Niet praten over geld is een fenomeen van alle tijden, stelt Anne Abbenes van het Financial Psychology Institute Europe. Als financieel psychologe bestudeert ze de invloed van ons brein en onze emoties op onze omgang met geld. 'In de christelijke traditie is geld altijd vies geweest. Denk maar aan de tollenaren die verguisd worden in de Bijbel. In sprookjes zien we hetzelfde. Geld is iets wat wordt nagejaagd door gewetenloze schurken. En wist je dat de Grieken en Romeinen schuldenaars veroordeelden tot slavernij?' Die historische erfenis heeft ervoor gezorgd dat we ons enorm schamen om te praten over geld. Dat is ongepast, is de boodschap die we doorgeven van de ene generatie op de andere.
...

Niet praten over geld is een fenomeen van alle tijden, stelt Anne Abbenes van het Financial Psychology Institute Europe. Als financieel psychologe bestudeert ze de invloed van ons brein en onze emoties op onze omgang met geld. 'In de christelijke traditie is geld altijd vies geweest. Denk maar aan de tollenaren die verguisd worden in de Bijbel. In sprookjes zien we hetzelfde. Geld is iets wat wordt nagejaagd door gewetenloze schurken. En wist je dat de Grieken en Romeinen schuldenaars veroordeelden tot slavernij?' Die historische erfenis heeft ervoor gezorgd dat we ons enorm schamen om te praten over geld. Dat is ongepast, is de boodschap die we doorgeven van de ene generatie op de andere. Het zijn trouwens niet alleen mensen die (te) weinig geld hebben die zich schamen, ook zij die over (meer dan) genoeg beschikken, spreken er niet over. Dat merkte ook de Londense bestsellerauteur Otegha Uwagba, die in We moeten het over geld hebben aan de hand van persoonlijke voorbeelden laat zien hoe groot het taboe is. Als Otegha bij de start van haar carrière aan haar vriendin Amy vraagt hoe zij aan haar hypotheek is geraakt, moet die toegeven dat ze altijd heeft gedaan alsof ze een lening heeft: 'Bedremmeld vertelde ze me de waarheid: dat ze als vierentwintigjarige genoeg geld van haar ouders had gekregen om gewoon een flat te kopen. Omdat ze bang was om voor 'rijk' door te gaan en voor de invloed die dit zou hebben op hoe mensen met haar omgingen, maar ook omdat het verkeerde verwachtingen kon wekken, had ze gedaan alsof ze een hypotheek had.' Weinig of veel geld, de anekdote van Uwagba laat zien dat iedereen vreest om erop afgerekend te worden. Onze zelfwaarde hangt er immers van af. Als je amper rondkomt, vrees je dat er op je neergekeken zal worden. Zit je er warmpjes bij, dan ben je bang om hebberig over te komen. Hoe diepgeworteld het taboe is, blijkt ook uit cijfers van Kenniscentrum ILIV: een op de vijf Belgen zou niet weten hoeveel zijn of haar partner exact verdient of spaart. Dat verrast Abbenes niet. 'We hebben allemaal van onze ouders een aantal geldscripts meegekregen in onze opvoeding. Die bepalen ons gedrag en onze financiële beslissingen. Maar doordat onze ouders er nooit met ons over spraken - de normen en waarden worden stilzwijgend doorgegeven - doen we dat ook niet met onze partner.' Dat leidt ertoe dat geldscripts vaak met elkaar in conflict komen als koppels gaan samenwonen. Mieke bijvoorbeeld, voelde zich tijdens de eerste jaren van haar huwelijk heel ongemakkelijk telkens als haar echtgenoot - voor haar overbodige - technologische gadgets kocht met de gemeenschappelijke rekening. In zijn ogen mocht het geld dat overbleef aan het einde van de maand gespendeerd worden. Voor haar moest alles wat overbleef naar de spaarrekening. Mieke ergerde zich aan zijn gedrag, maar durfde er weinig van te zeggen. Ze hadden allebei een goede job in het onderwijs en geen geldzorgen. Pas toen Mieke besefte dat haar geldscript voortkwam uit de spanningen rond het faillissement en de financiële problemen van haar ouders tijdens haar kindertijd en haar echtgenoot heel andere waarden had meegekregen, kalmeerde ze. 'Ik was me daar graag vroeger van bewust geweest', zegt ze. 'Het had me heel wat ergernissen bespaard.' Natuurlijk hoef je op een tweede date niet naar iemands spaarboekje te polsen, maar binnen een serieuze relatie is financiële transparantie een must. Dat vindt ook budgetexperte en auteur van Hack je budget Sara Van Wesenbeeck: 'Weten wat er binnenkomt en hoeveel jullie kunnen spenderen is belangrijk voor de gemoedsrust. Het neemt stress weg. Alleen zo kun je samen aan de toekomst werken.' Volgens Van Wesenbeeck spreek je binnen een relatie best wekelijks over geld. 'Geld heeft een impact op bijna alle domeinen van het leven. Door erover te praten, kun je er overeenstemming over bereiken en misschien samen tot nieuwe normen en waarden komen.' Maar al is financiële transparantie tegenover onze partner fundamenteel, toch is dit gesprek ook het allermoeilijkste van alle geldgesprekken, zegt Abbenes: 'Geld is zo sterk gelinkt aan onze eigenwaarde dat we er niet over durven te spreken uit angst afgewezen te worden door de persoon die we het allerliefste zien.' Net zoals geld in veel Vlaamse relaties een taboe is, zo wordt er ook met de kinderen maar weinig over financiën gesproken. 42 procent van de 15- tot 19-jarigen weet niet wat zijn of haar ouders verdienen. 'Dat is ook niet per se een must', vindt Van Wesenbeeck. 'Je hoeft niet je hele begroting uit de doeken te doen, zeker niet bij kleine kinderen, maar je moet hun wel laten zien hoe je met geld omgaat en hun de realiteit over geld bijbrengen.' Kinderen die van jongs af betrokken worden bij geldzaken en die van hun ouders het goede voorbeeld krijgen, zullen het later immers financieel beter hebben. Zo leren we uit onderzoek van Maarten van Rooij, senior economist bij De Nederlandsche Bank dat het verschil in vermogen tussen mensen met kennis en mensen zonder kennis van financiële zaken gemiddeld 80.000 euro is, ongeacht de leeftijd of het opleidingsniveau. Praten over geld loont dus letterlijk. Laat je kinderen dus zien dat je moet sparen voor grote aankopen, wees eerlijk als het financieel wat minder gaat en laat ze oefenen voor later door zakgeld te geven. 'En geef hun de kans om fouten te maken', zegt Abbenes. 'Als je kinderen liegen over hoeveel iets heeft gekost, is dat een teken dat het taboe rond geld in jullie gezin nog te groot is.' 'Over geld praten met je kinderen hoeft trouwens niet ingewikkeld te zijn', zegt Van Wesenbeeck nog. 'Tijdens de wekelijkse boodschappen kun je samen prijzen gaan vergelijken. De waarde van geld kun je dan weer uitleggen aan de hand van herkenbare voorbeelden: een doos Lego kost evenveel als tien ijsjes, bijvoorbeeld.' 'Toen ik op mijn eerste job hoorde dat mijn rechtstreekse collega meer verdiende dan ik, was ik in eerste instantie gedemotiveerd', zegt Gilles. 'Maar doordat ik tijdens mijn volgende evaluatiegesprek die info in mijn achterhoofd had, durfde ik het aan om te onderhandelen over mijn loon. Met resultaat. Sindsdien pols ik regelmatig bij collega's hoeveel ze verdienen. Soms draaide dat uit in mijn voordeel, maar ik heb er ook al een paar collega's mee kunnen helpen.' Weten hoeveel je collega's verdienen is misschien soms frustrerend, maar zoals het voorbeeld van Gilles laat zien, is het ook nuttig. Het maakt je sterker tijdens een loonsonderhandeling - je weet immers welke marge er is. Zeker voor zelfstandigen die soms voor elke opdracht opnieuw moeten onderhandelen over hun tarief is het essentieel om af en toe te polsen bij sectorgenoten naar wat ze verdienen. Door te zwijgen over je inkomsten houd je bovendien ongelijkheid in stand: niet alleen individueel, maar ook op groepsniveau: tussen seksen, tussen medewerkers van verschillende afkomst... Precies daarom is het interessanter om te weten wat de vrouwelijke bedienden in jouw bedrijf gemiddeld verdienen, dan te weten hoe de loonfiche van Anke van de boekhouding eruitziet. Door op groepsniveau naar lonen te kijken, komen de schokkende verschillen pas echt aan het licht. Abbenes: 'Uiteraard los je de loonkloof tussen mannen en vrouwen niet op met transparantie alleen. Veel vrouwen werken ook minder omdat er van hen verwacht wordt dat ze een groter aandeel opnemen in de zorg voor kinderen, maar loontransparantie maakt het probleem wel heel zichtbaar.' Naast een plek om over ons loon te spreken, kan de werkplaats volgens Van Wesenbeeck een ideale omgeving zijn om financieel wijzer te worden: 'Gesprekken en vorming over geld zouden een vast onderdeel moeten zijn van het welzijns- en preventiebeleid. Geld zorgt in veel gezinnen voor stress. Ondersteuning op dat vlak is dus een vorm van preventie en draagt bij tot het welzijn, de gezondheid en het geluk van je werknemers.' 'Als mijn vrienden voorstellen om in een duur restaurant te gaan eten, zeg ik vaak dat ik niet kan', vertelt Marie. 'Soms lieg ik dat ik moet overwerken, maar in werkelijkheid eet ik gewoon thuis. Ik durf mijn vrienden niet te zeggen dat ik me dat restaurant niet kan veroorloven. Nu willen ze deze zomer samen op citytrip naar Londen. Ik kan me dat niet permitteren, maar niemand lijkt dit te beseffen.' Zulke situaties komen vaak voor, zegt Abbenes. 'We schamen ons en zwijgen uit schrik om uit de groep te vallen. Helaas is dat niet onschuldig. Door het onderwerp te vermijden, bouw je stress op en kun je gezondheidsproblemen krijgen.' Om dit te voorkomen, moet je dus ook met je vrienden het gesprek durven aan te gaan. De drempel daarvoor is hoog, maar even vaak lucht het op als je het toch doet. 'Toen ik zei dat ik Londen een dure stad vond, kreeg ik meteen bijval van twee vriendinnen die hetzelfde dachten, maar het niet durfden te zeggen', vertelt Marie. 'Het was een eyeopener. Misschien vinden ze die dure etentjes dan ook niet zo fijn.' 'Durf je stoute schoenen aan te trekken', zegt Van Wesenbeeck. 'Vaak veronderstellen we dat onze vrienden of buren er warmer bij zitten dan wij. Je ziet er immers een dure auto voor de deur staan, of je weet dat ze twee keer per jaar op reis gaan. De waarheid is vaak genuanceerder. Niemand vertelt dat ze voor die auto een zware lening hebben, of dat er voor de reizen het hele jaar lang veel opofferingen worden gedaan. Helaas gaan we op basis van die foute veronderstellingen ons gedrag en zelfs onze (geld)mindset aanpassen. We voelen ons minderwaardig omdat de buren hun tuin hebben laten aanleggen en wringen ons in duizend bochten om mee te doen of de ander te overtreffen, zelfs al is dat financieel niet haalbaar.' Erover praten levert op, maar het gesprek met vrienden vormt ook een uitdaging. Het vraagt om vertrouwen, om omzichtige bewoordingen. Het is logisch dat je niet rechtstreeks vraagt hoeveel iemand verdient, maar wat vraag je dan wel? Abbenes doet enkele suggesties: 'Probeer eens met: 'Jullie gaan twee keer per jaar op vakantie en hebben ook een lening om af te betalen. Hoe pakken jullie dat aan, want bij ons lijkt het niet te lukken?' of 'Ik wil graag solliciteren voor een gelijkaardige functie als jij en wil me voorbereiden op dat gesprek. Zou jij met mij over de financiële kant van de zaak willen praten?' Verder is het belangrijk dat je geen oordeel koppelt aan je vraag. Maak duidelijk dat wat het antwoord van je vriend of collega ook is, het je mening over hem of haar niet zal beïnvloeden.' In een gesprek met je partner loont het bovendien om wat dieper te graven om zo die onbewuste geldscripts te ontrafelen. Abbenes: 'Stel elkaar vragen als: 'Wat is je eerste geldherinnering?' of 'Wat heb je van je moeder geleerd over geld? En van je vader?' De antwoorden op die vragen kunnen het wederzijdse begrip in een relatie vergroten. Het is immers niet altijd erg om verschillende opvattingen over geld te hebben. Een geldscript is niet goed of slecht. Alleen als het je belemmert, moet je er iets aan doen.' Kortom, geldpraat rendeert. Zulke gesprekken zorgen voor gemoedsrust binnen een relatie, maken ons financieel slimmer, dragen bij tot het dichten van de loonkloof en ze halen veel stress weg uit sociale contacten. Geen enkele reden dus om niet op boekhouddate te gaan of money confessions te doen aan je vrienden.