansen deed hij het liefst, klassiek ballet. ‘Ik danste in mijn dorp. Ik was de enige, een beetje zoals Billy Elliot, geïsoleerd op het platteland. Toen ik veertien was, werd ik geconfronteerd met het systeem van de Opéra de Paris, en de honderden jongetjes die van heinde en verre toestroomden om hun kans te wagen. Ik was niet geslaagd voor het toelatingsexamen, ook omdat het me op dat moment al niet meer interesseerde.’

‘Van de dans heb ik de smaak voor spektakel overgehouden, het multidisciplinaire. Ik ben ontwerper, maar ik maak ook defilés en shoots. Ik zit hier nu met jou, over een uur heb ik een fitting en daarna een vergadering over een nieuwe flagshipstore in Seoel. Ik vind dat geweldig. Zo raak je aan alles.’

Van de dans heb ik de smaak voor spektakel overgehouden, het multidisciplinaire. Ik ben ontwerper, maar ik maak ook defilés en shoots.

Hij hield als tiener al van mode, instinctief, zonder goed te weten wat dat precies betekende. ‘Ik was gefascineerd door Jean Paul Gaultier en Thierry Mugler, de grote Franse ontwerpers die ik vaak op televisie zag. Ik heb het geluk gehad dat ik goesting kreeg in mode. Want geluk en kansen komen pas als je goesting hebt. En dan had ik ook nog het geluk dat mijn familie me altijd gesteund heeft in mijn keuzes. Dat ik in Parijs mode wou gaan studeren, was een heel andere keuze dan die van andere tieners in mijn omgeving.’

Na de modeschool volgden de eerste jobs: Dior, Givenchy, Marc Jacobs. ‘Bij Dior werkte ik in de studio van Hedi Slimane, maar ik heb hem, raar maar waar, nooit ontmoet. Ik was assistent-ontwerper. Ik werkte aan een tweede lijn, we maakten schetsen en die werden naar Hedi gestuurd. Vervolgens kregen we ze terug – doorgestreept, met krabbels of opmerkingen erbij – en dat was eigenlijk best grappig. Het was een geweldige periode.’

Hij vertelt dat hij Slimane pas drie jaar geleden voor het eerst in levenden lijve heeft ontmoet, in de lobby van het Mercer Hotel in New York. ‘Ik heb eens van ver naar hem geknikt. Hij zat daar in zijn eentje, in zijn alledaagsheid pasta te eten. Ik vond dat fascinerend. Ik ben nog drie keer voorbijgelopen, omdat ik dacht: wow, ik moet hiervan genieten. Dit moment komt nooit meer terug.’

‘Hedi is iemand die je nooit ziet, hij is heel discreet. Ik bewonder hoe hij dat mysterie bewaart, hoe hij dat blijft volhouden in een wereld die alleen maar draait om presentatie en beeld, waarin we maar blijven praten, praten, praten. Ik denk vaak dat we wat minder zouden moeten praten – ikzelf trouwens ook, want in feite vind ik dat mijn werk voor mij moet spreken.’

Geen vernieuwer

‘Ik heb het vak geleerd bij de grote modehuizen. Na Dior heb ik bijna vijf jaar bij Givenchy gewerkt, mijn grootste leerschool. Ik heb er geleerd hoe een modehuis functioneert. In die periode voelde ik ook de behoefte om als ontwerper in mijn eigen naam te kunnen spreken, om mezelf uit te drukken, solo. Want als je assistent bent van een artistiek directeur, leef je per definitie in zijn schaduw. Ik wou in de ik-vorm kunnen spreken. Of beter: in de wij-vorm, want in ons vak bestaat de ik eigenlijk niet. Alles is teamwerk.’

Als je assistent bent van een artistiek directeur, leef je per definitie in zijn schaduw en ik wou in de ik-vorm kunnen spreken. Of beter: in de wij-vorm, want in ons vak is alles teamwork.

‘Ik ontwerp kleren die ik zelf graag draag, en die mensen graag dragen. Dat is een buitengewone kans: mijn werk is écht, het bestaat in de dagelijkse realiteit van anderen. Ik hou van kleren. Ik heb niet de ambitie om een vernieuwer of een provocateur te zijn, of om deel uit te maken van de grote modegeschiedenis.’

Alexandre mattiussi
Alexandre Mattiussi in zijn kantoor in Parijs © Bob Jeusette

‘Ik ben heel pragmatisch. Ik consumeer kleding zoals ik eet – het is iets vitaals. Ik heb een trui nodig, een broek, een jas. En van zodra iets te ver van mij af komt te staan, wordt het minder geloofwaardig, minder authentiek en oprecht. Daar let ik dus op.’

Als ontwerper kookt hij op grootmoeders wijze, zegt hij. ‘Eenvoudige ingrediënten, steeds dezelfde basis. Natuurlijk veranderen de kruiden, de kleuren, de specerijen, de verhoudingen – een beetje meer, een beetje minder, wat langer, wat korter, wat warmer, wat koeler. Ik sta elke dag in de keuken, als een chef die kookt en daarna zijn menu serveert. Mijn verhouding tot kleding is echt heel eenvoudig.’

Leider van het orkest

‘Ik heb het gevoel dat ik nu, na vijftien jaar, aan een nieuwe fase begin. Hoe verder ik ga, hoe preciezer ik word. Ik verwijder steeds meer, keer terug naar de tijdloze essentie: de camel mantel, de rode trui, de grijze broek, de juiste witte sneaker, het perfecte lichtblauwe popeline hemd. Het gaat vaak om details, bijvoorbeeld (strekt zijn arm uit) de lengte van mijn mouw. Wil ik dat die tot aan de onderkant van mijn duim raakt, of eerder tot aan de bovenkant van mijn vingers? De trui die nu in de winkel ligt, heb ik een jaar geleden ontworpen. En ik vind die trui nog altijd mooi. Vroeger was dat niet altijd het geval.’

Of hij vroeger dan soms dacht: ugh, die trui had ik beter nooit gemaakt? ‘Uiteraard. En dat is ook normaal. Zeker als je pas begint en alles nog moet leren. Je moet ook gewoon dingen durven te proberen. Iets moet bestaan voor je erover kunt oordelen. Dit was goed, dat was iets minder. En dat oordeel is sowieso subjectief. Wat ik lelijk vind, is voor iemand anders misschien heel mooi. Soms zijn er items die goed lopen, maar waarvan ik denk: ik wou dat ze het wat minder goed deden.’

Als ontwerper kook ik op grootmoeders wijze. Eenvoudige ingrediënten, steeds dezelfde basis. Wat verandert zijn de kruiden, de kleuren, de specerijen, de verhoudingen.

Als voorbeeld geeft hij een sneaker, de ‘Mirage’. Die vliegt de winkels uit. ‘We verkopen er, enigszins tot onze verbazing, veel van. Ik vind zelf dat die schoen niet helemaal af is. De volgende versie, die ik in januari ga tonen, is veel beter. Evenwichtiger, comfortabeler. Met een betere zool, mooiere veters. Hier op kantoor zeggen ze dan: verander er niet te veel aan. Maar niets is in steen gebeiteld. Alles is altijd in beweging, alles leeft, alles evolueert.’

AMI Paris winkel Brussel
© AMI Paris

‘Het is mijn rol, als designer en artistiek directeur en stichter van mijn huis, om ja of nee te zeggen, of om te beslissen om nog even te wachten. Ik leid het orkest. Ik heb negenhonderd mensen die voor mij werken. Dat is, zonder enige pretentie, een zware verantwoordelijkheid.’

Vijftien jaar geleden is hij in zijn eentje begonnen. ‘Even later waren we met twee, drie, dan vijf, dan tien. Op het hoofdkwartier zijn we nu met driehonderdvijftig, en als je alle winkelpersoneel erbij telt, gaan we richting duizend tegen de volgende show in januari.’ Het bedrijf is geëxplodeerd post-covid, zegt hij. ‘We zijn vertienvoudigd. Dat gaat niet vanzelf. Je moet zo’n groei voeden en dat neemt tijd in beslag. Je moet jezelf de middelen geven om de dingen goed te doen. Je moet jezelf in vraag durven te stellen.’

Broer en zus

De mannenlijn van AMI is nog altijd goed voor zo’n tachtig procent van de omzet. De vrouwenlijn groeit wel sneller. ‘Er is nog veel ruimte voor verdere ontwikkeling en daarom neem ik er ook de tijd voor. De man en de vrouw voor wie ik ontwerp zijn beste vrienden, broer en zus, minnaars. Het is één verhaal, met dezelfde materialen, dezelfde kleuren. Ik doe mijn fittings voor mannen en vrouwen altijd samen.’

Ik keer steeds meer terug naar de tijdloze essentie: de camel mantel, de rode trui, de juiste witte sneaker, het perfecte hemd.

‘Mijn rol houdt in zeggen: het is goed, maar het kan misschien nog beter. Je hebt een visie nodig, en je moet niet noodzakelijk perfectionistisch zijn, maar wel veeleisend. Je kunt altijd beter. Anders ga je dood, in zekere zin.’

‘Uiteraard ben ik dan de relou, de moeilijke, in het verhaal. Ik ben sympa, maar ik ben ook degene die ’s nachts wakker schrikt en beslist dat het rood dat we net hebben goedgekeurd voor de volgende collectie toch niet helemaal het juiste rood is. Dat het iets minder rood moet zijn, en dat het blauw een heel klein beetje blauwer mag, en dat ook het geel niet helemaal juist zit.’

‘Het is, zoals ik net al zei, koken. Een snuifje zout maakt het verschil. Te veel zout in je gerecht en het is foutu. Een trui die net iets te rood is? Die is lelijk.’

De groei van AMI is voor een stuk te danken aan een logo: een hoofdletter A met hartje erop. De handtekening die hij als kleine jongen gebruikte. Mattiussi zoekt de perfecte pen en zet de A nog eens op papier. ‘Kijk. Zo signeerde ik mijn tekeningen, mijn gedichten, mijn eerste liefdesbrieven.’ De eerste vier of vijf jaar had het merk geen echt logo. ‘Toen dacht ik dat een makkelijk herkenbaar logo wel fijn zou zijn. We gingen vergaderen. Een kat? Een hond? Toen zag ik de hartjes die ik verstrooid in mijn agenda had zitten krabbelen, en klaar.’

ami paris cardigan met hartje
Cardigan AMI Paris, € 560.

Het heeft een paar seizoenen geduurd voor de A met het hart – ‘AMI de Coeur’ in het Frans – aansloeg, maar intussen hoeft het logo niet onder te doen voor de krokodil van Lacoste en de polospeler van Ralph Lauren, of dat andere vrolijke hart, van Play Comme des Garçons. ‘De mensen zijn gek op ons logo. Er liggen talloze kopieën hier op de markt van Clignancourt, in Marrakesh, in Thailand, in Tunesië. Eigenlijk is dat geweldig, c’est une chance.’

Alexandre Mattiussi vertelt ronduit. Over zijn etentje, de avond voordien, met actrice Fran Drescher – hij haalt zijn telefoon tevoorschijn en toont een filmpje dat ze hem achteraf stuurde. Over de filmprojecten die hij steunt met AMI. Over de actrices en acteurs die hij in zijn shows liet meelopen, onder wie Charlotte Rampling, Vincent Cassel en Isabelle Adjani. Over zijn eigen debuut als regisseur van een langspeelfilm.

AMI Paris Brussel
© AMI Paris

‘Ik ben eraan bezig, maar in de filmindustrie gaat alles veel trager dan in de mode. Als je een trui ontwerpt, heb je drie dagen later een prototype. Een film maken, dat duurt jaren. Het zal lukken omdat ik er zin in heb en het voelt voor mij ook natuurlijk aan. Maar het is nog te vroeg om erover te praten. We zien wel.’

Gevaarlijk beroep

‘Ik doe dit nu vijftien jaar, maar ik ben mijn verhaal nog aan het schrijven. Ik weet niets zeker, ik heb geen strategie. Ik denk niet aan wat erna komt. Ik leef op het ritme van mijn hartslag. Mode is kwetsbaar, delicaat en emotioneel. Je wordt beïnvloed door wat er in de wereld of in je leven gebeurt, of door het weer buiten.’

‘Als ik zeg dat ik geen strategie heb, bedoel ik dat ik niet weet welke collectie ik binnen een jaar zal ontwerpen. Ik weet alleen dat ik een soort van draad aan het spinnen ben die van collectie tot collectie verdergaat. En ooit, op een dag, zal men misschien zeggen dat er een AMI-stijl is, een esprit AMI. Het is niet aan mij om dat te zeggen. Ik leef, ik adem, ik eet, ik huil, ik lach, ik val, ik sta weer op. Mode is voor mij niets meer dan de weerspiegeling van een maatschappij in beweging.’

En toch: ‘Kleren blijven. Je zult je altijd de trui herinneren die iemand droeg toen je hem of haar voor het eerst hebt gekust. En dat is mooi.’

Kleren blijven. Je zult je altijd de trui herinneren die iemand droeg toen je hem of haar voor het eerst hebt gekust.

Niet zo lang geleden verkondigde Mattiussi in een interview dat mode een schadelijk, zelfs gevaarlijk beroep kan zijn. Dat zou hij nu niet meer zeggen, geeft hij toe. ‘Omdat het pretentieus klinkt. Want uiteindelijk zijn we in de mode toch extreem geprivilegieerd. We doen wat we graag doen. Wie zegt dat mode schadelijk is, ziet zichzelf als een slachtoffer, terwijl het net je plicht is om oplossingen te vinden voor wat er eventueel fout kan lopen.’

AMI Paris Brussel winkel
© AMI Paris

‘Ik heb geluk. Ik ben vrij, ik creëer, ik volg mijn eigen ritme. Uiteraard is er een zekere druk. Het bedrijf groeit, er moeten facturen betaald worden. Ik probeer het aangenaam te houden. Zeker, je moet oppassen. Je moet jezelf beschermen en tijd voor jezelf vinden.’

Lukt dat? ‘Dit weekend neem ik mijn moeder mee naar Marrakesh. We zijn al even niet samen weggeweest. Ik heb haar gisterenavond gebeld: mama, pak je koffers.’

AMI Paris, Grote Zavel 5, 1000 Brussel. amiparis.com

Alexandre Mattiussi

1980 Wordt geboren in Normandië.
2000 Studeert mode aan de École Duperré in Parijs en vindt werk als ontwerper voor de mannenlijn van 30 Montaigne bij Dior. Daarna wordt hij premier assistant bij Givenchy, waar hij vijf jaar blijft.
2010 Begint AMI Paris, maar werkt daarnaast nog aan de mannenlijn van Marc Jacobs.
2012 Eerste winkel van AMI in Le Marais in Parijs.
2013 Wint de Grand Prix de l’ANDAM.
2015 Winkels in Tokio en Hongkong.
2017 Het merk lanceert de lijn AMI de Coeur, met het hartjeslogo.
2018 AMI showt voor het eerst ook vrouwenkleren.
2025 AMI Paris opent in Brussel het 97ste verkooppunt van het merk.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise