'Everybody is either thinking about shagging, about to shag, or actually shagging', zo luidt een wonderlijk citaat uit de Netflix-hit Sex Education. De serie speelt zich af op een middelbare school, een vrijplaats voor kolkende hormonen, waar de voornaamste vraagstukken gaan over wie het met wie doet en vooral: hoe vaak ze het doen. We zijn allemaal ooit een tiener geweest en stellen in dit leven vroeg of laat vast dat de middelbare school helemaal niet zo hard verschilt van de wereld daarbuiten. Ook als we onze tienerjaren al even ontgroeid zijn, lijkt seks iets wat we moeten willen, waar we ook nog eens bijzonder bedreven in horen te zijn en wat we vooral véél moeten doen.
...

'Everybody is either thinking about shagging, about to shag, or actually shagging', zo luidt een wonderlijk citaat uit de Netflix-hit Sex Education. De serie speelt zich af op een middelbare school, een vrijplaats voor kolkende hormonen, waar de voornaamste vraagstukken gaan over wie het met wie doet en vooral: hoe vaak ze het doen. We zijn allemaal ooit een tiener geweest en stellen in dit leven vroeg of laat vast dat de middelbare school helemaal niet zo hard verschilt van de wereld daarbuiten. Ook als we onze tienerjaren al even ontgroeid zijn, lijkt seks iets wat we moeten willen, waar we ook nog eens bijzonder bedreven in horen te zijn en wat we vooral véél moeten doen. Dat er vandaag de dag behoorlijk wat druk ligt op mensen om met regelmaat fantastische seks te hebben, onderschrijft ook professor seksuologie Paul Enzlin (Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen, KU Leuven). 'We leven in een samenleving waarin we vinden dat seks heel belangrijk is en dat het als vanzelfsprekend bij een gezonde relatie hoort. Als mensen dan merken dat ze niet aan dat ideaalbeeld voldoen, omdat ze bijvoorbeeld minder vaak of niet vrijen, of omdat ze niet klaarkomen door penetratieseks, denken ze al snel: er is iets mis met mij.' Het probleem begint volgens Enzlin al met de onrealistische verwachtingen over de hoeveelheid seks die een doorsneemens zou moeten hebben. 'Elk jaar vraag ik aan mijn studenten hoe vaak ze denken dat de gemiddelde mens seks heeft. Twee à drie keer per week, hoor ik dan vaak. Terwijl uit het Sexpert-onderzoek van 2013 bleek dat het er in de praktijk toch een pak rustiger aan toegaat en dat we gemiddeld 1,13 keer per week seks hebben.' Toegeven dat je wat minder aan seks toekomt (en dat je dat bovendien oké vindt), ligt in onze geseksualiseerde samenleving bijzonder moeilijk. Dat merk ik ook tijdens het schrijven van dit stuk: iedereen die me te woord wil staan, wil dat enkel onder een schuilnaam doen. Zo ook Tom* (26), die ondertussen vijf jaar samen is met zijn vriend en minder seks heeft dan in het begin van hun relatie. 'Na die initiële periode waarin we elkaar dagelijks de kleren van het lijf trokken, merk ik dat de frequentie, zoals bij veel koppels die al even samen zijn, ondertussen wel wat lager ligt. Zelf lig ik daar eigenlijk niet van wakker en ben ik misschien zelfs blij dat ik ook weer eens aan andere activiteiten toekom dan aan seks', lacht de twintiger. 'Er zijn bovendien nog zoveel andere manieren om genegenheid te tonen, die ik minstens even waardevol vind. Ik denk dat mijn vriend daar anders naar kijkt en dat hij wel wat vaker seks zou willen hebben. Soms stem ik dan in om hem te plezieren, veel meer dan dat ik op die momenten ook zin heb in seks.' Het idee dat een vaste relatie automatisch een garantie biedt op een actief en uitstekend seksleven, lijkt ondertussen wel wat te veranderen. De Nederlandse documentairemaker Lize Korpershoek maakte er in 2019 nog de docu Mijn seks is stuk over, waarin ze onderzocht waarom haar zin in seks in lange relaties telkens wegebt. Na haar documentaire werd ze overstelpt door reacties van twintigers en dertigers die zich herkenden in haar verhaal. De voornaamste boosdoeners voor de wegdeemsterende zin in seks in lange relaties zijn onder andere de zogenaamde liefdeshormonen oxytocine en fenylethylamine. Stofjes die ons lichamelijker en geil maken, maar waarvan de productie afneemt naarmate je relatie vordert. Maar ook de voortdurende nabijheid van een partner - het idee dat seks te allen tijde kan - en het verdwijnen van het initiële mysterie rond je wederhelft werken contraproductief voor onze seksuele verlangens. 'Maar ook in relaties geldt dat het gebrek aan seks enkel een probleem hoeft te zijn als een of beide partners het als een probleem ervaren', zegt Enzlin. 'Ik ken ook koppels die zich allerminst zorgen maken over het gebrek aan seks in hun relatie. Waarom zouden wij daar dan wél een probleem van maken?' Bij de millennialgeneratie valt trouwens nog een andere fascinerende tendens op. Want hoewel seks vandaag meer alomtegenwoordig is dan ooit, hebben zij vandaag minder seks dan de generatie die voor hen kwam. Ze hebben ook minder bedpartners, zo blijkt uit een grootschalige Amerikaanse studie. Daar worden heel wat redenen voor aangewezen. Zo zouden jongeren vandaag meer dan ooit de handen vol hebben met school en werk en zouden ze voorzichtiger met hun seksuele gezondheid omspringen dan voorgaande generaties. Maar ook porno wordt als schuldige aangewezen: die behendig beukende lichamen die ze op hun computerscherm zien, zouden veel prestatiedruk op de schouders van jonge mensen leggen. Wat de zin om effectief tot de daad over te gaan niet bepaald vooruithelpt. Om de druk die er vandaag op een actief seksleven ligt volledig te begrijpen, moeten we even terug in de tijd. Tijdens de seksuele revolutie van de jaren zestig heeft seksualiteit zich, onder andere door de introductie van de pil, losgemaakt van het idee dat het enkel binnen het huwelijk kan. In plaats daarvan kwam de focus veel meer op individuele beleving te liggen. Seks veranderde in de westerse wereld van iets dat gericht was op voortplanting naar iets waarvan de grenzen een stuk meer fluïde zijn vandaag. Seks hoeft geen hoger doel te dienen dan de seks an sich, en ook het idee dat seksualiteit enkel met één, en telkens dezelfde, partner beleefd kan worden, is stilaan op zijn retour. Maar hoewel er op het vlak van seks vandaag onmiskenbaar meer kan dan enkele decennia geleden, lijkt het ook alsof er meer moet. 'Geen interesse hebben in seks hoeft inderdaad niet slecht te zijn', zegt ook seksuoloog Filip Geelen. 'Maar toch merk ik dat mensen die bij mij naar de praktijk komen er nogal snel over panikeren, net omdat in onze samenleving seks als cruciaal wordt gezien. Ze hebben even minder zin in seks en vrezen meteen dat er iets 'niet meer werkt', of dat ze 'aseksueel zijn geworden'. Aseksueel wórd je trouwens niet. Dat ben je of dat ben je niet.' Aseksualiteit komt bovendien niet vaak voor: slechts één procent van de bevolking is aseksueel. 'Terwijl iedereen weleens door periodes gaat waarin de zin om seks te hebben wat minder is of bijna volledig is verdwenen.' Lauren* (26) bevindt zich wél op het aseksuele spectrum: ze is demiseksueel en ervaart dus enkel seksuele aantrekkingskracht wanneer ze een romantische band heeft met een persoon. 'Ik keek telkens raar op wanneer er in films en series al op de eerste date gekust werd en er vervolgens al snel meer volgde. Als ik kijk naar de mensen rondom mij, heb ik het gevoel dat er enorm veel wordt opgeschept over seksuele prestaties en dat slechts een kleine - maar luide - groep effectief een zeer rijk en zorgeloos seksleven heeft. Ik denk dat de meesten ook maar wat zitten te ploeteren in hun seks- en liefdesleven.' Lauren ontmoette haar huidige vriendin tijdens de pandemie en met haar komt seks er nu wél van, en die is zelfs bijzonder plezierig, vertelt ze. 'Toch blijft de fysieke component van mijn relatie ondergeschikt aan de emotionele. Ik zie seks niet als een doel op zich, maar als een middel om emotionele verbondenheid te creëren met mijn lief. Seks is daardoor heel wat belangrijker voor mij geworden dan dat het voor een groot deel van mijn leven was. Ik denk niet dat ik ooit met zekerheid ga kunnen zeggen dat ik seks an sich leuk vind, maar in mijn huidige relatie heeft het wel een prominente plek gekregen.' Tenzij je aseksueel bent, is de drang naar seks iets wat gedurende een leven ontzettend kan fluctueren. Dat je soms door extreem seksuele periodes gaat en dan weer door momenten waarop seks je minder aanspreekt, hoeft dus niet te betekenen dat er iets schort: het is net heel normaal. Enzlin: 'Als je verliefd bent, is het logisch dat je niet van elkaar kunt afblijven en in die periode vrij je misschien meerdere keren per dag. Maar zodra mensen gaan samenwonen en hun partner voortdurend beschikbaar is, zien we dat er in veel gevallen minder gevrijd wordt. Ook als er kinderen in het spel komen, durft seksualiteit al eens wat aan belang in te boeten, maar dat verandert soms weer als die kinderen het huis uitvliegen en de ouders opnieuw meer tijd voor elkaar hebben.' In die zin spreken beide seksuologen niet graag over een laag libido, alsof dat iets objectiefs en onveranderbaar is. Volgens Geelen kunnen we beter naar ons lichaam kijken als een seksueel systeem dat in bepaalde periodes wel of minder openstaat voor seksuele prikkels. De mate waarin we openstaan voor die seksuele prikkels wordt door verschillende zaken gestuurd. 'Als je niet goed in je vel zit, problemen hebt op het werk, ziek bent of je relatie even niet goed loopt, kan dat de zin om in te gaan op die seksuele prikkels in de weg staan', aldus de seksuoloog. Dat we in onze hedendaagse samenleving steeds meer vrijheid ervaren om onze seksualiteit te beleven zoals we dat zelf willen, valt alleen maar toe te juichen. Maar die vrijheid zou ook het tegenovergestelde moeten betekenen: het recht om níét aan seks te doen en je ervan af te keren. Zo heeft Melissa* (50) seks haast volledig aan de kant geschoven. Vroeger had ze er nochtans wel veel nood aan, vandaag kan ze perfect zonder. 'Ik kan al mijn bedpartners intussen niet meer bijhouden, eerlijk gezegd. Het zal ook wel te maken hebben met mijn onzekerheid, vermoed ik. Seks gaf me de bevestiging die ik als jonge vrouw zo hard nodig had. Want vond ik die seks nu zo overdonderend heerlijk? Het was me denk ik vooral om de verovering en de bevestiging te doen. Een vijftal jaar geleden besefte ik dat dat hele seksgedoe voor mij eigenlijk niet meer hoefde. Als ik het pleziertje van seks in de weegschaal leg met mijn beschikbare tijd en energie, dan laat ik seks met gemak vallen. Ik heb misschien wel heel af en toe zin in seks, maar met mezelf is dat dan ook wel fijn.' Een verminderde zin in seks met een partner hoeft immers nog niks te veranderen aan het verlangen naar soloseks. Hoe kan het dat de seks die we met onszelf hebben minder snel zijn glans verliest? 'Masturberen doen we om compleet andere redenen dan seks hebben mét iemand', legt Enzlin uit. 'Terwijl we tijdens seks naar een seksuele connectie met iemand zoeken, dichter bij iemand willen komen, kunnen we tijdens masturbatie ongestoord onszelf op de eerste plaats zetten. Dat zijn twee volledig verschillende motivaties. Ik vind soloseks ook helemaal niet inferieur aan partnerseks. Het vertrekt gewoon vanuit een ander uitgangspunt.' Ook Nicolas* (30), die al enkele jaren een vaste partner heeft, merkt dat hij minder vaak zin heeft om seks te hebben met zijn partner dan om te masturberen. 'Ik denk dat ik het soms gewoon aangenamer vind om aan soloseks te doen omdat dat minder energie vraagt, je alles zelf onder controle hebt en je zelf kunt kiezen hoelang je het laat duren. Misschien vind ik dat alles bij elkaar opgeteld ook gewoon geiler, net omdat er minder druk en minder gedoe is dan bij seks met een partner. Ik heb me al heel vaak schuldig gevoeld wanneer het duidelijk is dat het libido van mijn partner niet overeenstemt met dat van mezelf.' Een schuldgevoel dat volgens Enzlin helemaal nergens voor nodig is. 'In plaats van aan een norm vast te houden die we in media of series zien, zouden we mensen net moeten aanmoedigen om seks te beleven zoals dat voor hen, als individu of als koppel, juist aanvoelt. En dat kan betekenen dat je veel seks hebt, of dat je je er net minder mee bezighoudt. In het ideale geval beslissen we dus gewoon allemaal zelf óf en hoe vaak we aan seks doen en op welke manieren we onze seksualiteit vormgeven.'