De mythe van het welvarende Westen als motor van bevrijding die vrouwen uit hun krappe keurslijfjes zou helpen is een hardnekkige fabel. Hoe rijker en liberaler een samenleving, hoe vrijer en blijer haar vrouwen, zo luidt het. De verwezenlijkingen inzake vrouwenrechten hebben we echter niet te danken aan het kapitalisme, maar aan talloze strijdende en ijverende vrouwen die zich organiseerden en verenigden in een activistisch middenveld.

Kristen Ghodsee kreeg het idee voor dit boek toen ze een comparatieve sociologische studie onder ogen kreeg van kort na de hereniging van Oost- en West-Duitsland. Die studie toonde onder meer aan dat tachtig procent van de Oost-Duitse vrouwen een orgasme kreeg tijdens de seks, een uitzonderlijk hoog cijfer in vergelijking met hun westerse zusters. Maar ook naast het bed toonden de Oost-Duitse vrouwen zich opmerkelijk tevredener dan hun zusters uit het Westen. Opmerkelijk voor een regime dat niet meteen bekend stond om z'n bekommernis om vrijheid en mensenrechten.

Waarom vrouwen betere seks hebben onder het socialisme

Zo bleek het huishoudelijk werk veel beter verdeeld in Oost-Duitsland, onder meer door gratis kinderopvang en het hoge percentage werkende vrouwen. De overheid investeerde in scholing en opleidingen voor meisjes en vrouwen. Moeders genoten een ruim en fatsoenlijk betaald bevallingsverlof. Mannen konden zich niet onderscheiden door rijkdom of succes en moesten op zoek naar andere troeven om het andere geslacht te bekoren, zoals aandacht voor de noden en interesses van dat andere geslacht. Wie niet gelukkig was in het huwelijk kon vlot scheiden, in plaats van noodgedwongen in een ongelukkig huwelijk te blijven zitten. Vrouwen hadden geen man nodig om in hun levensonderhoud te voorzien en konden vrijer kiezen met wie ze bed en tafel wilden delen.

Intussen zaten West-Duitse vrouwen thuis te zieltogen, gezegend met wasmachines en haardrogers, maar zonder goede seks. Uitgerekend datgene wat in het Westen zo'n afkeer veroorzaakte, namelijk een publieke sfeer in strenge overheidshanden, had als prettige bijwerking dat de huiselijke en private sfeer belangrijker en waardevoller werden.

Meer dan een job

Dat het kapitalisme nefast is voor vrouwen is allesbehalve een nieuwe these. Talloze feministische denkers en auteurs maakten dat punt al. Het kapitalisme heeft arbeidskracht nodig om winst te maken. Zonder werknemers geen winst. Werknemers hebben dan weer noden en behoeften: een dak boven het hoofd, gezondheidszorg, voedsel, onderwijs voor de kinderen, enzovoort. Strikt genomen is het kapitalisme er dus bij gebaat dat aan al die levensbehoeften wordt voldaan. Tegelijk kosten die levensnoden geld en leveren ze geen rechtstreekse winst op. Het systeem is afhankelijk van de werkende klasse, maar wil en kan er niet te veel in investeren omdat dat de winst die centraal staat in het gedrang brengt. Het is een verscheurende spagaat met pijnlijke kwetsuren als gevolg.

Het kapitalisme is dus niet zomaar een economisch systeem, maar een veel ruimer verhaal, een geheel van verhoudingen. Een mensenleven stopt niet bij de fabriekspoort of aan de deur van het kantoor, de waarde en de kost van dat leven bedraagt veel meer dan een loon. Waar jobs verworden tot koopwaar, verliezen mensen. En vrouwen verliezen altijd het meest.

Het belang van zorg en ouderschap zijn in de valkuil van de kapitalistische ideologie gesukkeld

Het kapitalisme is een zegen voor een kleine toplaag van hooggeschoolde vrouwen in goedbetaalde sectoren, die het merendeel van hun huishoudelijke en zorgende taken kunnen uitbesteden aan onderbetaalde werkkrachten. Maar anderen dwingt het in een leven vol dubbele werklast: van de betaalde shift op het werk naar de onbetaalde shift thuis. De kloof tussen vrouwen en mannen inzake huishoudelijk en zorgend werk is groter dan de loonkloof en krimpt veel trager. Meer dan de helft van de totale groei aan jobs in de dienstensector vindt plaats in de gezondheidssector, de sociale sector en de voedingssector: matig tot ronduit slechtbetaalde jobs, veelal met gezinsonvriendelijke uren.

Het persoonlijke is politiek

De feministen van de tweede golf hebben verbeten gestreden tegen de conservatieve gezinswaarden, traditionele rollenpatronen en moederschapscultus van weleer. Met succes maar ook met onbedoelde neveneffecten: de noodzaak en het belang van zorg en ouderschap zijn in de valkuil van de kapitalistische ideologie gesukkeld. Zwangerschap, bevallen, ouderschap, mantelzorg zijn nauwelijks nog politieke issues, maar privéaangelegenheden waar het beleid zich niet mee bezig hoeft te houden. Wie het niet rondkrijgt, is zelf verantwoordelijk en heeft verkeerd gekozen. Emancipatie focust enkel nog op het hebben van een betaalde baan en een loon, op economische onafhankelijkheid. Hoe we buiten de werkuren leven gaat niemand wat aan. Liefde en geluk zijn privé. Kiezen is altijd verliezen.

Hoe we leven, zorgen, vrijen is meer dan een toevallige combinatie van persoonlijke keuzes en beslissingen

De feministen van de tweede golf wisten al beter: 'Het persoonlijke is politiek.' Zij zagen de verbanden tussen economie en levensgeluk, tussen de werkvloer en het bed. Hoe we leven, zorgen, vrijen is meer dan een toevallige combinatie van persoonlijke keuzes en beslissingen.

Dit boek verheerlijkt geen totalitaire staat die ons oplegt hoe we moeten leven en is allerminst blind voor de mankementen en de fouten van het verleden. Het moet gelezen worden als een overtuigend pleidooi voor een overheid die mensenlevens en in het bijzonder vrouwenlevens niet ziet als een boekhoudkundige rekensom, maar als een geheel van rollen en behoeften die elkaar overlappen, aanvullen en versterken. De strijd voor economische rechtvaardigheid kan niet zonder de strijd voor gelijkwaardigheid.

Bieke Purnelle

Freelancejournaliste en directrice RoSa, kenniscentrum voor gender, feminisme en gelijke kansen

Waarom vrouwen betere seks hebben onder het socialisme, Kristen Ghodsee (epo, 22,50 euro)

© epo