Het is winter, kil en donker, een stille zaterdagochtend in de voormalige directeurskamer van het imposante kantoorgebouw op het Antwerpse Eilandje, waar A.F. Vandevorst sinds jaar en dag kantoor houdt.
...

Het is winter, kil en donker, een stille zaterdagochtend in de voormalige directeurskamer van het imposante kantoorgebouw op het Antwerpse Eilandje, waar A.F. Vandevorst sinds jaar en dag kantoor houdt. An Vandevorst en Filip Arickx hebben een turbulent 2017 achter de rug. Na een seizoen in Londen maakten ze hun comeback op de Parijse showkalender. Niet tijdens de vertrouwde reguliere modeweek, wel in het officiële programma van de couturevierdaagse (ze maakten er sublieme mode, met onder meer zwarte plastic vuilniszakken). A.F. experimenteerde met see now buy now en met een digitale showroom voor inkopers, en het duo stak veel tijd in een retrospectieve in boekvorm, Ende Neu, naar een nummer van Einstürzende Neubauten (Blixa, het bedrijf achter A.F. Vandevorst, is genaamd naar Blixa Bargeld, de stichter van de legendarische Duitse band). Even leek het of A.F. op instorten stond: in de zomer lieten Vandevorst en Arickx weten dat ze niet langer seizoensgebonden kledingcollecties zouden maken. De schoenencollectie, goed voor ongeveer de helft van de omzet van het bedrijf, blijft wel gewoon bestaan. 'We werken al jaren samen met een Italiaanse fabrikant,' zegt Vandevorst, 'ik ken die mensen intussen 27 jaar. Dat is aangenaam werken. Familie, bijna.' Opluchting voor de fans: A.F. Vandevorst blijft actief. 'We hadden af en toe de indruk dat we aan het begin van onze carrière creatiever waren', geeft Arickx toe. 'We sliepen vaak minder dan vier uur per nacht, gingen nooit op vakantie. Dat hou je niet vol, en we willen dat ook niet meer. We zijn het niet beu, integendeel. We willen gewoon weer wat meer tijd voor onszelf, om creatiever te zijn, en om samenwerkingen aan te gaan met mensen die we interessant vinden, of met wie we een band hebben.' Kortom, A.F. Vandevorst gaat verder met losse projecten en capsule- collecties (de eerste drop: een collab met B. Åkerlund, een styliste die met onder anderen Beyoncé en Madonna heeft gewerkt). Het paar bewaart ook zijn plek tijdens de couture- kalender. Arickx was al van jongs af aan geïnteresseerd in mode. Hij heeft dat verhaal, zucht hij, al zeker honderd keer verteld. Kom, nog één keer: 'Ik had een artikel gelezen in Mode dit is Belgisch. De titel was 'Meisjes van dertien', en er stond in dat tieners geen stijl hadden. Het was de periode van Millet, Chipie, Burlington, La Gaviotta. Ik las dat op mijn kamer en ergerde me ongelooflijk. Ik heb een brief geschreven naar de redactie, daarmee was dát van mijn maag. Twee weken later ging de telefoon. Ik hoorde mijn moeder: 'Wie bent u? Wat heeft mijn zoon gedaan?' Ik mocht het gaan uitleggen in Blikvanger, het modeprogramma van Ghislaine Nuytten op de toenmalige BRT. Ik was vijftien of zestien. Ze gaven ons een hoop kleren en daarmee moesten we een outfit samenstellen. Ik was de enige jongen in de groep. Dirk Bikkembergs zat ook in dat programma. Hij zei, heel enthousiast: 'Die krijgt van mij 200 procent.'' Vandevorst: 'Ik heb dat programma gezien, besefte ik achteraf. Hij droeg twee regenjassen over elkaar. Er is later ook een foto verschenen in Mode dit is Belgisch. Op de academie hing die ooit aan de muur. Iemand had er een tekstballonnetje bij getekend: Ik ben het tweehonderdpercentje.' Arickx: 'Backstage vroeg Bikkembergs me of ik al wist wat ik later wou doen. Wist ik veel. Hij zei: 'Ik denk dat er voor jou maar één weg is, en dat is recht naar de academie.' Hij belde ons moeder dat hij mij zou meenemen naar Parijs. Mijn vader bracht me naar het station. Bikkembergs zat al in de trein, in zo'n ouderwetse coupé, met Walter Van Beirendonck, Dirk Van Saene, Ann Demeulemeester, Dries Van Noten en Marina Yee. Daar zat ik, als snotaap, tussen de Zes. Die gasten waren toen net begonnen. In Parijs sliepen ze bij vrienden op de vloer. Mijn eerste show was er een van Gaultier, in de Salle Wagram. Ik had geen uitnodiging. Voor de deur was het één chaos. Ik ben op handen en voeten binnengekropen. De eerste rij was nog leeg, dus ging ik zitten. Plots zag ik ergens achteraan in de zaal iemand zenuwachtig teken doen: Filip, ga daar nú weg. En ik riep: 'Kom naar hier, plaats zat.' Niemand heeft me weggejaagd. Dat was mijn allereerste show: Gaultier in volle glorie, van op de front row.' Hij heeft die avond iets geleerd, zegt hij: 'Het gaat in het leven puur over lef.' De moeder van An Vandevorst was kunstlerares. 'Ze nam me van jongs af aan mee naar tentoonstellingen, en stimuleerde me altijd om anders te zijn. In 1984, toen ik zestien was, namen oudere vrienden me mee naar mijn eerste optreden van Einstürzende Neubauten. Tijdens mijn laatste jaar humaniora zag ik een programma over de Zes, misschien ook in Blikvanger, en ik wist meteen: dát wil ik doen. Ik studeerde Latijn, en heb er nog een voorbereidend jaar tekenen bij genomen. Die zomer trok ik met mijn moeder door Duitsland, en daar leerde ik het werk van Joseph Beuys kennen.' 'Een van mijn eerste vriendjes,' herinnert Vandevorst zich, 'zei altijd dat hij mode maar niets vond. Tegelijk stopte hij elke week zijn jeansbroek in de grond om die sneller te laten slijten. Dat ging veel verder dan waar ik mee bezig was.' Aan de Antwerpse academie zaten ze in hetzelfde jaar. 'We leerden elkaar kennen op de eerste schooldag', zegt Filip Arickx. 'We zochten allebei naar de modeafdeling en botsten tegen elkaar in de gang op de tweede verdieping. We bekeken elkaar eens en dachten: het zal ook wel voor de mode zijn. Het klikte onmiddellijk tussen ons. Er waren dat jaar zestig studenten. We werden verdeeld over drie klassen, in alfabetische volgorde. Arickx en Vandevorst: geen geluk. We dachten: spijtig, maar dan zien we elkaar wel tijdens de pauze.' 'Tijdens de eerste les,' lacht An Vandevorst, 'werd er na twintig minuten op de deur geklopt: Filip kwam vragen of hij in mijn klas kon zitten. Linda Loppa zei: 'Nee, dat gaat niet, tenzij er iemand wil wisselen.' Vera Van den Bossche is toen opgestaan en vanaf dat moment zaten we altijd in dezelfde klas.' Arickx: 'De Zes waren net doorgebroken - ze wilden toen nog de Zes genoemd worden. Het was een topmoment in de mode: Comme des Garçons, Martine Sitbon, Mugler, Gaultier. Ik krijg kippenvel als ik eraan terugdenk.' 'Ik vond de academie geweldig', zegt Vandevorst. 'Ik voelde me daar thuis. Ik wou er nooit meer weg.' Arickx: 'Na de academie heb ik mijn legerdienst gedaan. Ik ben ervan overtuigd dat die ervaring heeft bijgedragen tot mijn esthetische vorming: uniformen, bottines. Met tweehonderd of driehonderd man op zo'n paradeplein staan, ik vond dat indrukwekkend.' Vandevorst: 'Ik kon stage lopen bij Martin Margiela in Parijs. Ik was van plan om in Parijs te blijven, maar bij Martin was er niet onmiddellijk plek. Fotograaf Ronald Stoops zei dat ik eens met Dries moest praten. Ik kon onmiddellijk beginnen. Ik ben zesenhalf jaar gebleven.' Arickx: 'Ik deed commerciële collecties en stylings. Af en toe hielp ik Bikkembergs met zijn collecties. In die periode zijn Anneke en ik gaan samenwonen. We installeerden thuis een klein atelier.' Vandevorst: 'Ik had een vilten hoed getekend, in de stijl van Beuys. Ik hing die tekening aan de muur, met de tekst: winter 1998/99. Tegen Filip zei ik: 'Ik wil een eigen collectie beginnen.' Filip had niet diezelfde drang, maar hij zei wel: 'Ja, dan moeten we dat doen.' Ik was van plan om op mijn eentje te beginnen. Ik had er niet bij stilgestaan dat we samen een collectie konden maken. Ik wist niet of het zou lukken, met ons tweeën. Ik moest daar eerst even over nadenken. Een week later hakten we de knoop door: we doen het samen.' Arickx: 'We wilden het doen lijken alsof de collectie van één persoon was. We overwogen nog even om een fictief personage naar voren te schuiven, een oud vrouwtje met grijs haar, dat in onze plaats op de catwalk zou komen groeten en interviews zou geven. Maar stel dat dat vrouwtje plotseling ziek werd?' Vandevorst: 'Filip zei: 'Neem onze initialen en jouw achternaam.'' Arickx: 'In de mode waren alle ogen op België gericht: Van Noten, Van Beirendonck. Een naam die met Van begon, kon alvast geen kwaad.' Vandevorst: 'Na onze eerste show in Parijs speelde I'veNever Been to Me van Charlene op repeat. Backstage was iedereen aan het huilen. Van vreugde, van opluchting. We waren kapot. Ik stond backstage met mijn armen vol bloemen toen Filip mij nog een rood doosje toestopte. Ik dacht, ik doe dat straks wel open, maar Filip zei: 'Nú.' Zo heeft hij me ten huwelijk gevraagd.' Ze lacht: 'Nog meer tranen.' Vandevorst: 'Die eerste keer in Parijs hadden we veel afspraken gemaakt. Maar de dag na de show kwam er niemand opdagen. We dachten: nu kunnen we de boel wel sluiten. En een dag later stonden ze er plots allemáál. We gingen dat seizoen naar huis met 28 klanten. Dat is veel voor een eerste collectie.' Vandevorst: 'Hoogtepunten genoeg tijdens die twintig jaar. Maar wij waren altijd aan het werk. We wilden alles zelf doen. Daardoor misten we ook veel. In 2001 vlogen we naar New York voor een shoot van Vogue, met een diner bij Anna Wintour. Halverwege dat diner vroegen we ons al af wanneer we terug naar ons hotel konden. We hadden nog werk.' Arickx: 'In het begin deden we alles samen. Elke lijn, elke kleur. We gingen samen naar de stoffenbeurzen, deden samen de boekhouding. Op een dag maakte Jenny Meirens ( de zakenpartner van Martin Margiela, red.) ons duidelijk dat we op die manier toch wel veel tijd verspilden.' Vandevorst: 'In 2007 splitsten we het werk op. Ik ben sindsdien verantwoordelijk voor de collecties. Filip houdt zich bezig met de zakelijke kant en bepaalt de manier waarop we naar buiten komen met de shows, de winkel. Maar er gaat nog altijd niets buiten zonder dat het door ons beiden is afgetoetst.' Als je ontwerpers naar hun favoriete show vraagt, antwoorden ze met een cliché: je vraagt een moeder ook niet naar haar favoriete kind. Arickx en Vandevorst hebben wel een favoriet: winter 2015, gepresenteerd in de residentie van de Belgische ambassadeur in Parijs, een performance met kunstenaar Joris Van de Moortel. De keurige, met antiek gevulde salons waren beschermd met transparant plastic. Zijn groep speelde harde rock, en de modellen waren met witte verf bespoten. Pers en inkopers kregen plastic beschermingspakken. De collectie was geïnspireerd op felgekleurde Peruviaanse klederdracht, maar volledig uitgevoerd in gradaties grijs. 'Het was een show die alles op zijn kop zette', zegt Vandevorst. 'We wisten niet hoe de mensen zouden reageren. Maar de reacties waren geweldig.' De show tijdens de coutureweek, in juli vorig jaar, was ook belangrijk voor Arickx en Vandevorst. 'Dat we zijn geaccepteerd voor de officiële kalender, is echt een eer.' Bovendien was het defilé de aanzet van iets nieuws: een verdere carrière zonder zekerheden. Vandevorst: 'We zagen A.F. Vandevorst altijd breder dan alleen kleren. Nu geven we onszelf de kans om zaken te doen waarvoor we vroeger nooit tijd hadden. Verandering zit in ons karakter. We zijn met twee. We hebben altijd meer last van een teveel aan ideeën dan een gebrek eraan. We zochten ook altijd nieuwe uitdagingen. En vooral: als je twintig jaar hard aan iets hebt gewerkt, zou je toch een vrijer gevoel mogen hebben?' 'Het fijne van nú bezig te zijn met mode is dat er geen stramien meer is, en geen regels. Al kun je ervoor kiezen om trouw te blijven aan de regels die er waren. Je comfortzone verlaten ligt niet voor de hand. Maar de verschuivingen die je nu ziet in de mode werken voor ons.' Is het in 2018 moeilijker om overeind te blijven dan twintig jaar geleden? 'Nee!' briest Vandevorst, bijna verontwaardigd. 'Je moet er gewoon voor gaan. Elke periode heeft zijn uitdagingen. Toen we begonnen, kampte Japan met een economische crisis. We hebben 9/11 meegemaakt. Twintig jaar geleden moest de technologische revolutie nog beginnen. De gsm was gloednieuw. We kwamen Raf Simons tegen op een stoffenbeurs. Zei hij tegen ons: 'Oh nee, hebben jullie ook al zo'n telefoon!' Ik herinner me onze eerste computer. Die stond in het kantoor, we durfden er niet aan te komen. Nu hoor je dat mensen verzadigd zijn. Destijds kon je de mensen amper bereiken. Klanten moesten naar de showroom komen om je collectie te zien, en in de International Herald Tribune verscheen met wat geluk één foto van je show. Nu kan iedereen alles zien wat je doet. Dat heeft zijn voordelen.'