'Vroeger was ik wild met verf, ik had soms een hele tube nodig om mijn naam te schrijven. Mijn ateliers waren dan ook altijd een stal. Een en al verf. Dat was geen probleem, want je vond in de stad overal goedkope panden die net niet verkrot waren, vol grote, moeilijk te verwarmen ruimten. Ideaal voor artiesten, zo'n pakhuis, leegstaande school of oude bakkerij. Nu zijn dat allemaal lofts. Vandaag werk ik thuis, dus moet ik beter oppassen. Ik ben ook zo wild niet meer. Wonen waar je werkt heeft ook voordelen. Ik kan doorwerken tot ik klaar ben en dingen meteen verbeteren. Of nachttekeningen maken.
...

'Vroeger was ik wild met verf, ik had soms een hele tube nodig om mijn naam te schrijven. Mijn ateliers waren dan ook altijd een stal. Een en al verf. Dat was geen probleem, want je vond in de stad overal goedkope panden die net niet verkrot waren, vol grote, moeilijk te verwarmen ruimten. Ideaal voor artiesten, zo'n pakhuis, leegstaande school of oude bakkerij. Nu zijn dat allemaal lofts. Vandaag werk ik thuis, dus moet ik beter oppassen. Ik ben ook zo wild niet meer. Wonen waar je werkt heeft ook voordelen. Ik kan doorwerken tot ik klaar ben en dingen meteen verbeteren. Of nachttekeningen maken. Ik heb op een dag in een stockverkoop een hele voorraad fotolijstjes gekocht, 1,90 euro per stuk, en maak 's nachts tekeningen die daarin passen. Automatische werkjes, die soms op een kwartier klaar zijn. Ik weet dan niet eens wat ik bedoel. Sommige ideeën kan ik gebruiken in grote werken en het zijn veel zelfportretten. Als het slecht is, gaat het in de vuilnisbak, als het goed is, in een kadertje.Toen mijn vriend Jan Cox in 1980 stierf, heb ik een aantal werken gemaakt als een hommage aan hem. Daar bedacht ik een nieuw etsprocedé voor, acide-verkeerd noem ik dat. Ik teken uit wat ik wil doen, dat wordt verkleind en onder een heel oude epidiascoop gelegd. Die oude machine projecteert het ontwerp op de zinkplaat en daar zet ik met viltstift de tekening op waarna ik aan de slag kan met mijn kalk, plaaster en salpeterzuur. Vroeger legde ik die platen op de vloer, zo kon ik uren werken. Nu kan ik niet lang meer op mijn knieën zitten en heb ik een stoel nodig. Het is fysiek werk, ja, grote werken maken is constant ladder op, ladder af. Maar het is geen kasseien leggen, natuurlijk. Ik heb soms een tijdje mooi weer nodig, want ik werk ook in mijn tuin. Onder een afdak. De producten waarmee ik werk zijn niet zo gezond, soms is mijn baard na een werkdag helemaal geel en mijn hoofd zo rood als een kalkoen. Het zuur zelf ruik ik intussen niet meer. De haartjes in mijn neus zijn verbrand, denk ik. Drukken doe ik in mijn galerie De Zwarte Panter en daarna bewerk ik de etsen nog. Dat is delicaat, want het is op papier. Je begrijpt dus dat ik goed moet nadenken voor ik begin. Ik heb een ontwerp nodig, een beetje zoals een striptekenaar. Ik krijg niet veel bezoek. Mijn vrouw, mijn dochter, een paar vrienden. Er zijn momenten dat je alleen moet zijn. Dat je moet nadenken. Ik heb geen radio en luister niet naar muziek, maar ik heb graag een tv in mijn atelier. Vaak zet ik iets als Discovery Channel op. Ik heb ook geen computer. Ik ben te oud om nog met dat ingewikkeld spul te beginnen. Boven mijn sofa hangt een grote ets. Met plexi ervoor, als bescherming, want ik rook. Constant. Veel. Maar ja, er hangen werken van mezelf in huis. Ik maak soms specifiek dingen voor mijn familie. Intiem werk. Dat verkoop ik niet. De schilderkunst is de laatste decennia sterk veranderd. Rond 1970 was het allemaal conceptuele kunst en video en kwam ik mensen tegen die vroegen: 'Schilder je nog, jong?' Alsof ik achterlijk was. Maar die mannen zijn nu allemaal opnieuw aan het schilderen. Tja. Kunst is een vrijheid, nietwaar. Stoppen is voor mij geen optie. Ik heb nooit iets anders gedaan. Ik moet constant werken om in leven te blijven.'