Ook voor corona waren de sociale media amper nog weg te denken uit ons leven. Volgens de jaarlijkse Imec-studie rond het mediagebruik van de Vlamingen waren in 2019 negen op de tien actieve gebruikers. Bijna zes op de tien vertoefden dagelijks op minstens vier verschillende platformen. Bovendien whatsappen en videobellen oma en opa wellicht al langer dan vandaag: in 2019 deden al bijna acht op de tien 65-plussers een beroep op de sociale media.
...

Ook voor corona waren de sociale media amper nog weg te denken uit ons leven. Volgens de jaarlijkse Imec-studie rond het mediagebruik van de Vlamingen waren in 2019 negen op de tien actieve gebruikers. Bijna zes op de tien vertoefden dagelijks op minstens vier verschillende platformen. Bovendien whatsappen en videobellen oma en opa wellicht al langer dan vandaag: in 2019 deden al bijna acht op de tien 65-plussers een beroep op de sociale media. Toch was het verbindende potentieel van platformen als Facebook nooit duidelijker dan het voorbije jaar. 'Ik ben zelfstandige en woon alleen, maar eigenlijk heb ik me sinds maart 2020 nog geen dag alleen gevoeld', bekent Liselotte (49). 'Ik zie haast niemand, maar ik aperitief met vriendinnen via FaceTime, speel gezelschapsspellen met mijn petekind via Houseparty en volg nog altijd mijn wekelijkse yogales, maar dan via Zoom. Met mijn ruime familie heb ik zelfs vaker contact dan vroeger, dankzij de WhatsAppgroep die we in de eerste lockdown opgericht hebben. Zoomen en whatsappen is niet zo leuk als samen op café gaan, maar ik prijs me gelukkig. Dertig jaar geleden, zonder internet en sociale media: hoe eenzaam was een lockdown dan geweest?' Opmerkelijke verhalen over de sociale media zijn er bij de vleet. Over patiënten die er een stamceldonor of sponsors voor een dure behandeling vonden, maar ook over mensen met suïcidegedachten die er steun kregen van wildvreemden en buurtbewoners die er medestanders vonden om zwerfafval op te ruimen. De Gentse Hannah Ambroos ging in de aanloop naar kerst dan weer op zoek naar mensen die een onbekende met een boek wilden verrassen. Met één oproep verzamelde ze in een mum van tijd bijna tweehonderd 'Secret Santas'. Dergelijke verhalen vinden maar zelden hun weg naar het grote publiek, stelt Marjolijn Antheunis, hoogleraar communicatie en technologie aan Tilburg University. 'De publieke opinie over de smartphone en platformen als Facebook was tot nog toe redelijk negatief, alsof ze alleen maar een slechte invloed op ons hebben. De coronacrisis is in die zin een eyeopener. De vele hulp- en inzamelacties en initiatieven als de berenjacht laten zien dat we de sociale media ook ten goede kunnen gebruiken, en sommigen die tegen wil en dank de sociale media opzochten om contact te houden met hun naasten, zullen nu toch beamen dat ze daar veel aan gehad hebben.' UGent-mediaprofessor Lieven De Marez noemt de verbondenheid via de sociale media 'een zegen' in deze tijden. 'Het gesprek gaat vaak over de aandacht en tijd die onze smartphone opslorpt, over de verstoring van onze dagelijkse bezigheden en face to face-contacten, maar we hebben het veel te snel over verslaving. Momenteel beperkt al drie kwart van de Vlamingen actief zijn smartphonegebruik, terwijl ook de bezorgdheid over privacy en fake news toeneemt. Laat ons dus werken aan mediawijsheid, in plaats van, zoals het nu vaak gaat, de technologie met alle zonden te beladen.' Voor wie en onder welke omstandigheden de sociale media positieve, dan wel negatieve effecten hebben, is volgens de experten een complex verhaal, en nauwelijks bestudeerd. Zo is het volgens Antheunis lang niet bewezen dat ze een lager zelfbeeld, eenzaamheid, slapeloosheid of depressiviteit in de hand werken: 'Veel studies naar het socialemediagebruik van jongeren en hun welzijn houden geen rekening met andere factoren, zoals hun thuissituatie, hun schoolresultaten of relationele status - alsof het geluksgevoel van jongeren alleen afhangt van het aantal uren dat ze op Instagram of TikTok zitten. Zo zou het best kunnen dat het niet de sociale media zijn die hen ongelukkig, angstig of eenzaam maken, maar dat jongeren met bepaalde klachten er meer tijd aan besteden.' Cyberpesten, privacyschendingen, filterbubbels, fake news, online lynchpartijen: het zijn maar enkele begrippen die haast in één adem met de sociale media worden genoemd. Toch komt de alarmerende teneur van veel krantenartikels en documentaires als The Social Dilemma niet helemaal als een verrassing, zegt mediawetenschapper Vincent Crone. 'Nieuwe mediavormen roepen in eerste instantie altijd angst op, zeker wanneer die populair zijn bij kinderen en tieners. Zo werd ook bij de introductie van onder meer de transistorradio en televisie gevreesd voor vereenzaming, normvervaging of andere kwalijke gevolgen. Net als toen worden de sociale media voorgesteld als iets wat van buitenaf onze leefwereld binnendringt en daar een soort van harmonieuze, idyllische situatie verstoort. Alsof we ons voor de komst van Facebook en Instagram nooit schuldig maakten aan pestgedrag en ook toen niet vooral gelijkgestemden opzochten. Zelfs kranten waren vroeger echokamers, want de meeste lezers hielden het bij één titel, die meestal dicht tegen hun eigen sociale groep aanleunde.' Wetenschappers onderzoeken zelden het plezier of de positieve effecten van ons socialemediagebruik, weet Crone. 'De communicatiewetenschappen en later de mediastudies zijn groot geworden in de jaren vijftig en zestig, de gruwel van de Tweede Wereldoorlog en de nazipropaganda lagen nog vers in het geheugen. Vanuit de gedachte 'dat nooit meer' focuste het onderzoek zich jarenlang op het blootleggen van de gevaren en kwalijke invloeden van de media. In de huidige context, met de Brexit, de verkiezing van Trump en fake news, is een andere benadering nog steeds niet evident. Wil je als wetenschapper serieus genomen worden, dan moet je zeggen waar het misloopt.' 'Vriendschap gaat niet alleen over die twee mensen die je kunt vragen om een lijk te helpen verbergen', zegt zelfverklaarde socialemediafan Thomas (39). 'Via mijn computer en telefoon heb ik dagelijks contact met mensen die ik niet tot mijn beste vrienden reken, maar met wie ik wel een gevoel van verbondenheid heb. Dan denk ik aan mijn WhatsAppgroep met de ex-collega's van bij mijn eerste werkgever, maar ook aan twee, drie klussers die ik leerde kennen in een hobbygroep op Facebook. Met enkele Twitter-contacten heb ik ondertussen ook geconverseerd over tv-programma's en Netflix-series, soms terwijl we ernaar zaten te kijken.' Vaak onderschatten we hoe belangrijk ook oppervlakkige onlinecommunicatie en minder hechte vriendschapsbanden zijn, meent Marjolijn Antheunis. 'Doordat we zo toegankelijk zijn en ons sociale netwerk voortdurend in onze broekzak hebben zitten, hebben we door de dag veel meer contacten met anderen, en ook met veel meer mensen. Misschien gaat het over het avondeten of wat we aan het doen zijn, maar die continue stroom aan korte, laagdrempelige contacten maakt wel dat je meer deel wordt van iemands leven en verbondenheid voelt. Vroeger was het onmogelijk om met een grote groep van mensen een actief gevoel van nabijheid te ervaren, nu hebben we dat ook met oude schoolvrienden en kennissen aan de andere kant van de wereld. Via tekstberichten, foto's, statusupdates en andere uitwisselingen blijven we op de hoogte van hun leven en bezigheden, waardoor je toch een band onderhoudt.' Dat in een Nederlands onderzoek zes op de tien beaamden dat de sociale media de contacten met familie en vrienden verbeteren, verbaast Antheunis niet. 'Samen met de smartphone verlagen ze enorm de drempel om contact met elkaar te hebben: het is gemakkelijk om iemand een bericht te sturen, een like te geven of met zijn verjaardag te feliciteren. Sterker nog, de sociale media helpen je daarbij. Dat gaat misschien niet heel diep, maar social grooming, elkaar aandacht geven, bevordert wel de vriendschap en, omdat grooming doorgaans een wederkerig proces is, ons eigen welbevinden.' Verbondenheid en betrokkenheid verklaren volgens Lieven De Marez ook waarom de oudere leeftijdsgroepen de sociale media in sneltempo omarmen. 'Ouderen die soms minder mobiel zijn en daardoor vroeger een zeker isolement ervoeren, hebben nu niet alleen meer sociale contacten, maar voelen zich ook meer verbonden met wat er gebeurt in het leven van hun naasten. Ze zien de vakantiefoto's van de kinderen in de familiegroep op WhatsApp, volgen op Facebook waar iedereen mee bezig is en hebben veel meer het gevoel van mee te zijn. Ook gesprekken met naasten gaan erop vooruit, want al die dingen bieden ook aanknopingspunten en gespreksonderwerpen.' De 'welzijnsbonus' is groter als je daadwerkelijk met anderen communiceert via de sociale media, benadrukt Antheunis. 'Studies leggen een verband tussen passief gebruik - posts en story's bekijken zonder erop te reageren of anderen aan te spreken - en negatieve effecten zoals een verminderd gevoel van eigenwaarde. Want dan heb je al die berichten en foto's wel gezien, maar weet de ander dat niet. Terwijl social grooming juist inhoudt dat je elkaar dat laat weten. Laat je niks van je horen, dan zal de ander ook niets terugzeggen, waardoor je zelf geen positieve effecten ervaart.' Els (53) reisde in 2010 naar een tropische bestemming, waar ze eerst een Amerikaanse en vervolgens een Finse vriendin maakte. 'We hielden altijd contact via Facebook en spreken elkaar nu haast wekelijks via een Messengergroepje. Meestal over heel gewone dingen - de kat die is weggelopen, de examens van de kinderen - maar we hebben het ook al over relatieproblemen, ziekte en andere intieme kwesties gehad. Zij weten dingen van me die sommige vrienden hier niet weten en hebben me ook al opgebeurd als het even tegenzat.' 'Ons buikgevoel zegt ons ten onrechte dat onlinecommunicatie nooit zo waardevol en diepgaand kan zijn als face to face-contact', zegt Antheunis. 'Terwijl we ons in tekstberichten vaak net meer blootgeven, zeker wanneer het gaat over zaken die voor ons zorgelijk of pijnlijk zijn. Omdat Messenger en WhatsApp ons een gevoel van anonimiteit geven, maar ook omdat je online meer controle hebt over je zelfpresentatie: je kunt je tijd nemen om je boodschap op te stellen, en vervolgens kun je alles herlezen en herformuleren. Aan tekstberichten komt ook geen non-verbale communicatie te pas. Wie snel last heeft van een trillende stem of nooit weet waar te kijken, krijgt de dingen makkelijker gezegd.' Onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam waarbij jongeren zowel online als face to face emoties als angst en onzekerheid moesten delen met vrienden, suggereerde dat de sociale media ook betere ondersteuning in de hand kunnen werken. Terwijl we het in face to face-contacten soms moeilijk vinden om meteen op negatieve emoties te reageren en makkelijk afgeleid zijn, kunnen we ons online beter op de emoties van de ander richten en krijgen we vaak meer informatie over de oorzaken ervan, wat behulpzame feedback in de hand werkt. In andere enquêtes zegt een meerderheid van socialemediagebruikers dan weer dat openhartige getuigenissen van anderen hen helpen om meer begrip te op te brengen voor mensen met psychische klachten. 'Zonder Black Twitter was het een heel ander decennium geworden', stelde mediawetenschaper Meredith Clark een tijdje geleden in The Guardian. De losse verzameling zwarte stemmen op het platform dwong onder meer racistische bedrijven en politici op de knieën, wees Hollywood op zijn witte bias en stelde de seksualisering van zwarte vrouwen aan de kaak. Daarnaast duwde de zwarte Twitter-gemeenschap mee de kar van #BlackLivesMatter, een beweging waarin mensen over de hele wereld zich herkenden en die volgens opiniepeilers mee bepaalt hoe doorsnee-Amerikanen oordelen over politieke kwesties. Ook onder vrouwen maakt de mobiliserende kracht van de sociale media opgang. Voorbeelden gaan van #Metoo en de body positivity-beweging tot recente initiatieven rond moederschap. In Nederland verzamelde de organisatie GeboorteBeweging onder de hashtag #GenoegGezwegen tientallen getuigenissen rond gynaecologisch geweld tijdens de zwangerschap, bevalling of nazorg, bij ons ging op Instagram @waarmoeders van start: een platform voor echte, uit het leven gegrepen verhalen. 'Bij veel vrouwen lopen de zwangerschap, bevalling of eerste maanden anders dan verhoopt', zegt fotografe en medeoprichter Nele Daems (33). 'Soms gaat dat met een gevoel van mislukking gepaard, anderen klagen vooral een gebrek aan inspraak of bepaalde medische beslissingen aan. De reacties zijn overweldigend: veel vrouwen laten ons weten dat verhalen van anderen hen helpen bij hun eigen verwerkingsproces.' 'Een van de meest positieve aspecten van de sociale media, is dat mensen gelijkgestemden kunnen vinden', zegt Marjolijn Antheunis. 'Dat kan rond een rockband zijn, een merk of een gemeenschappelijk ideaal, maar je ziet het ook vaak bij mensen met gelijkaardige ervaringen en gevoeligheden, zoals bijvoorbeeld LGBT-jongeren. Ze herkennen verhalen van anderen, gaan met elkaar in gesprek en vinden steun in lotgenotengroepen. Al die dingen sterken mensen enorm in hun identiteit.' Annelies Hart (31) getuigde in 2019 over haar eet- en dwangstoornis in het Eén-programma Durf te vragen. 'Dat had ik wellicht niet gedaan zonder de sociale media, zonder openhartige verhalen van anderen en mensen die je tonen dat je niet alleen bent, dat je je verhaal mág doen. Ik wilde mijn familie en vrienden niet belasten, maar die eerste getuigenissen van lotgenoten, dat was alsof ze rechtstreeks tegen mij praatten. Als zij kwetsbaar durfden te zijn, dan ik ook. Bovendien vind je op sociale media nu niet alleen lotgenoten, maar ook rolmodellen en echte deskundigen rond eetstoornissen, mensen die heel laagdrempelig hun kennis en expertise delen. Mocht ik als zestienjarige nu aan mijn zoektocht beginnen, dan zou dat een wereld van verschil maken.'