'Zoals een baby op de crèche je gedachten kan beheersen, zo doet een moeder in het bejaardentehuis dat ook'
...

'Zoals een baby op de crèche je gedachten kan beheersen, zo doet een moeder in het bejaardentehuis dat ook' Onlangs trok ik met mijn mama een weekendje naar zee. Toen ik 's ochtends mijn tandenborstel pakte, had ik de vage indruk dat hij net ervoor al door iemand anders was gebruikt. Ik vroeg haar of zij dat had gedaan en ze zei: 'Nee hoor!' Even later kwam ze terug. 'Of ja, toch wel.' Toen nam ze mijn tandenborstel in haar hand, zwaaide ermee voor mijn gezicht en zei: 'Hier, poets je tanden maar snel!' Slik. Mijn mama studeerde eind jaren vijftig af als een van de weinige vrouwelijke tandartsen in België. Ze was een verstandige vrouw, een beetje stoer ook en met goede humor. Ik keek als kind erg naar haar op. Later, toen ik begon te puberen, begon ik te vinden dat de stoere, intellectuele kant ook een keerzijde had. Ik kreeg herinneringen aan avonden waarop ik als kleuter al in bed lag toen ze thuiskwam, hoe ik haar voetstappen op de trap hoorde en uitkeek naar een knuffel, maar hoe ze op de eerste verdieping even iets ging halen (ik lag op de tweede verdieping) en weer naar beneden ging. Dan huilde ik soms uit bij mijn Holly Hobbie-pop, die naast me lag. Later zei een therapeute me dat mijn moeder vermoedelijk nooit containing was geweest. Daarbij maakte de therapeute een gebaar met open armen, alsof ze iemand op schoot hield. Een goede vertaling voor dat woord heb ik nog steeds niet gevonden, maar het was exact wat ik voelde. Inmiddels is mijn moeder 84, en een klein jaar geleden werd dementie vastgesteld. Ze moet al veel langer aan de ziekte lijden, maar heeft lang geprobeerd om het te verbergen. Om het te ontkennen ook. 'Hoogopgeleiden kunnen geen alzheimer krijgen', zei ze dan. 'En Hugo Claus dan?', zei ik een keer, toen ik dat een beetje beu begon te worden. 'Welk diploma heeft Hugo Claus? Geen, toch?', was haar laconieke antwoord. Ik zocht het op. Ze had gelijk. Op middagen als deze was het me niet duidelijk wie van ons tweeën nu het meest in de war was en eigenlijk is dat een metafoor voor onze band. Het is alsof ik mijn leven lang steeds een stapje te laat kom als ik probeer haar te begrijpen. Dat mijn moeder haar aandacht verdeelde tussen haar job en haar gezin bijvoorbeeld, en daar fouten in maakte omdat ze geen voorbeelden had, snapte ik pas toen ik zelf kansen aan me voorbij liet gaan omdat ze moeilijk met mijn kinderen te combineren waren. Dat ze na de dood van mijn vader weinig emotie toonde, begrijp ik nu pas: het verdriet was simpelweg te groot. Mijn moeder is een vechter, en soms denk ik dat haar geest het heeft begeven omdat ze het gevecht met de rouw niet kon winnen. Maar intussen dringt de realiteit zich aan me op: ik moet nu voor haar zorgen in plaats van omgekeerd. Zoals een baby op de crèche je gedachten kan beheersen, zo doet een ouder in het bejaarden- tehuis dat ook. Slaapt ze goed? Eet ze wel? Waar heeft ze pijn? Begrijpen ze haar wel goed? Het is ook een beetje vreemd voor mij, om een zelfstandige vrouw zoals zij alle beslissingen uit handen te nemen. Als we samen op stap gaan, kies ik welke jas ze aandoet, welke spullen in haar handtas gaan en welke route we nemen. Lopen lukt niet meer zo vlot, dus we stappen altijd gearmd over straat. Wij, die zo weinig knuffelden, schuifelen door de straten van het dorp als een innig verbonden duo. Denk niet dat het slecht voelt. Integendeel. Het is alsof de tijd mededogen toont en ons nog snel iets teruggeeft, nu het nog kan. Eigenlijk ben ik dankbaar dat ik voor haar kan zorgen, omdat het ons dichter bij elkaar brengt, maar soms voel ik me er ongemakkelijk bij, wat gegeneerd. Diep vanbinnen ben ik altijd een beetje bang dat ze plotseling weer tien jaar jonger wordt en zegt: 'Zeg, waar bemoei jij je eigenlijk mee? Dat kan ik toch zelf wel!' Ik weet nooit hoever ik mag gaan, tast de grens een beetje af. Toch heb ik me nog nooit zo geliefd gevoeld door haar. Haar blik als ze me in het oog krijgt, vanachter het raam in het woonzorgcentrum. Ik word er mild van, vraag me niet meer zo vaak af hoe anders het allemaal had kunnen zijn, vroeger. Ze is ook maar een kind van haar tijd, een product van haar opvoeding en haar genen. Ik denk dat je op een dag het beeld moet begraven van de moeder die je had willen hebben. Denk aan Calimero, die voortdurend roept dat het allemaal niet eerlijk is. Wie goed kijkt, ziet dat Calimero nog een eierschaal op zijn hoofd heeft. Op een dag is het tijd om je schaal af te werpen en volwassen te worden. Want er zijn sterke vleugels nodig om onbevangen voor je ouders te zorgen. Dat inzien, betekent nog niet dat het vanzelf gaat. Jaren geleden besloot ik halftijds te gaan werken om veel tijd te kunnen doorbrengen met mijn kinderen. Het plan was dat ik later, als ze groter zouden zijn, nog steeds halftijds zou blijven werken, maar dan om mijn droom waar te maken: schrijfster worden en alternatieve literaire salons organiseren. Dat stond in de startblokken toen de diagnose van mijn moeder kwam. Mijn eerste boek was een jaar eerder uitgekomen en ik had inmiddels een plan voor een tweede, dit keer een roman. De eerste hoofdstukken zijn geschreven, de synopsis klaar, de uitgever gelooft erin. Ik moet het gewoon nog uitschrijven. Maar ik kan het niet. Als ik achter mijn bureau ga zitten om te schrijven, denk ik aan mijn moeder, hoe ze daar zit, in die kleine kamer, hoe we misschien niet meer zo heel veel jaren hebben. Hoe blij ze zou zijn als ik mijn hoofd om de deur stak. Even later zit ik dan op de trein, op weg naar haar dorp. Ik kan mijn eigen droom niet laten voorgaan. Het is alsof ik de cirkel wil doorbreken. Ik wil de kilte niet, ik wil de warmte. Ondertussen droogt het actuele thema, waar het boek aan opgehangen wordt, langzaam op. Hoeveel van jezelf moet je geven, als het gaat om voor je ouders zorgen? En hoeveel mag je houden? Ik schipper, denk na. Na een bezoekje aan mijn moeder ben ik meestal uitgeput. Niet fysiek, maar mentaal. Het is de nieuwe warmte van mijn moeder, de liefde, die me van slag brengt. Maar misschien ook het gevoel nogmaals, in de tweede helft van mijn leven, te wachten. Waarop dan? Tot ze de trap op komt, me knuffelt en zegt: 'Toe, schrijf maar.'''Misschien moet je op je zestigste niet meer zeuren over hoe je moeder je verknoeid heeft'Afwezig en tegelijk dominant, zo zou ik mijn moeder omschrijven. Ze is jong getrouwd en kreeg in zeven jaar tijd vier dochters. Maar haar gezin beklemde haar en dat stak ze niet onder stoelen of banken. Yoga, poëzieavonden, vrijwilligerswerk, ze moest het doen want anders kreeg ze last van claustrofobie, zuchtte ze vaak. Ook al was ze er vaak niet, ze wilde wel dat alles exact liep zoals zij wilde. Ze smeerde nooit onze boterhammen, maar bepaalde wel wat erop lag. Ze miste verjaardagsfeestjes, maar verbood ons om met 'foute' kinderen te spelen. Ze was veel weg, maar als ze wel thuis was, moesten we allemaal samen op de sofa komen knuffelen. Gezelligheid op commando, ik vond dat als kind verwarrend. Ze was soms geweldig, maar vaak ook niet. En ze was absoluut niet als de andere mama's die ik om me heen zag. Mijn vriendinnetjes keken naar haar op. Modern, zo vonden ze haar, met haar hippiejurken en minirokken, haar hennarode haar en haar luide muziek. Maar zij kregen natuurlijk dat vieze macrobiotische eten niet geserveerd. Mijn vader adoreerde haar, dus die vond het allemaal prima. Hij huurde een rits poetsvrouwen en huishoudsters in om voor zijn kinderen en huis te zorgen, en ook die moesten mijn moeders instructies nauwgezet opvolgen. Toen ik 14 was, ging ze voor het eerst een maand naar een ashram in India, om zichzelf te ontdekken. Ze zou dat de volgende jaren steeds vaker doen, en ondertussen zorgde ik er als oudste voor dat mijn zussen hun huiswerk maakten en gestreken kleren hadden. Als tiener verdroeg ik haar bemoeienissen steeds moeilijker. Hoe ik eruitzag, wat ik las en at, met wie ik omging, alles werd becommentarieerd. Ik vond dat ze dat recht niet had, als ze niet voor ons zorgde. Toen ze het eerste vriendje dat ik mee naar huis nam tot op de grond afkraakte omdat hij 'maar' naar de technische school ging, besloot ik dat het genoeg geweest was. Het volgende jaar ging ik op kot, en ik ben nooit meer naar huis teruggekeerd. We hebben nog slaande ruzie gehad over mijn bruiloft, want uiteraard was die niet naar haar zin, en ook toen ik moeder werd bemoeide ze zich - o ironie - met hoe ik mijn kinderen opvoedde. Borstvoeding, tv-kijken, antibiotica, overal had ze een mening over. Maar ze heeft nooit gebabysit en de ene keer dat mijn oudste zou blijven logeren, belde ze om negen uur 's avonds dat we hem moesten komen halen. We zijn als gezin bewust in een andere stad gaan wonen om afstand te kunnen nemen zonder dat er te veel vragen gesteld werden en als ik kijk naar de conflicten die mijn zussen met mama hadden, weet ik dat dat een uitstekend idee was. Mijn oordeel over haar was jarenlang vernietigend, maar hoe ouder ik werd, hoe meer ik besefte dat ik ook veel aan haar te danken heb. Door haar ben ik de vrouw en moeder geworden die ik ben. Ik moest snel opgroeien, maar dat maakte me ook zelfstandig en verantwoordelijk. Ik was zeker geen perfecte moeder, maar ik deed het -net als mijn zussen trouwens - beter dan zij. Ook de stevige band die ik met mijn zussen heb, is er omdat het 'wij tegen haar' was. En na het opvoeden van twee drukke kinderen in combinatie met een job, is de claustrofobie waar zij het altijd over had, me niet vreemd. Alleen ben ik er anders mee omgegaan dan zij. Op een begrafenis zo'n tien jaar geleden raakte ik aan de praat met een vrouw, die mijn tante bleek. Mijn moeder had met haar familie gebroken, dus wij hadden dat deel van de familie nooit ontmoet. Simonne bleek mijn moeders jongste zus. Ze vertelde hoe conservatief haar ouders waren geweest, hoe ze elk aspect van het leven van hun kinderen controleerden en ook hoe mijn moeder niet mocht studeren, want dat had toch geen zin voor een meisje. Simonne vertelde hoe mijn moeder gerebelleerd had en het zo ook voor de jongere kinderen makkelijker had gemaakt om uit de band te springen. Ik ga nog geregeld koffie drinken met mijn tante en haar verhalen hebben mijn beeld van mijn mama verzacht. Ik vind haar nog steeds een slechte moeder en een lastig mens, maar ik neem het haar minder kwalijk nu ik weet hoe moeilijk haar jeugd was. En eerlijk gezegd, het is ook vermoeiend om de hele tijd tijd kwaad of gefrustreerd te zijn. Misschien moet je op je zestigste niet meer zeuren over hoe je moeder je verknoeid heeft. (lacht) Mijn vader stierf vijf jaar geleden, en sindsdien woont mama alleen. Ze vraagt veel aandacht en soms geef ik haar die ook. Het enige waar ik niet tegen kan, is als ze verkondigt dat ze apetrots is op hoever haar dochters het gebracht hebben. Want dat hebben we gedaan ondanks en niet dankzij haar.''De band tussen moeder en dochter is ingewikkeld en kwetsbaar'De relatie die je als dochter met je moeder hebt, is de eerste in je leven, legt Eva Parton, gezinstherapeute bij groepspraktijk Traject in Leuven, uit. 'Ze begint in totale afhankelijkheid, want je moeder vervult, als het goed is, al je noden. Ook als moeder is het een cruciale relatie, want plots ben je de klok rond verantwoordelijk voor een kind en daarin wil niemand tekortschieten. Sowieso is het dus een heel dichte relatie, en mede daarom is ze ingewikkeld en kwetsbaar. Want soms loopt het ook mis, als de zorg niet is afgestemd op wat een kind nodig heeft, en dan is er een gevoel van gemis, miskenning, ergernis en zelfs pijn. Als ouder laat je onvermijdelijk steken vallen. Dat is op zich prima, niemand is perfect. Maar het is belangrijk dat je dat ook beseft en daarmee kunt omgaan. Daar komt nog bij dat ook onze maatschappij verandert. Wat vandaag voor de hand ligt bij het opvoeden van kinderen, was dat in pakweg de jaren zeventig misschien niet en vice versa. Dat de relatie tussen moeders en dochters anders is dan die tussen zonen en moeders en zonen en vaders, is logisch, want het zijn allebei vrouwen. Als dochter is je moeder daarom meer een model en een spiegel dan je vader ooit kan zijn. En zonen en vaders hebben dan weer andere uitdagingen. De relatie met je moeder verandert je hele leven lang, omdat zowel jij als je moeder veranderen en verschillende levensfases doorlopen. Als klein kind is je moeder je hele wereld, wat een grote loyaliteit oproept. Daarna krijg je van haar de toestemming om de eigenlijke wereld te verkennen, en hopelijk doe je dat vol zelfvertrouwen omdat je weet dat je op haar kunt terugvallen en dat ze je zal beschermen als het nodig is. In je puberteit wordt ze een rolmodel dat je misschien wel, maar misschien ook niet wilt volgen. Ze wordt ook een spiegel waarin je jezelf terugziet. Als je zelf moeder wordt, ga je waarschijnlijk beter begrijpen waarom ze bepaalde dingen wel of net niet deed, vroeger. Bovendien word je geconfronteerd met het feit dat je sommige dingen op net dezelfde manier aanpakt als zij. Dat is bijna onvermijdelijk, want je hebt nu eenmaal je genen én je opvoeding meegekregen. Persoonlijkheidstrekken en patronen kunnen zich herhalen, en ook dat kan zowel warmte als ergernis opleveren. En ten slotte zien we weer een verandering in de relatie op het moment dat je moeder zorg nodig heeft. Dat we bij het ouder worden anders naar de relatie met onze moeder kijken is logisch. Meer levenservaring zorgt vaak voor een meer genuanceerde blik, ook op wie onze ouders zijn, waarom ze zo zijn en wat de impact van hun persoonlijkheid en achtergrond is op jullie relatie. Daar komt bij dat kwetsuren uit het verleden na verloop van tijd een stuk van hun bedreiging kunnen verliezen. Vandaar dat we vaak milder worden, zowel voor onze moeder en onze omgeving als voor onszelf. Het cliché dat tijd alle wonden heelt, klopt niet helemaal, want tijd betekent ook dat er onderweg nog van alles kan gebeuren. Toenadering, maar ook nieuwe conflicten. Wat we ook niet mogen vergeten, is dat mildheid niet puur een kwestie van ratio is. Het is niet omdat je weet waarom je moeder zich op een bepaalde manier gedroeg, dat je je niet langer tekortgedaan voelt. En soms zijn kwetsuren te groot om alleen door de tijd geheeld te worden, vooral als er geen erkenning is voor wat er is misgelopen. Die erkenning is altijd cruciaal, ongeacht of de pijn groot is of niet. Ze is bovendien niet vanzelfsprekend, want we hebben allemaal blinde vlekken over ons eigen gedrag en opvoeding. Maar zonder erkenning kan er geen mildheid zijn, vrees ik. Om kwetsuren te helen, moeten de onbeantwoorde noden niet alleen rationeel erkend worden, er moet ook op emotioneel vlak een correctieve ervaring plaatsvinden. Eventuele fouten kunnen makkelijker gladgestreken worden als er op een open, empathische manier gecommuniceerd wordt en als beide partijen elkaars standpunt begrijpen. Misschien omdat ze de moeite doen om te doorvoelen hoe het voor de ander geweest is. Het gevaar is wel dat iemand in eerste instantie defensief reageert als je iets wilt aankaarten. En op latere leeftijd een tweede keer het deksel op de neus krijgen omdat je een kwetsuur bespreekbaar wilt maken, kan extra hard aankomen.