Ik kom hem tegen in de grootbank, of all places: de minst kapitalistische hoogleraar van wie ik les heb gekregen. We scharrelen rond in de hal bij de geldmachines, gemaskerd en op eerbiedwaardige afstand. Hij is grijs als een duif geworden, maar ik herken zijn vinnige oogopslag. Die straalt nog steeds de boodschap uit: mij speld je niets op de mouw, motherfucker.
...

Ik kom hem tegen in de grootbank, of all places: de minst kapitalistische hoogleraar van wie ik les heb gekregen. We scharrelen rond in de hal bij de geldmachines, gemaskerd en op eerbiedwaardige afstand. Hij is grijs als een duif geworden, maar ik herken zijn vinnige oogopslag. Die straalt nog steeds de boodschap uit: mij speld je niets op de mouw, motherfucker. Ik stap op hem af en vraag voorzichtig: 'Zou het soms kunnen dat u professor D. bent?' Hij aarzelt even voor hij dat durft te beamen. Je weet nooit of iemand je iets leuks komt vertellen of op je gezicht slaat. 'Dat was ik', grijnst hij. 'Ik wás professor D.' Het voelt alsof ik praat met de Geest van Voorbije Kerstmis. Ik zeg: 'U bedoelt dat u met emeritaat bent.' 'Met pensioen', corrigeert hij. Dat stelt mij niet teleur. Het past bij hem dat hij die dure titel aan zijn laars lapt. In zijn lessen ging het over vrijheid en gelijkheid. Van hem leerde ik Bob Dylans quote 'Don't follow leaders, watch the parking meters'. We maakten kennis met anarchisten en fascisten, met wereldverbeteraars en tirannen - wat vaak dezelfde pot nat is. D. doceerde het met droge humor, als iemand die overal bij was en alles al gezien heeft. In mijn boekenkast stond een brievenboek waarin Karl Marx over zijn steenpuisten klaagde. We dweepten met lui als Bakoenin en Proudhon, die naar verluidt heeft gezegd: 'La propriété c'est le vol.' We waren jong en kwaad, hoewel we niet altijd wisten waarom. Een kotgenoot kwam thuis met een zak vol metalen sterren, in de nacht geroofd van motorkappen van Mercedessen. Nu rijdt hij zelf in een van hun topmodellen. Ik zeg aan de professor dat ik goede herinneringen heb aan zijn lessen. De zon scheen zachter, daar in dat verre land waar ik examen bij hem aflegde. Er was geen sprake van Twitter of klimaatopwarming. Mijn compliment lijkt hem te bevallen. Of je progressief bent als de neten of conservatief als een blik cornedbeef: je wilt graag dat niet alles in je leven voor niets is geweest. Zoals wel vaker het geval is bij professoren, deden ook over D. mythes de ronde. Naar het schijnt had hij een Golf GTI, zoals de Bende van Nijvel, en reed hij graag mee in rally's. Boze tongen beweerden dat hij het niet kon uitstaan als een chique slee hem inhaalde op de snelweg. Hij gaf dan gas en voelde de drang de ander in de vangrail te rijden. Het was een bizar verhaal, dat niettemin de onkreukbaarheid van de professor belaagde. Zijn revolte tegen het systeem werd afgedaan als een persoonlijke frustratie. Het veranderde een kritische geest in een macho met een kort lontje. Of het waar is, weet ik niet, en het lijkt me ongepast dat nu te vragen. Toch zou ik graag weten wat er overblijft van zijn geloof in de revolutie; hij heeft vast ook gehoord dat Bob Dylan door de mand is gevallen. Maar ik ben aan de beurt en mag naar binnen bij de grootbank. De draaideur voert mij mee, het systeem slokt mij op. Ik hoor D. nog iets mompelen tegen de geldmachine. We waren student en professor. Nu zijn we lotgenoten, verdwaald in de tijd waarin een paar zeldzame sneakers voor een miljoen euro geveild wordt.